Wij zijn van oudsher een schuldbewust volkje. En al mogen onze door godsdienst ingegeven schuldgevoelens dan aan het vervagen zijn, er blijft nog genoeg over waar we ons schuldig over voelen. De verjaardag van je broer vergeten? Schuldgevoel. Je irritatie iets te bot op je kind afgereageerd? Schuldgevoel.

Log in om verder te lezen.

Het lijkt alsof er een verschuiving heeft plaatsgevonden. Voelde men zich vroeger vaak schuldig als men religieuze of seksuele normen had overtreden, tegenwoordig voelen we ons het meest schuldig over sociale interacties. Je hebt iets gedaan of nagelaten waardoor een ander in jouw ogen benadeeld wordt. Het Franse blad Psychologies stelde na onderzoek zes moderne profielen op van groepen mensen die het vaakst schuldgevoel ervaren. Ze onderscheiden de werkende moeder, de gescheiden vader, de werkloze, de overeter, de volwassene met ouders in het verpleeghuis en de ouders van ontspoorde kinderen.

Sinds de Verlichting leven wij in een schuldcultuur, zegt de Tilburgse onderzoeker Seger Breugelmans. In tegenstelling tot schaamteculturen, waar mensen meer gericht zijn op wat anderen van hen vinden, hameren wij meer op iemands persoonlijke verantwoordelijkheid en voelen we ons schuldig als we de regels overtreden. ‘In een schaamtecultuur zegt een moeder tegen haar kind die iets heeft misdaan: “Wat zullen je vriendjes hiervan zeggen?” In onze cultuur zeggen moeders dat ze teleurgesteld zijn.’ Ook op maatschappelijk niveau zie je onze schuldcultuur terug: ‘Als er iets misgaat – een brand in Volendam, twee treinen die op elkaar botsen –, stellen wij direct de vraag: wie is verantwoordelijk? Wie heeft hier schuld?’

Schaamte is het gevoel dat je zelf faalt, terwijl schuld meer gaat over je gedrag. In die zin is schuld een constructievere emotie. Mensen met schuldgevoel hebben de neiging hun daden goed te maken: excuses aanbieden, een bloemetje sturen, de volgende keer beter je best doen. Schaamte daarentegen is bedreigend voor je identiteit en leidt daardoor eerder tot je terugtrekken en jezelf minachten, wat ook nog kan omslaan in vijandigheid naar anderen.

Schuldgevoel, zegt de Amerikaanse onderzoeker Roy Baumeister, dient dan ook om relaties te beschermen en te versterken. Schuldgevoel laat mensen leren van hun fouten en behoedt mensen om anderen te benadelen; alleen al het idee dat je je anders schuldig gaat voelen, weerhoudt je ervan om er bijvoorbeeld met de vriend van je beste vriendin vandoor te gaan. Mensen die zich regelmatig schuldig voelen, zijn beter aangepast en hebben meer verantwoordelijkheidsgevoel dan mensen die dat niet doen. Mensen die helemaal geen schuldgevoel kennen, zoals psychopaten, wil je liever niet ’s nachts in een donker steegje tegenkomen.

Hartverscheurend

Dat is echter een schrale troost voor mensen die er regelmatig last van hebben. En dat zijn er heel wat, blijkt uit een onderzoek dat we deden op onze site (waarbij we wel moeten aantekenen dat misschien juist die mensen meededen die zich aangesproken voelden door dit thema). Twaalfhonderd vrouwen en tweehonderd mannen vulden onze enquête in.

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat vrouwen zich veel vaker schuldig voelen en schamen dan mannen. In onze enquête geeft 18 procent van de vrouwen aan dagelijks schuldgevoel te ervaren, 30 procent een paar keer per week en 30 procent een paar keer per maand. Bij mannen is dit respectievelijk 10 procent, 24 procent en 32 procent.

De grootste bronnen van schuldgevoelens zijn onze kinderen en ouders. De partner staat op de derde plaats. Althans, bij de vrouwen; de mannen in ons onderzoek voelen zich het allerschuldigst tegenover hun partner. Misschien een teken dat de pogingen van vrouwen om hun mannen een schuldgevoel te bezorgen – want daar zijn vrouwen behoorlijk goed in – geslaagd zijn?

