Darwin zou haar zien aankomen, onderzoeker Brené Brown. Met haar pleidooi voor meer kwetsbaarheid. De soorten die het het verst geschopt hebben in de evolutie zijn nou niet de soorten die achterover in het gras gingen liggen, zonder ook maar een struikje in de buurt. Om de sterkste te zijn moet je je juist weerbaar opstellen. Een veilige positie kiezen, met zicht op de vijand en klauwen of schild in de aanslag voor een mogelijke aanval. Zodat jij wint.

Toch: als je Brené Brown om een recept zou vragen voor een gezond en prettig leven, dan zou ze juist wat meer kwetsbaarheid voorschrijven. ‘De meeste mensen houden er niet van om kwetsbaar te zijn,’ vertelt Brown in een Skype-gesprek vanuit een hotelkamer in Manhattan. Brown, die wetenschappelijk onderzoek doet op het gebied van maatschappelijk werk, is in New York voor een afspraak met haar uitgever, die komend najaar haar nieuwe boek over kwetsbaarheid zal publiceren. ‘Je wilt het liefst niet om hulp hoeven vragen. Of hoeven vertellen dat je iets niet snapt. Of tegen je partner beginnen over jullie stroeve seksleven. Of toegeven dat je ergens niet trots op bent – of juist wel trots. Kwetsbaarheid is omgeven door schaamte. Schaamte voor je gebreken, voor je wensen, je zwaktes, je fouten. “Straks vinden ze me dom”, of “Straks wil hij me niet meer.”‘

Als je je schaamt, heb je het idee dat je gefaald hebt, en dat je het daarom niet waard bent om geaccepteerd te worden of ergens bij te horen, verheldert Brown. ‘Schaamte hangt daardoor samen met het gevoel te mislukken in die allesoverheersende oerbehoefte van de mens: de behoefte met anderen verbonden te zijn. Schaamte is de angst niet verbonden te zijn. “Is er iets met mij dat, als andere mensen dat zien of weten, maakt dat ik het niet waard ben om je mee te verbinden? Ben ik wel goed genoeg?”‘

Kwetsbaarheid, blegh

In haar promotieonderzoek aan de universiteit van Houston ploos Brown honderden vraaggesprekken uit. Ze constateerde dat mensen die hun eigen breekbaarheid de ruimte geven in hun leven, veel prettiger in het leven staan. Zelf zat Brown ook met opgetrokken wenkbrauwen boven haar onderzoeksgegevens toen ze dat ontdekte. Ze hield niet zo van kwetsbaarheid, onthult ze in een vermakelijke lezing op een TED-congres. Er was dan ook een persoonlijke en beroepsmatige crisis voor nodig om haar eigen conclusies te accepteren. Inmiddels past ze haar theorieën over kwetsbaarheid gretig toe in haar eigen leven. En bulkt haar agenda van de lezingen voor mensen die ook zin hebben om hun schild te laten zakken.

De vraaggesprekken van Brown en haar onderzoeksmedewerkers met honderden Amerikanen hadden eigenlijk als doel meer te weten te komen over liefde en verbinding. Maar onder Browns ogen ontstonden duidelijk twee groepen, die haar intrigeerden. Eén groep mensen met een stevig gevoel van eigenwaarde, mensen die zich prettig met anderen verbonden voelen (de whole-hearted). En een groep mensen die daar juist mee worstelde. Als ze nou kon vaststellen wat die whole-hearted-types gemeen hadden, dan had ze daarmee de sleutel tot een gelukkig leven in de hand, zo realiseerde Brown zich.

Dit is wat ze ontdekte. Deze mensen hadden:

  1. de moed om imperfect te zijn.
  2. de compassie om eerst aardig voor zichzelf te zijn en dan voor anderen.
  3. de authenticiteit om zich niet anders voor te doen dan ze zijn, met al hun eigenaardigheden.
  4. de moed om zich kwetsbaar op te stellen.

Ze geloven dat dat wat hen kwetsbaar maakt, hen ook mooi maakt. Dat het de band verdiept als je tegen een vriendin kunt zeggen dat je haar hulp nodig hebt. Dat het je menselijk maakt dat je niet altijd overal een antwoord op hebt. Brown: ‘Niet dat ze zich daar nou zo op hun gemak bij voelen, maar ze zien er gewoon de noodzaak van in.’

