Versimpel je leven

Het klinkt heerlijk: minder bezittingen, minder afspraken, minder stress. Maar het betekent ook: dierbare spullen wegdoen en drastisch snoeien in je vriendenkring. Een persoonlijk verslag van de strijd tegen de chaos.

‘Heeft u brogues van Avang, maat 45, bruin? Wilt u twee paar voor me apart zetten? Ik kom ze nú halen.’ Van tijd tot tijd voerde mijn vader een dergelijk telefoongesprek met de plaatselijke schoenwinkel. Twintig minuten later stonden de nieuwe schoenen in zijn kast. Ongepast gekocht, want hij wist al dat ze goed zaten – hij droeg immers niet anders dan brogues van Avang, maat 45, bruin.
Wat een leven, dacht ik als kind. Altijd dezelfde schoenen.

Training

Zo voorkom je een burn-out / stress de baas

  • Vind balans tussen veerkracht en draaglast
  • Stel prioriteiten en leer 'nee' zeggen
  • Functioneer optimaal met een gezonde dosis stress
bekijk de training
Nu maar
€57,50

Maar inmiddels heb ik mijn eigen variant op zijn brogues. Van tijd tot tijd komt de naaimachine van zolder en maak ik een nieuwe broek naar oud vertrouwd patroon. Altijd van dezelfde stof, altijd zwart. Saai? Franjes en frutsels, dát verveelt. Maar belangrijker nog: ik ben voor altijd verlost van vervelende zoektochten en frustrerende pas-sessies in overvolle winkels. Iedere keer dat ik in de nieuwste versie van mijn maatbroek glijd, tel ik in gedachten weer de gruweluren die ik met mijn zelfmaakwerk heb uitgespaard. Simpele eenvoud, groot geluk.

Legoton ontploft?

Was mijn leven verder maar zo simpel. Nu ik dit schrijf ben ik net een maand terug van vakantie, maar in mijn hoofd is het weer alle dagen kermis. Dat begint al bij het ontbijt, als mijn ene oog op de krant hangt en het andere op mijn dochter, die vertelt wat ze heeft gedroomd. ‘O jee, en toen?,’ zegt mijn mond, terwijl mijn innerlijke stem de laatste zin uit het krantenbericht nog eens herhaalt.
Ongeveer twintig minuten duurt dit gevecht tussen mijn drang om een geduldige moeder en een welingelicht burger te zijn. Dan is het tijd voor de volgende slag in het ochtendprogram: tandenpoetsen, schoenen zoeken, jas aan. Tegen de tijd dat zij op school is afgeleverd en ik op de redactie de computer aanzet, denk ik al verlangend aan mijn bed.
Terwijl het dan pas echt begint. Mooie artikelen bedenken en schrijven. Afspraken maken. Stukken redigeren. Vergaderen. In de lunchpauze boodschappen doen – wat zullen we vanavond eens eten? En tussen de bedrijven door vriend X mailen dat ik deze maand écht niet langs kan komen, vriendin Y mailen om te vragen of zij vrijdag dochterlief van school kan halen, en de loodgieter mailen met de vraag of de bestelde radiator er al is.
En dan is het alweer halfzes en wacht het avondprogramma. ‘Hai schat, had je nog aan die declaratie gedacht?’ ‘Hee pop, is de Legoton ontploft?’ Terwijl de broccoli gaart, geef ik de planten water en luister ik mijn voicemail af. Ha, de handdoekradiator is toch gearriveerd. ‘Kun jij morgen de loodgieter binnenlaten? Dan zet ik het badkamerkastje vast in de keu…’ Verdorie, de broccoli is aangebrand.

De benen uit het lijf

Ik wil te veel in te weinig tijd, zoveel is duidelijk. En ik ben niet de enige met dat probleem. Uit het laatste Tijdsbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2011 kwam naar voren dat de helft van de vrouwen en 43 procent van de mannen zich wekelijks minstens één keer gejaagd of te druk te voelt. Als ze hun leven een cijfer moeten geven van 0 (helemaal niet druk) tot 10 (zeer druk), komen vier op de tien Nederlanders met een score van 8 of hoger. En slechts een op de vijf scoort lager dan 6. En dat komt niet doordat we meer zijn gaan werken, stellen de onderzoekers: na het jaar 2000 nam de vrije tijd niet verder af, maar bleef die constant op gemiddeld 44 uur per week. Het gevóél dat we het te druk hebben, nam echter wel steeds verder toe. Een verklaring voor die stress zou kunnen liggen in het groeiende aanbod van vrijetijdsvoorzieningen.
Hoe herkenbaar. Begin september was het Open Monumentenweekend, een klein feestje voor liefhebbers van oude gebouwen. Eigenlijk had ik het liefst een weekend thuis rondgelummeld, maar dít mocht ik niet missen. Bovendien was het mooi weer, dan ga je geen achterstallige was wegwerken. Vriend Z ging mee, het werd gezellig, precies wat je denkt nodig te hebben na een drukke week – maar toen we zondagavond thuiskwamen, was ik kapot en rook de wasmand alarmerend. Slecht begin van de nieuwe werkweek.
Maar het gevoel dat je je leven maar half onder controle hebt, valt niet alleen terug te voeren op een teveel aan activiteiten. In het Britse blad Psychologies poneert psychiater en psychotherapeut Christophe André de stelling dat veel mensen in onze rijke westerse samenleving net zo goed gebukt gaan onder een teveel aan spullen en sociale contacten. Ook die vreten energie, schrijft hij, en dus moet je ook daar af en toe met de schoffel door.

