Een school vissen draait zich in een flits om en zwemt weg. Een zwerm vogels stort zich in één beweging in een duikvlucht. Het ziet er mysterieus uit. Door welke onzichtbare krachten worden ze bewogen? Toch gehoorzamen deze groepen vaak maar een paar simpele regels.

In het geval van de school vissen zijn het er welgeteld twee. De bioloog Brian Partridge heeft er eind jaren zeventig wel wat moeite voor moeten doen om ze te ontrafelen. Hij ving een school koolvissen, gaf elke vis een rugmerk en liet ze in een O-vormig bassin rondjes zwemmen. Ondertussen hing hij zelf met zijn hoofd naar beneden aan een stellage, en draaide zo rondjes mee met de school. Op die manier ontdekte hij dat de ingewikkelde bewegingspatronen van de vissen ontstonden door twee eenvoudige principes: volg de vis voor je en zwem even hard als de vis naast je.

Ook mensen hebben dergelijke regels. In groepen, maar ook als ze zich maar met één andere persoon in een ruimte bevinden. Deze regels hebben we onbewust. We merken vaak pas dat ze er zijn als iemand ze breekt en we ons ongemakkelijk beginnen te voelen. Test hier uw eigen inzicht in de menselijke zwermwetten.

1 Twee personen die elkaar niet kennen gaan allebei aan de tafel hiernaast zitten lezen. Welke stoelen kiezen ze?

Stoel 1 en 2 Stoel 1 en 3 Stoel 1 en 4

Het eerst wordt over het algemeen een hoekplaats bezet, gevolgd door de plaats diagonaal ertegenover. Onder vreemden zijn we namelijk geneigd om veel afstand te houden. We verdelen ons vervolgens zo gelijkmatig mogelijk over de ruimte, als een rij vogels op een elektriciteitsdraad. Eerst zit aan elke tafel één persoon, als dat niet meer kan zitten aan elke tafel twee personen die zo ver mogelijk uit elkaar zitten, et cetera. Het derde antwoord is dus goed.

De antropoloog Edward T. Hall introduceerde in 1966 de term personal space: een soort onzichtbare bel om ons heen waarbinnen we geen andere mensen toestaan. Binnen een straal van 45 centimeter mogen alleen intimi komen, zoals onze kinderen en partners. De ‘persoonlijke afstand’ (45 tot 120 centimeter) is gereserveerd voor vrienden en familie, de ‘sociale afstand’ (1,2 tot 3,7 meter) is voor kennissen, en als we een groep toespreken gaan we minstens 3,7 meter van de toehoorders staan.

Wanneer iemand deze regel breekt en toch pal naast ons komt zitten in een lege ruimte, of als het erg druk is, dan voelt dat meteen ongemakkelijk. We proberen dan zoveel mogelijk centimeters afstand te creëren, vermijden oogcontact, verschuilen ons achter stapels boeken, zetten een iPod op of slaan een krant open. Wanneer we met een goede vriend aan dezelfde tafel zouden gaan zitten, zou het overigens juist weer vreemd zijn als we zo ver mogelijk uit elkaar plaatsnemen.

Onderzoek ondersteunt Halls theorie in grote lijnen. Zo bleek onlangs uit hersenonderzoek dat de amygdala, een gebiedje waar angst en emoties worden verwerkt, meer activiteit vertoont zodra de onderzoeker zich binnen een straal van 65 centimeter van de proefpersonen waagde. Een vrouw met een zeldzame neurologische afwijking in de amygdala had die angstreactie juist níét, en liet de onderzoeker wel tot 35 centimeter afstand komen, de ruimte die normaal gesproken alleen voor geliefden is gereserveerd.

Overigens verschillen de voorkeuren voor personal space per cultuur. Voor Nederlanders komen Amerikanen bijvoorbeeld dichterbij dan we prettig vinden, terwijl Amerikanen de Arabieren griezelig close vinden. Wanneer mensen uit twee van deze verschillende culturen een gesprekje voeren, is het resultaat dan ook een soort dans, waarbij de ene persoon steeds een stapje vooruit zet en de ander telkens een stapje achteruit deinst.

2 Deze vrouw zat eerst in haar eentje. Haar gezelschap plofte zomaar neer en maakt behoorlijk veel lawaai. Wat gaat ze doen?

Ze vraagt of ze ergens anders kunnen zitten

Ze kijkt boos naar de indringers, maar zegt niets

Ze zegt niets en maakt zich uit de voeten

Hoewel het duidelijk als een inbreuk voelt als een vreemde te dichtbij komt, zeggen we dat opvallend genoeg bijna nooit hardop. Uit onderzoek blijkt dat slechts 2 procent van de mensen iets tegen de indringers zegt. Maar liever wringen we ons in rare bochten om een paar extra centimeter afstand te winnen. Ondertussen stijgt onze bloeddruk, versnelt onze hartslag en beginnen onze handpalmen te zweten. Uiteindelijk kiest de overgrote meerderheid voor de stille aftocht.

3 U wilt op Koninginnedag snel naar het andere eind van een straat. Hoe komt u het snelst door de mensenmassa heen?

U volgt de stroom van de menigte

U gaat zigzaggend tussen de mensen door

Voetgangersmenigten zijn zelforganiserend, zo blijkt uit computermodellen. Zodra er een bepaalde dichtheid is ontstaan – 0,2 m2 per persoon – splitst de menigte zich vanzelf op in twee (soms drie) eenrichtingsstromen, een soort rivieren door de massa heen. Dat is het resultaat van twee principes: elke voetganger wil ergens naartoe, en wil botsingen vermijden.

