Laat deze zomer de hele bliksemse bende eens wat vaker op z’n beloop.

TEST
Doe de test »

Hoe gedisciplineerd ben jij?

We moeten altijd zóveel van onszelf, de teugels mogen best wat losser. Het nou eens niet netjes bij één glaasje houden op maandagavond, maar hup de hele fles soldaat maken. Midden op een werkdag een duik nemen in natuurwater. Of uren wegdromen in een hangmat terwijl een zacht zomerbriesje over je huid strijkt. Jammer dan voor die deadline, de boodschappen en dat telefoontje.

Maakbaarheid

Sowieso worden we helemaal niet zo gelukkig van al die zelfdiscipline die we onszelf opleggen, dat eindeloze verstandige dag in, dag uit. Het werk moet af, het huis aan kant, we moeten nog sporten, onze ouders bellen. Maar hoe kunnen we ons ontworstelen aan die wurggreep van dat ‘heilige moeten’?

De heersende gedachte is dat we niet te veel moeten toegeven aan onze spontane behoeften. Ook al roept de hangmat nog zo hard, er is nog zoveel wat voorrang dient te krijgen. Of het nu gaat om een diploma, een carrière, een slank en getraind lichaam, een mooi huis, gezond eten op tafel, of zelfs een opgewekte houding: we zouden het allemaal kunnen bereiken als we maar genoeg discipline opbrengen.

En het is nog best ingewikkeld om die boodschap links te laten liggen. Het idee van maakbaarheid, dat we alles kunnen bereiken als we maar genoeg ons best doen, zit diep in onze samenleving verankerd. Onze moderne maatschappij heeft namelijk een ‘meritocratisch karakter’: anders dan vroeger komen we tegenwoordig vooral vooruit op basis van wat we zelf kunnen en niet op basis van onze afkomst.

Koffers vol verplichtingen

Dat is mooi, want dat betekent dat iedereen een kans krijgt – al is die kans voor de een nog wel groter dan voor de ander. Minder mooi is dat als we die kansen niet waarmaken, we automatisch denken dat het aan onszelf ligt. Geen succesvolle loopbaan? Niet genoeg je best gedaan. Niet gelukkig? Dan heb je niet hard genoeg aan je psyche gewerkt (‘Ben je nu nóg niet in therapie?’). Te zwaar? Te weinig bewogen. Het gevolg is dat uren, dagen, weken soms aaneengeregen zijn door ijzerdraden van moeten.

Ik ken dat gevoel. Een paar jaar geleden realiseerde ik me dat ik leefde alsof ik koffers met verplichtingen meezeulde. Ik sliep slecht, haastte me van het een naar het ander en probeerde het allemaal zo goed mogelijk te doen. Zelfdiscipline betekende voor mij dat ik mijn pose en tred zó aanpaste dat geen enkele koffer van mijn rug zou kletteren. En ik was niet de enige die met een dergelijke gespannen houding door het leven balanceerde; bijna iedereen die ik kende, torste een berg koffers mee.

Maar waarom eigenlijk? Het is niet alsof we door die maakbaarheidsgedachte veel gelukkiger zijn geworden, schrijft Marian Donner in haar Zelfverwoestingsboek. ‘Steeds meer mensen lijden aan depressies, angststoornissen en burn-outs.’ Donner houdt een pleidooi om juist géén betere versie te worden van onszelf. Volgens haar moeten we veel losser gaan leven, in plaats van alle ballen in de lucht houden. ‘We zijn maar mensen, geen machines. We voeren een oorlog tegen onszelf.’

Een teveel aan zelfdiscipline?

Het idee van zelfdiscipline als zaligmakend, is terug te voeren op de beroemde Marshmallow-test van Walter Mischel in 1972. De hoogleraar van Stanford University toonde aan dat kinderen die wat langer konden wachten op een snoepje later succesvoller waren dan de kinderen die het snoepje meteen hadden gepakt. Conclusie: wie zich kon beheersen, presteerde op allerlei vlakken beter.

Dat er aan de uitkomsten van dit onderzoek sindsdien aan alle kanten wordt gemorreld, heeft niet kunnen voorkomen dat zelfdiscipline een haast heilige status heeft gekregen. Een van de recente vertegenwoordigers van die religie is de Amerikaanse psycholoog Angela Duckworth.