Te veel vrienden

Te veel spullen, daar kan ik me alles bij voorstellen – als ik moe thuiskom van mijn werk, geeft de aanblik van de verstofte fossielenverzameling op de schoorsteenmantel en het Playmobilslagveld op de vloer me ook niet bepaald het gevoel dat het nu bijkomen geblazen is. En dan heb ik het nog niet eens over de stapel ongelezen kranten die me verwijtend aanstaart.
Maar onder je vrienden wieden?! Geldt je adresboek tegenwoordig niet als sociaal kapitaal – hoe groter ons netwerk, hoe geslaagder ons leven? Toch veer ik op als Christophe André schrijft over gek worden van de telefoon en van gesprekken die nergens over gaan. Hij heeft ook een vriend X: zo’n man die alleen nog maar kan praten over de huizenprijzen. Inderdaad, een avond met hem kost me al tijden meer energie dan het me plezier oplevert. Wat ooit een warme vriendschap was, is inmiddels een last.
Oké dan, tijd voor de grote najaarsschoonmaak. De volgende keer dat X zich meldt, zal ik eens voorzichtig opperen dat we misschien wel uit elkaar gegroeid zijn. Heeft onderzoek niet aangetoond dat elke vier jaar twintig tot dertig procent van onze vriendschappen doodbloedt? Wat zou ik dan in mijn eentje proberen aan die natuurwet te ontsnappen?
En ook de troep om mij heen gaat eraan geloven. Ik pak er Opgeruimd! nog maar eens bij, de bijbel van Marie Kondo die ‘orde en rust in je leven’ belooft. Zij overtuigt me ervan dat het paradijs binnen handbereik ligt. Tafels zonder kranten, vloeren zonder troep. Kasten die heerlijk overzichtelijk ogen. Dat wil ik ook! Komend weekend zal ik als een witte tornado door onze woning gaan en alles wat voor onrust zorgt verwijderen. Wég met die papieren, wég met die fossielen, wég met dochters poppenkraam. Weg ook met het plantenhospitaal op de gang, de sneue gevallen die ik steeds weer uit handen van harteloze mensen red. Hard, hard, hard zal ik zijn. En wee degene die straks nog iets mijn huis in sleept.

