‘Geachte mijnheer, 22 jaar heb ik uw foto met mij mee gedragen in mijn portemonnee. Ik was nog maar 18 jaar oud, de dag dat we elkaar zagen op dat pad in Chu Lai, Vietnam. Waarom u mij niet doodde, zal ik nooit weten… Vergeef me dat ik u heb gedood, het was de reactie waarop ik getraind was.
Zo vaak heb ik naar de foto van u en uw dochter gestaard. En elke keer werden mijn hart en lijf verteerd door schuldgevoel. Ik heb nu zelf twee dochters. Ik zie u als een dappere soldaat die zijn vaderland verdedigde. Boven alles respecteer ik nu het belang dat het leven voor u had. Ik denk dat ik daarom hier kan zijn. Het is tijd om mijn eigen levensproces te vervolgen en de pijn en het schuldgevoel los te laten. Vergeef me, mijnheer.’
In 1989 werd dit briefje aan de Vietnam Veterans Memorial Wall in Washington D.C. gehangen, samen met een beduimelde foto van een Vietnamese man met een klein meisje.

"Ten volle leven betekent nu eenmaal dat we fouten maken"

-

Schuldgevoel kan allesoverheersend zijn. Het zeurt, knaagt, drukt op ons. Uit onderzoek blijkt dat we ons zelfs letterlijk zwaarder voelen wanneer we aan dingen denken waarover we ons schuldig voelen. Verreweg het meeste schuldgevoel gaat over kleinere dingen dan iemands dood op je geweten hebben. Je kind vergeten op te halen van school, omdat je zo opging in je werk. Een kwetsende opmerking eruit geflapt. Niet aan de verjaardag van je moeder gedacht. Geschreeuwd tegen je kinderen. Te veel geld uitgegeven.
Eigenlijk bestaat schuldgevoel uit twee dingen: een heel vervelend gevoel, én een overtuiging, namelijk dat we anders hadden moeten denken, voelen of doen en daardoor onszelf of iemand anders schade toegebracht hebben. Doordat het gevoel meestal in minigolven opkomt, onderschatten we de rol die het in ons leven speelt, zegt de Britse psycholoog en onderzoeker Guy Winch, die het boek Eerste hulp bij emoties schreef. Want bij elkaar opgeteld zijn deze golfjes een aardig deel van onze tijd aanwezig.
Dat bleek wel toen de beroemde Amerikaanse onderzoeker Roy Baumeister proefpersonen op onwillekeurige tijden oppiepte en hun vroeg hoe ze zich voelden. Gemiddeld hadden de proefpersonen 12,7 procent van de dag milde schuldgevoelens. De iets sterkere schuldgevoelens waren er 4 procent van de tijd, en zware schuldgevoelens 0,7 procent, wat in totaal zou neerkomen op 3,5 uur per maand.

Brandalarm

Ondertussen is schuldgevoel wel een heel nuttige emotie. Aanvankelijk richtten onderzoekers zich op de vervelende, verlammende en deprimerende kant ervan, maar inmiddels wordt steeds duidelijker hoe belangrijk het is. Het is als een brandalarm dat afgaat zodra we iets doen dat tegen onze persoonlijke maatstaven indruist of een ander schade toebrengt. Zo helpt het ons om het juiste te doen op het juiste moment, om fouten zo snel mogelijk te herstellen en onszelf steeds te verbeteren.
Het alarm gaat af als we tegen onze eigen regels ingaan: bijvoorbeeld door een groot stuk chocoladetaart te eten terwijl we op dieet zijn, of de hele middag te facebooken terwijl we hard aan het werk zouden moeten zijn. Meestal is dit soort schuldgevoel mild en snel op te lossen: als we de volgende dag weer wat minder eten en een extra tandje bijzetten op ons werk, is de schade alweer grotendeels ongedaan gemaakt en stopt het alarm.
Verreweg het meeste, en ook wat zwaardere schuldgevoel heeft te maken met sociale kwesties. Dat wordt dan ook gezien als de belangrijkste functie van deze emotie: het in stand houden van onze relaties. Als we op vrijdag gezellig aan het borrelen zijn met collega’s terwijl onze partner ziek thuis ligt, dan zeurt ons schuldgevoel net zolang tot we naar huis gaan om voor onze partner te zorgen. Daarmee laten we zien dat we een betrouwbare geliefde zijn, zo blijft onze relatie goed. Als we een vriend hebben gekwetst met een onhandige opmerking, dan zet ons schuldgevoel ons ertoe aan om hem achterna te rennen en sorry te zeggen. Vriendschap gered. Als de buren last hebben gehad van onze verbouwing maakt schuldgevoel dat we met een zelfgebakken appeltaart voor de deur staan. ‘Schuldgevoel doet zoveel om onze dierbaarste relaties te beschermen, dat het bijna een standbeeld verdient,’ zegt Winch.
Hoezeer schuldgevoel in ons voordeel werkt blijkt ook uit onderzoek naar guilt proneness (letterlijk: neiging tot schuldgevoel). Mensen die hoog scoren op deze karaktertrek, voelen zich vaker én intenser schuldig. Ook als niemand heeft gezien wat ze ‘fout’ hebben gedaan. En het weerhoudt ze ook van ‘schuldig’ gedrag. Krijgt zo iemand bijvoorbeeld te veel geld terug van een caissière en realiseert hij zich dat pas als hij het al in zijn portemonnee heeft gestopt, dan zal hij het geld vervolgens teruggeven om later schuldgevoel te voorkomen.
Deze schuldbewuste mensen hebben betere relaties en zijn betere werknemers, blijkt uit allerlei onderzoek. Ze zijn behulpzaam, empathisch, goed in het oplossen van conflicten, nemen verantwoordelijkheid voor hun gedrag, ze zijn eerlijker, plichtsgetrouwer en werken harder. Ze komen minder in aanraking met de politie, en als ze toch een misstap begaan, is de kans op recidive stukken kleiner. Kortom: schuldgevoel maakt ons een prettiger en verstandiger mens.

