Wandelen in de natuur vermindert stress en helpt de gedachten te ordenen. Deze gedachte is terug te vinden bij uiteenlopende denkers als de grote filosoof Immanuel Kant, de intellectuele vader van de Amerikaanse psychologie William James en de spirituele schrijver Deepak Chopra. De laatste tijd wordt deze mening echter ook ondersteund door psychologisch onderzoek.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

De Canadese psychologen Elizabeth Nisbet en John Zelenski vroegen studenten bijvoorbeeld een wandeling te maken bij de campus. De proefpersonen kregen te horen dat onderzoekers benieuwd waren naar de ‘persoonlijke indrukken van de campus’. De helft van de studenten bleef binnen, en legde een route af langs onder andere de sportfaciliteiten en door tunnels. De andere groep maakte gebruik van een fietspad langs een kanaal en de botanische tuin. Uit ingevulde vragenlijsten na afloop blijkt dat de buitenwandeling leidde tot meer ontspanning, een duidelijke toename van positieve gevoelens en een bescheiden afname van piekeren en tobben. Op zich lijken deze uitkomsten niet erg verrassend.

Eerder onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat patiënten in ziekenhuizen sneller herstellen als ze uitzicht hebben op bomen dan wanneer ze op een muur uitkijken. De crux van het onderzoek van Nisbet en Zelenski is echter dat ze de helft van de proefpersonen vroegen te voorspellen wat het effect op het humeur zou zijn van een wandeling binnen of buiten. En dan blijkt dat de studenten onderschatten hoeveel goed de buitenwandeling hen zal doen. Het effect van de binnenwandeling blijken ze juist te overschatten. Natuur werkt helend, maar veel mensen beseffen dat onvoldoende.

Geen automatisme

De Finse psycholoog Kalevi Korpela ontdekte iets soortgelijks bij onderzoek onder 1273 bewoners van de steden Helsinki en Tampere. Mensen die vaker piekeren en meer gebukt gaan onder het tempo van het moderne leven, melden dat verblijf in de natuur voor hen helend werkt. Tegelijkertijd bezoeken zij de natuur minder vaak. Korpela: ‘Deze inconsistentie was een verrassing voor ons.’ De mogelijkheden van de natuur blijven op die manier onbenut.

Korpela ziet daarom kansen voor het vergroten van welbevinden. Tegelijkertijd laat hij per e-mail weten dat de positieve effecten van natuur niet voor iedereen automatisch ontstaan. ‘Ik geloof niet dat het mensen is aangeboren dat zij zich goed gaan voelen zodra zij in een natuurlijke omgeving zijn.’

Het maakt voor het effect dat natuur heeft bijvoorbeeld veel uit op welke aspecten in de omgeving mensen hun aandacht richten. Hoe belangrijk dat effect is, blijkt uit onderzoek waar mensen dezelfde route liepen langs water. De proefpersonen die gehoord hadden dat zij langs een waterzuiveringsbekken kwamen, genoten minder dan personen die dachten dat zij langs natuurlijk water liepen. Een positieve natuurbeleving zit dus voor een deel tussen de oren. Of zoals de Engelsen het zouden kunnen zeggen: Natural beauty is in the eye of the beholder.

Korpela heeft daarom midden in Finland het eerste psychologische natuurbelevingpad in de wereld uitgezet. De route is zes kilometer lang en slingert door heuvelachtig bos. De weg combineert mooie uitzichten en biedt een intiem pad dat soms over plankieren loopt. Op de borden langs het pad staan negen psychologische oefeningen beschreven, om het positieve effect van natuur nog te vergroten. Om het effect van ‘zijn’ pad te meten, ondervroeg Korpela 167 Finnen die het hadden uitgeprobeerd. De overgrote meerderheid toonde zich tevreden met de oefeningen. Ze hadden het gevoel dat het pad hun had goedgedaan en ze voelden zich krachtiger. Meer dan de helft van de wandelaars zei het pad te zullen aanraden aan kennissen en zelf nog eens terug te komen. Vanwege de positieve resultaten wordt momenteel onderzocht of in Zweden, Luxemburg en Frankrijk soortgelijke paden geopend kunnen worden.

Voorkeur voor ruig

Een op de tien wandelaars vond het Finse natuurbelevingpad echter maar niets. Deze wandelaars waren vooral van mening dat het pad te dicht bij de bewoonde wereld blijft.

Hun voorkeur voor ruige, onaangeraakte natuur heeft mogelijk te maken met een specifiek aspect van natuurbeleving. Wanneer we alleen zijn in een pure, natuurlijke omgeving, kunnen we ervaren dat we een onbeduidend radertje zijn in het grote schema van het leven. De bomen, meren of bergen om ons heen zijn onverschillig over ons bestaan. Dit helpt te beseffen dat alledaagse zorgen niet van levensbelang zijn. Statusangst, kantoorpolitiek en de kringetjes van het eigen gepieker doen er gewoon minder toe. Dat werkt bevrijdend.

Volgens sociaal psycholoog Sander Koole van de Vrije Universiteit profiteert niet iedereen van dit specifieke effect dat ruige natuur kan hebben. Koole: ‘Mensen die niet lekker in hun vel zitten en bewust zoeken naar zingeving, zijn beter af in een parkachtige, nette natuur. Wildere natuur met rottende bomen en misschien zelfs dode dieren roepen veel associaties op met vergankelijkheid. Als je dat aankunt, levert dat waarschijnlijk een gevoel van vrijheid en betekenis op. Maar voor wie het vinden van betekenis op dit moment niet automatisch verloopt, is het beter de wildheid van het leven even niet op te zoeken.’[/wpgpremiumcontent]