Zwaar gefrustreerd

Nergens willen we zo graag de beste versie van onszelf laten zien als op het werk, merkt Kirstin Op het Veld van trainingsbureau Leren door Ervaren. Op het Veld is trainingsacteur en trainer, gespecialiseerd in veranderen. Ze helpt teams die vastlopen en begeleidt werknemers en leidinggevenden in de zorg, het onderwijs en het bedrijfsleven. ‘Schaamte en angst om het niet goed te doen weerhouden mensen er vaak van om duidelijk te zijn over hun gevoelens. Nu het economisch niet goed gaat en er veel reorganisaties plaatsvinden, lijkt het wel of werknemers alleen nog maar minder vertellen wat hun dwarszit. Mensen zijn bang om zich uit te spreken; straks vliegen ze eruit.’

Toch vindt Op het Veld dat ook op het werk met een kwetsbaarder opstelling vaak meer valt te bereiken. ‘Ik gaf laatst een training aan een groep verpleegkundigen. Een van die verpleegkundigen trof geregeld een arts die haar mening niet serieus nam. Hij wist het allemaal zelf wel. Terwijl zo’n verpleegkundige de hele dag met haar patiënten bezig is, en best iets kan toevoegen aan de vaak wat technischer bevindingen van de arts.’ Wat in zulke situaties vaak gebeurt, zegt Op het Veld, is dat mensen in een defensieve houding schieten. ‘Zo’n verpleegkundige trekt zich bijvoorbeeld terug en denkt: zoek het dan ook zelf maar uit. Maar vervolgens zit ze ’s avonds thuis wel zwaar gefrustreerd op de bank. En denkt ze elke keer als ze met zo’n type moet werken: getver, daar heb je hem weer.’

Slachtoffergedrag

Op het Veld: ‘Bij kwetsbaarheid denken mensen al gauw aan: zeggen wat het met je doet. Dat is op zich prima, maar het wordt al gauw een beschuldiging: “Je geeft me een ontzettend vervelend gevoel.” Als iemand dat tegen me zegt, wekt dat bij mij meteen een allergische reactie op, want wat moet ik daar dan mee? De ander kruipt dan in de rol van slachtoffer, en daarmee klaagt hij mij aan en maakt hij van mij dus een dader. In de transactionele analyse, een persoonlijkheidstheorie die we ook in trainingen vaak gebruiken, heet dat de “dramadriehoek”.’

Beter is het om je gevoel uit te spreken én duidelijk te maken wat je graag wilt, zegt Op het Veld (meer voorbeelden in het kader op deze pagina). Nog een belangrijk ingrediënt voor het op de juiste manier toepassen van kwetsbaarheid: een gesprekspartner ook de ruimte geven om te zeggen hoe hij ertegenaan kijkt en wat hij eigenlijk wil. Op het Veld: ‘Als je alleen maar uitspreekt wat jijzelf zo belangrijk vindt, kan het zelfs een beetje manipulatief worden: “Ik heb mijn gevoel toch op tafel gelegd; jij moet er nu iets mee doen.” Voor je het weet zit je zelf weer in die slachtofferrol. Pas als je de ander vraagt waar hij of zij behoefte aan heeft, kan er weer echt ruimte voor samenwerking komen. En dan hoort zo’n verpleegkundige bijvoorbeeld van die arts dat hij aan het bed van een patiënt eerst even de rust nodig heeft om zijn eigen oordeel te vormen, voordat anderen suggesties doen.’

De kous op de kop

Of de verpleegkundige moeite heeft zo’n gesprek te beginnen (‘Doet mijn mening er wel toe voor deze man? Ben ik het wel waard?’), en of de arts daarvoor openstaat (‘Ben ik wel capabel genoeg als ik de mening van die verpleegkundige erbij nodig heb?’), hangt sterk af van wat ze in hun jeugd hebben meegekregen. Dat vertelt relatietherapeut Nick Borgerdijn, die de cliënten in zijn praktijk ook dagelijks met het onderwerp kwetsbaarheid ziet worstelen.

