More love hours than can ever be repaid, heet het kunstwerk. Al die uren haakwerk en met zorg opgenaaide ogen; de in reliëf gebreide krokodil; de beduimelde inktvis met de roze wangetjes – ze zijn gemaakt voor kinderen van wie onmetelijk veel gehouden is. En te oordelen aan de losgeraakte knoopjes en de kale plekken is van al die dieren ook verschrikkelijk veel gehouden. En toch zijn ze uiteindelijk weggedaan. Waar zijn al die uren liefde dan gebleven? Zijn ze terugbetaald?

Het cliché wil dat ouderliefde onvoorwaardelijk is. Maar het kind weet wel beter. Ja, er wordt heel veel van je gehouden (als je geluk hebt). Maar daardoor sta je vanaf je geboorte meteen in het krijt. Niemand begreep dat beter dan de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Ivan Boszormenyi-Nagy.

Volgens Nagy beseft een kind dat het zijn leven dankt aan zijn ouders, en wil het daar iets voor terugdoen. Door ze aan het lachen te maken, zijn best te doen op school, niet te storen als ze het moeilijk hebben. Kinderen willen de liefde van hun ouders verdienen. De ouders op hun beurt zijn verantwoordelijk voor het kind. Zij investeren al die uren van voeden, troosten, knuffelen, pleisters plakken, waken, koortsdromen wegstrijken, bestraffend toespreken.

‘Maar je krijgt er zoveel voor terug,’ zeggen ze dan vermoeid, om elkaar moed in te praten.
En dat is precies het probleem.

Want al mogen ze niet toegeven dat ze daar iets voor terugverwachten, dat doen ze stiekem wel. En zo voelt het kind de verplichting om zich te conformeren aan hun normen, om te presteren, om hun niet-geleefde dromen waar te maken. Levenslang, onvoorwaardelijk. Dat is waar de zelfgebreide knuffels op het wandkleed van Mike Kelley over fluisteren.

In de band tussen ouders en kinderen ligt de wortel van alle liefde en drama in het leven.