De 6 mooiste lezersverhalen over schaamte

Voor rede vatbaar

Ik staar naar de foto op mijn beeldscherm: mijn vroegere klasgenootje Karin Damen.

Hoe schaamte een krachtbron wordt

Als één emotie het stempel ‘koninklijk’ verdient, dan is het wel schaamte: die bewijst dat we ...

Lees verder

Ze had lang, donkerbruin haar, een bleek gezichtje met ogen die alle kanten op schoten maar niet werkelijk iemand aankeken. Die onrust zat ook in de rest van haar lichaam. Ze kon moeilijk stilzitten en maakte onverhoedse bewegingen waardoor dingen die ze waarschijnlijk probeerde te voorkomen júíst gebeurden. Ik herinner me haar rode haarband nog. Nerveus voelde ze keer op keer of die nog wel goed zat, waardoor de band verschoof en op haar voorhoofd zakte, of juist te ver naar achteren schoof.

Als ze ging zitten, bleven haar immer geruite rokjes hangen aan de leuning van haar stoeltje zodat haar onderbroek zichtbaar was. Grote hilariteit in de klas. Iedereen gniffelde en wees naar haar, waardoor Karin steeds nerveuzer werd. Haar reputatie was aan het begin van het schooljaar al om zeep en daarna werd ze het mikpunt van spot en pesterijen.

Dat ik meegniffelde om haar onhandigheid is zeker. Toch herinner ik me niet dat ik aandeel had in de pesterijen, die al snel ook buiten het klaslokaal plaatsvonden. Ik schrok dan ook toen mijn moeder me vertelde dat ze een telefoontje had gehad van Karins moeder. Zij zei dat ook ík meedeed aan het gepest en of mijn moeder alsjeblieft met mij wilde bespreken wat voor impact dat op Karin had.

Het bleek dat haar ouders gingen scheiden. Daar had ze het al moeilijk genoeg mee, maar de pesterijen maakten het allemaal nog veel erger. Mijn moeder besprak dit met mij op een niet-beschuldigende toon en zei erbij dat Karins moeder juist contact met haar had gezocht omdat ze dacht dat wij wel voor rede vatbaar zouden zijn.

Vanaf toen heb ik niet meer meegelachen om Karins onhandigheid. Maar ik was nog steeds een kind. Wat gepest worden in je jeugd voor impact heeft op de rest van je leven begreep ik pas toen mijn beste vriendin vertelde wat het met haar had gedaan.

Ze had een groot minderwaardigheidscomplex en bindings- en verlatingsangst ontwikkeld, waardoor haar relaties rampzalig verliepen. Haar verdedigingsmechanismen, sarcasme en ironie, stootten mensen af waardoor ook vriendschappen zeldzaam of van korte duur waren.

Ik vertelde haar over Karin.
‘Heb je ooit “sorry” tegen haar gezegd?’ vroeg ze zacht.
‘Nee,’ moest ik bekennen.
‘Waarom doe je dat niet alsnog?’

Op Facebook kan ik haar niet vinden, maar op Linkedin staart ze me na twee verkeerde Karin Damens ineens vanaf het beeldscherm aan. Ouder, maar onmiskenbaar de Karin van toen.

Ze heeft een imposante carrière achter de rug, maar haar foto verraadt niet of die haar ook geluk heeft gebracht. Ze ziet er gelukkig noch ongelukkig uit.

Ik kijk niet langer en druk op de verzendknop. Veertig jaar na dato laat ik haar alsnog weten dat het me vreselijk spijt.

– Marit Buur

Broertje

Op een avond, ik was 7 jaar oud, lag ik op bed in het nieuwe huis waar papa, mama, mijn broertje Yorick en ik net waren ingetrokken. Yorick zou op zolder gaan slapen als de vaste trap gerealiseerd was. Tot die tijd sliep hij op een klein kamertje dat aan mijn slaapkamer vastzat.

Mijn broertje is bijzonder: hij heeft autisme en een verstandelijke beperking. Hoewel ik altijd begrepen heb dat hij anders was dan andere kinderen, vond ik het niet altijd leuk dat hij meer aandacht kreeg van mijn ouders dan ik.

