De 5 levensfasen van je kind

Elk kind maakt bepaalde ontwikkelingsfasen met bijbehorende uitdagingen door. In elke fase lost het een vraagstuk op met een nieuw aangeleerde vaardigheid. Vijf jonge ervaringsdeskundigen vertellen.

Volgens de beroemde levenslooptheorie van de Duits-Amerikaanse psycholoog Erik Erikson (1902-1994) is onze psychische ontwikkeling een levenslang proces. Van geboorte tot overlijden gaan we door acht levensfasen, waarin we voor specifieke vraagstukken komen te staan en nieuwe vaardigheden opdoen. Die fasen zijn niet altijd makkelijk, maar bieden wel kansen om te groeien en eigenschappen te ontwikkelen waarmee we verder kunnen.

Zo is in ons eerste levensjaar volgens Erikson het kernvraagstuk: kunnen we anderen vertrouwen? Is de uitkomst positief, dan krijgen we de goede eigenschap ‘hoop’ cadeau. Maar het kan ook zo zijn dat de conclusie negatief is, waarna we altijd wat moeite zullen houden om anderen volledig te vertrouwen.

Elke ontwikkelingsfase kan op die manier een gunstige eigenschap of soms juist een probleem opleveren. Die nemen we dan weer mee naar de volgende fase. Hoe we door elke crisis heenkomen, hangt af van hoe weerbaar en sterk we zijn, hoe we het er in eerdere fasen vanaf hebben gebracht en hoe liefdevol en welwillend onze omgeving is.

Persoonlijke ontwikkeling

De acht stadia van Erikson hadden grote invloed op de psychologie en de manier waarop we naar het leven kijken. Sindsdien wordt de puberteit beschouwd als een belangrijke periode en behoren woorden als ‘identiteitscrisis’ tot ons dagelijks taalgebruik. Bovendien zien we nu in dat de ontwikkeling van een persoon niet stopt na de kindertijd. Psycholoog Erikson was de eerste die de volwassenheid en ouderdom ook beschouwde als perioden waarin we persoonlijke groei kunnen doormaken.
Een van de grote kritiekpunten op Eriksons theorie is altijd geweest dat zijn stadia nogal vaag zijn geformuleerd, zodat ze moeilijk zijn te toetsen. Tegelijkertijd is dat waarschijnlijk ook de reden dat ze na 65 jaar nog steeds zo populair zijn: er is veel ruimte om er een eigen interpretatie aan te geven, waardoor iedereen er altijd wel iets in herkent. En hoewel Erikson de afzonderlijke stadia vooral baseerde op de cliënten in zijn therapiepraktijk en niet op onderzoek, is er inmiddels redelijk wat bewijs voor zijn theorie gekomen. Zo staat het belang van een veilige hechting in de eerste levensfase onomstotelijk vast, gaan kinderen zich rond hun achtste inderdaad steeds meer vergelijken met leeftijdsgenoten en experimenteren pubers met verschillende rollen.

Leeftijd: 0-1,5 jaar
Het draait nu om vertrouwen
In ontwikkeling hoop
Heel jonge kinderen zijn volledig afhankelijk van hun verzorgers. Krijgen ze genoeg warmte en verzorging, dan ontwikkelen ze het basisgevoel dat de wereld een fijne plek is, dat hun behoeften kunnen worden vervuld en dat alles ondanks tegenslag uiteindelijk wel goed komt. Dit is de eigenschap ‘hoop’. Kinderen die weinig zorg en weinig liefde krijgen, zullen de wereld als onverschillig en vijandig gaan zien en wantrouwen ontwikkelen. Later hebben ze bijvoorbeeld moeite om vriendschappen te sluiten, uit angst voor afwijzing.

