Het voelt raar om met een buggy door de gangen van de universiteit te rijden. Baby Lava kijkt haar ogen uit en wappert van plezier haar armpjes door de lucht. Eerst werd ze door een leuke student met kar en al de trappen op getild, toen mocht ze met de sleutels van die aardige conciërge spelen, en nu zijn we in het babylaboratorium beland waar overal interessante stekkers en draden naar beneden bungelen.

Het is ongetwijfeld het kleurrijkste stukje van de Universiteit Leiden. Op de grond kisten speelgoed, aan de muur vrolijke foto’s van moeders met baby’s die ons zijn voorgegaan. In dit babylab doen ze wetenschappelijk onderzoek met baby’s van zes tot achttien maanden oud. ‘Succes! Ik hoop dat Lava het goed zal doen,’ hadden mensen me van tevoren toegewenst. Maar onderzoekster Maaike Weidema benadrukt dat het geen test is om te kijken hoe ver je kind is, en dat je geen individuele uitslag krijgt. ‘De baby doet het altijd goed. Het enige wat fout kan zijn, zijn mijn hypotheses.’ Toch denk ik stiekem dat Lava het waarschijnlijk heel goed gaat doen. Ze wordt over een paar dagen één jaar en kan al ‘daaag’ zeggen, ‘

Log in om verder te lezen.