Lig je wakker van de gedachte dat Utrecht over zeventig jaar misschien aan zee ligt? Springen de tranen je in de ogen als je een artikel leest over uitstervende diersoorten? Durf je geen plastic rietjes meer te gebruiken omdat je vreest dat die in de zee terechtkomen?

Milieubewust door denkfout?

Stel, u bent een zeevisser. Het soort vis dat u vangt loopt door overbevissing terug, maar als u sam...

Lees verder

Als je ‘ja’ antwoordt op deze vragen, dan heb je wellicht last van eco-anxiety, oftewel klimaatangst. Deze vrij nieuwe term is een verzamelnaam voor onze zorgen over wat er in de toekomst zal gaan gebeuren of verdriet om wat er nu al aan de gang is, zoals het verlies van biodiversiteit.

Eco-anxiety werd het eerst gesignaleerd bij mensen die zich professioneel met het klimaat bezighouden, zoals de Amerikaanse meteoroloog Eric Holthaus, die begin 2017 tweette: ‘Na vier jaar dagelijks bezig te zijn met klimaatverandering ben ik vandaag naar een therapeut gegaan. Er zijn dagen dat ik gewoon niet kan werken.’

Ook de Groningse poolbioloog Maarten Loonen, die voor zijn onderzoek naar trekvogels al vijfentwintig jaar naar Spitsbergen reist, kan zijn tranen moeilijk bedwingen als hij over smeltende ijskappen spreekt. Hij voelt vooral onmacht: ‘Ik blijf maar vertellen over wat ik zie gebeuren, maar niemand grijpt in,’ zei hij begin dit jaar in de Volkskrant.

Bioloog Camille Parmesan schreef in 2014 dat ze geen enkele bioloog kende die niét wanhopig werd van wat er allemaal verloren ging. Maar het leeft zeker niet alleen onder klimaatprofessionals. Uit een studie van de Yale University uit 2018 bleek dat 69 procent van de Amerikanen zich zorgen maakt over klimaatverandering en dat 49 procent denkt dat het hen persoonlijk zal schaden.

Nederland kent vergelijkbare cijfers: 65 procent van de Nederlanders is bezorgd over de opwarming van de aarde, waarvan 43 procent zich enige zorgen maakt en 22 procent heel veel, zo blijkt uit een recent onderzoek van I&O Research.

Dit vinden, dat doen

Wat doen we met dat nare gevoel? Volgens de Amerikaanse psycholoog Molly Castelloe proberen veruit de meesten het weg te stoppen. ‘We scheiden ons af van gevoelens die met de opwarming van de aarde te maken hebben en creëren een muurtje van vergetelheid om ons mentale ongemak te verlichten,’ aldus Castelloe.

Dit mentale ongemak ontstaat doordat ‘cognitieve dissonantie’ optreedt: ons gedrag strookt niet met wat we eigenlijk juist vinden. We vinden het bijvoorbeeld heel belangrijk dat onze kinderen schone lucht inademen en toch pakken we dagelijks de auto.

Cognitieve dissonantie is onaangenaam, vandaar dat we dit gevoel proberen op te heffen. Dat kan natuurlijk door ons gedrag te veranderen, maar veel vaker – want een stuk eenvoudiger – passen we onze gedachten aan.

We vertellen onszelf bijvoorbeeld dat het wel meevalt met de klimaatverandering, dat het niet onze verantwoordelijkheid is of we er tóch nauwelijks invloed op hebben. Of we wijzen naar het gedrag van anderen: Al Gore, klimaatactivist van het eerste uur, vliegt de hele wereld over en heeft een zwembad, dus zal het wel meevallen met de urgentie.

De vijf fasen van klimaatrouw

Maar daarmee zijn de zorgen niet weggenomen. De Amerikaanse Leslie Davenport, psychotherapeut en universitair hoofddocent aan het California Institute of Integral Studies, denkt dat een flinke groep lijdt aan klimaatrouw.

In haar boek Emotional resiliency in the era of climate change, een handboek voor psychologen uit 2017, onderscheidt ze vijf fases waarin mensen met klimaatzorgen zich kunnen bevinden.

Milieuvriendelijk en toch mannelijk

Mannen houden minder rekening met het milieu, omdat ze dat iets voor vrouwen vinden. Tenminste, dat ...

Lees verder

Ze baseert zich hierbij op het bekende rouwprocesmodel van Elisabeth Kübler-Ross. Davenport: ‘Rouw is een normale reactie op elk soort verlies. Het geeft aan hoe belangrijk het verlorene voor je is. Dat geldt zeker voor klimaatverandering, waarbij er nogal veel te verliezen is: onze veiligheid, de biodiversiteit, vertrouwen in de mensheid en autoriteiten, en ga zo maar door.’ 