Leeftijd: 1,5-3 jaar
Het draait nu om onafhankelijkheid
In ontwikkeling wilskracht
In deze fase worden kinderen onafhankelijker van hun ouders, ze gaan de wereld ontdekken. Ze merken dat ze sommige dingen wel en andere niet kunnen, en dat sommige dingen niet mogen. De kunst is dus om het eigen gedrag onder controle te krijgen. Dat gaat het beste als ouders genoeg ruimte geven om te experimenteren en tegelijkertijd duidelijke grenzen stellen. Lukt dat, dan ontwikkelen kinderen een gevoel van autonomie en wilskracht. Zijn ouders te kritisch en bieden ze te weinig ruimte, dan sluiten kinderen deze fase af met een gevoel van schaamte en twijfel over hun eigen kunnen.

Leeftijd: 3-6 jaar

Het draait nu om initiatief nemen

In ontwikkeling doelgerichtheid
Kinderen krijgen op deze leeftijd te maken met veel andere kinderen. Ze leren talloze nieuwe dingen en beginnen plannetjes te maken – die soms niet helemaal realistisch zijn. Als volwassenen hun initiatieven steunen en hun tegelijkertijd genoeg realiteitszin bijbrengen, en als kinderen hun plannen vaak tot een goed einde brengen, dan leren ze de eigenschap ‘doelgerichtheid’. Ze hebben dan een beeld van de toekomst waar ze naartoe kunnen werken. Als het vaak misgaat, of als de omgeving hen ontmoedigt of hun ideeën afstraft, dan kan een kind het gevoel krijgen dat het slecht is om zelf iets te willen of nieuwsgierig te zijn. Dan zal het niet snel ergens aan beginnen of al gauw opgeven.

Leeftijd: 6-12 jaar
Het draait nu om ijverig zijn, doorzetten
In ontwikkeling zelfvertrouwen
Op deze leeftijd worden kinderen niet meer alleen gewaardeerd om wie ze zijn, maar ook om hoe goed ze bepaalde dingen kunnen en hoe goed ze hun best doen. School staat centraal in deze fase. Ze leren er niet alleen lezen en rekenen, maar ook omgaan met leeftijdsgenoten. Kinderen die doorzetten en die steun krijgen van geduldige leraren en ouders, kunnen in dit stadium de vaardigheid ‘competentie’ ontwikkelen: een besef van wat ze kunnen, en dat iets kan lukken als ze hun intelligentie en vaardigheden inzetten. Daardoor durven ze later in hun leven meer risico’s te nemen, zoals een carrièreswitch maken. Het gevaar is dat zich in deze periode ook gevoelens van tekortschieten en minderwaardigheid kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld als ze moeite hebben met de lesstof of de omgang met anderen.

Leeftijd: 12-18 jaar
Het draait nu om identiteit ontwikkelen
In ontwikkeling trouw
Tijdens de overgang van kind naar volwassene wordt het belangrijk om een stevige identiteit te krijgen en een eigen plek in de maatschappij te vinden. Vragen als: wie ben ik, wie wil ik zijn, en hoe zien anderen mij, schreeuwen om een antwoord. Jongeren die de eerdere levensfasen goed zijn doorgekomen, nadenken over zichzelf en experimenteren met verschillende rollen, vormen in de loop van de tijd een samenhangend beeld van zichzelf. Ze vinden dan hun plek in de maatschappij en voelen zich door anderen geaccepteerd om wie ze zijn. In deze fase ontwikkelen ze de kwaliteit ‘trouw’: trouw aan anderen, zichzelf en hun eigen doelen. Maar het is ook mogelijk dat de omgeving hen in een rol drukt die niet bij hen past, of dat ze door omstandigheden weinig ruimte hebben om over zichzelf na te denken en te experimenteren. Dan eindigen ze met een onduidelijk gevoel over zichzelf. //

5 kinderen vertellen

0-1,5 jaar

In deze fase draait het om: vertrouwen
De eigenschap die in ontwikkeling is: hoop

1,5-3 jaar

Het draait nu om: onafhankelijkheid
In ontwikkeling: wilskracht

3-6 jaar

Het draait nu om: initiatief nemen
In ontwikkeling: doelgerichtheid

6-12 jaar

Het draait nu om: ijverig zijn, doorzetten
In ontwikkeling: zelfvertrouwen

12-18 jaar

Het draait nu om: identiteit ontwikkelen
In ontwikkeling: trouw

Levensfasen na je 18de

Volgens de klassieke levenslooptheorie van Erikson volgen er na het 18de jaar nog drie levensfases met elk hun eigen kernvraagstuk. Zo staat tot het 40ste levensjaar het verlangen naar intimiteit centraal, naar een betekenisvolle relatie met een vaste partner. Op middelbare leeftijd zetten volwassenen zich steeds meer in voor het algemeen belang en na het 65ste levensjaar draait het om acceptatie en het ontwikkelen van wijsheid.