Een kalende ficus redden

‘Ho,’ zegt Manita Overweg, ‘versimpelen is een middel hoor, geen doel op zich.’ Overweg is professional organizer, een van de velen die de Nederlandse beroepsvereniging NBPO inmiddels geregistreerd heeft. De branche is booming business. Zij en haar vakgenoten hebben het over het algemeen niet zo op een overdaad aan spullen, ze zien te vaak mensen die zichzelf verliezen in de chaos in hun huis. Een basis van orde moet er dus echt wel zijn. Maar dan is het wat Overweg betreft ook goed. Want, zegt ze, een ander nastrevenswaardig ideaal als het om het vereenvoudigen van je leven gaat, is het ‘ont-moeten’: ‘Niet geleefd worden door to-do-lijstjes, maar de dingen doen omdat je ze wílt doen.’
Dus: waarom moet mijn huis leeg? Omdat ik dat wíl? Of omdat het hip is, omdat het hoort, te oordelen naar de enorme stapel opruimgidsen die de afgelopen jaren het licht zag?
Goede vraag. Ik in een leeg huis, voelt dat goed? Niet echt, toch. Van mensen die alleen een Charles Eames-fauteuil en een orchidee in de kamer hebben staan, denk ik eigenlijk stiekem dat ze gevoelsarm zijn. Klimmen zij dan nooit in vuilcontainers omdat er een leuk tafeltje in ligt? Redden zij dan nooit een kalende ficus van het grofvuil, omdat een kalende ficus zo hartbrekend zielig is?
Niet leeg dus. Maar minder vol, dat is een mooi streven. Zodat ik weer gewoon een kookboek uit de kast kan pakken zonder dat er een stapel ouwe pockets mee naar beneden komt. Maar waar gaan we met die pockets heen? Ik kijk er eens kritisch naar. Fay Weldon, Benoîte Groult – hoe achterhaald. Maar de grootste bulk bestaat toch uit pockets over de Franse historie. Franse revolutie, Frans nationalisme, Frans fascisme: mijn hele zevenjarige geschiedenisstudie trekt aan me voorbij. Dat kan niet weg. Al heb ik er sinds mijn afstuderen geen blik meer in geworpen, deze boeken afdanken staat gelijk aan mijn bul verscheuren. Toch?
Onzin, zegt Karin Brouwer als ik haar bel. Brouwer is eveneens professional organizer. En net als ik volgde ze ooit een studie waarmee ze niets meer doet: onderwijskunde in haar geval. ‘Ik heb nog jaren een abonnement op een vakblad gehad,’ vertelt ze, ‘maar op een gegeven moment zuchtte ik al als dat binnenkwam. Het nam ook figuurlijk ruimte in: steeds als ik het zag liggen, dacht ik: dat moet ik ook nog lezen. Tot ik mezelf de vraag stelde: waar ben je nu eigenlijk bang voor? Dat ik zonder vakblad geen onderwijskundige meer zou zijn, was het antwoord. Maar zo’n blad bepaalt dat natuurlijk helemaal niet. Toen ik dat zag, kon ik het abonnement opzeggen.’

Waar sta ik voor?

Ik geloof dat ik het begin te begrijpen. Versimpelen is niet zomaar de bezem door je leven halen. Versimpelen is nadenken over de vraag waar de dingen in je leven voor staan. Waar de mensen in je leven voor staan. Waar de afspraken in je agenda voor staan. Kortom, waar jíj voor staat.
En, waar sta ik voor? Hier schiet Lothar Seiwert me te hulp. In zijn boek Haast je langzaam vertelt deze Duitse timemanagementgoeroe me dat ieder mens hooguit zeven ‘levenshoeden’ kan dragen, zeven serieuze rollen die hij of zij in het dagelijks leven op zich neemt. Wie met meer dan zeven jongleert, zal merken dat geen enkele hoed meer lekker zit. Wie zich tot zeven of minder weet te beperken, is echter een gelukkig mens. Dat wil zeggen: als we erop letten dat de hoofddeksels een beetje aardig zijn verdeeld over de vier levensgebieden.
Dus niet alleen carrièrepetten bewaren en ook niet volledig op familie en vrienden focussen. Gezondheid is er ook nog, en zingeving. Ga er echt even voor zitten, beveelt Seiwert, neem elke rol eens goed onder de loep en check de balans.
Oké, ik ga mijn hoeden tellen. Op mijn werk: redacteur en eindredacteur. Thuis: moeder, echtgenote, huisvrouw. Dat zijn er al vijf die niet weg kunnen. Nog maar twee te vergeven dus, en er komen er nogal wat in aanmerking. Zo ben ik lid van een vriendinnenwandelclub plus bibliotheekjuf op dochters school. En dan pretendeer ik nog een bovengemiddeld kok te zijn, een serieus kranten- en tijdschriftenlezer en plantendokter Anne.

huisvrouwhoed

Het valt niet te ontkennen, er moeten hoofddeksels weg. Maar welke? De wandelclub in elk geval niet. Die is veel te leuk, en levert bovendien een dubbele score op – zowel bij Vriendschap als bij Gezondheid.
Mijn hobby’s geef ik ook niet graag op. Wat is immers een leven zonder lezen en lekker eten? Toch moet er iets weg, zegt Seiwert streng. Ik neem de huisvrouwhoed nog eens op. Waarom zou die eigenlijk niet weg kunnen? Volslagen irreëel misschien, met een kind in huis. Maar toch, om ons heen heeft vrijwel iedereen inmiddels een schoonmaakhulp. Ik ga er ook een zoeken, dan wordt die hoed namelijk een hoedje en – besluit ik bij dezen brutaal – telt-ie nog maar half mee.
Blijft over een half hoedje – voor de plantjes, de krantjes of de keuken. Ineens word ik een beetje boos op Seiwert. Waar haalt hij dat aantal van zeven eigenlijk vandaan? Ik besluit dat alle drie de hobby’s lekker in dat halve hoedje mogen. Maar wel onder strenge voorwaarden. Planten met dopluis moeten het huis uit – ik ben de laatste uitbraak nog steeds niet te boven. De krant gaat na het ontbijt rücksichtslos in de papierbak. En uitgebreid koken wordt voorlopig iets voor de weekends – ruim baan voor de kliekjes en de diepvriesmaaltijd, het zal zo veel stress schelen.
Oeps, daar ligt het biebhoedje nog. Ik was er zo trots op. Werkende moeder, drukbezet, toch nog helpen op school. Hoe kan ik het dan nu vergeten?
Laat ik daar maar een teken in zien, zeg ik opgeruimd tegen mezelf. Ik doe het uit schuldgevoel, uit ijdelheid, uit plichtsbesef, whatever, maar het is gewoon te veel. Ik ga ermee stoppen. Kan ik op woensdagochtend eindelijk weer eens de krant uitlezen. Een ossobuco voorbereiden. Of een nieuwe broek naaien – want daar wordt het ook weer eens tijd voor.