De eerste fase in Davenports cyclus is ontkenning. ‘Je weet eigenlijk wel dat er iets aan de hand is, maar dat is te overweldigend, te pijnlijk om naar te kijken.’ Mensen die vanuit cognitieve dissonantie hun zorgen wegredeneren, zitten in deze fase, maar klimaatontkenners ook, denkt Davenport. ‘Deze groep ontkent simpelweg dat de opwarming van de aarde door de mens wordt veroorzaakt, terwijl daar overweldigend veel wetenschappelijk bewijs voor is.’

De tweede fase is boosheid, waarin de werkelijkheid begint door te dringen. ‘Dit zie je bijvoorbeeld vaak bij veertigplussers. Ze hebben hun hele leven op een bepaalde manier geleefd, hard gewerkt om carrière te maken en nu krijgen ze ineens te horen dat ze hun levensstijl drastisch moeten aanpassen.’

In de derde fase voeren we een soort onderhandeling met het klimaat: als ik geen vlees eet, mag ik wel naar Thailand vliegen. Als ik de auto wegdoe, kan ik blijven shoppen. In deze fase hopen we met een paar opofferingen ons oude leven te kunnen voortzetten.

In de fase van verdriet en depressie komt de omvang van het probleem echt binnen. Davenport: ‘Dit zie je vaak bij mensen die al heel milieubewust proberen te leven, maar merken dat ze daarin alleen staan of dat hun overheid juist de andere kant op beweegt, zoals nu in mijn land onder Trump gebeurt.’

In deze fase is het moeilijk om hoopvol te blijven en kun je fatalistisch worden: wat ik doe, heeft toch geen zin meer, we gaan allemaal naar de ratsmodee. Davenport: ‘Sommigen voelen zich heel angstig en prikkelbaar en krijgen slaapproblemen. Het klimaat kan dan echt een obsessie worden.’

In de vijfde fase aanvaarden mensen dat ze de zorgen over de wereld niet alleen kunnen dragen. Hierdoor worden ze niet meer overweldigd door angst. Soms is er professionele hulp nodig om in deze fase van acceptatie te komen. In 2017 is eco-anxiety tot officiële diagnose verklaard door de American Psychological Association, in Nederland is dat (nog) niet het geval.

Davenport: ‘Eerlijk gezegd vind ik eco-anxiety een heel gezonde reactie op klimaatverandering, gezonder dan ontkenning. Maar als de angst chronisch wordt en je belemmert in je functioneren, is een behandeling natuurlijk wel nodig. Een paar jaar geleden werd eco-anxiety nog beschouwd als disenfranchised grief, onterecht verdriet.

Dat verandert nu in rap tempo, omdat er inmiddels al heel wat Amerikanen geconfronteerd zijn met de gevolgen van klimaatverandering, zoals sneeuwstormen of wekenlange bosbranden. Daardoor denken ze: misschien ben ik de volgende keer aan de beurt. Ze hebben last van pre-traumatische stress: stress die zich opbouwt door het vooruitzicht dat er iets ergs gaat gebeuren.’

Of je zorgen maken zal omslaan in echte eco-anxiety, hangt van verschillende factoren af, waaronder je mentale veerkracht. Manu Busschots is gecertificeerd coach en begeleidt mensen met klimaatangst. ‘We hebben nog geen gegevens over wie er psychische hulp voor zoekt, maar het lijkt onder mensen onder de 35 jaar sterker te leven dan daarboven.

En dat is logisch, want jongere mensen hebben een grotere kans dat ze de gevolgen van klimaatverandering echt gaan merken. Verder merk ik dat heel gevoelige mensen eerder last hebben van klimaatangst.’

Doen wat je kunt

Acceptatie van je verdriet helpt om weer verder te kunnen gaan met je leven, stelt Leslie Davenport. ‘Je accepteert dat je niet weet wat de toekomst zal brengen en leert te dealen met die onzekerheid. Het helpt hierbij om te doen wat je kunt, dat vermindert het gevoel van hulpeloosheid dat vaak samengaat met angst en depressie.

Training

Van angst naar lef

  • Leer hoe angst in je lichaam en brein werkt
  • Maak een persoonlijk stappenplan voor het overwinnen van angsten
  • Met technieken om paniekgevoelens weg te nemen
Bekijk de training
Nu maar
€ 45,-

Vaak zie je dat mensen in deze fase gezamenlijk in actie komen, bijvoorbeeld in hun buurt of bij een milieubeweging. Het zaaien van bijen- en vlinderplanten kan je bijvoorbeeld het gevoel geven dat je iets goeds doet voor insecten die het nu zo moeilijk hebben.’

Overigens betekent dat niet dat mensen zich daarna nooit meer slecht voelen over het klimaat. Davenport ziet de klimaatrouwfases niet als opeenvolgend, maar als dynamisch. Je kunt op slechte dagen dus van acceptatie in enorme somberheid en boosheid kukelen of van verdriet naar onderhandeling, omdat je je bijvoorbeeld zo ellendig voelt dat je onbekommerd online wil shoppen.

