Na veertien dagen in het ziekenhuis, voelde ik het met hoofdletters bonken in mijn hoofd: Ik Wil Dit Niet. Infuusnaalden irriteerden mijn beide handen en mijn linkervoet. Mijn armen waren van onder tot boven blauw van het prikken. Stil lag ik, de gordijnen dicht en een zonnebril over mijn ogen, in een donkere kamer vol apparaten. Mijn hoofd voelde alsof er een te strakke helm op zat. Mijn bovenlijf samengebald door een gepijnigde lever. Alles gezwollen en zwaar en onbeweeglijk.

Zalen verder lag mijn pasgeboren kind.

Mijn kind, dat misschien wel dood zou gaan.

Twee weken eerder was ik opgenomen met het ­hellp-syndroom. Mijn bloeddruk was alarmerend hoog, mijn lichaam brak zijn eigen bloed en bloedplaatjes af, mijn lever en nieren functioneerden niet meer naar behoren. Tweeënhalve maand voor de uitgerekende datum besloten de artsen tot een keizersnede. Toen mijn dochter stil ter wereld kwam, woog ze 1074 gram.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Het enige wat we konden doen was wachten. Tot mijn lichaam zich weer langzaam zou gaan herstellen, en tot haar kleine lijf zou worden opgetild door de medicijnen, de voedingsstoffen, de zuurstof en het leven.

Brandstof voor het leven

Maar in mij huisde een groot verzet. Ik wilde weer gezond zijn, en bij mijn kind zijn in plaats van in dit plakkerige bed. Ik wilde precies uitgelegd krijgen wat er aan haar mankeerde en hoe we dat zouden gaan oplossen – en wel nu. Ik wilde dat het leven verderging, dat we in ons eigen bed sliepen, ons kind roze en tevreden naast ons, en dat ik gewoon weer mee zou doen met de rest van de werkende mensheid.

Niet dit zieke lijf, niet deze pijn, niet deze onzekerheid en de dood boven ons hoofd. Dat mijn kind godbetert al twee dagen in een couveuse lag te zwoegen, schreeuwde ik naar de dienstdoend verpleegkundige, dat ik nog steeds niet bij haar was geweest, dat die veel te hoge bloeddruk me niks kon schelen en dat ik verdomme nú naar haar toe wilde.

En toen ik daar dan uiteindelijk zat met dat strakke hoofd en mijn vieze lijf, toen ze aan al die slangen en buizen bij me werd gelegd terwijl het alarm van haar monitor afging, was alles wat ik voelde paniek, blinde paniek, en uitgeput werd ik teruggereden naar mijn kamer.

Ik zocht controle – maar er wás hier niets waar ik controle over had. Trainer Erik van Zuydam zou zeggen dat in zo’n ervaring, hoe ellendig ook, soms toch een cadeau besloten kan liggen. Brandstof voor het leven. Om te leren dat je jezelf uiteindelijk gelukkiger maakt als je het leven neemt zoals het komt – ook al had je het anders bedacht.

Van Zuydam: ‘Je krijgt soms pijnlijke dingen in de schoot geworpen. Maar wat die pijn pas echt venijnig maakt, is je eigen verzet ertegen.’ Verzet tegen de pijn over een lichaam dat niet meer naar behoren functioneert, verzet tegen het verdriet om een verbroken relatie, verzet tegen de angst die we voelen omdat we veertig worden, of vijftig. In workshops en retraites probeert Van Zuydam zijn cursisten inzicht te geven in hoe averechts dat verzet tegen de realiteit werkt.

De zoektocht naar controle

Verzet en weerstand komen voort uit angst. Het zijn beschermingsmechanismen van de geest, en de meeste mensen zijn er nogal druk mee. Van Zuydam: ‘Dat komt doordat we ons het liefst goed voelen. Een mens is niet alleen hard bezig met het buiten de deur houden van die ongewenste ervaringen, maar ook met het steeds maar binnen handbereik krijgen van situaties die hij wél wenselijk acht.

“Als mijn partner nou maar wat beter naar me luisterde, zou onze relatie een stuk beter worden,” bijvoorbeeld. Of: “Als mijn baas me wat meer credits zou geven, zou ik het meer naar mijn zin hebben op mijn werk.” Als de werkelijkheid niet naar onze smaak is, gaan onze gedachten ermee aan de slag.’

