Driekwart van de Nederlanders maakt zich zorgen over het klimaat. Toch bekeren we ons niet massaal tot een duurzame levensstijl. Volgens de Noorse psycholoog en econoom Per Espen Stoknes komt dat doordat we in een permanente staat van cognitieve dissonantie verkeren.

Voedingsgekte – Waarom maken we ons zo druk over eten?

Voedingsgekte – Waarom maken we ons zo druk over eten?

Met eten laten we zien wat we belangrijk vinden en tot welke sociale groep we behoren. Hip Nederland...

Lees verder

We weten weliswaar maar al te goed dat de aarde opwarmt door onze CO2-uitstoot, maar niemand ontkomt er helemaal aan een bijdrage aan die uitstoot te leveren: we moeten immers toch eten, reizen en zo af en toe nieuwe kleren kopen.

Dat besef levert een ongemakkelijk gevoel op, de zogeheten cognitieve dissonantie. En om die dissonantie op te heffen, steken we onze kop in het zand of draaien we een paar ledlampen in om ons geweten te sussen. Waarna we weer verder gaan met CO2 uitstoten.

De psychologie kan dus goed verklaren waarom we ondanks al onze kennis over het klimaatprobleem blijven hangen in niet-zo-groen gedrag. Zijn we daarmee hopeloos verloren?

Nee. Want er zijn gelukkig ook psychologische mechanismen die ons juist kunnen helpen om groener te leven. Wil je het roer omgooien, maak dan maximaal gebruik van de volgende inzichten.

6 inzichten die helpen om duurzamer te leven

1. Klein beginnen is prima

Ook iets simpels doen als isolatiefolie achter de radiator plakken of drie keer per week vegetarisch eten maakt verschil. Wie iets groens doet, gaat namelijk over zichzelf denken als een duurzaam persoon.

En doordat mensen zich het prettigst voelen wanneer hun gedachten en gedrag in overeenstemming zijn – zogenaamde zelfconsistentie – gaan ze zich daarna ook verder duurzamer gedragen. Dat zegt Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bijkomend voordeel: mensen die zich groen voelen, zijn gelukkiger. Volgens Steg heeft dat te maken met wat econoom James Andreoni the warm glow noemt: als je iets altruïstisch doet, voel je je trots op jezelf. Mensen willen immers betekenisvol leven; een bijdrage leveren aan het grotere geheel.

2. Laat lekker zien hoe groen je bent

Altruïsme is mooi, maar stiekem vinden we het wel belangrijk dat anderen die altruïstische daad ook zien. We dénken weliswaar dat status geen rol speelt, maar intussen zijn we zo ijdel als wat.

Neem de aanschaf van een elektrische auto. In Washington State en Colorado bleken proefpersonen in een onderzoek bereid om tussen de 430 en 4000 dollar méér te betalen voor een Prius dan voor een vergelijkbare elektrische auto die minder herkenbaar was als groen en duur.

Ben je een snelle beslisser?
TEST
Doe de test »

Ben je een snelle beslisser?

Overigens ontdekte Stegs onderzoeksteam in een ander onderzoek dat de factor status nog belangrijker werd wanneer het product enige nadelen had – bijvoorbeeld als de accu nog niet optimaal was. Dat versterkte de duurzame identiteit van de eigenaar: die had dat er toch mooi allemaal voor over.

3. Maar geef jezelf geen schouderklopjes

Kijk wel uit dat je jezelf door die duurzame daad niet moreel superieur gaat voelen. Proefpersonen die in een onderzoek van de universiteit van Toronto producten hadden gekocht in een gesimuleerde groene webwinkel, waren direct daarna meer geneigd om bij een andere opdracht vals te spelen dan deelnemers die in een niet-groene winkel hadden geshopt.

Wie zich moreel superieur waant, voelt zich vaker gelegitimeerd om op een ander vlak minder hoogstaand gedrag te vertonen, denken de onderzoekers. Moral licensing wordt het fenomeen wel genoemd.