Het ‘Dobby-effect’

Zelfs een paar vervelende effecten van schuldgevoel blijken een functie te hebben. Zo kan het ertoe leiden dat we onszelf plezier ontzeggen en soms zelfs willen straffen. Amerikaanse onderzoekers brachten proefpersonen onbewust in een bepaalde stemming: neutraal, verdrietig of met schuldgevoel. Dit deden ze door woorden op een scherm te laten voorbijflitsten. Vervolgens kregen de proefpersonen een waardebon van 50 dollar en werd hen gevraagd waaraan ze die wilden besteden. Ze konden kiezen tussen een fijn cd/dvd-pakket of saaie kantoorspullen. Terwijl de neutrale en de verdrietige proefpersonen zichzelf verwenden met cd’s en dvd’s, kozen degenen die zich schuldig voelden massaal voor de nuttige scharen en pennen. Daarnaast bleken ze bereid om veel langer door te werken aan een geestdodende taak dan de andere twee groepen. Ook uit ander onderzoek is gebleken dat we leuke dingen laten staan en kiezen voor afzien wanneer we ons schuldig voelen.
In Australisch onderzoek deden proefpersonen zichzelf zelfs pijn door hun hand langer in ijswater te houden nadat ze hadden teruggedacht aan een sociale misstap.
Het Dobby-effect doopten Rob Nelissen en Marcel Zeelenberg van de Tilburg University dit effect, naar de huis-elf uit Harry Potter die zichzelf steeds pijn doet als hij ongehoorzaam is geweest aan zijn meester.
Maar, zo ontdekte Nelissen, proefpersonen straften zichzelf vooral in het bijzijn van degene die ze benadeeld hadden en als er geen andere mogelijkheid was om de misstap goed te maken. Jezelf straffen dient dus vooral als een signaal naar die ander: het spijt me. Als het bedrijf waarvoor je werkt een klant verliest door jouw stomme fout, dan kun je dat niet meer ongedaan maken. Maar als je vervolgens keihard werkt en je vrijwillig aanbiedt voor een vervelende klus, dan zien je collega’s wel dat het je spijt.
Ook door onszelf plezier te ontzeggen laten we zien dat we berouw hebben. Zolang die ander in de penarie zit door jouw schuld, bijvoorbeeld met een gebroken been of een kapotte ruit, zul je niet feestend en lachend door het leven gaan. Jezelf kort houden zolang de ander zich rot voelt door jouw schuld, maakt dat hij zich begrepen voelt en merkt dat je het serieus neemt. Je herstelt daarmee het evenwicht.

Psychische schurk

Zolang de ‘overtredingen’ mild zijn en eenvoudig goed te maken, verdwijnt het schuldgevoel meestal snel; het heeft zijn werk gedaan. Soms houden we ons even koest tot de storm is overgewaaid en pakken dan het leven weer op. ‘In die kleine doses kan schuldgevoel heel nuttig zijn,’ zegt psycholoog Winch, ‘maar in grotere hoeveelheden wordt schuldgevoel een psychische schurk die zowel onze gemoedsrust als onze dierbaarste relaties vergiftigt. En als die gifstoffen eenmaal in ons bloed circuleren, zijn ze er niet gemakkelijk weer uit te krijgen.’
Soms is het té erg wat we hebben gedaan, of de gevolgen zijn té groot. Bijvoorbeeld als we even niet hebben opgelet in het verkeer en daardoor iemand aanreden. En soms is het onmogelijk om actie te ondernemen en het goed te maken – te lang geleden, te ver weg, of de ander is inmiddels overleden, zoals bij de Vietnamveteraan.
Dan blijft ons schuldgevoel onopgelost. En dan blíjft het alarm maar afgaan in ons hoofd, zonder enige kans op verlichting. Het houdt ons gevangen in het verleden en het weerhoudt ons ervan om voluit te leven. Winch: ‘Als we gebukt gaan onder zwaar schuldgevoel is het moeilijk om nog van het leven te genieten. Niet omdat we het niet meer kunnen, maar omdat we het niet meer mogen van onszelf.’
Ook schaamte ligt op de loer. Dan voelen we ons inferieur, inadequaat, en slecht over wie we zijn in plaats van over wat we deden. In plaats van te betreuren dat we iemand hebben aangereden, voelen we ons een slecht persoon.
Schaamte is gevaarlijk omdat het, in tegenstelling tot schuldgevoel, niet constructief is. In plaats van ons aan te moedigen tot excuses en herstel, werkt het juist verlammend en zet het ons aan tot ontkenning, vermijding en defensief gedrag (je vermijdt bijvoorbeeld contact met het slachtoffer).

