1. Hechting

Een gesprekje voor het slapengaan. Samen zingen op de fiets. Een kusje na een val. Als een kind zich gezien weet, raakt het veilig gehecht. En zo ontstaat de krachtigste bron in de opvoeding: de band die we hebben met onze kinderen, stelt de Amerikaanse psycholoog en hoogleraar gezinstherapie Jim Furrow. ‘Het is via die band dat je liefde, zorg en wijsheid aan je kind geeft,’ zegt hij.

De term hechting werd halverwege vorige eeuw uitgevonden door de Engelse psychiater John Bowlby. Een pasgeboren kind is volledig afhankelijk van zijn verzorgers, en heeft daarom een aangeboren behoefte om een hechte band met hen te ontwikkelen, constateerde hij. Een kind kan eerst met huilen en later in woorden duidelijk maken wat het van zijn ouders nodig heeft. Reageren de ouders daar consistent op, dan kan een kind zich veilig hechten.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Voel je nu de neiging in pedagogische handboeken te gaan opzoeken hoe je goed op je kind reageert? Spaar je de moeite. Wat je nodig hebt, is responsief en ontvankelijk zijn, en dat zit van nature gelukkig al grotendeels in ons. Berry Aarnoudse, als psychotherapeut gespecialiseerd in relatie- en gezinstherapie: ‘Het betekent dat je betrokken bent bij je kind, dat je oog hebt voor wat er in je kind omgaat. Een responsieve ouder laat merken dat hij zijn zoon of dochter ziet. En hij laat weten dat het kind bij hem terecht kan.’

In de maanden na de geboorte betekent dat: reageren op huilen door te troosten of voeden. En ook te vertellen wat het kind ziet: ‘Dat is een hond. Ik zag jou schrikken van het blaffen, dat is best een hard geluid, hè?’ Naarmate het kind opgroeit, gaat responsief zijn over het opmerken van verdriet, opgetogenheid of boosheid, en het kind helpen die gevoelens te begrijpen. ‘Ik zie dat je met tranen in je ogen thuiskomt. Wil je me vertellen wat er gebeurd is?’ Zo begeleidt een ouder het kind bij het reguleren van zijn of haar emoties. Ouders die laten merken dat ze hun zoon of dochter serieus nemen en dat hij of zij bij hen terecht kan, creëren zo vanzelf een veilige basis.

2. Aandacht

Kinderen leren zichzelf kennen door aandacht, ook wel spiegeling genoemd, van hun ouders en andere verzorgers. Zulke momenten doen zich vaak spontaan voor, zonder dat je je er heel bewust van bent. Hangend boven de box bijvoorbeeld, terwijl jullie samen de mobile volgen. Knijpend in zo’n lekker voetje, als de luier is verschoond: ‘Ik denk dat ik daar een hapje van neem!’

Daarbij imiteren ouders dikwijls, zonder dat ze het doorhebben, de gezichtsexpressies en geluiden van hun jonge baby. Ze volgen nauwgezet zijn bewegingen en gebrabbel, en proberen zo te begrijpen wat hun kind wil. Door deze aandacht leert het kind zijn ‘zelf’ te voelen, van waaruit zijn interactie met de buitenwereld ontstaat. En waarnaar het kan terugkeren wanneer het verzadigd is van nieuwe indrukken, of wanneer zijn ouders even geen tijd voor hem hebben.

Kinderen proberen de aandacht van hun ouders ook te trekken door te wijzen naar dingen die hun opvallen, of: kijk!, luister! en voel! te zeggen. Je beloont die interesse al met heel kleine momenten: samen kijken naar een vliegtuig in de lucht, een blad oprapen van straat. Dit noemen we ‘joint attention’. Als ouders met hun kind samen aandacht aan iets besteden, helpt dit om zijn of haar concentratie te intensiveren.

Maar ja, soms hebben we haast. De boodschappen moeten gedaan, er moet nog worden gekookt, en de kinderen hadden eigenlijk al in bed horen te liggen. Zo belanden we al gauw in de doe-modus. Gelukkig is er ook nog een andere kant: de zijn-modus, schrijft hoogleraar orthopedagogiek Susan Bögels in haar boek Mindful opvoeden in een druk bestaan. En die modus zit – hoera! – ook van nature in ons.

We zijn geboren in een ‘staat van zijn’ waarin we ons verbinden met het huidige moment, waarin we de dingen ervaren zoals ze op dat moment zijn, we zijn open en accepteren prettige, neutrale én onprettige gevoelens van onszelf en anderen, proberen de ervaring niet te veranderen en ervaren een gevoel van kalmte, stilte en gecenterd zijn.

