Andrew Solomon heeft alles mee: lieve ouders, een fijne jeugd, een goed stel hersens, uitmuntende studieresultaten, een succesvolle carrière als schrijver, en, niet het minst belangrijk, een uitpuilend adresboek vol met vrienden, tot Bill en Hillary Clinton aan toe. Ondanks zijn flamboyante levensstijl, ondanks al zijn successen en al zijn geld, kon Andrew Solomon niet voorkomen dat hij in 1994 in een ernstige depressie terechtkwam, na de zelfmoord van zijn moeder die kanker had. Hij kon niet meer normaal eten, douchen of met zijn vrienden praten en wilde dood. Hij slaagde er uiteindelijk in weer uit de put te komen, om er daarna nog dieper in te vallen. Inmiddels heeft Andrew Solomon drie ‘grote zenuwinstortingen’ gehad, zoals hij zijn depressieve episodes noemt.

Online masterclass: Omgaan met depressie

Heb je last van een depressie of herken je deze klachten bij iemand in je omgeving? In deze live masterclass geven psychiaters Christiaan Vinkers en Joeri Tijdink je praktische adviezen over hoe je hiermee omgaat. Je kunt de experts zelf vragen stellen, live of van tevoren.

Andrew Solomon, van origine journalist, en aangespoord door zijn eigen ervaringen met depressie, besloot op zoek te gaan naar antwoorden op de grote vragen over de mysterieuze, ongrijpbare ziekte die depressie wordt genoemd. Het eindresultaat van die speurtocht, Demonen van de middag, is een indrukwekkend verslag van een journalistieke reis langs alle windstreken van depressie: geschiedenis, politiek, evolutie, antropologie, neurologie en psychologie. Solomon lardeert de gevonden feiten met meeslepende verhalen van allerlei soorten mensen met allerlei soorten depressies.

Ook zijn eigen depressie beschrijft Andrew Solomon uitvoerig, daarmee woorden gevend aan een gevoel dat zovelen kennen. ‘Het is zoiets als proberen televisie te kijken door een verschrikkelijke storing heen. De lucht lijkt dik en weerspannig, alsof hij vol zit met fijngekauwd brood.’

Vergeten, werken en liefhebben

Solomon laat allerlei soorten behandelingen de revue passeren, waarvan hij er veel ook zelf heeft uitgeprobeerd. Van medicijnen, kruiden en gespreksgroepen tot aan ndeup, een Senegalees ritueel tegen geestesziekte, waarbij hij de ingewanden van een ram om zich heen gewikkeld kreeg. Tijdens zijn kennismaking met verschillende culturen kwam hij erachter dat depressie geen ziekte is met een afgebakende oorzaak en een voorspelbaar beloop.

Hij concludeert dat de ziekte dwars door de seksen, rassen, rangen en standen loopt. En dat de manier waarop tegen depressie wordt aangekeken, afhangt van sociologische en politieke factoren. Het beeld dat oprijst uit het boek van Andrew Solomon is dat depressie een zeer complexe ziekte is die te maken kan hebben met allerlei zaken. Met persoonlijke geschiedenis, verlies, identiteit, en ook met verwachtingen over geluk.

Om de universaliteit van depressie te onderzoeken, voert Solomon onder andere Phaly Nuon ten tonele, een Cambodjaanse vrouw die slachtoffer werd van het Rode Khmer-regime. Haar verhaal is van een huiveringwekkendheid die zijn weerga niet kent. Ze moest vastgebonden aan een boom toekijken hoe haar dochter door soldaten werd verkracht en vermoord, en werd bijna gedwongen haar eigen baby te vermoorden, die uiteindelijk alsnog overleed omdat ze geen eten kon vinden. Tja, als je zo ernstig wordt beproefd, wat kun je dan nog doen tegen je peilloze depressie? ‘Vergeten, werken en liefhebben,’ blijkt het antwoord van Nuon te zijn.

Cortisol en serotonine

Andrew Solomon staat in zijn boek uitgebreid stil bij de neurologische aspecten van depressie. Hij doet twee hersenprocessen uit de doeken die van groot belang lijken te zijn: de vermindering van serotoninereceptoren en de toename van het stresshormoon cortisol. Deze twee interacteren met de depressie, maar welke van de drie het eerst optreedt, is niet bekend.

Interessant is de ontdekking dat een depressie, zelfs als die is veroorzaakt door een externe tragedie, de structuur en biochemie van de hersenen wijzigt. ‘Hoe meer depressieve episoden je krijgt, des te waarschijnlijker is het dat je meer van die episoden krijgt. En over het geheel genomen worden die episoden erger en volgen ze korter op elkaar,’ schrijft Solomon.