Borgerdijn is gespecialiseerd in EFT, emotionally focussed therapy. Die therapie gaat ervan uit dat de manier waarop mensen zich opstellen in relaties, voor een belangrijk deel wordt bepaald door hoe ze zijn opgegroeid. Konden ze zich op een veilige manier aan hun ouders hechten, en kregen ze van huis uit vertrouwen in mensen mee? Of zijn ze juist onveilig gehecht, bijvoorbeeld door ouders die emotioneel onberekenbaar of nauwelijks beschikbaar waren, en hebben ze als kind geleerd mensen te wantrouwen?

Vechtrelaties

‘Wie veilig gehecht is, vindt het veel makkelijker om zich kwetsbaar op te stellen in relaties,’ licht Borgerdijn toe. ‘En dan zal hij of zij er ook makkelijker bovenop komen als hij toch een keer de kous op de kop krijgt. Maar wie als kind geleerd heeft dat het niet veilig is om zich te laten zien – omdat hij het nooit goed genoeg deed, bijvoorbeeld – kijkt ook in andere relaties wel uit om dat te doen. Zeggen dat je iets niet weet of om hulp vragen zal in dat geval ook veel eerder voelen als “je zwakheden laten zien”. Terwijl dat voor iemand die veilig gehecht is, helemaal niet zo hoeft te voelen.’

Ook in liefdesrelaties kan de situatie onveilig geworden zijn, waardoor partners hun gevoeligheden niet meer laten zien. Ze hebben dan het idee niet zichzelf te kunnen zijn zonder daarop afgerekend te worden. De een zoekt bijvoorbeeld meer autonomie, maar voelt zich altijd aangeklampt door de ander. En de ander heeft bijvoorbeeld het idee er in haar eentje voor te staan. Erover praten gaat niet meer, omdat ze elkaars gevoelens steeds van tafel vegen. ‘De ruzies gaan in dat geval over de lulligste dingen,’ zegt Borgerdijn. ‘Wie de haren uit het doucheputje moet halen, of hoe de vaatwasser moet worden ingeruimd. Want beide partners voelen: het is te link om je echt bloot te geven. Als ze zich echt laten zien, zeggen waar ze behoefte aan hebben, lopen ze de kans afgewezen te worden.’

Het gevolg is dat beide partners voortdurend de ander de schuld geven van wat er allemaal niet goed gaat, en allebei het idee hebben niet gehoord te worden. Maar met die verharding houden ze zichzelf juist weg van datgene waarnaar ze op zoek zijn: verbonden zijn met elkaar. Borgerdijn: ‘Als je niet kwetsbaar kunt zijn, dan kun je ook niet gezien worden. En dat willen we juist zo graag.’

Flexibel worden

Wat is er in zo’n vechtrelatie voor nodig om wel weer eerlijk te kunnen zeggen waar je behoefte aan hebt? Zonder het idee te hebben toch niet te worden gehoord? Borgerdijn: ‘Degene die zich heeft teruggetrokken, heeft eerst erkenning van de ander nodig, en begrip, voor het feit dat hij achter zijn muurtje is gaan zitten. Als het lukt om daarachter vandaan te komen, en hij zichzelf laat zien, dan verzacht dat zijn partner weer. Die ziet nu dat hij óók zorgen heeft en verdriet, dat hij óók een betere relatie wil – en die openbaring maakt het makkelijker om weer dichter bij elkaar te komen.’

Tot het zover is, hoort Borgerdijn vooral mannen vaak zeggen: repareer mijn vrouw, dan zijn we weer gelukkig, haha. ‘Maar zolang je denkt dat de ander het probleem is, kom je geen stap verder. Het is zaak om allebei door te krijgen dat je samen vastzit, en dat beide partners zich weer moeten openstellen.’

Overigens willen hij en Brown niet stellen dat het altijd en overal maar het beste is om alles van jezelf te laten zien. Borgerdijn: ‘In sommige situaties is het natuurlijk heel gezond om jezelf niet volledig bloot te geven. Een politieagent houdt het niet lang vol als hij op straat vooral zijn kwetsbaarheid toont. En niet elke baas is in staat om vruchtbare grond te vinden voor de onzekerheden die je voor zijn ogen uitstrooit.’

De kunst is, volgens Borgerdijn, om flexibel te zijn in je opstelling. Om in verschillende situaties te leren inschatten of meer kwetsbaarheid passend en zinvol is. ‘Dat hangt af van wie je voor je hebt, hoe belangrijk de (werk)relatie met diegene is en wat je zelf prettig vindt.’

