‘Hier in huis wordt niet gevloekt’ – misschien kreeg je dat uit den treure te horen. In iedere familie worden dit soort waarden en overtuigingen doorgegeven. Dat kan ook woordeloos: er wordt bijvoorbeeld altijd gezamenlijk aan een mooi gedekte tafel gegeten, onverwachte gasten mogen altijd aanschuiven (of moeten juist bij de voordeur worden afgewimpeld).

5 onvergetelijke moederdagcadeau’s

Geschenken geven we om onze waardering, dankbaarheid en interesse te tonen. Maar wat als je moeder ...

Lees verder

Maar of we ze nou nadrukkelijk of heel terloops kregen aangereikt, waarden en overtuigingen werken een leven lang door en beïnvloeden bijna automatisch onze keuzes en de manier waarop we onze eigen kinderen grootbrengen. Maar passen ze nog wel bij wie we willen zijn? Over loyaliteit en familieregels.

Waarom we doen wat onze ouders willen (ook al denken we van niet)

Terugdenken aan je familieverleden kan een warm gevoel geven, een besef van continuïteit en saamhorigheid. Het kan ook een bron van inspiratie vormen. Dat oma haar leven waagde in het verzet tegen de nazi’s, sterkt jou in het gevoel dat je als individu iets kunt doen tegen onrecht. En dat je vader zo prachtig viool speelde, stimuleert je om ook je kinderen een instrument te laten spelen.

Onderdeel zijn van een familie van hardwerkende arbeiders kan je vervullen met trots en zelfvertrouwen. Zelfs zuinigheid kan, in combinatie met het vermogen van kleine dingen te genieten, iets zijn om met trots door te geven: ‘Mijn moeder wist met weinig geld heerlijk te koken, waarom zouden we dure ingrediënten kopen?’

Helaas zijn ongeschreven familieregels en -tradities soms ook een last. Bijvoorbeeld: wij zijn al generaties lang goede artsen; wie ben ik dan om een ander beroep te kiezen? Of: mijn ouders zeggen ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’; kan ik dan wel trouwen in een Frans kasteeltje? En mag ik tevreden zijn als thuisblijfmoeder, terwijl in mijn familie alle vrouwen carrière maken?

Verticale loyaliteit

Waarom hebben familiewaarden nog zo veel invloed op ons? Ook als we allang uit huis zijn en onze eigen weg zijn gegaan, houden we nog rekening met de belangen en verwachtingen van onze ouders. Dat heeft te maken met een van de belangrijkste drijfveren in menselijke relaties: loyaliteit. Een begrip dat in de jaren zestig in de psychologie werd geïntroduceerd door de Hongaars-Amerikaanse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy en tegenwoordig tot de grondbeginselen van de gezinstherapie hoort.

In ons dagelijks leven worden we voortdurend gestuurd door grote en kleine loyaliteiten. Loyaliteit in zelfgekozen, wederkerige relaties – zoals die met vrienden, partners, collega’s en zelfs de groenteboer – noemt Boszormenyi-Nagy horizontale loyaliteit. Hoe sterker we ons verbonden voelen met mensen, des te sterker onze loyaliteit is: we doen ons best om te voldoen aan hun verwachtingen en houden rekening met hun belangen. En mochten we te weinig terugkrijgen voor onze inspanningen, dan kunnen we er altijd voor kiezen om de relatie te verbreken.

De kracht van familieverhalen

Lees verder

Van een heel andere orde is verticale loyaliteit: die tussen ouder en kind. Al onze keuzes -– van onze carrière tot onze partnerkeuze -– worden gekleurd door de wens om aan ouderlijke verwachtingen te voldoen, stelde Boszormenyi-Nagy. Zelfs als we vastbesloten zijn het anders te doen dan onze ouders. Dat is de onontkoombare druk van verticale loyaliteit.

Doordat de existentiële band tussen ouder en kind nooit ongedaan gemaakt kan worden, blijft de loyaliteit aan onze ouders onvoorwaardelijk en altijd aanwezig. Hoe slecht onze ouders ons misschien ook behandelen, of hoezeer we ze ook verafschuwen. Zelfs als je ouders allang dood zijn, of als je alle contact hebt verbroken en naar de andere kant van de wereld bent verhuisd, blijf je een kind van je ouders.