Die zucht naar controle hoort bij een gezonde menselijke ontwikkeling. Psychologe Judith Viorst schrijft er uitvoerig over in haar boek Greep op het leven. Het begint met de ‘behoefte aan vaardigheid’ die we bij de geboorte al hebben. Al met twee maanden vertoont een baby tekenen van intense tevredenheid als hij zijn omgeving kan beheersen, zo blijkt uit een klassiek experiment.

Baby’s die doorkregen dat ze een mobile konden laten bewegen door met hun hoofd op een kussen te duwen, begonnen dat voortdurend te doen. Onder luid gekir en geglimlach – terwijl de controlegroep gewoon stil naar de mobile lag te staren.

Wat je zelf kunt doen

In de leeftijdsfases die daarop volgen, gaat de zoektocht naar controle steeds verder. Eerst over ledematen, taal en sluitspieren, later over geweten, wil, contacten en talenten ­– allemaal met het doel een onafhankelijk, weldenkend, goed functionerend mens te worden. Ontwikkelingspsycholoog en controle-onderzoeker John Weisz ontdekte dat het idee of we iets kunnen beheersen mede afhangt van ons begrip van contingentie en competentie.

Met contingentie doelt hij op de mate waarin je überhaupt iets kunt uitrichten: blazen maakt dat een kaars uitgaat, maar blazen maakt niet dat een dobbelsteen zeven gooit. Met competentie bedoelt hij de eigenschappen waarover je beschikt en de mate waarin je je inspant om een gewenst resultaat te bereiken: je kunt die kaars alleen doven als je hard genoeg blaast. Een kind overschat zowel contingentie als competentie vaak nog, maar tegen de puberteit beginnen we te begrijpen wat we zelf kunnen doen en waar grenzen liggen.

En wat we zelf kunnen doen wordt vervolgens flink gecultiveerd en gestimuleerd. Want er ís ook veel waarover we controle kunnen krijgen. Met inspanning en het juiste materiaal kun je leren een nieuwe taal te beheersen. Misverstanden in een relatie kun je enigszins onder controle krijgen door beter te leren communiceren.

Een droombaan komt dichter binnen handbereik door de juiste opleiding te volgen. ­Managementgoeroe Stephen Covey heeft het in dit verband over het uitbreiden van je ‘circle of influence’: richt je op die zaken waaraan je werkelijk iets kunt doen, zegt hij.

Winnaars geven niet op

Het is, kortom, niet voor niets dat controle zo hoog in het vaandel staat. Dat je overgeven daarom wellicht een wat slechte reputatie heeft, en al gauw wordt geassocieerd met mislukking, zwakte, het teleurstellen van jezelf. ‘Winnaars geven nooit op’ klinkt uiteindelijk een stuk krachtiger dan ‘Zo is het wel mooi geweest’.

Maar je kunt nog zo’n gezond verantwoordelijkheidsgevoel en doorzettingsvermogen hebben: uiteindelijk zou het natuurlijk nogal dwaas zijn te denken dat je de loop van het leven helemaal in de hand hebt, stelt Judith Viorst. ‘We stellen ons vertrouwen in persoonlijke controle omdat we het idee hebben iemand te zijn die eindeloos flexibel en geneesbaar is, iemand die niet wordt gehinderd door het lot.’ Maar dat zijn we natuurlijk niet. Uiteindelijk worden we toch een keer ziek, of oud, doen de mensen om ons heen niet wat we willen, verliezen we een baan, een partner, een vriend.

Degenen die het advies van Stephen Covey volgen, zien dat hun ‘circle of influence’ niet volledig overlapt met hun ‘circle of concern’. Ze zien dat er zorgen en wensen zijn die buiten hun invloedssfeer vallen ­– en proberen niet eens daar controle over te krijgen. En dat is waar overgave haar rol kan krijgen.

Mentaal lawaai

Overgave is de kunst om de controle even los te laten, en het leven te omarmen zoals het komt. Als het lukt, ontstaat er zoveel ruimte en ontspanning, dat de dingen vanzelf meer gaan lopen zoals je ze hebben wilde. Erik van Zuydam: ‘Je overgeven betekent niet dat je jezelf maar een slappe, toegeeflijke houding moet aanmeten. Wat het inhoudt, is dat je dat mentale lawaai tot bedaren brengt.’