Deze computermodellen maken duidelijk dat het weinig zin heeft om je zigzaggend een weg te banen door een grote groep mensen. Je moet dan telkens stoppen en je koers veranderen om niet te botsen. Beter kun je kijken hoe de stromen zich bewegen, en op de gunstigste meeliften.

4 Help! Er is brand in de concertzaal en u wilt snel naar een uitgang. Wat kunt u het beste doen?

De menigte volgen

Zelf een uitgang zoeken

Een deel van de tijd de menigte volgen en een deel van de tijd zelf een uitgang zoeken

Volledig in paniek zijn we geneigd om blind de massa te volgen. Dat heeft als nadeel dat sommige nooduitgangen bestormd worden en andere ongebruikt blijven. Als we geen vleugje angst voelen, zoeken we liever op eigen houtje een ontsnappingsroute. Dat is evenmin ideaal, omdat we dan de kennis mislopen die andere mensen hebben over mogelijke ontsnappingsroutes. Computermodellen hebben uitgerekend wat de ideale verhouding is: 60 procent van de tijd de menigte volgen en 40 procent van de tijd zelf een uitgang zoeken. Zoek dus bijvoorbeeld eerst zelf een uitgang, en voeg je vervolgens snel bij de meerderheid wanneer dat niets oplevert.

5 Welk tafeltje in een restaurant is als eerste bezet?

We hebben van nature een voorkeur voor omgevingen waar we ons beschermd voelen en tegelijk een goed overzicht hebben op de omgeving. Dat stamt nog uit onze oertijd, toen het van levensbelang was om roofdieren en vijanden op tijd te zien aankomen en zelf verdekt opgesteld te zijn. Ook in moderne omgevingen als restaurants trekken we ons nog steeds het liefst terug in de hoeken, waar niemand ons van achteren kan ‘aanvallen’ en we de andere tafels goed in de gaten kunnen houden. Nog beter is een raamplaats (tafeltje 1); dan hebben we bovendien uitzicht op wat er buiten gebeurt.

6 Wat gebeurt er als een mensenmassa zo dicht wordt dat het moeilijk wordt om je te bewegen, zoals bij een popconcert?

Mensen gaan duwen en kijken elkaar agressief aan

Mensen gaan kleinere stapjes nemen en staan soms zelfs stil

Mensen maken zich extra groot om ruimte te winnen

Zodra de dichtheid van een mensenmassa zo groot wordt dat het moeilijk wordt om je voort te bewegen, raken de stromen voetgangers verstoord. Hoe we ons vervolgens gedragen, is mooi geïllustreerd door een ongewoon experiment met sprinkhanen. De beestjes werden elk aan een dun koordje vastgebonden, zodat ze half-vrij konden rondvliegen. Vervolgens werden ze getrakteerd op een aflevering van Star Wars waarbij de ruimteschepen hun om de oren vlogen. Bij het naderen van een object bleken de sprinkhanen hun vleugels in te trekken en hun snelheid te verminderen: de beste manier om een botsing te vermijden en hun lichaam en vleugels te beschermen. Iets soortgelijks blijken wij mensen te doen als menigten drukker worden. We maken ons klein door onze armen dicht tegen ons lichaam te houden, nemen kleinere pasjes en gaan soms zelfs stilstaan.

Het probleem is dat hierdoor golven van stoppen en weer doorlopen ontstaan, net als bij files. Dat kan gevaarlijk worden bij een dichtheid van 0,14 m2 per persoon, zo blijkt uit onderzoek. We hebben dan zelf geen controle meer over onze bewegingen, en worden voortgestuwd door de menigte. Als reactie proberen we tegenkracht te geven, maar de krachten van alle afzonderlijke mensen worden bij elkaar opgeteld en kunnen dan enorm stijgen. Zo ontstaan onvoorspelbare schommelingen en is de kans groot dat we omvallen. Als eenling in de mensenmassa kun je daar weinig tegen uitrichten. Het enige wat je wel kunt doen, is van tevoren al grote menigten uit de weg gaan.

7 De vertraagde trein komt eindelijk binnen en rondom de deuren staat meteen een dichte menigte. Hoe komt u het snelst naar binnen?

U wacht op uw beurt

U duwt flink om de anderen voor te zijn

Hoe hoger de dichtheid van de massa rondom een deur, hoe minder mensen er doorheen kunnen. Sta je vooraan, dan voel je namelijk niet alleen mensen achter je duwen, maar ook naast je, waardoor het moeilijker wordt om je door de deur te wringen.

Duwen heeft dus een averechts effect omdat het de ingang verstopt. Vergelijk het met een pak cornflakes: je schudt, er komen wat cornflakes uit, maar al snel komt er niets meer uit en moet je weer schudden om de cornflakes ruimte te geven. Ook bij mensen gaat de stroom sneller als iedereen genoeg ruimte heeft.

Meer over menselijke zwermwetten:

z Len Fisher, Zwermintelligentie. Over slimme groepen en domme massa’s, Maven Publishing, e 18,-