Ook Manu Busschots kent die gevoelens van onmacht en voelde na het zien van An inconvenient truth de behoefte om in actie te komen. Hij specialiseerde zich in klimaatpsychologie, waarbij centraal staat hoe mensen overtuigd kunnen worden om bewuste keuzes maken.

‘Veel mensen hebben het gevoel dat het niet uitmaakt wat ze doen, omdat het toch maar ‘een druppel op de gloeiende plaat is’. Ik help ze hun eigen verantwoordelijkheid te nemen zodat ze die gevoelens van onmacht kunnen vervangen door actie.’

Praten met gelijkgestemden

Volgens Davenport helpt steun van anderen die met dezelfde problemen kampen – of het nu een therapeutische groep is of een milieuorganisatie – ook bij het beter kunnen omgaan met depressieve gevoelens. Mede vanuit deze optie richtte de Britse psychologe Rosemary Randall de Carbon Conversations op.

Gelijkgestemden komen hierbij samen om te praten over hun zorgen en vooral over wat ze zelf kunnen doen. Het idee is om je eigen ecologische voetafdruk – en dus CO²-uitstoot – te verminderen door je gedrag aan te passen. Manu Busschots ging in de leer bij Randall en richtte KlimaatGesprekken op, die inmiddels op veertig plaatsen in Nederland worden gehouden.

‘Tijdens deze bijeenkomsten merk je dat je niet alleen staat. Iets kleins als de auto laten staan, wat misschien zinloos voelt omdat iedereen gewoon door blijft rijden, wordt groter als meer mensen het doen.

Kiezen voor een andere levensstijl is makkelijker als de samenleving die je voor ogen hebt, aansluit bij je eigen waarden en behoeften. En die blijken voor de meeste mensen overeen te komen: gezond voedsel, veiligheid, weinig sociale spanningen, rechtvaardigheid en solidariteit.’

In angst blijven hangen heeft in elk geval geen zin, zegt Busschots. ‘Angst werkt verlammend, maar als je een handelingsperspectief hebt – dit kun je zélf doen om de situatie te verbeteren – helpt dat enorm.’

Bronnen o.a.: I&O Research, Duurzaam denken is nog niet duurzaam doen, maart 2019 / M. Castelloe, Coming to terms with ecoanxiety, Psychologytoday.com / S. Cayton, e.a., Mental health and our changing climate: Impacts, implications, and guidance, American Psychological Asscociation, maart 2017.

Huilen om gekapte bomen

Journalist en ‘klimaatcabaretier’ Anouk Kragtwijk is zowel jong als hooggevoelig. Ze is zich al van jongs af aan bewust van het milieu en leeft zo ecologisch mogelijk. Maar vorige zomer, toen het kurkdroog en snoeiheet was, werd ze bevangen door machteloosheid en somberte.

Anouk: ‘Ik dacht: wat ik ook doe, het is niet genoeg. Dit probleem is te groot voor mij om er iets aan te kunnen doen.’ Toen er in haar straat ook nog gezonde bomen moesten worden gekapt omdat ze met hun wortels in de riolering groeiden, knapte er iets in haar. ‘Ik was helemaal van slag en dat uitte zich in enorme huilbuien.’

Anouk besloot naar een psycholoog te gaan. ‘Ik heb veel met haar gepraat. Daardoor realiseerde ik me dat ik van alles deed om maar grip op dit absurd grote probleem te houden: als ik maar geen vlees eet, als ik maar korter douche, als ik maar niet met de auto ga.

Het waren mijn coping-mechanismes om maar niet onder ogen te hoeven zien, dat het ook best eens wel fout zou kunnen gaan met de aarde. Maar het wegdrukken van dingen die je voelt, geeft uiteindelijk meer stress dan het voluit ervaren van het verdriet.

Ik heb dus moet accepteren dat het ook kan misgaan en dat het oké is om daar verdriet over te voelen. Na drie sessies was dat gelukt. Al blokkeer ik soms wel nieuws over het klimaat, omdat ik het niet aankan. Gelukkig kan ik er als cabaretier grappen over maken. Want iemand die moet huilen als er zes bomen worden gekapt, heeft natuurlijk ook wel iets komisch.’

Klimaatmeisje Greta

Al vanaf haar 8e maakte de Zweedse Greta Thunberg (16) zich zorgen om het klimaat. Ze kon maar niet begrijpen dat niemand iets leek te doen tegen de opwarming van de aarde. Dit leidde uiteindelijk tot een depressie waarbij ze niet meer sprak en at.

Ze viel in korte tijd tien kilo af en weigerde een jaar lang om naar school te gaan. Toen ze haar ouders uiteindelijk vertelde wat er aan de hand was, pasten zij hun levenstijl aan. Zo stopten ze met vliegen wat het einde betekende van de internationale carrière van haar moeder, een beroemde operazangeres.

Greta zelf werd de grote motor achter de acties van de klimaatspijbelaars, gaf een speech bij de VN en hield TEDtalks die al honderdduizenden keren zijn bekeken. Het leverde haar zelfs een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede op.