Om tien uur sloop ik muisstil uit bed en liep richting het kleine kamertje. ‘Hé, Yorick,’ fluisterde ik. Hij deed zijn ogen open en keek me een beetje verbaasd aan. ‘Je mag wel met het autokleed in mijn kamer spelen, als je wilt.’

Mijn broertje had toen nog geen besef van tijd. Hij stapte vrolijk uit bed, ik deed de lamp aan en hij begon enthousiast te spelen met zijn autootjes.

In onze kindertijd mocht Yorick vaak meer, omdat hij anders de boel op stelten zou zetten. Dat vond ik moeilijk. Ik wilde ervaren dat mijn ouders ook op hem boos konden worden.

Terwijl hij druk met de autootjes in de weer was, begon ik te roepen: ‘Papa! Papaaaa!’
Mijn vader zwaaide de deur open en vroeg luid: ‘Wat is hier aan de hand?’
‘Yorick speelt met de auto’s. Dat mag niet.’

Mijn vader werd boos. Hij schreeuwde dat Yorick naar bed moest gaan. Yorick snapte er helemaal niks van. Hij mocht van zijn zus toch met de autootjes spelen? Hij begon te huilen, ontroostbaar. Ik kan hem nu nog horen snikken in zijn bedje.

TEST
Doe de test »

Hoe snel schaam je je?

Mijn vader liep weg. Het was me gelukt om hem boos te krijgen. Enkele seconden daarna besefte ik wat ik gedaan had. Ik had mijn broertje pijn gedaan, hoe kon ik? Alleen slechte mensen zouden zoiets doen. Toen begon ik zelf ook te snikken.

Mijn schaamte voor deze actie was zo groot, dat ik er nooit meer over praatte. Inmiddels ben ik 22 en pasgeleden vertelde ik dit verhaal aan mijn vriend. Hij moest heel hard lachen. En ik eigenlijk ook. En de band tussen mij en mijn broertje nu? Wij zijn twee handen op een buik.’

– Elanna Leenders

Opgeruimd staat netjes

‘Loop even mee,’ zegt mijn man, ‘ik wil je wat laten zien.’ We lopen van ons huis naar een hoek van de grote tuin, naar de achterkant van het huisje van Solomon en Vaileth. Zij werken voor ons, hij in de tuin en zij in de huishouding. Ze hebben een leuk dochtertje van 2 jaar, Linda. Ik lepel ondertussen yoghurt uit een plastic verpakking, want ik heb net getraind voor de Kilimanjaro-marathon.

Het is een mooie warme dag in Moshi, Tanzania, waar we met ons gezin een jaar wonen. Vaileth is net klaar met poetsen. Ze leegt ook altijd onze vuilnisbak. In Tanzania wordt afval meestal verbrand in tuinen of langs de weg, en het groente-afval gaat naar de kippen.

Achter het huisje aangekomen zie ik een enorme berg vuilnis. Ik herken onze plastic verpakkingen, flessen, flacons, drankpakken, chipszakken en blikjes. Grijnzend zegt mijn man: ‘Gooi die yoghurtbeker er maar bij.’ ‘Nee, dat kan ik niet,’ roep ik uit.

Ik schaam me dood. Waarom hebben we ons nooit verdiept in waar het plastic blijft? Nu ligt het in hun leefomgeving. Wat als Linda ermee gaat rommelen? En het stinkt ook nog.

Het blijkt dat je voor het plasticafval zakken kunt aanschaffen die je in de stad in containers kunt gooien. Blijkbaar durfden ze ons dat niet te vertellen.

– Aline Kruit

‘Verloren’

Als kind droeg ik een bril. Een bril met, al zeg ik het zelf, best dikke glazen. Vanwege de sterkte (-6) moest ik die bril altijd dragen. Behalve dan als we in het zwembad waren. Dan mocht, nee, moest de bril af.

Dat was fijn. Echt heel erg fijn. Zo fijn, dat ik als 8-jarige bedacht dat ik wel zonder kon. Ik kon me toch prima redden? Het was een vrolijke zomerse dag in het zwembad, in de zomer van 1976.