Van een wetenschapper uit Michigan hoort hij dat aanhoudende stress en depressie kunnen leiden tot beschadiging van het cortisolsysteem. ‘Als je te lang een teveel aan stress en een te hoge cortisolspiegel hebt, (…) komt dat neer op beschadigingen van de hippocampus en de amygdala, een verlies van neuronenweefsel.’ Solomon laat weten dat we in de toekomst misschien medicijnen kunnen verwachten die het cortisolsysteem rechtstreeks beïnvloeden in plaats van het serotoninesysteem, zoals de huidige antidepressiva doen. Het zijn slechts enkele van de vele feiten die Solomon boven water heeft gekregen. Door de afwisseling met menselijke verhalen blijf je geboeid verder lezen in Demonen van de middag.

Andrew Solomon over depressie

Wat bewoog Andrew Solomon tot het schrijven van dit monumentale werk over depressie? Psychologie Magazine vroeg het hem.

Andrew Solomon, er zijn critici die beweren dat het pornografisch en pervers is om gedetailleerd te schrijven over je eigen depressieve gevoelens. Waarom heeft u uw persoonlijke ervaringen zo uitgebreid te boek gesteld?

‘Ik wilde daarmee mijn autoriteit vestigen op dit onderwerp. Dat er mensen zijn die vinden dat je niet over je eigen depressie hoort te spreken, heeft denk ik te maken met het stigma dat rust op depressie. Over hartklachten mag je alles aan iedereen vertellen. Maar als je over je depressie praat, schijn je hysterisch te zijn en je aan zelfdramatisering schuldig te maken. Ik word heel kwaad van dat soort vooroordelen. Hierdoor krijgen veel mensen namelijk niet de behandeling en de steun die ze nodig hebben.

Het is verbazingwekkend hoe een ziekte zo universeel en tegelijkertijd zo onderdrukt kan zijn. Ik denk dat depressie, boven alles, een ziekte is die gaat over eenzaamheid. Veel mensen die aan een depressie lijden, voelen zich verschrikkelijk geïsoleerd. Veel lezers schrijven mij: ‘U verwoordt waar ik zelf doorheen ben gegaan en daardoor voel ik mij nu minder alleen’. In staat zijn om een diepe, fundamentele menselijke emotie te verwoorden is heel belangrijk. En het is mijn doel om met mijn boek mensen daarbij te helpen.’

Was uw boek voor uzelf niet een metgezel in de duisternis?

‘Nee, het was geen katharsis. Wat me wel erg heeft geholpen, is de research die ik deed. Daardoor weet ik nu beter wat er met mij gebeurt als ik depressieve gevoelens krijg, en wat ik dan moet doen. Ook al klinkt het verhogen van cortisolniveaus in de hersenen vrij abstract, het is troostend te weten dat dat in mijn brein gebeurt als ik depressief ben.’

Kwam u opbeurende feiten tegen tijdens uw research?

‘Ja, ik ontdekte dat er heel veel vorderingen worden gemaakt bij het bestrijden van depressie. Maar ook de gesprekken die ik had met de mensen die een depressie hebben, inspireerden me. Ik kreeg toegang tot veel overlevingsstrategieën. Ik ben speciaal op zoek gegaan naar bijzondere mensen met bijzondere verhalen. Iedereen had zich op zijn eigen manier door zijn depressie heengeslagen. Het raakte me om enerzijds mensen te zien die compleet uitgeschakeld waren door een milde depressie, terwijl anderen met een ernstige depressie erin slaagden een tamelijk zinvol bestaan te leiden.’

Bent u erachter gekomen wat de oorzaak is van depressie?

‘Het is een combinatie van het brein, de opvoeding en de cultuur. Een mens, en dus ook zijn depressie, wordt van alle kanten beïnvloed. Daarom is het absurd om te zeggen ‘Depressie is puur chemisch’. Of ‘Het is slechts karakterzwakte’. Overigens maakt het voor de behandeling helemaal niet zoveel uit of je de oorzaken achterhaalt. Het is jammer dat patiënten daar zoveel tijd aan verspillen, terwijl er zoveel succesvolle behandelingen zijn.’

Waar hangt het volgens u van af of een behandeling slaagt?

‘Van het karakter van de patiënt. Mijn advies is: ga na wat voor persoonlijkheid je hebt, en zoek daar dan de meest passende behandeling bij. Doe verschillende behandelingen tegelijk, dan filtert de therapie die het beste bij je past zich vanzelf uit.’

Is uw boek alleen bestemd voor mensen met een depressie?

‘Nee, alhoewel ik heb gemerkt dat de meeste mensen ooit wel te maken hebben gehad met depressie. Ik denk dat mijn boek zicht geeft op wat er gebeurt in de harten en gedachten van mensen die depressief zijn. Ik heb ook het gevoel dat mijn boek uiteindelijk een onderzoek is naar de vraag wat menselijke emotie is. Waarom we emoties hebben, en het raakt daardoor aan een aantal bredere filosofische vragen.’

Depressie is de zwakke plek in de liefde, en omdat we liefde nodig hebben, kunnen we niet zonder depressie, is uw stelling.

‘Ja, en depressie is niet alleen maar vreselijk; er is ook kracht in te vinden. Je kunt er zelfinzicht door verwerven. Als je de depressie weet te integreren in je leven, wordt hij een waardevol onderdeel van je ontwikkeling.’