Nog even en een groot deel van de Nederlandse bevolking zit weer in vol ornaat te kijken naar elf voetballende mannen in oranje tenue. En dat terwijl de meeste Oranjesupporters normaal gesproken zelden tot nooit een voetbalwedstrijd volgen. Zelfs ­mensen die het eigenlijk maar een dom spelletje vinden staan in de kroeg met een biertje in de hand en een oranje opblaashoed op.

Waarom lopen we met z’n allen toch zo warm voor zo’n EK?

Het is een soort virus. Hoe meer mensen in oranje rondlopen en hoe meer oranje vlaggetjes overal, hoe sneller we zelf ook een oranje shirt uit de kast trekken. Mensen willen er nu eenmaal dolgraag bijhoren. In een invloedrijk artikel uit 1995 bundelden de Amerikaanse psychologen Baumeister en Leary alle studies over de relaties die mensen met elkaar vormen en concludeerden dat de need to belong een fundamenteel menselijk principe is. Telkens weer vonden ze bewijs voor het basale verlangen om sociale relaties aan te gaan met anderen. Dat geldt niet alleen voor relaties tussen individuen, waar Baumeister en Leary vooral naar keken, maar ook voor groepslidmaatschappen.

‘Er is bewijs in overvloed dat mensen heel snel sterke groepsbanden vormen,’ schreven twee andere Amerikaanse psychologen in 2004 in het tijdschrift Personality and Social Psychology Review. ‘Bovendien is het een vreselijke ervaring om buitengesloten te worden van een groep waar je graag bij wilt horen. Mensen zijn bereid om een mening waarmee ze in de minderheid zijn, voor zich te houden of aan te passen, uit angst voor sociale sancties.’

Dus voetbal bindt mensen?

Absoluut. Zeker als ‘we’ winnen. Een klassieke studie in het onderzoek naar mensen, groepen en succes is Basking in reflected glory uit de jaren zeventig, afgekort tot birg. Daarin bleken Amerikaanse studenten vaker kleding met de naam van hun universiteit aan te trekken wanneer het football-team van hun universiteit een wedstrijd had gewonnen. ‘We hebben gewonnen!’ riepen ze dan bovendien uit, alsof ze zelf de wedstrijd hadden gespeeld. Ze benadrukten dus zoveel mogelijk dat ze bij dezelfde groep hoorden als de winnaars. Bij verlies verduidelijkten de studenten juist de afstand tussen henzelf en de verliezers door te zeggen: ‘Ze hebben verloren.’ Deze vorm van reputatiemanagement wordt in de sociaalpsychologische literatuur cutting off reflected failure (corf) genoemd.

Wat is dat, reputatiemanagement?

We willen ons graag associëren met een persoon of groep die succesvol is, want als we laten zien dat we daar bij horen, liften we mee met het succes, en poetst onze reputatie op. Het is trouwens ook belangrijk voor ons zelfbeeld, zegt sociaal psycholoog Bertjan Doosje van de Universiteit van Amsterdam. ‘De ­sociale-identiteitstheorie stelt dat onze identiteit bestaat uit een persoonlijk deel en een groepsdeel. Hoe we onszelf zien, hangt dus ook af van de groepen waartoe we behoren. En omdat we behoefte hebben aan een positief zelfbeeld willen we graag bij groepen horen die het goed doen. Dat geeft ons een goed gevoel. In het geval van voetbal doen we zelf misschien niks, maar toch voelen we ons verbonden met het Nederlands elftal, want we zijn allemaal Nederlanders. En dus worden we blij als Oranje wint.’ En bij verlies geven we de scheidsrechter de schuld en proppen we de oranje petten en vlaggetjes zo snel mogelijk diep weg.

Maar toch niet iedereen reageert even extreem op winst of verlies?