Aan het einde van een heerlijke middag gaf mijn moeder mijn broer en mij de opdracht onze spullen bij elkaar te rapen en alles netjes op te ruimen. Ik bood aan het afval weg te gooien en stopte daar, inwendig gniffelend om mijn genialiteit, mijn bril in.

Nog voor we bij de uitgang van het zwembad waren, zag mijn moeder dat ik mijn bril niet op had. We doorzochten eerst de tassen. Geen bril. Daarna terug naar de plek waar we gezeten hadden. Geen bril. Gevonden voorwerpen. Geen bril. Als een volleerd acteur zei ik dat ik geen flauw idee had waar de bril kon zijn. Ik deed alsof ik baalde.

Inwendig voelde ik me echter bevrijd. Zo, zo ontzettend fijn om ‘dat ding’ niet meer op mijn neus te hebben. Wat een genot! Dat ik oneffenheden op de weg slecht zag, ach, maakt niet uit. Ik red me wel.

’s Avonds merkte ik dat het toch wel lastig was. Tv kijken, lezen, spelletjes spelen. Ik protesteerde dan ook niet toen we de volgende – zonnige – dag in plaats van naar het zwembad naar het winkelcentrum gingen. Toch weer een bril.

We hadden het financieel niet slecht, maar dit was een behoorlijke aanslag op de rekening. Zeker omdat de bril die ik was ‘kwijtgeraakt’ net nieuw was.

Toegeven dat ik mijn bril uit frustratie had weggegooid, durfde ik niet. Het enige wat ik wilde, was die hele gebeurtenis zo gauw mogelijk vergeten. Wat niet lukte. Elk zwembadbezoek moest ik er weer aan denken.

Drie jaar geleden is mijn moeder overleden. We hebben vaak samen herinneringen opgehaald, alleen nooit over de ‘verloren’ bril. Ze zou er waarschijnlijk alleen maar om hebben gelachen.

Ik kon het haar niet vertellen. De schaamte voor mijn gedrag en teleurstelling in mezelf waren te groot.

– Nicole Klip

Tic

‘Van voor naar achter, van…’ Nee, ik bedoel niet dat kinderliedje waarbij iedereen van voor naar achter en van links naar rechts gaat. Het is een tic waarvan ik al mijn hele leven last heb.

Training

Goed zoals je bent

  • Leer jezelf te accepteren
  • Omarm je imperfecties
  • Met boek Brené Brown cadeau
Bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Ik heb geen idee hoe oud ik was toen het begon. Ik weet dat mijn oma ooit vertelde dat ik als kind altijd met mijn rug tegen de muur bonkte wanneer ik bij hen sliep. Toen ze dat zei, voelde ik me rood worden. Dat doe ik namelijk nog steeds, maar dat wist ze natuurlijk niet.

Ik heb het regelmatig nodig om alleen te zijn. Ik vind het heerlijk om met oordopjes in naar muziek te luisteren en volledig te verdwijnen in mijn gedachten. Zo verwerk ik de dagelijkse prikkels. Toen ik op de middelbare school zat, sloot ik mezelf als ik thuiskwam op in mijn kamer, ging op bed zitten en bonkte mee op de maat van de muziek.

Het was geen keuze, ik móést dit doen. Natuurlijk wilde ik niet betrapt worden, want ik wist inmiddels wel dat het een idiote kindertic was waar ik klaarblijkelijk niet overheen was gegroeid. Ik zat dus altijd in de waakstand als ik iemand de trap op hoorde komen.

Betrapt werd ik uiteindelijk toen ik in een woonvereniging met drie andere huisgenoten woonde. Ik zat op mijn kamer met mijn ogen dicht met muziek op tegen de muur te bonken, toen ik iets hoorde. Ik opende mijn ogen en ik zag mijn huisgenoot, die me schaterlachend aankeek. ‘Wat doe jij nou!?’ riep ze.

Ik kon wel door de grond zakken. Met het schaamrood op de kaken en terwijl mijn hart in mijn keel bonkte, mompelde ik iets terug en probeerde haar zo snel mogelijk de kamer uit te werken.