Kinderen handelen zodoende van nature vanuit deze zijn-modus: ze ervaren de dingen zoals die zich voordoen en proberen onprettige gevoelens niet te sturen. Terwijl we met ze naar school lopen, staan ze bij elk bloemetje stil, niet bezig met tijd of doel van de wandeling, maar met dit moment en deze plek.

Zou je dat ook wel – weer – willen? Ga gewoon 5 minuten eerder van huis; dan heb je de tijd en de ruimte om mee te kijken naar een lieveheersbeestje op een hand, of een kastanje onder de boom. Want we kunnen terug naar die natuurlijke zijn-modus door het zo nu en dan uit te proberen, zegt Bögels.

Je kunt oefenen met ‘stilstaan’, je kind en elkaar weer even zien zoals we werkelijk zijn, aldus de hoogleraar. Een makkelijke manier om dit te doen is door te focussen op het weer. Bögels: ‘Hoe warm of koud het is, of de zon schijnt, het regent of waait: we hebben er geen invloed op.

In plaats van ons te verzetten tegen de omstandigheden kunnen we een houding van acceptatie aannemen. Ons richten op: hoe voelt de regen op mijn gezicht, de wind om mijn hoofd, de kou op mijn huid? Ervaar het weer precies zoals het is, en laat los dat het anders zou moeten zijn.’ Een mooie metafoor voor het leven.

3. Grenzen stellen

Na dikwijls iets te moeten verbieden, is het fijn om ook regelmatig even toe te kunnen geven. Oké, nog één filmpje dan! Soms de touwtjes laten vieren: niks mis mee. De meeste ouders zijn er heus wel van doordrongen dat ze hun kroost geen plezier doen door altijd toe te geven aan al hun wensen, omdat dat op de lange termijn verwarring en onzekerheid schept.

Maar lastig is het soms wel om heldere grenzen te stellen. Wat heb je daar als ouders voor nodig? Twee dingen, meldt psychologe Annette Kast in haar boek Ieder kind heeft grenzen nodig. Ten eerste: vooral letten op wat wél goed gaat, en dat vertellen aan onze kinderen. Die aanmoedigingen, complimenten en liefde bieden tegenwicht tegen ‘vervelende’ eisen en regels.

Ten tweede: nagaan welke grenzen we echt belangrijk vinden, en waarom dat zo is. Wie het essentieel vindt om de avond voor zichzelf te hebben, kan bijvoorbeeld kiezen voor de regel: voor het slapengaan lezen we één verhaaltje. Daarna gaat papa of mama de kamer uit, en blijf jij op je kamer en bent stil. Als je kind avond aan avond stampij maakt bij het eten, kun je de regel instellen: ik maak uit wat er gegeten wordt. Jij mag beslissen hoeveel je ervan eet. Pas als je weet wat je wilt bereiken, kun je zinvolle grenzen stellen en je eraan houden.

Kast heeft ook nog een paar handige aanbevelingen die ons helpen om op effectieve wijze duidelijker te zijn tegen de kinderen. Bijvoorbeeld door het gebruik van heldere én positieve bewoordingen. ‘Ik wil dat je de computer uitzet’, werkt beter dan: ‘Volgens mij krijg je vierkante ogen van die computer.’

Positieve formuleringen komen beter aan dan negatieve. In plaats van: ‘Niet op de straat lopen!’, kun je beter zeggen: ‘Loop op de stoep.’ Laat je daarbij niet overhalen om in discussie te gaan, maar pas de methode van de ‘kapotte grammofoonplaat’ toe. Herhaal telkens rustig je (heldere) opdracht, zonder in te gaan op de tegenwerpingen van je kind.

Ook is het een aanrader logische gevolgen te verbinden aan het gedrag van je kind, zegt Kast. Hoe duidelijker het verband is tussen ongewenst gedrag en de gevolgen daarvan; hoe beter hij of zij leert om zelf de verantwoordelijkheid voor zijn of haar daden te dragen. Wanneer je kind in een woedeaanval zijn autootje kapotmaakt, is het logische gevolg dat hij geen autootje meer heeft. En als hij zijn beker melk omgooit, is de consequentie dat hij de tafel moet schoonmaken.

Hoe moeilijk het misschien in het begin ook is om consequent te zijn, één ding is zeker: het geeft rust en duidelijkheid. Voor ouders én kinderen.

Beeld: Bonnin Studio

[/wpgpremiumcontent]