Zelf toont onderzoekster Brené Brown zich ook kwetsbaar tijdens haar TED-lezing, door te vertellen over haar persoonlijke zwaktes. ‘Maar ik voel me eigenlijk de hele tijd kwetsbaar,’ mailt ze achter onze Skype-conversatie aan. ‘Als ik lezingen geef, als ik mijn onderzoek met anderen deel, als ik om hulp vraag. Maar ook als ik naar mijn geweldige kinderen kijk, als ik iets schep, of als ik bedenk hoeveel ik van mijn man hou. Als ik mezelf afscherm van mogelijke pijn, scherm ik mezelf ook af van liefde, plezier en creativiteit. En daar herinner ik mezelf dus steeds weer aan als ik me ongemakkelijk voel: dat ook de mooie dingen in het leven nou eenmaal kwetsbaar zijn. En dat je je er dus maar beter aan kunt overgeven.’

Oefening in oprechtheid

– Doe niet alsof je onkwetsbaar bent (‘Ach, hij was mijn liefde toch niet waard’). Dat veroorzaakt een veel grotere lawine van negatieve emoties dan toegeven dat een afwijzing pijn doet.

– Onderzoek je eigen startpakket: hoe ‘veilig’ ben je opgegroeid, en welke ervaringen in je verdere leven maakten dat je juist meer of minder vertrouwen kreeg in relaties? Kennis van je eigen voorgeschiedenis maakt dat je ook je eigen reacties beter gaat doorzien. Dat is een eerste voorwaarde om ze bij te sturen.

– Als je merkt dat je de schuld steeds bij anderen legt, is dat een signaal van projectie; een belangrijke aanwijzing dat je je afschermt van kwetsbaarheid. Dus formuleer eens wat je behoeften zijn, in plaats van je partner te verwijten dat deze ‘geen rekening met je houdt’.

Laat zien dat je iets moeilijk vindt

Communicatie-expert Sharon Ellison ontwikkelde een methode om de strijd uit gesprekken te halen: niet-defensieve communicatie. De kern ervan: laat je gesprekspartner zien dat je iets moeilijk vindt, dat iets je pijn doet, in plaats van je schrap te zetten. Daarmee maak je het de ander mogelijk om zich in jou in te leven, en ook zijn of haar eigen gedrag te onderzoeken.

In de opvoeding

– Hoe het niet werkt: ‘Als jij steeds zo’n scène schopt als ik je ophaal bij een vriendje, kijken die ouders mij daarop aan. Je wilt toch niet dat ik een slechte moeder lijk?’

– Hoe het wel werkt: ‘Als ik je kom ophalen, wil ik graag gewoon blij kunnen zijn om je weer te zien. Maar ik ben altijd bang dat je gaat huilen en niet mee wilt, dus ik begin ertegen op te zien om je op te halen. En als je dan inderdaad van streek raakt, ben ik verdrietig en boos tegelijk. Ik zou het fijn vinden als je na een leuke dag spelen rustig met me mee naar huis ging.’

In een relatie

– Hoe het niet werkt: ‘Nou heb je weer de troep niet opgeruimd. Je denkt zeker dat ik het uiteindelijk toch wel weer doe. Doen mijn wensen er eigenlijk wel toe voor jou?’

– Hoe het wel werkt: ‘Als er veel spullen in huis rondslingeren word ik heel onrustig. In een opgeruimd huis kan ik me beter concentreren, dus het is belangrijk voor me dat je me daarbij helpt. Zou je dat willen proberen?’

Op het werk

– Hoe het niet werkt: ‘Ik dacht dat jij gezegd had dat je vandaag die spullen zou aanleveren. Je hebt je weer niet aan je deadline gehouden. Het lijkt wel alsof je er met de pet naar gooit.’

– Hoe het wel werkt: ‘Ik vind het vervelend dat je die spullen niet voor de deadline hebt aangeleverd, want de klant zit erop te wachten? Ik wil er graag op kunnen vertrouwen dat je je aan onze afspraken houdt. Hoe komt het dat het misging? En wat kunnen we doen om dat de volgende keer te voorkomen?’