Om in het leven iets te bereiken, is discipline volgens haar nog belangrijker dan talent, geluk en intelligentie. Keer op keer zag ze in onderzoeken dat ‘een meedogenloze vastberadenheid’ het verschil maakte tussen slagen en falen, schrijft ze in haar bestseller De grit-factor. Daarom adviseert ze opvoeders en docenten vooral daarop te hameren bij kinderen.

Aan het eind van haar boek merkt ze op dat veel goede eigenschappen door een teveel ervan in iets slechts kunnen omslaan – zo kan een teveel aan moed roekeloosheid worden en zuinigheid ontaarden in gierigheid – maar voor zelfdiscipline gold dat volgens haar niet. Daar kon je niet genoeg van hebben.

Lol en spontaniteit

Daar denken andere wetenschappers, waaronder de Israëlische psycholoog Liad Uziel, dus heel anders over. Uziel is verbonden aan de Bar IIan universiteit in Ramat Gan, een stad ten oosten van Tel Aviv. De afgelopen jaren deed hij onderzoek naar de donkere kanten van zelfdiscipline.

Een tekort aan zelfdiscipline brengt je in de problemen, mailt hij. We hebben het nodig om iets af te kunnen maken, onszelf niet ziek te maken door overmatig drinken of eten of om ons fatsoenlijk te gedragen. Maar er is volgens hem ‘maar weinig bewijs dat veel zelfdiscipline goed voor ons is’. Sterker: een hoge dosis zelfdiscipline is volgens hem killing voor de lol en spontaniteit. Het maakt het leven minder intens en rijk. Op een mooie zomerdag besluiten eerder te stoppen met werken om met je kinderen ijs te eten in het park is misschien niet verstandig, maar wél heel leuk.

Wat er gebeurt als je niet meer uit dat harnas kunt stappen, toont Duckworth onbedoeld zelf. In haar boek voert ze een avondmaaltijd op waarbij haar dochters zich afvragen waarom het aan tafel altijd over het halen van doelen moet gaan en waarom hun moeder altijd maar weer over haar eigen onderzoek begint.

Duckworth schrijft: ‘Amanda en Lucy hadden graag gewild dat ik wat relaxter was en dat ik het, nou ja, wat vaker over Taylor Swift zou hebben. Maar, voegt ze eraan toe, ‘ze willen niets liever dan dat hun moeder een toonbeeld van zelfdiscipline is.’ Terwijl haar dochters waarschijnlijk liever een gezellige, ontspannen moeder aan tafel hadden gehad.

Training

Goed zoals je bent

  • Leer jezelf accepteren
  • Omarm je imperfecties
  • Met boek van Brené Brown
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Eerder een burn-out

Zelfdiscipline is gedeeltelijk aangeboren en gedeeltelijk aangeleerd, zegt Uziel. Dat aanleren doen we door geleidelijk de regels van de maatschappij tot ons te nemen en daarnaar te gaan handelen. Hoe gehoorzamer je bent afgesteld, hoe meer je je laat sturen door die regels. Het is dus niet zo verrassend dat mensen die hoog scoren op zelfdiscipline minder afgaan op hun gevoel, lichaam en intuïtie en meer op wat moet.

Het gevaar is dat je daardoor je eigen individualiteit tekort doet. Uziel: ‘Wie steeds zijn impulsen onderdrukt, kan van zichzelf vervreemd raken. Als we voor verleidingen staan die sociaal ongewenst zijn, toont zelfbeheersing zich als een innerlijke stem die doorgeeft welke algemeen geaccepteerde regels we dienen te volgen.’

Dit is deels goed, stelt hij. Daardoor komen we bijvoorbeeld niet in aanraking met justitie, zetten we ons ook aan het werk als we daar eigenlijk geen zin in hebben, flansen we toch even een gezonde maaltijd in elkaar en blijven we meestal beleefd tegen onze leidinggevende, ook als we inwendig ontploffen.

Voldoen aan andermans verwachtingen

Maar een te grote aanpassing aan wat anderen van ons verwachten, gaat ten koste van onze eigen behoeftes en daarmee van ons levensgeluk, denkt Uziel. ‘Zo kunnen mensen met overmatige zelfdiscipline puur op wilskracht te lang blijven hangen in een baan of in een relatie die niet meer goed voor ze is.’ Ook nemen ze door die vervreemding van zichzelf minder goede beslissingen of conformeren ze zich aan een manier van doen die nadelig is voor hun eigen gezondheid.