Het blijkt dat we ons overal schuldig over kunnen voelen. Over kleine dingen: het afzeggen van een afspraak vanwege vermoeidheid, verkeerde dingen zeggen in een gesprek, nee zeggen op een verzoek. Maar ook over grote dingen, zoals de zelfmoord van een broer of een kind dat verongelukt.

De drie categorieën die het vaakst terugkomen in ons onderzoek: de werkende moeder, de gescheiden vader en de mensen met zorgbehoevende ouders. Neem het hartverscheurende verhaal van een gescheiden vader: ‘Ik heb jaren geleden mijn vrouw achtergelaten met mijn zoontje, die toen nog heel klein was. Mijn ex-vrouw koelde haar woede heel vaak op mijn zoontje. Ik bezocht hem om de twee weken. Op een keer, hij was zeven jaar, moest hij in de vakantie naar een jeugdkamp. Ik bracht hem weg, hij weende erg. De leiding zei: “Mijnheer, rij maar weg, we houden hem wel hier.” Ik sloop weg, maar hij had gezien dat ik in de auto stapte en hij kwam me achterna gerend. Het is zestien jaar geleden, maar ik zie het nog dagelijks voor me. Toen ik eens vroeg wat hij wilde hebben voor Sinterklaas, zei hij: “Een echte mama en papa.”’

Werkende moeders vinden vaak dat ze hun kinderen te weinig zien en vinden het moeilijk hen naar de crèche of naschoolse opvang te brengen. Zelfs een respondente die acht uur per week werkt, vraagt zich af of haar plaats niet eigenlijk bij de kinderen is. En de werkende gescheiden moeder heeft het dubbel zwaar: ‘Ik werk fulltime, en vind mijn werk zo leuk en belangrijk dat ik mijn kinderen af en toe een extra dagdeel naar de buitenschoolse opvang “doe”. Dat zit me dan niet lekker omdat ik ze al niet elke dag zie vanwege mijn co-ouderschap, en ook omdat ik weet dat ze liever thuis met een vriendinnetje spelen.’

Dementerende vader

Je schuldig voelen tegenover oude ouders, daar kan psychosociaal therapeut Marian Lijnse over meepraten. Zij geeft trainingen en lezingen over schuldgevoel. Lange tijd kampte zij zelf met schuldgevoel tegenover haar dementerende vader: ‘Mijn ouders hadden een huis laten bouwen naast het onze. Toen mijn moeder overleed, bleek mijn vader erger aan het dementeren dan wij dachten. Hij kwam de hele tijd bij ons aan de achterdeur. Ik heb enorm geworsteld met het dilemma: ik kan hem toch niet naar een verpleeghuis brengen? Maar het kon niet langer zo, ik moest de deur op slot doen als ik cliënten had. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt. En weet je wat ik toen ging doen? Ik ging uit schuldgevoel elke dag op bezoek in het verpleeghuis. Daar werd ik niet blij van, en hij eigenlijk ook niet. Hij werd een heel lastige patiënt voor de verpleging, vroeg continu: Waar is mijn dochter?’

Schuldgevoel ten opzichte van onze ouders begint al heel jong, zo menen psychoanalytici. Onze ouders hebben ons immers op de wereld gezet, zich opgeofferd en ons alles gegeven (tenminste, dat is het ideaalbeeld). Die schuld kun je voor je gevoel nooit meer goedmaken. Kinderen zien hun ouders geconfronteerd met ruzie, ziekte, depressie, scheiding en andere ellende. Het kind, dat zichzelf nog als centrum van de wereld ziet, denkt dat het allemaal zijn schuld is. En ouders, vooral moeders, zijn er heel goed in om dat schuldgevoel aan te wakkeren. Je hebt stiekem een snoepje gestolen, of niet je best gedaan op school. En later kom je te weinig op bezoek, of je draagt nooit de trui die ze speciaal voor je heeft gebreid.

De Amerikaanse onderzoeker Roy Baumeister onderzocht dit mechanisme. Mensen zijn soms geneigd hun lijden te overdrijven om degenen die hen na staan een schuldgevoel te geven. Vaak met succes: de overtreder biedt zijn excuses aan of rent zich de benen uit het lijf om het goed te maken, waardoor de verwijter ziet dat de ander toch nog steeds om de relatie geeft.