Twee dingen creëer je in je hoofd als je je verzet: voortdurende onrust, omdat je steeds maar bezig bent met hoe de dingen zouden moeten zijn, en irreële verhalen. Bij elkaar gefantaseerde gedachten over hoe je aan de zijlijn zult staan als je ziek blijft of oud wordt, hoe het leven zal ophouden als die relatie over is, hoe niets meer uit je handen zal komen als je die baan verliest. En die verhalen geloof je nog ook – sterker, je neemt ze bloedserieus. ‘Maar het leven blijkt een stuk milder dan onze gedachten ons willen vertellen,’ vindt Van Zuydam. ‘Wat ervoor nodig is, is vertrouwen.’

Dus zegt Van Zuydam tegen zijn cursisten: láát je hart maar breken, láát je maar lamslaan door je wanhoop. ‘Die emoties willen alleen maar even door je heen gieren en als je ze toelaat, zijn ze zo weer weg.’ Zijn advies is: laat ze er gewoon zijn, en kijk ernaar.

‘Wat is het? Is het verdriet? Dan is het dus verdriet. Is het angst? Dan is het dus angst. Kijk ernaar zonder oordeel.’ Soms vergt dat moed en onverschrokkenheid, zegt hij, maar mogelijk ontdek je daarna dat die gevoelens van hun enorme lading zijn ontdaan. ‘Niet weglopen voor wat je nu eenmaal voelt – hoe naar dat gevoel ook is – is een eerste stap in de richting van overgave.’

Een daad van vertrouwen

Toch is het wel gek dat overgave zo gezond blijkt, vond ontwikkelingspsycholoog Katherine Fiori, die onderzoek deed naar spirituele keerpunten en het gevoel van controle in de loop van het leven. Je overgeven lijkt op het eerste oog namelijk een daad die voortkomt uit een externe locus of control – het idee dat de loop der dingen niet zozeer afhangt van je eigen handelen, maar van factoren buiten je.

Mensen met deze overtuiging zijn mentaal en fysiek juist lang niet zo gezond als mensen met een interne locus of control, die gebeurtenissen beschouwen als gevolg van hun eigen gedrag. Maar Fiori’s onderzoek onder een groep ouderen laat zien dat overgave indirect het gevoel van persoonlijke controle versterkt dat hoort bij een interne locus of control. Je overgeven is een daad van vertrouwen. En juist de ontdekking dát je kunt vertrouwen, sterkt je in je kracht.

Kennelijk zijn er twee vormen van controle in stressvolle situaties. De meest voor de hand liggende­ is dat je probeert de wereld zo aan te passen dat die aansluit op wat je nodig hebt. Bij de tweede vorm van controle probeer je jezélf zo aan te passen dat je kunt meegaan in de stroom van het leven. Overgave zou inhouden dat je weet welke vorm wanneer in te zetten.

Inzicht is de sleutel

Het ware geheim van overgave is volgens Van Zuydam je eenvoudig te ontspannen met dat wat er is, en er niet meer tegen te vechten. Maar hoe doe je dat? Is niet alleen al iets probéren te accepteren eigenlijk alweer een teken van verzet? Ben je dan niet toch alweer te actief bezig om ergens van af te komen?

‘Overgave komt vooral tot stand door inzicht, en niet door het ondernemen van actie,’ beaamt hij. Toch is er, tot het zover is, wel degelijk iets wat je kunt doen. Je kunt proberen je eigen – irreële – gedachten te toetsen aan de werkelijkheid, op een ­manier die erg doet denken aan Rationeel Emotieve Therapie (ret), een veelgebruikte vorm van cognitieve gedragstherapie.

Bijvoorbeeld: je bent alleen, maar je zou liever een relatie willen. Dat is niet hoe je het bedacht had, en je verzet je ertegen met woede en verdriet én hele verhalen: over hoe iedereen maar gelukkig zit te zijn in de liefde behalve jij (is dat een reële gedachte?), hoe je nu je zo oud bent zéker niemand meer zult vinden (is dat een reële gedachte?) en hoe je vast ook niet leuk of aantrekkelijk genoeg bent om iemand ooit nog eens in vuur en vlam te zetten (is dat een reële gedachte?).