Uziel verwijst naar een onderzoek rondom een drankspel waaruit paradoxaal genoeg bleek dat de binge-drinkers meer zelfbeheersing hadden dan de mensen die minder dronken. De groep met minder zelfdiscipline stopte met drinken zodra hun lichaam aangaf dat ze meer dan genoeg hebben gehad. Maar de groep die hoog scoorde op zelfdiscipline negeerde deze signalen van hun lichaam om het spel te winnen en daarmee het respect van leeftijdsgenoten.

Dit verklaart volgens Uziel ook waarom mensen die onderuitgaan door een burn-out vaak veel doorzettingsvermogen hebben. ‘Over-controle kan een vorm van rigiditeit opleveren die een gezond aanpassingsvermogen aan veranderde omstandigheden in de weg staat.’

Bovendien kan het verlangen naar meer zelfdiscipline onzekerheid in de hand werken, ontdekte Uziel. Wie meende niet genoeg gedisciplineerd te zijn, scoorde slechter op een moeilijke taak dan wie daar geen last van had. ‘Alleen al de gedachte dat het je aan doorzettingsvermogen ontbreekt, zorgt ervoor dat je de handdoek eerder in de ring gooit.’

Doelen uit je hart

Natuurlijk, zelfdiscipline kan helpen je aandacht bij het werk te houden, wat beweging te krijgen en de koelkast niet midden in de nacht leeg te eten. Toch wordt de rol van zelfdiscipline bij het omgaan met verleidingen overschat. Mensen die erin slagen te leven naar wat ze belangrijk vinden, hebben vooral de handigheid om hun impulsen niet tot volle wasdom te laten komen, omdat ze zich tegen verleidingen weten te beschermen.

‘In plaats van zelfbeheersing kun je daarom beter iets anders trainen,’ verklaart Denise de Ridder, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker in het zogenaamde SelfRegulationLab.

‘Het is veel slimmer om strategieën te ontwikkelen die voorkomen dat je die wilskracht überhaupt hoeft aan te spreken. Daarmee voorkom je die vermoeiende strijd tussen “wil wel, maar mag niet” en “wil niet, maar moet wel”. Met dagelijkse routines, zoals eerst een wandelingetje maken na je werk, kom je al een heel eind.

Wie geen chips in huis haalt, hoeft ’s avonds ook niet de strijd aan te gaan met zijn verlangen.’ Daarbij: moeten we eigenlijk altijd maar alles doen wat volgens de maatschappij goed voor ons is? Wat als je sporten haat of niet per se het maximale uit je jezelf hoeft te halen? Dat mag toch ook?

Extrinsieke versus intrinsieke doelen

Zelf bestudeerde ik de afgelopen jaren wat ik allemaal in die koffers meetorste en waarom. Mensen die gebukt gaan onder ‘moeten’ zijn geneigd extrinsieke doelen te volgen, zo leerde ik. Ze doen dingen omdat ze denken dat het nou eenmaal zo hoort en het van ze verwacht wordt. Extrinsieke doelen vragen volgens de Amerikaanse gelukswetenschapper Sonja Lyubomirsky meer van je dan zogenoemde intrinsieke – of authentieke – doelen, die voortkomen uit je eigen hart.

Deze zijn geworteld in je diepste interesses. Het zijn de bezigheden waarvan je energie krijgt, die je urgent en opwindend vindt. Dat heeft weer te maken met je kernwaarden: wat je belangrijk vindt in het leven. Voor de een is dat rechtvaardigheid, voor de ander moed, voor de derde humor en voor de vierde vooral plezier.

Voor mij zijn ‘kunnen blijven leren’ en ‘informatie delen’ kenwaarden. Ze vormen de brandstof waarop ik vooruitga. Bezigheden die daarmee te maken hebben – zoals studeren, analyseren en schrijven – zie ik niet snel als ‘moeten’, maar vloeien natuurlijk uit mijn eigen verlangen voort. Net als voor mijn kinderen zorgen. Voor die bezigheden maak ik tegenwoordig ruim baan, al het andere staat op een veel lager pitje. Zo geef ik nauwelijks nog etentjes, ben ik minder buitenshuis gaan sporten en houd ik ook de culturele agenda niet meer bij.

