Waarom zou je willen leren hoe je lucide kunt dromen? Voor slaaponderzoeker Victor Spoormaker is het klip-­en-klaar: ‘Omdat je in je dromen natuurwetten gewoon kunt overtreden. Door een muur lopen? Geen probleem. Onder de aarde graven als een mol? Waarom niet? Onder water ademhalen? Kan ook.’ In je droom kun je iedereen laten verschijnen die je maar wilt, schrijft Spoormaker in zijn boek Alles over dromen. ‘Vrienden, overleden familieleden, maar ook allerlei lustobjecten en nog meer.’

Ontvang psychologische inzichten over slapen in je inbox

Elke donderdag op de hoogte blijven van deskundige, toegankelijke inzichten voor het dagelijks leven? Psychologie Magazine helpt je verder.

Ja, ik ontvang graag de nieuwsbrief

Wat zijn lucide dromen?

Tijdens lucide dromen ben je je bewust van het feit dat je droomt en daardoor heb je invloed op de inhoud ervan. De Amerikaanse psychofysioloog Stephen LaBerge was een van de eerste wetenschappers die er onderzoek naar deden, en hij bereikte ermee dat het fenomeen breed werd erkend in wetenschappelijke kringen. Lang was er namelijk getwijfeld aan het bestaan van lucide dromen: over je dromen heb je juist géén controle, meenden sceptici. Waren de momenten van luciditeit in werkelijkheid geen korte momenten van ontwaken?

Om het bestaan van lucide dromen te bewijzen vroeg LaBerge zijn proefpersonen een teken te geven op het moment dat ze greep kregen op hun droom. Dat moesten ze doen door een bepaald patroon van oogbewegingen te maken.

Het lukte: terwijl ze in dromenland waren, registreerde meetapparatuur het van tevoren afgesproken patroon. Sindsdien onderzoeken steeds meer wetenschappers lucide dromen. Ongeveer de helft van de mensen heeft weleens een lucide droom gehad, werd zo ontdekt; een op de vijf droomt minstens eens per maand lucide. Een groep waartoe ik jammer genoeg (nog) niet behoor.

Leren lucide te dromen

Toch kan iedereen het in principe leren, zegt slaaponderzoeker Spoormaker, als ik hem vertel dat ik van plan ben om te leren lucide te dromen. Maar, zegt hij: ‘Sommige mensen hebben er meer aanleg voor dan andere. Het is net als met pianospelen: niet iedereen zal prachtig Beethoven leren spelen.’

Ik spit de wetenschappelijke literatuur door op zoek naar aanwijzingen voor de beste technieken om lucide te leren dromen – of het nu Beethoven wordt of niet. Lucide dromen is niet alleen plezierig, begrijp ik, het kan ook nuttig zijn. Zo kun je al slapend allerlei vaardigheden oefenen, zoals presenteren of skiën. En dat werkt echt. De Duitse droomonderzoeker Daniel Erlacher ontdekte bijvoorbeeld dat mensen die in hun dromen oefenden om muntjes in een kopje te werpen en dat vervolgens in het echt deden, beter presteerden. Niet zo goed als mensen die het muntjes gooien trainden wanneer ze wakker waren, maar wel beter dan degenen die niet oefenden. Er is zelfs een droomonderzoeker die stelt dat hij in zijn droom heeft geleerd om op een eenwieler te rijden.

Erlacher vergeleek in een van zijn wetenschappelijke artikelen allerlei manieren om ‘lucide te worden’, zoals het in droomjargon heet: een heldere staat te bereiken. Veel technieken zijn ongeschikt of onpraktisch voor doe-het-zelf doeleinden: bijvoorbeeld de techniek waarbij iemand op het moment dat je gaat dromen met een zaklamp op je oogbol schijnt. Het licht is het signaal waaraan je kunt herkennen dat je aan het dromen bent, waardoor je lucide kunt worden. Ik zie het mijn vriend nog niet doen, midden in de nacht.

Als hulpmiddel zijn er ook allerlei apparaatjes, zoals de Novadreamer, een vreemd paars oogmasker dat tijdens je REM-slaap begint te knipperen. Er bestaat zelfs een pilletje dat de kans op lucide dromen vergroot. Ik besluit het simpel te houden en het driestappenplan te volgen dat Victor Spoormaker op papier heeft gezet.

Training

Beter slapen

  • Herken verstorende patronen
  • Laat piekergedachtes los
  • Verbeter je slaapritme
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Lucide droom opwekken: 3 technieken

Stap 1: Onthoud wat je droomt

Het belangrijkste is te leren herkennen wanneer je precies aan het dromen bent, zegt Spoormaker; daarom moet je eerst de inhoud van je dromen kennen. Het is daarvoor wel nodig dat je je dromen onthoudt. Lastig, want vaak heb ik nog wel een vaag idee waarover ik heb gedroomd als ik wakker word, maar de herinnering is allang vervlogen op het moment dat ik aan de ontbijttafel schuif.