Sarah (13 maanden): ‘Mama.’

Elin (3): ‘Ik klim zelf in bad’

‘Televisiekijken is leuk. Papa mag niet op de rode knop drukken. Dan word ik boos. De tv moet dan nog een keer aan. Ik wil hem zelf uitzetten.

Het is saai als mama en papa praten. Dan zeg ik: “Mag ik meepraten?”
Als ik in bad ga, zet ik het krukje neer. Ik klim zelf in bad. Mama mag mij niet tillen. Mijn broertje gaat ook in bad. Dan was ik zijn haartjes met het washandje. Het badwater mag ik niet drinken. Ik pak mijn emmertje en neem een slokje. Mama zegt: “Niet doen, anders krijg je buikpijn.” Als ze niet kijkt, neem ik nog een slokje. Dan wordt ze boos.
Ik plas op de wc. Papa tilt me. Ik pak zelf het papiertje en doe mijn broek aan. Papa mag dat niet doen. En ik wil zelf doortrekken.’

Chajem (6): ‘Ik spaar voor lego’

‘Ik help mama graag. Als we boodschappen hebben gedaan, weet ik waar alles moet staan. Ik pak alles uit de tassen en zet het in de kastjes. Melk en kaas moeten in de koelkast. Ik kan ook de tassen tillen, want ik ben heel sterk.

Toen mama een keertje aan het douchen was, zag ik muntjes op tafel liggen. Ik pakte ze stiekem en stopte ze in mijn spaarpot. Daarna zei ik: “Mama, ik heb je geld gepakt.” Ze moest lachen. Ik spaar voor lego van Batman. Mijn draak heb ik af. Daar heb ik tien dagen aan gebouwd. In de vakantie wilde ik heel graag mijn kasteel af hebben. Toen mocht ik tot heel laat opblijven, ik wilde niet naar bed tot hij af was. Voor één keertje mocht dat van mama. Het was al heel lang donker buiten toen hij af was.’

Naäma (12): ‘Een onvoldoende? Verschrikkelijk’

‘Voor wiskunde sta ik een 6, dus ik moet hard mijn best doen. Ik zit in de brugklas en volgend jaar wil ik naar het vwo. Ik probeer daarom steeds goed mijn huiswerk te maken. Een onvoldoende halen vind ik verschrikkelijk. Ik reken dan gelijk uit welk cijfer ik moet halen om die onvoldoende weg te werken. Ik ben een van de beteren bij tekenen en de exacte vakken, maar wiskunde vind ik lastig.

Later wil ik mijn geld verdienen met iets dat ik leuk vind. Tijdens een rondleiding op mijn papa’s werk zag ik wat pathologen doen, dat vond ik erg interessant. Ik heb daar biologie voor nodig – een leuk vak, maar wel moeilijk. Actrice lijkt me ook een mooi beroep. Vorig jaar had ik een grote rol in de eindmusical. Ik wil op ballet, want als actrice moet je ook kunnen dansen. En ik wil op kickboksen, om sterk te worden. Allebei is nu te veel, dan kom ik niet meer toe aan mijn huiswerk. Daarom ga ik nu eerst op boksen en na de zomer op ballet.
Vorig jaar had ik weleens ruzie. Ik kon heel boos worden in de klas als ik me ergerde aan iemand. En de juf werd dan weer boos op mij, dat vond ik oneerlijk. Ik heb een vriendin die hetzelfde heeft, en we weten precies hoe we elkaar rustig kunnen maken. We zeggen dan: “Rustig ademhalen, trek het je niet aan, het komt wel goed.” En nu heb ik het eigenlijk nooit meer.’

