Als ik naar mijn zoon van 7 maanden kijk terwijl hij onbezorgd met een rammelaar speelt, bedenk ik soms met een zucht hoeveel nare ervaringen hem nog te wachten staan. Inentingen met enge spuiten, ruzie op het schoolplein, geschaafde knieën, kinderziektes met pijn en hoge koorts, de dood van een huisdier, onbegrijpelijke sommen, angst in het donker, onzekerheid over puistjes.

Mijn eerste reflex is hem zoveel mogelijk te willen besparen. Laat mij de pijn van die kinderziektes maar dragen, laat mij die moeilijke som maar oplossen. Als ik me voorstel hoe hij gepest wordt door een klasgenootje, volgt meteen het beeld van hoe ik dat snotjong eens op zijn nummer zet. Maar dan moet ik me toch inhouden. Wie zijn kind te veel helpt en beschermt, loopt namelijk het gevaar een ‘over­betrokken ouder’ te worden. En daar doe je je kind geen goed mee, blijkt uit onderzoek.

Gezondheidswetenschapper Corine van der Bruggen promoveert binnenkort aan de Universiteit van Amsterdam op de relatie tussen overbetrokkenheid van ouders en angst bij kinderen. Denk aan ouders die zoonlief met de auto naar school brengen terwijl hij oud genoeg is om dat stukje zelf te lopen; die op hoge poten naar de leerkracht

Log in om verder te lezen.