Manfred Spitzer (55) is een man met een missie. Behalve hoogleraar psychiatrie en directeur van de psychiatrische kliniek in de Zuid-Duitse universiteitsstad Ulm, is hij auteur van een boek dat overal ter wereld de aandacht trekt: Digitale dementie. Zijn boodschap: als we niet uitkijken maakt de digitalisering van de maatschappij ons dommer.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Vooral de hoge mediaconsumptie door de jeugd houdt hij voor gevaarlijk. Want het staat voor hem vast dat dat één ding níét kan hebben: geen effect. ‘Sinds een paar jaar weten we namelijk dat hersenen veranderen door de manier waarop je ze gebruikt. En Duitse kinderen maken tegenwoordig gemiddeld al 7,5 uur per dag gebruik van diverse ­media. Dan hebben we het dus over tv, smartphone, spelcomputers en computer samen. Meer dan zeven uur! Dat doet iets met je brein.’

Hoeveel uur per dag staart u zelf naar een beeldscherm?

‘Ook veel. Maar voor mij is dat niet zo schadelijk als voor een kind, mijn hersenen zijn al ontwikkeld. De grootste verandering die de komst van computer en internet voor mij meebracht, is de hoeveelheid tijd die ik eraan kwijt ben. Mensen verwachten direct antwoord op hun mails, ik moet steeds weer online, ook als ik liever iets anders

zou doen.

Je hoort veel mensen om die reden klagen over information overload. Maar dat klopt niet, je kunt je hersenen niet overbelasten met informatie. Het gaat meer om het gevoel je leven niet meer onder controle te hebben. Al die nieuwe media zouden ons zogenaamd meer controle geven, maar in de praktijk ervaren mensen het omgekeerde. Het ding piept, dus ik moet iets.

Het geniepige is: iedereen denkt dat het aan hemzelf ligt. Tot je het als controleverlies benoemt. Dan zie je dat computer en smartphone voor ons allemaal een bron van stress zijn geworden. En hoe ongezond stress is, is inmiddels algemeen bekend. Het kan zelfs hersencellen kapotmaken.’

Toch hamert u in ‘Digitale dementie’ vooral op het gevaar van computers voor kinderen.

‘Ja, en dat is omdat in potentie niemand zo snel leert als een kind. Speel maar eens Memory met een 5-jarige, dan weet je hoe snel ze op die leeftijd iets oppikken. Hun leercurve gaat echt steil omhoog. Vergeleken daarbij is de leercurve van een 40-jarige echt deprimerend. Maar om te leren moeten kinderen wel mentale arbeid verrichten. Wie het denkwerk aan de computer overlaat, leert veel minder.

Dat bleek twee jaar geleden nog uit een mooi onderzoek van Harvard en Columbia. Jongeren kregen informatie op vier verschillende manieren voorgeschoteld: in een boek, krant of tijdschrift of op Google. Na afloop werd gemeten wat er van die informatie was blijven hangen. De uitkomst was steeds hetzelfde: Google-kennis was het vluchtigst.’

Weg dus met Google?

‘Nee hoor, googlen kan heel nuttig zijn. Maar: alleen met voorkennis. Wie niets weet, kan ook geen goede zoekvragen formuleren. En alleen als je al iets weet, kun je snel bepalen wat de waarde is van de tienduizend resultaten die je op een zoekvraag krijgt. Google is daarmee een slechte manier om kennis te verwerven. Als je wilt dat kinderen veel kennis opdoen én daarna goed kunnen googlen, moeten scholen één ding beslist niet doen: ze leren googlen!’

Scholen moeten volgens u gewoon gedegen kennis in die breintjes gieten.

‘Ja. Hoe meer je weet, hoe meer je ook kúnt leren. Ons brein is namelijk het tegenovergestelde van een schoenendoos. Hoe meer je erin stopt, hoe meer er juist nog bij kan.

Stel je bijvoorbeeld een 40-jarige voor die al zes talen spreekt. Als die een zevende taal leert, gaat dat heel snel. Niet doordat-ie snelle synapsen heeft, verbindingen tussen hersencellen, maar doordat hij gebruik kan maken van de kennis die hij al bezit. Precies hetzelfde geldt voor leren omgaan met nieuwe ­gereedschappen, of een nieuw muziekinstrument. Je hangt het makkelijk op aan kennis die je al hebt. Een mooi mechanisme.