Robin (19): ‘Toen werd me duidelijk: dit past niet bij me’

‘Van jongs af aan wist ik dat ik acteur wilde worden. Ik zat op de jeugdtheaterschool en vond toneelspelen fijn. Vrienden en familie bewonderden me erom dat ik zo goed wist wat ik wilde. Na de havo ging ik naar de vooropleiding van de theaterschool. In eerste instantie had ik er veel plezier in, maar gedurende het jaar werd me duidelijk: dit past niet bij me. De stress van audities, het omgaan met afwijzing, de onzekerheid die altijd blijft, hoe succesvol je als acteur ook bent. Eerst durfde ik het niet toe te geven. Mijn ouders waren zo blij dat ik een passie had en ook mijn vrienden verwachtten dat ik acteur werd. Maar ik merkte dat ik behoefte had aan meer zekerheid en structuur.

Het was een enorme klap. Van iemand die gepassioneerd naar een doel toe werkte, werd ik totaal onverschillig. Ik nam een extra tussenjaar en werkte in een winkel. Na verloop van tijd viel er iets van me af. Ik had nu de vrijheid en ruimte om te onderzoeken wat echt bij me paste. Vriendschappen veranderden, ik ontmoette nieuwe mensen bij wie ik meer mezelf kan zijn. Pasgeleden ben ik naar een open dag van de filmacademie gegaan. Nu ben aan het kijken of film maken iets voor me is.’

auteur

Janneke Gieles

Werken op de redactie Psychologie Magazine is alsof ik nog steeds psychologie studeer, maar dan leuker en diepgaander. Steeds weer een ander onderwerp uitpluizen, speuren naar nieuw interessant onderzoek, praten met onderzoekers en auteurs over hun ideeën, en lekker filosoferen en eigen ervaringen uitwisselen met collega’s.

» profiel van Janneke Gieles
auteur

Lilian Roos

Als journalist ben ik gefascineerd door de verhalen van mensen. Wat drijft mensen tot bepaalde keuzes? Wat is de invloed van een grote gebeurtenis op een mensenleven? Hoe gaan mensen hiermee om? Met een open blik en vol verwondering luister ik naar mensen. Verhalen inspireren mij.

» profiel van Lilian Roos

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Zo komt je kind tot bloei

Dat een kind geweldig kan tekenen of pianospelen valt meteen op. Maar er zijn ook kwaliteiten die je...
Lees verder
Artikel

Zo komt je kind tot bloei

Dat een kind geweldig kan tekenen of pianospelen valt meteen op. Maar er zijn ook kwaliteiten die je...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Recensie

Boeken: alles over hooggevoeligheid

Van zelfhulpgidsen tot voorleesboeken: alles over hooggevoeligheid.
Lees verder
Recensie

Boeken: alles over hooggevoeligheid

Van zelfhulpgidsen tot voorleesboeken: alles over hooggevoeligheid.
Lees verder
Artikel

Alice Miller draaft door

Elk kind maakt bepaalde ontwikkelingsfasen met bijbehorende uitdagingen door. In elke fase lost het ...
Lees verder
Advies

Ik wil overleg, geen strijd

Elk kind maakt bepaalde ontwikkelingsfasen met bijbehorende uitdagingen door. In elke fase lost het ...
Lees verder
Verhaal

‘Eten is eigenlijk een vorm van communicatie’

Als je kind elke hap voedsel weigert, is het moeilijk om kalm te blijven. Maar waaróm hongert een k...
Lees verder
Artikel

Het kind is klant

Elk kind maakt bepaalde ontwikkelingsfasen met bijbehorende uitdagingen door. In elke fase lost het ...
Lees verder
Artikel

Oma’s ogen dwingen

Opvoeden doe je met je hele omgeving: dat is het idee achter een nieuwe behandelmethode voor ouders ...
Lees verder
Kort

Late lopers – zorgenkindjes?

Moet ik me zorgen maken als mijn baby nog niet kan zitten of lopen? Nee, suggereert Zwitsers onderzo...
Lees verder