‘Alleen is het bij Rationeel Emotieve Therapie de bedoeling dat je daar vervolgens een meer realistische gedachte voor in de plaats zet, en dat adviseer ik je nou juist níét te doen,’ aldus Van Zuydam. ‘Met het vervangen van je gedachten voed je de verhalen alleen maar weer opnieuw. Daarmee krijg je nooit rust in je hoofd.’

Nu ik nog

Mijn dochter heeft tweeënhalve maand in het ziekenhuis gelegen en de problemen en probleempjes die ze had, zijn rap verdwenen. Toch moet ik, twee jaar later, tot mijn grote ergernis bekennen dat ik me nooit heb weten te ‘ontspannen met dat wat er was’. Ik zou ook liever willen dat ik wijzer was, en dat u onder de indruk zou zijn van mijn verworven vermogens ­– maar dat is alweer een daad van verzet op zichzelf en zo raak ik natuurlijk nooit verlost van mijn eigen mentale lawaai.

Mijn verzet heeft me opgeleverd dat ik één dag eerder dan de arts voor ogen had uit het ziekenhuis werd ontslagen. Dat ik mijn dochter met de auto opzocht zodra ik weer mocht rijden en ik me weer onafhankelijk voelde, en dat ik haar met de fiets opzocht zodra ik weer mocht fietsen en ik me weer de baas over mijn eigen lijf voelde.

En verder bracht mijn verzet me tranen, hoofdpijn, intense vermoeidheid, woede, ruzie en angst, doodsangst over wat haar en ons boven het hoofd hing. Allemaal voor niks: Kaja is een doodnormale, kerngezonde en bijzonder vrolijke peuter geworden. Die zich, zoals kleine kinderen dat zo goed kunnen, vol overgave stort in het leven dat zij leidt – een grote leerschool en bron van inspiratie voor mij. n

‘Ik kies ervoor om pas op de plaats te maken’

Sinds ze tweeënhalf jaar geleden een whiplash opliep, leeft Mikaela Lodder (34) met helse pijn in hoofd en nek.

‘Iets “niet kunnen” hoort niet bij mij. Erg onafhankelijk was ik altijd, avontuurlijk, de halve wereld heb ik afgereisd, gewerkt als schipper op een zeezeiljacht. Tot ik dat ski-ongeluk kreeg. Van de schrik ben ik bekomen, maar de af en toe helse pijn in mijn hoofd en nek zijn gebleven. Van nature is mijn geest te eigenwijs om naar mijn lichaam te luisteren. Maar nu moet ik wel. Sterker nog: ik kíés ervoor om pas op de plaats te maken.

Die beslissing nam ik een paar maanden geleden, toen ik in één weekend twee andere whiplash-patiënten sprak die net als ik van alles geprobeerd hadden, van yoga tot chiropraxie, van acupunctuur tot psychotherapie. Een van hen was al acht jaar zoekende. Na het aanhoren van hun verhalen voelde ik me verward, verdwaald, moegestreden.

Net als zij legde ik elke keer mijn ziel en zaligheid in handen van zo’n dokter. De teleurstelling als de behandeling niet aansloeg, werd langzamerhand ondraaglijk. Toen besloot ik: ik wil niet meer afhankelijk zijn van wéér een nieuwe behandelmethode. Ik ga proberen het te doen met wat ik heb.

Reizen, werken, een relatie, uitgaan: het is allemaal niet meer vanzelfsprekend voor me. Ik leef in mijn eigen wereldje. Maar na de woede hierover, het gevecht om beter te worden, wil ik me nu overgeven aan hoe het leven nu is, mét mijn beperkingen. Door het verdriet toe te laten leer ik mijn kwetsbare kanten beter kennen. Ik kan daardoor intenser genieten van kleine momenten met vrienden. De contacten zijn echter, warmer. Ik ben dichter bij mezelf.

Voorheen dacht ik dat mijn levensgeluk buiten mij lag: werelddelen die ik nog wilde verkennen, nieuwe ervaringen, ontdekkingen. Nu verleg ik grenzen binnen in mij. Mijn geest naar mijn lichaam laten luisteren, dát geeft nu voldoening.’