Boete doen

Redenen genoeg om zo snel mogelijk van dat nare schuldgevoel af te willen. En dat kan. Neem daarvoor eerst de volledige verantwoordelijkheid voor wat je deed en de impact die dat op anderen heeft gehad, zonder iets goed te praten of weg te poetsen. Vervolgens onderneem je actie om je fout zo veel mogelijk te herstellen. Bijvoorbeeld door meteen de auto uit te rennen en ‘sorry’ te roepen en later nogmaals je excuses aan te bieden (zie kader). En door de materiële schade zo veel mogelijk te vergoeden of bij te dragen in de medische kosten.
Is er geen mogelijkheid (meer) voor excuses en schadevergoeding, dan kan een andere vorm van boetedoening helpen. Een jongen uit de praktijk van Winch reed bijvoorbeeld een keer ’s avonds laat door een slechte buurt. Toen hij een bocht te krap nam, reed hij tegen twee geparkeerde auto’s aan, die krassen en deuken opliepen. Hij raakte in paniek en reed weg zonder een briefje achter te laten. Later voelde hij zich hier heel schuldig over, vooral toen hij besefte dat de eigenaren misschien helemaal geen geld hadden om de schade te laten repareren. Hij besloot uiteindelijk om geld te doneren aan een gemeenschapscentrum en een jeugdorganisatie in die wijk – en gaf een veel hoger bedrag dan de reparaties gekost zouden hebben.

Tijd om los te laten

Als we alles hebben gedaan wat we konden, is de laatste stap om ervan te leren en maatregelen te nemen voor de toekomst, zodat hetzelfde niet nog een keer gebeurt. Van de aanrijding kunnen we leren dat we beter moeten opletten op de weg, en vooral op dat ene kruispunt. En misschien om wat eerder naar bed te gaan, zodat we uitgerust achter het stuur zitten.
‘Gebruik schuldgevoel als signaal voor verandering,’ zegt de Amerikaanse psycholoog Linda Kavelin-Popov. ‘Het is niet de bedoeling dat we erin zwelgen of “Eau de Schuldgevoel” als dagelijks parfum dragen. We kunnen het verleden niet veranderen of een daad waar we spijt van hebben terugdraaien, maar we kunnen wel met onszelf in het reine komen door te veranderen wat we nú doen.’
Niet altijd krijgen we vergeving van de ander, en niet altijd kunnen we het helemaal goedmaken. Maar als we hebben gedaan wat we konden, en ervan hebben geleerd, dan zit de taak van het schuldgevoel erop. Dan is het tijd om het los te laten en onszelf te vergeven. Tenslotte is niemand ermee geholpen als we onszelf blijven straffen.
Richard Luttrell, de Vietnamveteraan, kreeg uiteindelijk alsnog de kans om zijn excuses aan te bieden én vergeving te krijgen. Toen er een boek werd samengesteld over de Vietnam Veterans Memorial Wall, stonden zijn brief en foto daarin. En zo kwam de foto bij hem terug, juist toen hij dacht dat hij alles had afgesloten. Hij besloot dat hij er echt iets mee moest doen: hij zou de foto teruggeven aan het meisje.
Een Vietnamese krant zag er wel een verhaal in en publiceerde de foto met daarbij de oproep: ‘Kent iemand deze mensen?’ Heel toevallig gebruikte een man uit Hanoi die krantenpagina om er een cadeau in te verpakken dat hij verstuurde aan zijn moeder – die de buurvrouw bleek te zijn van het meisje op de foto.
Na een briefwisseling reisde Luttrell af naar Vietnam, het land waar hij nooit meer terug had willen komen. Tijdens de eerste seconden dat ze elkaar zagen, wisten ze niets uit te brengen. Toen sprak hij de Vietnamese zinnen uit die hij uit zijn hoofd had geleerd: ‘Vandaag geef ik de foto van jou en je vader terug die ik 33 jaar bij me heb gehouden. Vergeef me alsjeblieft. Het spijt me zo.’ Zijn stem brak en de dochter, inmiddels een vrouw van 40, viel hem huilend in de armen.

Bronnen: G. Winch, Eerste hulp bij emoties, Maven, 2013 / R. Baumeister e.a., Subjective and experiental correlates of guilt in daily life, Personality and Social Psychology Bulletin, 1995 / R.M.A. Nelissen, Guilt induced self-punishment as a sign of remorse, Social Psychological and Personality Science, 2011 / Y. Zemack-Rugar e.a., The effects of nonconsciously priming emotion concepts on behavior, Journal of personality and social psychology, 2007