November slachtmaand, december schransmaand. Hoe vol ligt uw ijskast dezer dagen met kalkoenen en rollades? Propvol, waarschijnlijk. Want na een lichte terugloop begin deze eeuw vertoont de Nederlandse vleesconsumptie sinds 2008 weer een stijgende lijn. We staan nu op een jaarverbruik van gemiddeld 86,6 kilo per hoofd van de bevolking. Dat gewicht is inclusief botten, maar omgerekend betekent het nog altijd zo’n 120 gram puur vlees per Nederlander per dag. Gemiddeld; dus vegetariërs, ‘vleesminderaars’ en baby’s meegerekend.

Waarom we ons ergeren aan vegetariërs

Geheelonthouders, milieuactivisten en klokkenluiders – we vinden het maar moraalridders. Zelfs als...

Lees verder

Is dat erg? Ja, dat is erg. Niet alleen omdat zo’n overdosis vlees voor niemand gezond is. Het bevat te veel vet (slecht voor ons hart), te veel ijzer (meer risico op darmkanker), te veel groeihormonen en antibiotica. Het is ook erg omdat het voor de wereld als geheel een te zware belasting betekent. Zo berekende de Voedsel- en Landbouworganisatie van de vn dat maar liefst 18 procent van de wereldwijde co2-uitstoot voor rekening komt van de vleessector. En dat de wereld jaarlijks een bosoppervlakte ter grootte van België verliest aan weidegrond en akkerland voor het vetmesten van ons vleesvee.

Geen fijne cijfers. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het leed dat we het vee in kwestie berokkenen. Waarom doen we het dan, onze tafels met vlees overladen?

Het beste stukje voor vader

Omdat we het gewoon lékker vinden – dat natuurlijk in de eerste plaats. Echt vreemd is dat niet. Vlees is een onovertroffen bron van bouwstofjes als vitamine b12 en ijzer. Dat de meesten van ons dol zijn op dode dieren is evolutionair gezien dus niet vreemder dan dat de meesten van ons dol zijn op calorieënbommen als roomijs. De evolutie heeft ons gewoon zo geprogrammeerd dat we voortdurend anticiperen op periodes van schaarste; voor periodes dat de cornetto’s en de kipkluifjes uit de vrieskist puilen, heeft ze helaas geen software meegeleverd.

Maar er speelt meer. Vlees heeft van oudsher alles te maken met status. In wolvenroedels krijgt de alfareu de beste stukken, onder chimpansees eet het dominante mannetje het meeste vlees en bij het zoogdier mens is dat in wezen niet anders. Hoelang is het nou helemaal geleden dat vader op zondag het braadstuk sneed – en het grootste stuk op zijn eigen bord mocht leggen? Een hoge vleesconsumptie stond millennialang gelijk aan een hoge positie in de hiërarchie. En al heeft de vleesindustrie ertoe geleid dat ook Henk en Ingrid onbeperkt biefstuk kunnen bunkeren, die statuslink is nog niet gewist.

Althans, niet onder vleeseters. Dat blijkt indirect uit recent onderzoek door een Duits-Pools psychologenteam. Daarin werden vleeseters en vegetariërs ondervraagd over hun ‘sociale-dominantie-oriëntatie’ – plat gezegd over hun ideeën aangaande de wenselijkheid van pikordes. Vleeseters blijken systematisch hoger te scoren op zulke tests; ze stemmen dus meer dan vegetariërs in met uitspraken als ‘Sommige groepen mensen zijn simpelweg inferieur aan andere groepen’ en ‘Om te krijgen wat je wilt, is het soms noodzakelijk geweld te gebruiken tegen andere groepen’.

Mild stemmend effect

Toch zijn tafels vol vlees niet alleen een blijk van evolutionaire vraatzucht en statusdenken. Volgens onderzoeker Frank Kachanoff zit er ook een áárdige component aan. Afgelopen november maakte deze Canadese evolutionair psycholoog bekend dat alleen al het zicht op vlees bijdraagt aan een goede sfeer in de groep.

Deze ijsbeer heeft pech

De VN-top in Parijs gaat niet brengen wat nodig is: harde maatregelen om de opwarming van de aarde t...