‘Ik omarm mijn gehandicapte dochter’

Alleenstaande moeder Reny Withaar (52) accepteerde uiteindelijk dat haar dochter (26) sinds haar geboorte gehandicapt is.

‘‘‘Ga rechtop zitten,” zei ik altijd tegen Maaike, en: “Loop eens goed.” De artsen zeiden dat ze er overheen zou groeien, dat ze een late start had gehad vanwege de vroeggeboorte. Ik was gedreven om haar in alles te stimuleren. Dat ze spastisch was en geestelijk achterliep, daarvoor was ik met open ogen blind.

Ze kon niet op een gewone fiets, had zelfs een rolstoeltje nodig, maar pas toen ze tien was kwam het binnen bij me, als een mokerslag. In de spreekkamer zei een arts: “Mevrouw, uw dochter is gehándicapt!”

Woedend was ik: dat ik steeds hoop had gekregen van de artsen, ik voelde me belazerd door hen, maar diep van binnen ook door mezelf. Ook het verdriet was enorm, om alles wat Maaike nooit zou kunnen. Zelfstandig wonen, een vak leren, een leuke baan vinden. Een relatie, kinderen, het zat er niet in.

Na een tijdje dacht ik: als ik niets mag verwachten, dan is alles waarin ze wél vooruitgaat winst. Direct merkte ik dat er bij mij, maar ook bij Maaike, een enorme ontspanning optrad. Nu hoefde ze niet meer zo op haar tenen te lopen. En ik kon meer genieten van wat er wél was.

Ze ging naar een mytylschool en ik zag haar opbloeien. Later ging ze naar een begeleide woonvorm en ook daar vindt ze veel gezelligheid. Toch schoot ik nog jarenlang vol als ik over Maaike’s handicaps praatte. Een paar jaar geleden kreeg ik een burn-out, en toen realiseerde ik me dat ik vooral had gekeken naar wat er níét was, het halflege glas – ik was bezig geweest te overleven. Pas sinds de burn-out durf ik te zeggen dat we het ook echt góéd gedaan hebben met z’n tweeën. Ik ben trots op mijn grote meid.’

‘Ik was degene die mezelf gelukkig moest maken, niet hij’

Barbara Booij (37) moest door een diep dal gaan om haar man te accepteren zoals hij is.

‘Ik heb moeilijke jaren met mijn man Ed doorgemaakt. We hadden altijd stress, met drie kleine kinderen en een bedrijf waarin alles tegenzat. Ik vond dat ik dapper moest zijn, niet moest zeuren. Maar ik had het gevoel dat Ed niet zag dat ik mezelf weg­cijferde om hem te steunen. Ik had een saaie baan aangenomen om de hypotheek te betalen. Maar geld voor een oppas, of voor benzine om eens naar een vriendin te gaan, was er niet.

We voelden ons rot, moesten keihard werken; moeilijke onderwerpen ging ik daarom uit de weg. Maar in stilte twijfelde ik of ik nog wel met Ed verder wilde. Ik hield van hem en toch vroeg ik me af: wil ik dit leven? Naast hem moest alle rek, zo leek het, bij mij vandaan komen. Ik vroeg me af wie ik zelf nog was – alles wat ik deed, was immers voor Ed en mijn gezin.

Ik sliep in die tijd slecht, kon om alles janken. Maar hoe uitzichtloos ik het ook vond, ik zette er net als Ed mijn schouders onder. En op een gegeven moment drong tot me door dat ík degene was die mijzelf gelukkig moest maken. Ed zou nooit veranderen, of het nu zakelijk goed of slecht ging, en of ik er nou boos of blij om was. Ik zou mezelf helpen door hem echt te accepteren zoals hij is.

Toen ik dat inzag, begreep ik ook dat ík degene was die mijn behoeftes moest aangeven. En Ed bleek rekening met mij te willen houden, als ik maar duidelijk zei wat ik nodig had. Langzaam heb ik me helemaal aan onze relatie kunnen overgeven. Als we dit dal samen konden overleven, wat dan niet? Nu heb ik het vertrouwen: met ons komt het goed.’

[/wpgpremiumcontent]