Maar als we groen consumeren niet uitleggen als ‘superieur’ gedrag, maar het ‘gewoon doen omdat het de norm is waarvoor we onszelf geen schouderklopje hoeven geven’, dan treedt moral licensing niet op, zegt onderzoekster Nina Mazar.

4. Doorrekenen hoeft niet

Helpt het om heel rationeel je duurzame beslissingen af te wegen? Dus bijvoorbeeld door te berekenen hoeveel je bespaart op je gasrekening als je je vloer isoleert?

Nee, zeggen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen; we dénken weliswaar dat economische redenen zwaarder wegen bij een duurzame beslissing, maar uit hun onderzoek blijkt dat milieuvriendelijke motieven veel betere voorspellers zijn voor duurzaam gedrag.

Als je twee groepen mensen een bandenspanningcheck aanbiedt en je vertelt de ene groep dat dat goed is voor het milieu en de andere groep dat ze daarmee geld besparen doordat ze minder brandstof verbruiken, dan blijkt de eerste groep meer gemotiveerd om die check uit te voeren. Ook de kans op een ‘positieve spillover’ – lees: nog meer groen gedrag – is dan groter.

5. Omring jezelf met groentjes

Als je weet dat je buren minder energie verbruiken dan jij, ga je zelf ook energiezuiniger leven. Niet vanuit een soort competitie, maar omdat mensen nu eenmaal de neiging hebben om de groepsnorm te volgen, zo constateerde de beroemde beïnvloedingswetenschapper Robert Cialdini.

Mensen die geïnformeerd werden over het lagere energieverbruik van hun buren, verminderden hun energieverbruik van 14,5 naar 12 kilowatt per dag.

Dit principe lijkt voor meer duurzaam gedrag te gelden, maar het kan ook negatief uitpakken. Als het om voedselverspilling gaat bijvoorbeeld.

Per persoon gooien we ongeveer vijftig kilo voedsel per jaar weg. ‘Omdat we denken dat iedereen het doet,’ zegt Lisanne van Geffen, gedragswetenschapper die aan de Wageningse Universiteit onderzoek doet naar het voorkomen van voedselverspilling. ‘Daardoor vinden we het normaal om restjes groenten of zuivel die over de datum zijn weg te gooien.’

Dit terwijl 20 tot 35 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen komt door de productie van voedingsmiddelen; door minder te verspillen reduceer je dus ook de CO2-uitstoot. ‘We zouden ons meer moeten realiseren dat eten weggooien echt slecht is voor het milieu. Dát voorkomen moet de nieuwe norm worden.’

6. Zet wat vaker een roze bril op

Lees je niet suf over het klimaatprobleem, de stijgende zeespiegel en ijsschotsspringende ijsberen. Lees in plaats daarvan over leuke duurzame lokale initiatieven en groene start-ups – kortom, over wat we allemaal wél goed doen.

Dat werkt veel stimulerender, schrijft Per Espen Stoknes, auteur van het boek What we think about when we try not to think about global warming. Volgens de Noor moeten we de klimaatverandering reframen.

80 procent van de berichtgeving over het klimaat schetst een doemscenario en dat maakt dat mensen het onderwerp gaan vermijden. Slechts 2 procent gaat over kansen, terwijl zo’n perspectief mensen wel motiveert tot actie. Zijn devies: ‘Praat over dromen, niet over nachtmerries.’

Bronnen o.a.: R. Cialdini e.a., The constructive, destructive, and reconstructive power of social norms, Psychological Science, 2007 / N. Mazar e.a., Do green products make us better people? Psychological Science, 2010 / S. Sexton, A. Sexton, Conspicuous conservation, Journal of Environmental Economics and Management, 2011 / L. Steg e.a., Why acting environmentally-friendly feels good, Frontiers in Psychology, 2016/ G. Maio e.a., Self-interest and pro-environmental behavior, Nature Climate Change, 2013