Neem het verhaal van een vrouw in een onderzoek van Baumeister: ‘Ik was een jaar of achttien, woonde nog thuis en bleef eens een hele nacht op een feestje. Ik kwam pas om negen uur de volgende ochtend thuis, had er helemaal niet aan gedacht te bellen. Mijn moeder wachtte me op en bezorgde me het grootste schuldgevoel ooit. Ze draaide de hele riedel af van “ik dacht dat je dood was”, “je houdt niet van me, je laat me altijd in de zorgen zitten”. En het ergste: ze zei dat ze teleurgesteld was in me! Dit was mijn moeder, die alles wat ik deed altijd opgehemeld had, van elke tekening op de kleuterschool tot het halen van mijn rijbewijs. Ik was zeer geraakt. We maakten het goed, na veel huilen en excuses. Maar tot op de dag van vandaag zie ik nog de teleurstelling op haar gezicht, en ik hoop dat ik haar nooit meer zo laat voelen.’

Liefdesverlies

Schuldgevoel komt voort uit de angst de liefde van je ouders kwijt te raken, zegt therapeut Marian Lijnse. ‘De twee grootste drijvende krachten in een mensenleven zijn liefde en angst. Onder schuldgevoel zit altijd die oerangst voor liefdesverlies. Die ontstaat al de eerste keer dat je ouders zeggen dat je stout bent.’

Toen zij haar eigen schuldgevoel ten opzichte van haar vader onder de loep nam, kwam zij ook op oude ervaringen uit. ‘Ik ging graven, en herinnerde me dat mijn vader ooit had gezegd over een nichtje dat haar moeder dagelijks bezocht: “Dat is nou een goede dochter.” Ik had dat opgeslagen, en was tot zijn tachtigste nog steeds op zoek naar zijn goedkeuring!’

Wat ze mensen in haar training probeert te leren, is om te handelen uit liefde in plaats van angst. ‘Als je alleen naar je vader gaat uit angst geen goede dochter te zijn, dus uit plichtsgevoel, wat geef je hem dan? Ik heb eens de uitspraak gehoord: in plicht zit geen kruimel liefde. Dan kun je dat bezoekje beter een keer overslaan.’

Wat ook te maken heeft met schuldgevoel, is een overdreven gevoel van verantwoordelijkheid voor het levensgeluk van andere mensen. ‘Je denkt dat jij de wereld in stand houdt voor de ander. Je zegt eigenlijk: zonder mijn bezoekje is jouw dag niets waard. Zo straal je weinig vertrouwen uit in de ander.’?

Wie nu het idee krijgt dat onze moeders al vroeg onze tere zieltjes hebben beschadigd: dat is niet helemaal eerlijk, want moeders zijn van oudsher nou eenmaal de eerste opvoeders, en het is ook hun taak om kinderen op te voeden tot morele mensen met een gezond geweten. Schuldonderzoekster June Tangney noemt dit de paradox van het opvoeden. Liefdevolle, verantwoordelijke ouders moeten hun kinderen zich slecht laten voelen als ze iets fout doen. Dat gaat nu eenmaal moeilijk samen met de wens een ideale wereld te scheppen voor je kinderen. Daarbij komt nog dat beslissingen over de juiste straf extra worden gecompliceerd door eigen emoties als irritatie, teleurstelling, vermoeidheid. Daardoor voelen ouders zich op hun beurt weer schuldig.

Totale vreemden

Hebben we het tot nu toe gehad over schuldgevoelens als je iets hebt gedaan of nagelaten, onze schuldgevoelens zitten zo diep ingebakken dat we ons zelfs schuldig kunnen voelen over zaken waar we helemaal niets aan kunnen doen. Tegenover de vriendin die geen kinderen kan krijgen, voelen we ons schuldig over onze eigen gezonde schatjes. Tegenover collega’s die de ontslagronde niet hebben overleefd, voelen we ons schuldig dat wij wel onze baan hebben behouden.

Hoe kom je van onterechte schuldgevoelens af? Marian Lijnse leert haar cursisten de onderliggende gedachten te onderzoeken. ‘Je veroordeelt jezelf, en dat oordeel zou je moeten toetsen. Dat doen we meestal niet, we maken er een heel verhaal van.’

