Als er ’s avonds laat onverwachts wordt aangebeld, dan reageren we niet allemaal hetzelfde. De een krijgt van schrik bijna een hartstilstand, de ander beent naar de deur en zwaait met een geïrriteerd ‘Wat moet dat?’ de deur open. Weer een ander denkt: ha bezoek, ik ben benieuwd wie het is!

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Dat we de wereld niet precies hetzelfde ervaren, zal niemand verbazen; we hebben nu eenmaal allemaal een andere persoonlijkheid. Wie angstig is aangelegd, schrikt eerder van de deurbel dan iemand die dol is op verrassingen. Zelfs bij baby’s zijn die verschillen al te zien: de ene baby schaterlacht om iets wat bij een andere baby juist een trillende onderlip uitlokt.
Emoties zijn de drijvende krachten achter hoe we ons voelen en gedragen. Alleen hoe en waar die emoties precies in het brein worden aangestuurd, was lange tijd onbekend. We konden de verschillen dus wel beschrijven, maar niet verklaren.

De in 2017 overleden neuropsycholoog Jaak Panksepp wijdde zijn wetenschappelijke carrière aan de oplossing van deze puzzel. Aan de hand van baanbrekend hersenonderzoek onderscheidde hij zeven oer-emoties, ook wel emotiesystemen genoemd. Hij noemde ze: Zoek, Spel, Lust, Zorg, Paniek/Verdriet, Angst en Woede (met hoofdletters, om ze te onderscheiden van de bijbehorende gevoelens). Deze emotiesystemen bevinden zich op verschillende plekken in de diepere lagen van ons brein en spelen een belangrijke rol bij de ‘programmering’ van de meer aan de oppervlakte liggende hersenlagen. Zo sturen ze onze reacties op prikkels van buitenaf.

Volgens Panksepp, die vooral veel hersenonderzoek deed bij dieren, hebben mens en zoogdier deze oer-emoties gemeen. Deep down zijn de drijvende krachten in mens en dier precies dezelfde: we hebben ze nodig om te kunnen overleven en ons goed te voelen.

Emotiemix

Het idee dat we zeven emotiesystemen hebben, is nog heel nieuw. Het uitgangspunt is dat we allemaal ter wereld komen met een basisuitrusting van deze oer-emoties. Maar ze zijn niet allemaal bij iedereen even actief. Het zijn geen knoppen die op ‘uit’ of ‘aan’ staan, ze vormen samen eerder een soort muziekmengpaneel. Dat kan op verschillende manieren zijn ingesteld, zodat een bepaalde mix ontstaat. En net zoals in sommige liedjes de bas duidelijk te horen is, kan ook een van de oer-emoties meer op de voorgrond treden.

Maar als bijvoorbeeld je Woede-systeem gevoelig is, betekent dat nog niet dat je in elke situatie een kort lontje hebt. En met een tobberig type kun je heus weleens lachen. Ook wie zich zorgen maakt om een driftig peutertje in huis kan gerust zijn: onze persoonlijkheid blijft zich (gelukkig) een leven lang ontwikkelen. Opvoeding, maar ook wat we meemaken, heeft effect op de afstelling van het mengpaneel.

‘De invloed van aanleg en ervaring op gedrag lijkt ongeveer fiftyfifty te zijn’, zegt klinisch psycholoog Walther van Lieshout, die onderzoek doet naar hoe de nieuwe kennis over oer-emoties kan worden ingezet in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Al varieert het wel per emotie. Uit onderzoek blijkt dat de erfelijke component bij het Zoek-systeem met 33 procent het laagst is en bij Spel met 69 procent het hoogst.’

Naarmate we ouder worden laten we ons bovendien minder sterk beïnvloeden door emoties. Met name de emotie boosheid neemt dan af; we worden kennelijk milder met de jaren. De emotie zorgzaamheid lijkt juist sterker te worden.

Het is nog niet precies duidelijk op welke manieren de zeven oer-emoties onze gevoelens en gedrag precies aansturen. Wel weten we dat neurotransmitters – chemische stofjes zoals hormonen die boodschappen in de hersenen doorgeven – een belangrijke rol spelen. Kortgezegd lijkt het erop dat het hormoon testosteron nieuwsgierigheid, boosheid en lustgevoelens prikkelt, oxytocine maakt zorgzamer en dempt verdriet, en serotonine remt boosheid en verdriet. Maar dat dit ingewikkelde processen zijn, blijkt wel uit het feit dat medicijnen die deze stoffen beïnvloeden, zoals antidepressiva, lang niet altijd werken.