Training

In 3 stappen naar je droombaan

  • Ontdek wat je passie is
  • Krijg meer energie en inspiratie
  • Verdien geld met wat je leuk vindt
bekijk de training
Nu maar
€ 87,50

Te weinig tijd?

1 Niemand kan álles doen wat hij wil. Voel je dus niet schuldig als je iets laat liggen om iets anders te kunnen doen. Probeer wel je keuzes duidelijk te benoemen en te beargumenteren.
2 Schrijf op gezette tijden ‘niks’ in je agenda, al was het maar omdat je meer van leuke activiteiten geniet als je ze weet te doseren.
3 Maak naast to-do-lijstjes ook eens een not-to-do-lijst, adviseert de Amerikaanse life coach Martha Beck. Daarop zet je allerlei ingesleten gewoontes die onnodig veel tijd in beslag nemen: strijken, het blaadje van de voetbalclub lezen, koffie halen voor collega’s…
4 Ban niet álle ‘domme’ klusjes uit je leven. Gedachteloos kopietjes draaien of een knoop aanzetten kan heel rustgevend zijn. ‘Braakliggen’ heet dat, in de woorden van organisatieadviseur Jaap Peters, auteur van De intensieve menshouderij. Bouwland moet van tijd tot tijd braakliggen om vruchtbaar te blijven; hetzelfde geldt volgens Peters voor de menselijke geest.
5 Zijn er dingen in je dagelijks leven die je steeds weer een gejaagd gevoel geven? Vraag je af waar dat gevoel precies vandaan komt, en hoe je het kunt wegnemen. Word je bijvoorbeeld onrustig van die onuitgelezen krant, zeg dan het abonnement op en koop alleen een krant op dagen dat je er tijd voor hebt. Of sta jezelf toe bepaalde onderwerpen niet meer te volgen, of de krant weg te gooien als de afgesproken leestijd om is.
6 Zoom op een ontspannen ogenblik eens in op je ‘crisismomenten’. Moet je echt ’s ochtends je werkkleding strijken of overblijfbrood voor je kroost smeren? Misschien is een strijksessie voor het achtuurjournaal een goed alternatief, net als eenmaal per week een stapel lunchpakketten klaarmaken en invriezen.
7 Wat je ook doet om tijd te winnen, bezuinig nooit op slapen. Slaaptekort leidt namelijk al op korte termijn tot een forse afname van efficiency. Annegreet van Bergen, auteur van De lessen van burn-out, vergelijkt mensen die ‘vergeten’ te rusten met houthakkers die geen tijd nemen om hun bijl te slijpen: hun gereedschap wordt bot en ze moeten steeds langer werken voor hetzelfde resultaat.

Te veel sociale contacten?

8 Merk je dat je een moe gevoel krijgt zodra iemand zich bij je meldt, vraag je dan eens af of deze vriendschap voor jou nog loont. Zien jullie elkaar alleen nog for old times’ sake, laat het contact dan zonder schuldgevoel doodbloeden. Reageer niet meer op mails of kerstkaarten, of – netter, maar ook lastiger – stel het ongemakkelijke gevoel expliciet aan de orde en beëindig daarmee officieel het contact.
9 Hecht je toch sterk aan bepaalde vrienden die niet goed meer in je huidige leven passen? Denise Hulst suggereert in haar boek Veel te doen, weinig tijd? om af en toe open huis te houden. Zo kun je al die verwaterde contacten in één keer ‘afhandelen’.

10 Zie je ook je goede vrienden te weinig? Ga eens op zoek naar een tijdsbesteding waarbij je meer vliegen in één klap slaat. Eens in de zoveel weken een gezamenlijke wandeltocht is een goede manier om bij te praten én lekker buiten te bewegen. Samen elkaars zolder uitruimen kan heel gezellig zijn. Er zijn mensen die zweren bij zondagse kooksessies; ze bereiden dan samen een grote voorraad diepvriesmaaltijden voor iedereen.