Het betekent alleen wel dat je een groot probleem hebt als er op je zeventiende nog niets in je hoofd zit. Je leertempo is dan namelijk al een stuk langzamer ­geworden, maar je kunt ook niets meer leren door het op te hangen aan wat je al wist. Want die kennis is er niet.’

Heeft u de indruk dat dat inderdaad opgaat voor veel 17-jarigen? Weten die minder dan vroeger?

‘Ik heb niet alleen die indruk, het ís zo. In dat verband is ander recent onderzoek interessant. Naar het belang van begreifen, zoals we dat in het Duits noemen. Hoe heet dat in het Nederlands?’

Begrijpen.

‘En heeft dat ook die dubbele betekenis van vastpakken én snappen? Ja? Dat is dus niet voor niets. Een derde van ons brein is verantwoordelijk voor de planning en uitvoering van motorische taken. Als ik dit kopje oppak, maak ik een andere beweging dan wanneer ik dat flesje oppak. En we weten uit onderzoek: het deel van de hersenen dat die pakbeweging regelt, gebruik ik ook wanneer ik vervolgens alleen maar nadenk over een flesje of kopje. Als je proefpersonen eerst dingen in handen hebt gegeven, kunnen ze vervolgens vragen daarover sneller beantwoorden dan wanneer ze die dingen niet in handen hebben gehad.

Dus mensen die zeggen dat kinderen de wereld net zo goed per muisklik kunnen ontdekken… Quatsch! Dan gebruiken ze een derde van hun brein niet.’

U zegt in uw boek ook dat je beter met de hand kunt schrijven dan typen.

‘Inderdaad. Bij het schrijven verricht je veel complexere motorische handelingen dan typend. Je maakt een andere beweging wanneer je “glas” schrijft dan wanneer je “kopje” schrijft. Schrijven is daardoor een heel effectieve techniek om iets te onthouden.’

Volgens u had ik tijdens het lezen van uw boek dus beter geen aantekeningen kunnen maken op mijn iPad.

‘Niks “volgens u”! Dat is niet míjn mening, dat blijkt uit allerlei onderzoek. Recentelijk verscheen er nog een Chinese studie die ik niet in mijn boek kon verwerken, maar die hier goed op aansluit. De onderzoekers testten de leesvaardigheid van vijfduizend basisschoolkinderen. Tien en twintig jaar geleden hebben ze datzelfde onderzoek ook al gedaan. Toen kon 5 à 10 procent van de leerlingen niet goed lezen. Nu was dat onder 9-jarigen nog altijd 5 à 10 procent. Maar onder 10-jarigen 42 procent en onder 11-jarigen meer dan 50 procent!

En wat was er in de tussentijd veranderd? Rond hun tiende beginnen Chinese kinderen tegenwoordig met pinyin, een manier om op de computer Chinees te kunnen schrijven. Je typt een toonsymbool in, en dan laat de computer je kiezen uit een van de honderden symbolen die je zou kunnen bedoelen. Handig, maar zo verleren de kinderen dus met de hand schrijven – en daardoor worden ze slechter in lezen. De onderzoekers vonden een duidelijke correlatie tussen computergebruik en leesvaardigheid. Zoals zij zeggen: het Chinese schrift is drie millennia oud, het heeft Mao overleefd, maar Apple en Microsoft maken het in drie jaar kapot.’

Wat zou u de Chinezen adviseren?

‘Laat die computers weg uit de lagere school. Ze horen daar net zomin als ­alcohol. Dat is ook mijn antwoord als mensen zeggen “U vecht tegen wind­molens, computers horen bij onze cultuur.” Ja, dat hoort alcohol ook. En toch zegt niemand: laten we kleuters iedere dag een borrel geven, dan worden ze ­alcoholcompetent. Daarmee wachten we ook tot ze 16 zijn.’

In Nederland zijn half augustus de eerste zeven iPad-basisscholen van start gegaan.

‘Ik heb het gehoord, ja. Onverantwoord. Uit diverse onderzoeken, waaronder het grootschalige internationale pisa-onderzoek, is gebleken dat de schoolresultaten achteruitgaan als middelbare scholieren thuis een computer hebben. Het ding leidt ze te veel af met spelletjes en dergelijke. Maar dan wordt er toch mee begonnen bij 4-jarigen!