Zoals de man die als kind van een jaar of acht met vriendjes in het schuurtje achter hun huis met vuur speelde. De schuur vloog in de fik. Zijn zusje van vier was erbij, en is aan brandwonden overleden. ‘Die man worstelde daar zijn hele leven mee. Ik vroeg hem toen: Wat was jouw intentie? Was je intentie haar schade toe te brengen, of nam je haar mee om leuk te kunnen spelen? Ik zeg dan: het was een positieve intentie, jij kunt het ook niet helpen dat het leven soms zijn weg neemt. En de volgende vraag is: als jij een klein jongetje zou tegenkomen dat dit was overkomen, zou je hem dan schuldig vinden? Welnee, je zou intens medelijden met hem hebben! Als je medeleven met jezelf kunt hebben, kun je beginnen met loslaten.’

Dat is nog maar het begin, benadrukt Lijnse. ‘Het begint met bewustwording. Daarna volgt nog een heel proces, waarvan het schrijven van een afscheidsbrief aan dat zusje bijvoorbeeld deel kan uitmaken.’

Ook bij kleiner leed kun je je onderliggende gedachten onderzoeken. ‘Het heeft vaak te maken met een ideaalplaatje; hoe je als ideale dochter of moeder behoort te zijn. De moeders die zich schuldig voelen dat ze hun kind naar een kinderdagverblijf brengen, hebben het ideaalplaatje: als moeder hoor je bij je kind te zijn. Dan moet je onderzoeken: is dat ook mijn opvatting? Zo ja, dan voel je je terecht schuldig en moet je daar je consequenties uit trekken. Maar je kunt als moeder ook zeggen: ik vind het goed als kinderen zien dat beide ouders werken, ze worden weerbaar als ze soms door een ander worden opgevangen.’

Een ander onderliggend denkbeeld wordt aangehaald door onderzoekster June Tangney. Zelf was haar door de nonnen ingeprent dat je een beter mens bent als je je schuldig voelt – een idee dat diep is doorgedrongen in onze cultuur. ‘Hoe waardig je bent en hoe dicht je bij God staat, hangt af van hoe slecht je je voelt over je zonden. Wat een onaantrekkelijk doel om naar te streven!’ schrijft ze in haar boek Shame and guilt.

Gelukkig blijkt uit haar jarenlange onderzoek dat dit idee niet klopt. ‘Je hoeft je dus niet heel erg slecht te voelen om een goed mens te zijn,’ schrijft Tangney. Integendeel: lichte schuldgevoelens zetten aan tot sociaal en verantwoordelijk gedrag. Maar te intense schuldgevoelens zorgen eerder voor ontkenning, boosheid en agressie. Van die gevoelens kun je je beter bevrijden.

‘Ik heb het gevoel dat ik mijn kind tekort doe’

Roos Stroop is verpleegkundige en heeft een dochtertje van anderhalf. Ze voelt zich regelmatig schuldig omdat ze te weinig tijd aan dochter Amé besteedt. Schuldgevoelexpert Marian Lijnse coacht haar per mail.

Beste Marian,

Ik werk in wisseldiensten. Vooral in de weken dat ik vier dagen of meer moet werken, heb ik weleens het gevoel dat ik Amé tekort doe. Ik merk ook aan haar dat ze dan last krijgt van verlatingsangst. En dan moet ik ook nog naar fysiotherapie, en heb ik hobby’s als dansen, reiki en hardlopen. Ik vind het heerlijk om te werken en wil dit ook blijven doen. Ik denk ook niet dat Amé ­gelukkig wordt als ik stop, en ikzelf zeker niet. Maar ik voel me er soms wel schuldig over.

Roos

Hallo Roos,

Uit je verhaal krijg ik de indruk van een werkende moeder die goed in balans is, maar af en toe last heeft van schuldgevoel. Ik krijg niet de indruk dat het schuldgevoel je leven beheerst. Klopt dat? Ik zou ook willen weten wat je op die momenten denkt, en welk plaatje jij in je hoofd hebt van ‘een goede moeder’.

Verder begrijp ik dat je je werk met veel plezier doet en dat je beseft dat jij je werk nodig hebt om gelukkig te zijn. Ook je hobby’s zijn belangrijk voor je, omdat je daar weer de benodigde energie uithaalt. Opnieuw een vraag: mag ik hieruit de conclusie trekken dat jij ervoor kiest om te werken omdat je voelt dat dit voor jullie allebei het beste is?