Echte voetbalfanaten reageren inderdaad anders dan de mooiweersupporters wanneer hun club een wedstrijd wint of verliest. Hoe sterker mensen zich identificeren met een voetbalteam, hoe meer ze de neiging hebben om te birg-en, dus zich met het team te associëren als het wint. Door sjaaltjes te dragen, clubliederen te scanderen en het vooral veel over ‘we’ te hebben wentelen ze zich in het succes van hun club. Loyale fans zijn dan ook amper geneigd tot corf-en: afstand scheppen wanneer ‘hun’ team wordt verslagen. Dat is zo’n groot deel van henzelf dat ze het niet kunnen wegduwen. Ze zoeken daarom externe oorzaken voor het verlies: de scheidsrechter floot vals of de grasmat deugde niet.

Is het niet ongezond, al die spanning van zo’n wedstrijd?

Sportwedstrijden kunnen juist een positief effect hebben op onze fysieke gesteldheid, bleek uit meerdere onderzoeken. Tenminste, bij winst. In Frankrijk daalde het aantal hartaanvallen op de dag dat het Franse team in 1998 wereld­kampioen werd. Onderzoekers denken dat dat te danken is aan alle blijdschap die erbij vrijkwam en de daaraan gerelateerde afname van stress. Het meeste plezier beleven we trouwens aan een wedstrijd die eerst op verliezen stond en toch op winst uitloopt, ontdekten onder­zoekers van de Ohio State University in 2009. Negatieve emoties tijdens het spel, die opeens omslaan in blijdschap omdat er toch een zege volgt, maken de euforie extra intens. Helaas blijken van spannende wedstrijden wel weer meer mensen een hartaanval te krijgen. En een verloren wedstrijd is wat dat betreft helemaal levensbedreigend.

Waarom is bijna iedereen Oranjefan terwijl we normaal gesproken zo veel over Nederland klagen?

Dat heeft weinig met elkaar te maken, want het voetbal zelf vormt ons tot groep. Bertjan Doosje: ‘Zo’n voetbaltoernooi is heel duidelijk verdeeld in voor- en tegenstanders, en een gezamenlijke tegenstander verenigt een groep mensen, ook al zijn ze nog zo verschillend.’ Wie tijdens het ek in Nederland is en een oranje T-shirt aantrekt hoort erbij, ongeacht het land van origine. Om optimaal van dat groepsgevoel te profiteren kunnen we het beste vanaf het begin naar alle wedstrijden samen met anderen kijken. Observeer de anderen bovendien goed en brul met alles mee, want het nabootsen van hun bewegingen en het delen van emoties geven een gevoel van psychologische verbondenheid. En hoe meer verbondenheid, hoe meer onze groepswens wordt bevredigd, dus hoe gelukkiger we zijn.

Sommige mensen worden toch juist erg antivoetbal van al dat oranje? Behalve de need to belong hebben we ook een need to be different. We willen erbij horen, maar ook als individu worden gekend. Dat levert conflicten op ­zodra een groepsnorm niet overeenkomt met onze persoonlijke norm. De groepsnorm voor Nederlanders tijdens het ek is om allemaal oranje te dragen, en als één groot organisme mee te leven tijdens de voetbalwedstrijden. Maar iemand voor wie individualiteit een belangrijke persoonlijke norm is, zal alles wat oranje is en cafés met grote schermen mijden en luidkeels verkondigen hoe onzinnig dat spelletje toch is.

Hebben de voetballers er zelf nog iets aan om te weten dat bijna heel Nederland meeleeft?

Waarschijnlijk niet; kijk maar naar de verraste reacties van Oranje toen het na de verloren WK-finale in 2010 feestelijk werd onthaald in Amsterdam. Voetballers zouden er alleen iets aan kunnen hebben als we met zijn allen in het stadion zaten. En dat komt nog niet eens doordat het publiek de spelers opzweept om beter te spelen, maar doordat scheidsrechters onbewust het team met de grootste aanhang vaker het voordeel van de twijfel geven. Dus: heeft u de kans, ga dan naar Polen.[/wpgpremiumcontent]