Bezieling en wilskracht

Mensen die goed weten welke doelen ze nastreven en waarom, zijn volgens Lyubomirsky gelukkiger en gezonder. Een van de redenen hiervoor is waarschijnlijk dat ze zichzelf niet steeds zo onder druk hoeven te zetten. Dit wordt het best geïllustreerd door de beroemde uitspraak van Confucius: ‘Kies een baan waarvan je houdt en je zult nooit in je leven meer een dag hoeven werken.’

Natuurlijk moet je je ook voor je dromen inspannen, stelt de wetenschapper, maar dat gaat gepaard met veel meer bezieling. ‘Hoe meer het past bij je persoonlijkheid, hoe plezieriger om na te streven,’ zegt ze in De maakbaarheid van het geluk (2013). En dat merk ik zelf ook.

Natuurlijk moet ik mijn wilskracht nog weleens aanspreken. Voor de administratie, bijvoorbeeld of als ik op zondagavond een deadline moet halen, terwijl ik zin heb om met een biertje op de bank te ploffen. Naar de grote bomen voor mijn ramen te kijken die door de zondagavondstorm heen en weer zwiepen. Maar die momenten waarop ik me uit plichtsgevoel tot iets moet zetten, zijn zeldzaam geworden.

Moedig voortploeteren

Het kan overigens nog best lastig zijn om erachter te komen welke drijfveren van binnenuit komen en welke van buiten zijn opgelegd. Want hoe weten we nu wat we echt willen als we van jongs af aan worden gevraagd ons aan te passen en mee te doen?

De Britse auteur Oliver Burkeman schreef daarover in The Guardian: ‘We prijzen degenen die blijk geven van intrinsieke motivatie, maar soms betekent dat alleen maar dat ze de drill sergeant van de samenleving succesvol hebben geïnternaliseerd. We noemen ze gedreven, ja ze drijven zichzelf op!’

Daarom is het niet alleen verstandig om eens te bekijken welke doelen je eigenlijk allemaal stelt voor jezelf, maar ook wat het fenomeen zelfdiscipline voor je betekent. Want soms wordt zelfdiscipline gebruikt om onplezierige emoties of een deprimerende leegte uit de weg te gaan.

Mensen die vooral ‘moedig voortploeteren’, hebben volgens Lyubomirsky vaak vermijddoelen voor zichzelf bedacht. Een strakgetrokken to-do-list zorgt er dan voor dat ze onwelgevallige emoties buiten de deur houden – onophoudelijk taken afvinken geeft hun een gevoel van schijnbetekenis. Zo vliegen ze op de automatische piloot een koers die misschien helemaal niet zo goed bij ze past.

Dat gold ook voor mijn eigen leven destijds. Het alerte balanceren met mijn koffers, het dan weer dit, dan weer dat afvinken, voorkwam dat ik paar verschrikkelijk lastige gesprekken met mezelf moest gaan voeren: passen mijn partner en ik nog wel bij elkaar? Past deze manier van leven eigenlijk wel bij mij?

Authentieker leven

Stel je die wezenlijke vragen niet aan jezelf, dan is zelfdiscipline volgens de boeddhistische filosoof Susan Piver geen kracht, maar een vorm van luiheid, schrijft ze in de blog ‘How to be disciplined’ voor The Huffington Post. ‘Want als je het te druk hebt om op je echte prioriteiten te letten, is er iets misgegaan. Je bent verslapt in volgen wat voor jou essentieel is omwille van minder wezenlijke activiteiten.’

Luiheid vind ik persoonlijk een beetje te streng. Ik denk eerder dat het angst is, want er gebeurt nogal wat als je die koffers vol verplichtingen, regels en voornemens moet gaan neerzetten. Het kost veel om de gesprekken te voeren die je weliswaar later van heel veel stress zullen bevrijden, maar ook immens verdriet doen.

Het doet namelijk óók pijn om te zeggen: dit wil ik niet meer, dit doe ik niet meer. Een spontaner, authentieker leven waarin je niet achter iedere denkbare verplichting of ideaal aan rent, betekent óók afscheid kunnen nemen van wie je dacht te moeten zijn. Daarbij kan heel wat sneuvelen: liefde, vriendschappen, inkomen.