En als het nou zo was dat de scholen die dingen al hadden liggen. Maar ze moeten nog gekocht worden, er gaat belastinggeld naartoe… Terwijl er dus geen enkel onderzoek is dat bewijst dat een iPad wél goed is voor de school­resultaten.’

Hoe verklaart u zoiets?

‘Heel simpel: lobbywerk van de rijkste ondernemingen ter wereld – Apple, Google, Microsoft en Facebook. Ik weet dat Apple een campagne had om zoveel mogelijk iPads aan scholen te verkopen. Want als straks niemand meer met de hand kan schrijven, als je de mensen dus helemaal afhankelijk hebt gemaakt, ben je eindeloos verzekerd van klanten.

De computerlobby is vreselijk sterk. Vergelijk het met de tabakslobby dertig jaar geleden. Die heeft in Duitsland toen meerdere hoogleraren omgekocht om te zeggen dat roken een persoonlijk recht was, en dat meeroken geen kwaad kon. En de tabakslobby was nog een dwerg in vergelijking met de ict-lobby. Plus: de ict-lobby doet niet aan omkoping, die koopt gewoon onderzoeksinstituten. Aan de universiteit van Keulen zit een onderzoeksinstituut voor “de bevordering van mediacompetentie” en dat is een volle dochter van Electronic Arts, een van de grootste gameproducenten ter wereld. Of neem het Fraunhofer­institut voor kindermedia in Erfurt; voor honderd procent gefinancierd door… de media. De hoogleraren daar kijken natuurlijk wel uit om iets kritisch over de media te zeggen.’

Ziet u daar een grote samenzwering?

‘Ik ben psychiater, ik heb onderzoek gedaan naar waanvoorstellingen, ik geloof niet in samenzweringen. Wel dat daar een maffia zit die zoveel mogelijk geld wil verdienen. En die weet hoe ze ons bang moeten maken. “Als u wilt dat uw kind het verder schopt… dat het niet achterblijft bij de rest… dan moet het toch wel een iPad, een pc en een smartphone krijgen.” Dat werk.

En de politiek gaat daarin mee. Waarom? Een politicus die zich vandaag tegen de media uitspreekt, is morgen weg. Gekilld door de media.’

Daarmee bedoelt u ook mensen als ik?

‘Nou… Toen mijn boek Digitale Demenz uitkwam, kreeg ik vooral veel kritiek in de klassieke gedrukte media. Ik werd weggezet als achterlijke conservatief. Ik begreep lang niet waarom – ik zou toch juist hun grote held moeten zijn. Tot de uitgever van een groot dagblad tegen me zei: “Dat is toch overduidelijk, printmedia zijn een aflopende zaak. Ook zij proberen nu geld te verdienen met digitale projecten en jij stoort ze daarbij.”’

Maar misschien vinden ze echt dat u achtergebleven bent.

‘Dat zal ook een rol spelen. En dat ze zelf graag als voorlopers gelden. Maar er ligt toch echt genoeg bewijs dat computers schadelijk zijn voor kinderen.’

De Nederlandse hoogleraar Patti Valkenburg vindt dat u overdrijft. Zij schreef afgelopen zomer in een opiniestuk dat de effecten van media op kinderen maar klein zijn.

‘Dat wordt steeds weer beweerd, maar het klopt gewoon niet. Ieder uur dat een klein kind dagelijks tv-kijkt, vergroot zijn kans om op z’n dertigste werkloos te zijn bijvoorbeeld met 40 procent. Is dat een klein effect? Bovendien, zelfs al zouden het maar kleine effecten zijn… Aspirine verkleint je risico op een hartinfarct ook “maar” met 3 procent en toch slikken miljoenen mensen dagelijks aspirine. En terecht. Als je kind je iets waard is, neem je die onderzoekseffecten dus serieus.’

Manfred Spitzer (1958) studeerde psychologie, filosofie en medicijnen en promoveerde op beide laatste vak­gebieden. In 1997 werd hij hoogleraar psychiatrie in Ulm; sinds 2004 leidt hij daar ook het Transferzentrum für Neuro­wissenschaften und Lernen, waar onderzoek naar hersenen en onderwijs wordt gecombineerd. Spitzer schreef een aantal boeken over hersenonderzoek en heeft op de Beierse tv-zender BR een wekelijks tv-programma over hersenen en de geest.

 [/wpgpremiumcontent]