Inmiddels woon ik dik anderhalf jaar samen. Mijn vriend betrapt me regelmatig op de slaapkamer als ik na een lange werkdag met muziek van voor naar achter beweeg. Elke keer schaam ik me kapot als hij me ziet. Ik word altijd boos en roep dat hij moet kloppen. Gelukkig lacht hij me niet uit en doet hij er niet raar over. Ik denk dat ik eerlijk gezegd nooit over deze tic heen groei, hij hoort bij mij.

– Floor Leenen

De schaamte voorbij

Onlangs bracht ik een dag door in mijn ouderlijk huis. Midden op de dag besloot ik een stuk te gaan hardlopen, daarna sprong ik onder de douche. Toen ik eronder vandaan kwam, bleek de spijkerbroek die ik aan wilde, die mijn moeder eerder die dag voor me had gewassen, nog niet droog.

Ik besloot mijn ondergoed en trui vast aan te trekken, de broek nog even in de droogtrommel te stoppen en een aflevering van Friends te kijken op de bank. Toen tien minuten later de bel ging, was ik me er allang niet meer van bewust dat ik geen broek aan had, en ik opende de deur.

Het was de buurvrouw van drie huizen verderop. Ze woont daar al een jaar of dertien, maar alles wat we in al die tijd tegen elkaar hebben gezegd, was ‘hoi’.

‘Er is hier een pakketje voor ons bezorgd,’ deelde ze me mee met een verbaasde, beetje angstige blik in haar ogen. Die blik deed bij mij nog geen alarmbellen rinkelen omdat ik haar altijd als een wat vreemde vrouw had beschouwd.

Achter me, in de hoek van de gang zag ik een doos staan. Zonder aarzelen draaide ik me om, liep naar het pakketje en boog voorover om het te pakken. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat alles wat ik aanhad qua onderkleding een string was.

Terwijl ik vuurrood aanliep draaide ik me langzaam terug en duwde het pakketje in de handen van de buurvrouw.
‘Bedankt,’ zei ze, op vertwijfelde toon. ‘Normaal draag ik gewoon een broek,’ stamelde ik nog, voor ik de deur sloot.

– J. Bakker

Liegen, ontwijken, goedpraten

‘Als je iets hebt gedaan waarvoor je je schaamt, werkt openheid het best,’ zegt psycholoog Brené Brown.

‘Ik had me opgegeven om op de laatste schooldag van mijn dochter Ellen koekjes mee te nemen. Maar door de drukte op mijn werk was ik het helemaal vergeten,’ aldus psycholoog en schaamteonderzoeker Brené Brown. ‘Toen ik Ellen aan het einde van de dag kwam ophalen van school en mijn naam op de lijst zag staan, raakte ik in paniek. Hoe had ik dit kunnen vergeten?

Ik besloot naar binnen te glippen en ongemerkt met Ellen naar buiten te gaan. Maar ineens stond ik oog in oog met Ellens juf. Ik begon met een hoog stemmetje te praten, wat ik altijd doe als ik zenuwachtig ben. “Hallo, hoe gaat het met u? Hoe was het feestje?” “Geweldig,” zei Ellens juf. “Het eten was heerlijk.”

O, nee, waarom zei ze iets over het eten? Ze wist het kennelijk. Ik schakelde over van het hoge stemmetje naar de jokstand. “Had Steve (mijn man) vanochtend de koekjes meegenomen?” Ellens juf keek verbaasd. “Niet dat ik weet.” Met mijn vinger wees ik naar de eettafel in de klas, naar een schaal koekjes die een andere ouder had meegebracht. “O, daar staan ze. Dat ziet er lekker uit.”

Het ongemak dat schaamte heet

De juf keek me vriendelijk maar veelbetekenend aan, alsof ze wilde zeggen: dat was de ergste uitvlucht van een werkende moeder die ik ooit heb gehoord. De hele rit naar huis huilde ik. Ik schaamde me kapot. Ik had zojuist koekjes van een andere ouder “gestolen”. En er daarna over gelogen tegen de juf.’