Lees verder

Kachanoff concludeert dat uit een experiment waarin hij 82 proefpersonen vroeg een stapel foto’s te sorteren; ondertussen moesten ze in de gaten houden of een andere aanwezige fouten maakte bij het voorlezen van een tekst. Foutjes mochten ze afstraffen met een akelig geluid, waarvan iedere proefpersoon zelf het volume mocht bepalen. Dat geldt onder psychologen als een nette manier om agressie te meten.

Nu is bekend dat voorwerpen die aan geweld zijn gerelateerd, zelf ook agressie kunnen opwekken. Een foto van een geweer kan proefpersonen in onderzoeken als dit aanzetten tot het uitdelen van flinke herriestoten. Kachanoff verwachtte dat foto’s van vlees hetzelfde effect zouden hebben. Voor vlees moet je immers doden?

Nee dus. Proefpersonen bij wie tussen de te sorteren foto’s beelden van vlees zaten, reageerden juist veel welwillender op voorleesfouten dan proefpersonen die alleen neutrale foto’s zagen. Kachanoff was eventjes verbaasd over die uitkomst, maar zag toen toch een aannemelijke verklaring: vlees op tafel staat nog steeds symbool voor de veilige terugkeer na de jacht, voor de dankbare stam rond het kampvuur. Dáárom stemt het ons zo mild. In dat licht bezien is het misschien maar goed dat Neerlands feestdis dit jaar weer een orgie van rollades en kalkoenen is.

En al die vegetariërs dan?

Toch staat niet op iedere kersttafel zo’n bezwerend braadstuk. Ongeveer 750.000 Nederlanders eten helemaal geen vlees. Bovendien telt ons land volgens het Landbouw Economisch Instituut 3 à 4 miljoen parttime vegetariërs. Daarmee vertoont een substantieel deel van de Nederlanders een zelfbeperking die evolutionair gezien vreemd is. Hoe valt dat in vredesnaam te verklaren?

Helemaal niet zo moeilijk, zegt Satoshi Kanazawa, evolutionair psycholoog van de London School of Economics. De evolutie heeft ons allemaal voorzien van slimme automatismen, dus ook de minder intelligenten onder ons; maar zodra die automatismen hun nut verliezen, zijn het wel de snuggersten die dat als eersten doorhebben. Oftewel: ‘nieuw’ gedrag als vegetarisme zul je het eerst ontwaren bij de intelligentste mensen.

Die stelling maakte hij eerder al aannemelijk met een serie onderzoeken naar onder andere politieke voorkeuren en dag- en nachtritmes. Zijn redenering daarbij: de evolutie heeft ons bijgebracht dat je directe verwanten altijd boven de rest gaan, en dat je in bed hoort zodra de zon onder is; daarom zullen het vooral de bovengemiddeld slimmen zijn die wél openstaan voor vreemden en die een voorkeur hebben voor de late uurtjes. En inderdaad, hoe hoger het iq van de onderzochten, des te ruimdenkender waren ze en des te langer bleven ze op.

En, zo maakte Kanazawa onlangs triomfantelijk bekend, hetzelfde gaat dus op voor vegetarisme. Uit een langlopend onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen werden oude iq-scores van een grote groep Britten gedestilleerd. Al deze mensen kregen nu, op hun 42ste, de vraag voorgelegd of ze vegetariër waren. De uitkomst: wie als volwassene vegetarisch at, bleek als kind beduidend hoger gescoord te hebben in iq-tests. Ze hadden in hun jeugd gemiddeld een iq van 109,1, terwijl de vleeseters toen gemiddeld 100,9 scoorden.

Kerstkalkoen, maar dan anders

Hebben slimmerds als eersten door dat onze aangeboren vleesvoorkeur aan herprogrammering toe is? Of zagen we met onze vleesconsumptie ‘de tak af waarop we zitten’? Het lijkt er wel op.

Nu maar hopen dat deze voorlopers ook een algemeen acceptabel alternatief weten te verzinnen voor de kerstkalkoen. Een pièce de résistance dat evenveel status uitstraalt als zo’n vleesstuk en dat de aanwezigen net zo prettig pacificeert. Zodat de feestdagen voortaan vredig én diervriendelijk zijn.