De loyaliteit tussen ouder en kind gaat niet alleen om trouw aan elkaar, zegt psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy. Het gaat om het geven en ontvangen tussen generaties. In zelfgekozen relaties is de balans tussen geven en nemen ongeveer gelijk, maar in verticale relaties niet. In eerste instantie geven ouders veel meer aan hun kinderen dan andersom: ze dragen alle verantwoordelijkheid en stoppen tijd, geld en energie in de verzorging van hun kinderen.

Volgens Boszormenyi-Nagy beseft een kind dat het zijn leven te danken heeft aan zijn ouders, en wil het daar iets voor terugdoen. Het betaalt zijn ouders terug op zijn eigen manier. Een baby beloont zijn ouders door naar ze te lachen, een schoolgaand kind doet zijn best om een goed rapport mee naar huis te kunnen nemen, het troost zijn moeder als ze verdrietig is, of maakt een tekening voor zijn vader die met griep in bed ligt. Kinderen willen graag dat hun ouders trots en tevreden zijn.

Loyaliteitsconflict

Zelfs als we volwassen zijn, willen we onze ouders niet teleurstellen. Verticale loyaliteit werkt door in de normen en waarden waarmee we ons leven vormgeven. Onze keuzes worden gekleurd door wat we van huis uit hebben meegekregen aan opdrachten en verwachtingen.

Dat ‘erfgoed’ kun je stimuleren, in de vorm van een legaat: iets wat mag. Van je moeder kreeg je bijvoorbeeld een grote liefde voor muziek mee, wat je sterkt in je keuze voor een onzeker bestaan als muzikant.

Maar de opdrachten en verwachtingen kunnen ook behoorlijk dwingend zijn en je eigen belangen en wensen in de weg zitten; dan spreken we van een delegaat: iets wat ‘moet’. Het familiebedrijf gaat bijvoorbeeld al eeuwen over van vader op zoon, en je ouders verwachten dat je daarin meegaat, terwijl je liever naar het conservatorium zou gaan.

Sommige delegaten zijn min of meer expliciete opdrachten – ‘zet opa’s levenswerk voort’, ‘verbeeld je niet dat je beter bent’, ‘zorg dat je ons niveau handhaaft’ – waartegen je als kind nog min of meer bewust in opstand kunt komen. Maar wat als een opdracht nauwelijks uitgesproken is? Vaak voelen kinderen best dat er iets van ze werd en wordt verwacht. Maar hoe weerspreek je iets wat nooit hardop wordt gezegd?

Het verraderlijke aan opdrachten van de familie is dat je ze vaak niet waarneemt als wensen van anderen, maar als iets wat voortkomt uit jezelf, schrijft de Duitse psycholoog en gezins- en familietherapeut Sandra Konrad in haar boek Het zit in de familie (2014). Als dat past, is dat prima, zegt ze. ‘Maar als deze opdrachten niet of niet meer bij je passen, kan het zijn dat je eronder lijdt. Het kan zelfs leiden tot een existentiële crisis, waarin je gaat twijfelen aan je hele leven.’

Vrije keuze

Iedereen is dus loyaal aan zijn ouders. Maar als je ouders bijvoorbeeld weigeren je partner te accepteren, of zich verzetten tegen je persoonlijke dromen en ambities, is het tijd om je delegaten en andere psychologische erfenissen te onderzoeken. En dat is ook een goed idee als je merkt dat je bepaalde keuzes niet durft te maken omdat je bang bent je ouders teleur te stellen, of als je vaak niet weet wat je wilt.

Zodat je op een goed moment kunt zeggen: ‘Ik begrijp wat jullie willen en waarom, maar ik wil mijn leven op mijn manier inrichten.’ Bewust van de invloed van je ouders en de opdrachten en verwachtingen die ze meegaven, maar vrij om je eigen keuzes te maken. De mooie familieregels kun je blijven eren en doorgeven, de regels die niet (meer) bij je passen mag je laten gaan.