Hoi Marian,

Inderdaad, het schuldgevoel beheerst absoluut niet mijn leven. Maar ik ga wel met een brok in mijn maag weg bij mijn moeder als Amé erg huilt. Dat gevoel duurt dan een kwartiertje (ongeveer ook de tijd dat Amé huilt). Als ik een drukke periode heb, voel me ik me weleens een slechte moeder. Ik ben dan ook pas geleden vier uur minder gaan werken, ik werk nu 24 uur. Nog minder werken zou ik ook weer niet willen.

Het plaatje dat ik in mijn hoofd heb van een goede moeder, is dat ik Amé met zelfvertrouwen laat opgroeien zodat ze later zelf de keuzes kan maken waarvan zij gelukkig wordt. Door onvoorwaardelijke liefde, veiligheid, complimentjes, openheid, ruimte en duidelijkheid te bieden. Daarbij hoort ook dat je als moeder een eigen leven hebt. Lang thuiszitten zou voor mij niet goed zijn. Maar als ik ooit gedwongen zou worden om een keus te maken, zou Amé op de eerste plaats komen.

Hallo Roos,

Uit alles wat je hebt verteld, maak ik op dat er bij jou sprake is van gezond schuldgevoel. Dat voelt weliswaar niet prettig, maar het vestigt jouw aandacht op zaken die niet helemaal goed lopen. Dit schuldgevoel hebben we allemaal nodig: zo nemen we de verantwoordelijkheid op ons voor de gevolgen van ons gedrag, en kunnen we er iets mee doen. Als we ons schuldgevoel durven toe te laten en te onderzoeken wordt het een constructieve factor in ons leven.

Bij jou zien we dit proces heel duidelijk. Je hebt er bewust voor gekozen om moederschap en werk te combineren. Je intentie is liefdevol, omdat je beseft dat dit voor jullie allebei de beste keus is. Op het moment dat je last krijgt van schuldgevoel stop je dit niet weg, maar je onderzoekt je gevoelens. Vervolgens stel je je keuze bij door iets minder te gaan werken, omdat dit op dit moment het beste is voor jou en Amé. Je doet het in mijn ogen prima; het zou fijn zijn als meer mensen dit konden. ­Geniet van je werk, geniet van je gezin.

Marian

‘Mijn maag krimpt samen als ik haar pijn zie’

Pieter van Oossanen is gescheiden, hertrouwd en heeft drie kinderen uit zijn eerste huwelijk. Hij voelt zich regelmatig schuldig tegen­over zijn kinderen en zijn ex.

Beste Marian,

Ik heb twee dochters van vijftien en veertien, en een zoon van elf. Ruim zes jaar geleden liep mijn huwelijk met hun moeder Ans op de klippen. Sindsdien woon ik samen met Miranda. Het contact tussen de kinderen en mij is heel goed. De kinderen zijn officieel om het weekend bij mij, maar in de praktijk wel vaker. Ze komen graag hier. Sinds een half jaar woont mijn oudste dochter bij mij, zij heeft hier zelf om gevraagd.

Ik ervaar dagelijks de gevolgen van de scheiding. Als ik thuiskom, zijn niet alle kinderen er. Ik mis mijn vaste rondje, ’s avonds langs hun bedjes, kijken of ze lekker liggen, niet bloot liggen, een slokje water. Het feit dat je iedere dag je kinderen even ziet en vraagt: ‘Hoe was het op school?’ Dat je hun verhalen hoort, hun gekibbel, hun lachen en huilen.

Ook tegenover mijn ex voel ik me schuldig, als ze bijvoorbeeld antwoordt op de vraag hoe de vakantie was: ‘Ik weet het niet, ik kan het niet. Jij wist altijd de leuke plekjes te vinden.’ Mijn maag krimpt dan samen en ik voel pijn. Pijn van binnen en schuld. Een vriendin van haar die tegen me zegt: ‘Je moet haar in de gaten houden. Ze kan niet zonder je.’

Na de scheiding moest ik op het matje komen bij mijn schoonvader en bij de kerkenraad. We komen beiden uit een orthodox gezin. Ik kreeg de wind van voren en mij is letterlijk ‘de eeuwige verdoemenis’ aangezegd.