Dus het kan gebeuren dat je af een traantje moet wegpinken in de hangmat voordat je je weer kunt overgeven aan die heerlijke zomerbries. Maar dat ‘eeuwige moeten’ knijpt op den duur de lust, het vuur uit het leven. Liad Uziel geeft voor een gezonde mate van zelfdiscipline daarom het volgende recept: stel prioriteiten en focus op wat je belangrijk vindt. Pas je leven vervolgens zo aan dat je je daarop kunt richten. En wees vooral niet te streng voor jezelf. Je mag er best af en toe met de pet naar gooien.

Annemiek Leclaire is auteur van Minder moeten, meer leven. Ontploeteren in drukke tijden (Ambo|Anthos, 2019, € 17,99)

Bronnen o.a.: L. Uziel, The intricacies of the pursuit of higher self-sontrol, Current directions in Psychological science, 2018 / L. Uziel en R. F. Baumeister, The self-sontrol irony. Desire for self-control limits exertion of self-control in demanding settings, Personality and Social psychology Bulletin, 2017 / D. de Ridder e.a. Just do it. Engaging in self-control on a daily basis improves the capacity for self-control, Online First Publication, 2019 / A. Duckworth, De grit-factor. De kracht van passie en doorzettingsvermogen, A.W. Bruna, 2016 / S. Lyubomirsky, De maakbaarheid van het geluk. De wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven, A.W. Bruna, 2013 / M. Donner, Zelfverwoestingsboek. Waarom we meer moeten stinken, drinken, bloeden, branden & dansen, Das Mag, 2019

Oefeningen in losser leven

1. Plan plezier in

Het klinkt paradoxaal, maar als je last hebt van een overdosis discipline kun je dat ook inzetten om te leren ontspannen. Bijvoorbeeld door op een vast moment van de dag verplichtingen te staken en iets leuks te gaan doen.

En plan af en toe ook een moment in om uit de band te springen, zoals tot diep in de nacht films kijken, wijn drinken, met vrienden praten en dansen – of waar je ook maar zin in hebt. Plan een dagelijks een blokje plezier en ontspanning in je agenda.

Wat ga je doen en wanneer?

2. Ontploeterlijst

Hoogleraar psychologie Adam Grant, auteur van Originals en Optie B heeft een to-don’t-list. De vader van drie kinderen geeft onderwijs, doet onderzoek en schrijft boeken. Om te kunnen blijven focussen op wat hem het dierbaarst is, identificeerde hij vier dingen die hij niet doet:

1. Iedereen helpen die daarom vraagt; 2. Gedachteloos scrollen; 3. Werk voorrang geven op gezinstijd; 4. Online scrabble spelen.

Ik houd op met:

1.
2.
3.
4.

Bron: ideas.Ted.com

3. Leegte-experiment

Probeer eens een weekend helemaal leeg te laten. Spreek niks af, neem je niets voor. Heb je (jonge) kinderen? Die kunnen prima uit logeren. Dit kan helpen om te onderzoeken waar je hart naar uitgaat als je echt de tijd hebt. In mijn lege weekend deed ik:

Was je aan het Netflixen, zuipen, flirten en slonzen? Dan was je waarschijnlijk hard toe aan minder perfectie en meer plezier. Marian Donner van het Zelfverwoestingsboek zou trots op je zijn.

4. Doelen wegen

Voor mensen die het moeilijk vinden hun eigen beweegredenen te doorgronden, kan de volgende oefening van Sonja Lyubomirsky helpen.

Op wat voor soort leven hoop je voor je (toekomstige/eventuele) kinderen als ze volwassen zijn? Wat voor soort mensen wil je graag dat ze worden? Welke waarden zouden ze moeten hebben, welke doelen bereiken? Blijf aan je samenvatting werken, voeg toe en streep door tot je er tevreden over bent.

Door dit proces onderzoek je volgens Lyumbomirsky je eigen leven en prioriteiten. Het helpt helder te krijgen wat je het belangrijkst vindt. Zo openbaart zich vanzelf wat je eigen doelen zijn.

Vraag je af of het intrinsieke of extrinsieke doelen zijn. Oftewel: komen ze uit je hart of je hoofd?