Sommige pechvogels denken zelfs dat ze nooit dromen. Dat is niet waar, zeggen de auteurs van het boek Lucide dromen – Zo doe je dat, dat deze maand verschijnt. ‘Jij en iedereen op deze planeet droomt elke nacht. De enige vraag is of je bewust droomt of onbewust.’

Herinneren gaat makkelijker als je ’s ochtends als de wekker gaat, nog even in dezelfde houding blijft liggen, adviseert Spoormaker; spring dus niet meteen naast je bed. Probeer ook nog even aan niets te denken, in plaats van aan wat je nog moet doen voordat je de deur uit moet. Schrijf de herinneringen die nu boven borrelen meteen op, bijvoorbeeld in een speciaal droomdagboekje, anders ben je ze zo weer kwijt.

Na een paar nachten merk ik dat ik over de vreemdste dingen droom en ook geregeld nachtmerries heb, bijvoorbeeld over maniakken met messen die me achternazitten. Dat is juist een voordeel, leer ik, want de Duitse droomonderzoeker Erlacher stelde vast dat juist mensen die veel nachtmerries hebben – vooral nachtmerries die vaker terugkomen – meer lucide dromen.

Stap 2: Herken je eigen droomsignalen

Vraag je af wat er zo ‘droomachtig’ is aan jouw dromen, zegt Spoormaker. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in je dromen dat normaal nooit gebeurt? Welke mensen kom je tegen die je overdag nooit zou zien? ‘Dat zijn droomsignalen, die je helpen een droom te doorzien.’

Droomsignalen zijn voor iedereen weer anders, zeggen Dylan Tuccillo en zijn medeauteurs van Lucide dromen – Zo doe je dat (Lannoo, € 19,99). Je kunt ze ontdekken door je droomdagboek erbij te pakken en je dromen goed te bestuderen. ‘Als je weet wat je persoonlijke droomsignalen zijn, zullen ze als herkenningspunten dienen in je droomwereld – een geweldige manier om luciditeit te bereiken.’

Wanneer ik mijn dromenlijstje erbij pak, zie ik dat mijn overleden oma in een aantal van mijn dromen figureert. En ook mijn achtervolgingsdroom is een droomsignaal, aangezien ik in het echt gelukkig nooit word achternagezeten door maniakken met messen. Kom ik deze situaties en personen tegen, dan kan ik er dus van uitgaan dat ik droom. Nachtmerries zijn bovendien gemakkelijker als droom te herkennen, leer ik van Spoormaker, omdat ze vaak een terugkerend thema bevatten.

Ik kan mijn nachtmerries overigens ook een andere wending geven door lucide te dromen, zegt Spoormaker. ‘Je kunt bijvoorbeeld een wandeling gaan maken met je aanvaller en vragen waarom hij eigenlijk achter je aan zit.’ Maar waarschuwt hij: als je echt veel last hebt van nachtmerries zijn er effectievere manieren om die te bestrijden. ‘Lucide leren dromen is dan een onnodige omweg.’

Stap 3: Voer een ‘werkelijkheidstest’ uit

De laatste stap op weg naar lucide dromen is een oefening voor overdag. Tien tot vijftien keer per dag beantwoord je voor jezelf een hele trits vragen om te controleren of je op dat moment wel of niet aan het dromen bent. Zoals: wat ben ik aan het doen? Kan dat eigenlijk wel? Hoe kom ik hier? En: wat deed ik een kwartier geleden?

Een beetje vreemd is dat wel. Terwijl ik achter mijn computer zit te schrijven me afvragen hoe ik daar ben gekomen. (Nou, ik ben op mijn fiets gestapt en door de stad naar de redactie gefietst.) En in de stoel bij de tandarts overpeinzen of ik eigenlijk niet zit te dromen. (Nee, was het maar waar.)

Toch moet je deze ‘werkelijkheidstest’ serieus uitvoeren, zegt Spoormaker. Doe je het vaak genoeg, dan wordt het een automatisme dat je ook uitvoert in je droom. ‘Als je dan ook maar een van die vragen niet overtuigend kunt beantwoorden, droom je’. En zodra je dat beseft, kun je beginnen met lucide dromen.

Na een paar dagen oefenen is het dan op een nacht zover. Ik ben aan het zwemmen in zee wanneer onze kat plotseling voorbijroeit. Hmmm… dat is vreemd. Zou dit soms…? Op het moment dat het besef volledig tot me doordringt dat ik aan het dromen ben, word ik jammer genoeg wakker. Iets wat volgens Spoormaker een veelgehoorde klacht is van beginnende lucide dromers. Maar: ‘Als het een keertje is gelukt, gaat het daarna veel makkelijker. Je weet dan namelijk dat je het kunt.’

Bronnen o.a.: D. Erlacher e.a., Induction of lucid dreams: A systematic review of evidence, Consciousness and cognition, 2012 / V. Spoormaker, Lucide dromen: een inleiding, www.nachtmerries.org / M. Schredl, D. Erlacher, Lucid dreaming frequency and personality, Personality and individual differences, 2004 / D. Erlacher, M. Schredl, Practicing a motor task in a lucid dream enhances subsequent performance: A pilot study, The Sport Psychologist, 2010