Ans zegt dat ik het hun heb aangedaan, want ík ben weggegaan. Ik denk dan: ze heeft gelijk. Ik weet wel dat je samen verantwoordelijk bent in een relatie. Toch voel ik me schuldig. Altijd mis ik de kinderen en is er het gevoel dat ik faalde.

Ik ben benieuwd naar een reactie.

Pieter

Hallo Pieter,

Je verhaal heb ik met veel aandacht gelezen. Omdat ik in Zeeland woon, herken ik allerlei aspecten die van invloed zijn op jouw schuldgevoel. Ook hier wonen veel mensen die een ‘zwaar’ geloof aanhangen, met een strenge, straffende God. Dit geloof brengt angstige mensen voort. Door de ogen van deze strenge God kijken ze naar zichzelf en de ander, veroordelen en straffen ze degene die het in hun visie niet goed doet. Jij hebt dat aan den lijve ondervonden.

Nu ben je gelukkig getrouwd met Miranda, je oudste dochter woont bij jullie, de andere kinderen komen graag en vaak bij jullie en ook Ans wordt voor zover mogelijk nog door jou geholpen. En opnieuw ben jij niet gelukkig, nu omdat je gekweld wordt door schuldgevoel. Je veroordeelt jezelf.

Laten we eerst maar eens onderzoeken hoe reëel dit gevoel is. Waarom deed je de dingen zoals je ze deed, wat was je intentie? Ik heb uit je verhaal – dat nog langer was – de indruk gekregen dat je keihard werkte om als een goede huisvader voor je gezin te zorgen. Je intentie was niet om Ans of de kinderen te kwetsen.

Je schuldgevoel is nog om een andere reden in mijn ogen niet reëel. Je weet namelijk helemaal niet of het voor de kinderen wel beter zou zijn geweest als Ans en jij niet waren gescheiden. Hoe was de sfeer thuis geweest, hadden Ans en jij elkaar nog kunnen terugvinden of waren jullie elkaar van alles gaan verwijten?

Jij bent een liefdevolle vader in mijn ogen, je zult je kinderen niet veroordelen als ze fouten maken. Ik wil jou vragen met dezelfde ogen naar jezelf te kijken. Ans kan jou niet bevrijden van je schuldgevoel door je te vergeven. Alleen jij kunt je bevrijden van dit gevoel door ­jezelf te vergeven. Dat is liefdevol tegenover jezelf, maar ook het meest liefdevolle wat je nu kunt doen voor Miranda en je kinderen.

Je kunt leren van het verleden, maar laat het daarna los en geniet van wat er NU is, zodat je straks niet weer met heimwee zult terugkijken naar wat je hebt gemist op dit moment. Ans zal net als ieder mens haar eigen weg moeten vinden in dit leven. Jij kunt haar niet gelukkig maken, dat moet zij zelf doen.

Ik hoop dat ik je hiermee een weg wijs, maar alleen jij kunt die weg gaan.

Marian

‘Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan ze denk’

Yaneth Morales is op haar zevende geadopteerd, samen met haar drie jaar jongere broertje. Haar adoptieouders hadden al drie oudere kinderen geadopteerd. Drie jaar geleden ging Yaneth uit huis en sindsdien heeft ze nauwelijks contact gehad met haar familie. Daarover voelt ze zich dagelijks schuldig. Wat zegt schuldgevoelexpert Marian Lijnse?

Beste Marian,

Het contact met mijn ouders is vanaf het begin wisselend, vooral met mijn moeder. We trekken elkaar aan maar stoten elkaar ook weer af. Maar ze zijn wel goede ouders. Zij waren er voor mij als ik verdriet had, bijvoorbeeld om het gemis van mijn biologische moeder.

Drie jaar geleden raakte ik even de weg kwijt en ging ik een jaar in therapie. Daarna ben ik niet teruggegaan naar mijn oude woonplaats. Ik heb deze keuze niet uitgelegd en heb ze sindsdien niet meer gezien. Het schuldgevoel maakt dat ik nog niet terug ben gegaan.