Gedragsschaamte is het pijnlijke gevoel dat over je heen komt als je iets doms zegt tijdens een sollicitatiegesprek. Of als je je kind een uur te laat komt ophalen van school doordat je de tijd was vergeten. Het gevoel dat je krijgt van gedragsschaamte lijkt op dat bij lichaamsschaamte, alleen zijn je woorden of handelingen de oorzaak ervan.

Brown: ‘Als je je schaamt voor je gedrag ben je ervan overtuigd dat je gebreken laat zien, en dat je het daarom niet waard bent om geaccepteerd te worden. Je voelt je alleen, naakt en heel erg onvolmaakt.’ Ten diepste draait gedragsschaamte om de angst voor uitstoting: je bent bang dat mensen slecht over je gaan denken als ze de waarheid weten over wie je bent. Om je gezicht te redden, ga je liegen, ontwijken en goedpraten.

Gêne versus schuldgevoel

Gedragsschaamte wordt nogal eens verward met schuldgevoel en gêne. De begrippen liggen dicht bij elkaar en kunnen zelfs overlappen. Gêne is het meest mild, vaak uiteindelijk zelfs grappig en heel normaal (struikelen, lopen met toiletpapier onder je schoen). Brown: ‘Het verschil tussen gedragsschaamte en schuldgevoel kan het beste worden uitgelegd als het verschil tussen: “ik ben slecht” (schaamte) en “ik heb iets slechts gedaan” (schuldgevoel).’

Interessant genoeg kan hetzelfde gedrag bij de ene persoon schaamte en bij de andere schuldgevoel oproepen. De een denkt als hij een kwetsende grap heeft gemaakt: wat ben ik een slecht mens (schaamte). En de ander denkt: wat stom, dat had ik niet moeten doen (schuldgevoel).

Minder persoonlijk

Gedragsschaamte is een emotie die mensen klein maakt en gevangenhoudt, blijkt bijvoorbeeld uit een recente studie van de Columbia Universiteit. Proefpersonen die iets geheimhouden omdat ze zich schamen, blijven er veel meer mee bezig dan proefpersonen die dat doen omdat ze zich schuldig voelen.

Ze blijven zichzelf voor hun kop slaan: wat heb ik nou weer gedaan? Volgens de onderzoekers moeten mensen die zich snel schamen voor iets wat ze gedaan hebben, de dingen minder persoonlijk leren nemen. Je hebt misschien iets slechts of doms gedaan, maar dat betekent niet dat je ook slecht of dom bént.

‘Schaamte verliest ook aan kracht als je erover praat,’ aldus Brené Brown. ‘Wanneer je iets doet waar je je achteraf voor schaamt, dan gaat het groeien en woekeren. Het gaat aan je vreten. Wees er open over en de schaamte wordt minder.’ Bovendien laat je daarmee zien dat je iemand vertrouwt. En nodig je de ander uit hetzelfde te doen. Zo vergroot je de verbondenheid die mensen met schaamte juist zo missen.

Opgebiecht

Dat was ook wat Brown zelf deed. Na het koekjesincident op school nam ze haar vriendin in vertrouwen. Ze biechtte op dat ze de koekjes van een andere ouder had ‘gestolen’. En er daarna over had gelogen tegen de juf. ‘Wat voor koekjes waren het?’ grapte haar vriendin.

Maar toen Brown klaar was met haar verhaal, zei ze: ‘Weet je, je doet gewoon je best. Je probeert het allemaal voor elkaar te krijgen en je wilt niet dat Ellens juf denkt dat je haar niet waardeert. Dat is heel begrijpelijk, omdat je haar aardig vindt. Het is echt niet zo’n punt. We hebben allemaal weleens zoiets meegemaakt.’

Brown: ‘In een fractie van een seconde veranderde de schaamte in iets anders. Iets waarmee ik kon omgaan. Iets waardoor ik van: “wat ben ik stom, ik ben een vreselijke moeder” (schaamte) overschakelde op: “dat was behoorlijk stom. Ik heb het als moeder ook veel te druk” (schuldgevoel).

Bronnen o.a.: M.L. Slepian e.a., Shame, guilt, and secrets on the mind, Emotion, 2019 / B. Brown, Gelukkig ben ik niet de enige. Maak van schaamte en kwetsbaarheid je kracht, Lev., 2014