11 Wie verplicht jou de telefoon op te nemen als je net lekker zit te lezen? Laat de beller iets inspreken, dan kun je altijd nog besluiten of het nodig is om terug te bellen. Bijkomend voordeel: telemarketeers haken altijd af zodra de voicemail aanspringt.

Te veel spullen?

12 Vraag je bij alles wat je wilt kopen af: heb ik dit echt nodig? Past deze broek bij de rest van mijn garderobe? Kan ik dit boek niet bij de bibliotheek halen? Moet ik voor dat feestje echt veertig glazen kopen of zal ik wat bij de buren lenen?
13 Hoed je voor impulsaankopen. Veel mensen laten zich door ‘afgeprijsd’-stickertjes verleiden tot een aanschaf die het nét niet is. Koop alleen dingen waar je naar op zoek was en die je echt bevallen – zo komen je kasten niet vol twijfelgevallen te liggen.
14 Ga je grootschalig opruimen? Wees niet te mild voor twijfelgevallen. Zoals Zamarra Oomes-Kok in haar boek Opgeruimd! schrijft: ‘Als het langer dan 60 seconden duurt om te beslissen of je iets wilt houden, heb je het waarschijnlijk niet nodig.’
15 Maak van weggeven of -gooien je tweede natuur. Nieuwe trui gekocht? Kijk meteen welke oude er weg kan. Nieuwe papieren in een ordner gestopt? Blader de map meteen door om te zien of er niet iets uit kan.
16 Maak ook van bijhouden je tweede natuur. Als je iedere dag tien minuten opruimt, wordt je huis nooit zo’n chaos dat je niet meer weet waar te beginnen. Zoals timemanagementgoeroe Lothar Seiwert schrijft: ‘Orde is geen natuurlijk fenomeen. Chaos is normaal en daartegen moeten we ons elke dag verdedigen.’
17 Is je huis al een puinhoop? ‘Beter’ is de vijand van ‘goed genoeg’. Wacht niet tot je tijd hebt om alles in één keer op orde te brengen, maar doe wat je doen kunt in de tijd die je hebt. Neem je bijvoorbeeld voor elke dag één kastplank of papierstapel te lijf te gaan. Alle kleine beetjes helpen.
18 Verwacht geen wonderen. Kinderen maken nu eenmaal troep en huisgenoten met verzameldrift worden nooit asceten. Wel kun je je kinderen wat meer opruimdiscipline bijbrengen. En met de spullenverzamelaar kun je afspraken maken over de hoeveelheid ruimte die hij of zij in beslag mag nemen.

auteur

Anne Pek

Gezondheid is zoveel meer dan niet ziek zijn. Het is ook lekker in je vel zitten, zin hebben in dingen, ermee kunnen omgaan als het even tegenzit. Als wetenschapsjournalist volg ik gretig het onderzoek naar alles wat ons geestelijke en fysieke welzijn beïnvloedt, en al sinds 2005 schrijf ik voor Psychologie Magazine over gezondheid in die brede zin.

» profiel van Anne Pek

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Zo pak je je werksituatie aan

Twijfel je of je baan wel bij je past, maar kun of wil je niet weg? Misschien is het tijd om je werk...
Lees verder
Artikel

Zo pak je je werksituatie aan

Twijfel je of je baan wel bij je past, maar kun of wil je niet weg? Misschien is het tijd om je werk...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Artikel

Relax! 24 oefeningen om te ontspannen

Deze ontspanningsoefeningen helpen je blijvend ruimte vrij te maken in je leven om te ontspannen. De...
Lees verder
Advies

Ik voel me steeds zo onrustig en gestrest. Help me

Het klinkt heerlijk: minder bezittingen, minder afspraken, minder stress. Maar het betekent ook: die...
Lees verder
Kort

Zo onthouden je kinderen meer

Je helpt een kind om lesstof beter te onthouden door er na schooltijd belangstellend naar te vragen....
Lees verder
Artikel

Het stresskwartet

Waarom wordt de een helemaal hyper als de druk oploopt, en de ander juist heel stil? En waarom krijg...
Lees verder
Artikel

Bang voor je baas: de angstcultuur

Heb je het gevoel dat je constant moet oppassen omdat elke fout keihard wordt afgestraft? Zo’n bek...
Lees verder
Interview

De psycholoog van de eeuw

Welke psycholoog beschouwt u internationaal gezien als de, meest vernieuwende, meest baanbrekende da...
Lees verder