Ik heb hen gemist, maar ik wilde zo graag dingen zélf doen, zelf ontdekken. En vooral geen ruzies meer. Naar de oudste drie stuur ik kaartjes en ik heb af en toe per e-mail contact met mijn moeder. Met mijn broertje heb ik nog het minste contact. Ik heb echt het gevoel dat ik hem in de steek heb gelaten. Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet afvraag wat ze aan het doen zijn. Maar zelfs in een mailtje naar mijn moeder durf ik dit niet te vragen. Want het is mijn eigen schuld dat ik dit niet allemaal weet.

In de afgelopen drie jaar heb ik al veel bereikt, en daar kijk ik met een zekere trots naar, want het is mij wel gelukt om mijn leven in een nieuwe stad op te pakken. Ik studeer zelfs. Het is alleen jammer dat ik dit allemaal zonder mijn familie heb bereikt. Ik vind mijzelf een egoïst. Ik ben gevlucht. Ik was vroeger best wel boos op mijn biologische moeder; hoe kon ze ons in de steek laten? Maar eigenlijk ben ik geen haar beter.

Yaneth

Hoi Yaneth,

Ik zie een heel moedige jonge vrouw, die naar haar gevoelens durft te kijken. Het valt me op dat je alle schuld voor wat er gebeurd is naar je toe trekt. Ik denk dat jij jarenlang je best hebt gedaan je aan te passen aan de verwachtingen van de mensen om je heen, met name je ouders. Daarbij raakte je jezelf kwijt. Je kunt pas liefdevol handelen tegenover anderen, als je eerst goed voor jezelf hebt gezorgd. Dat is niet egoïstisch, dat is liefdevol tegenover iedereen.

Hallo Marian,

Ja, ik wilde niets liever dan aan de verwachtingen voldoen van anderen, maar het ging vaak fout waardoor ik weer ruzie kreeg thuis. Ik was vroeger behoorlijk opstandig, liet mensen moeilijk toe uit angst weer verlaten te worden. Raar eigenlijk: de ene keer stelde ik mij heel afhankelijk op en de andere keer keerde ik mij tegen iedereen. De relatie met mijn moeder is gecompliceerd, omdat zij ook weer weg zou kunnen gaan. Ik kan mensen moeilijk vertellen wat zij voor mij betekenen. Maar zelf weggaan is niet bepaald de manier om te laten merken dat je om ze geeft.

Hoi Yaneth,

Je pijn uit je verleden begrijp ik heel goed: intens verlangen naar liefde en tegelijkertijd bang zijn voor een nieuw verlies. Wat is gebeurd, kun je niet overdoen. Iedereen die erbij betrokken was, heeft geleden onder de gevolgen en zal zich er in meerdere of mindere mate schuldig over voelen. Maar het is tijd om een nieuwe weg te kiezen. Als je uit angst niets blijft doen, bestaat de kans dat je een hekel aan jezelf krijgt en dit kan op den duur tot een depressie leiden.

Je zult je beter voelen als je iets onderneemt. Begin met kleine dingen en doe niet meer dan jij zelf aankunt. Schrijf bijvoorbeeld een brief aan je broertje om uit te leggen dat het niets met hem te maken heeft. Of misschien vind je het leuk om hem bij jou thuis uit te nodigen.

Je vindt het moeilijk om je gevoelens te uiten. Probeer dan andere manieren te vinden. Laat bijvoorbeeld een bloemetje bezorgen bij je ouders op de dag dat jij in Nederland arriveerde, dan zeg je op een andere manier: jullie zijn en blijven mijn ouders, jullie zijn belangrijk voor mij.

Ik denk dat je moeder ook behoefte heeft aan contact, ze mailt immers nog steeds met je. Je kunt misschien aangeven dat je graag meer contact wilt en haar dan meteen vragen je de ruimte te geven om het in jouw tempo te doen.

Stel verder wat minder hoge eisen aan jezelf. Mensen zijn niet volmaakt; jij zult dus nooit de ideale dochter en zus zijn. Kijk naar jezelf met de ogen van een heel lieve moeder, die het gedrag van haar kind soms afkeurt, maar die ­begrijpt waar het uit voortkomt. Zo’n moeder veroordeelt het kind niet, ze zal het helpen om in de toekomst dingen anders te doen. Zo’n moeder houdt onvoorwaar­delijk van haar kind. Probeer zo van jezelf te gaan houden, dan hoef je ook niet meer bang te zijn de ­liefde waar je naar hunkert te verliezen.

Ik wens je moed en sterkte toe.

Marian