Nieuwe test

De laatste tien jaar van zijn leven wijdde Panksepp zich aan de vraag hoe deze zeven emotiesystemen samenhangen met onze persoonlijkheid. Met zijn mede-onderzoekers ontwikkelde hij een nieuwe persoonlijkheidstest, de zogenaamde Affective Neuroscience Personality Scales (ANPS). De ANPS vormt een belangrijke aanvulling op de Big 5, de persoonlijkheidstest die op dit moment het meest wordt gebruikt.

Walther van Lieshout: ‘De oer-emoties lijken vier van de vijf grote persoonlijkheidstrekken biologisch te bevestigen; alleen aan consciëntieusheid kon geen oer-emotie worden gekoppeld. Maar verschillende onderzoeken laten verbanden zien tussen Spel en extraversie, Zorg en altruïsme en Zoek en openheid voor ervaringen. De oer-emoties Angst, Woede en Paniek/Verdriet hangen samen met wat in de Big 5 onder neuroticisme valt.’ Een belangrijk verschil is dat de Big 5 de persoonskenmerken van buiten naar binnen beschrijft: van gedrag en gevoelens naar karaktereigenschappen. De schalen van Panksepp verklaren ze juist van binnenuit: vanuit de diep in de hersenen gelegen oer-emoties naar gevoelens, gedragingen en persoonlijkheidstrekken.

Gebalanceerd

Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen een redelijk gebalanceerd profiel hebben, met gemiddelde scores op alle emotiesystemen. Daarnaast is er een groep (ongeveer een kwart) die relatief laag scoort op Angst, Woede en Paniek/Verdriet. Een derde groep scoort hoog op alle systemen en dan vooral op Zorg.

Met welk profiel je het beste af bent, is niet te zeggen, benadrukt Christian Montag, hoogleraar psychologie. Wel is onder andere bekend dat mensen die hoog scoren op Verdriet en laag op Zoek, gevoeliger zijn voor depressies. Maar hoog scoren op de ‘positieve’ emotiesystemen is niet per definitie goed, zegt hij. Zo kan een zeer hoge score op Zoek een risico vormen voor bijvoorbeeld verslavingen.

Psychische klachten

De nieuwe persoonlijkheidsschalen kunnen mensen beter inzicht geven in hun gevoelsleven, maar ook helpen bij het vaststellen en behandelen van psychische stoornissen. Bij mensen met een depressie, bipolariteit, angstaanvallen, verslaving of ADHD is vaak een disbalans in bepaalde oer-emoties te zien.

Bij onder andere bipolariteit kunnen de ANPS helpen bij het stellen van een preciezere diagnose, zodat de beste behandeling wordt gekozen. Bij de ene variant blijken de emotiesystemen Woede, Paniek/Verdriet en Zoek namelijk heel gevoelig te zijn en bij de andere vorm alleen Paniek/Verdriet.

Daarnaast heeft de ontdekking van de emotiesystemen bijgedragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelvormen bij ernstige depressies. Zo blijkt uit een Israëlisch onderzoek dat de immense psychologische pijn die ontstaat als het Paniek/Verdriet-systeem lange tijd actief is, kan worden gestild met een ultralichte toediening van een bepaalde pijnstiller. Een ander nieuw antidepressivum dat het Spel-systeem stimuleert, bevindt zich op dit moment in een gevorderde test-fase. Bij mildere depressies zou het zelfs al kunnen helpen om simpelweg meer humor in therapeutische sessies te brengen, om zo een ander emotiesysteem te activeren.

Ondanks de belangrijke inzichten die het levenswerk van Jaak Panksepp al heeft opgeleverd, staat het onderzoek naar hoe de verschillende oer-emoties precies werken en welke rol ze spelen bij psychische klachten nog in de kinderschoenen. Toch kun je prima zelf experimenteren met het switchen tussen emotiesystemen. Denk tijdens een ruzie met je geliefde maar eens kort aan een liefdevol moment tussen jullie en voel hoe de boosheid wegebt.

Bronnen o.a.: K. Davis en J. Panksepp, The emotional foundations of personality, Norton, 2018 / M. Orri e.a., Identifying affective personality profiles. A latent profile analysis of the Affective Neuroscience Personality Scales, Scientific Reports, 2017 / C. Montag e.a., Affective neuroscience theory and personality. An update, Personality Neuroscience, 2018. De Affective Neuroscience Personality Scales – adjective ratings (ANPS-AR) zijn ontwikkeld door Christian Montag, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Ulm (Duitsland) – de test is nog in ontwikkeling.