Waarom peuters ‘heel sterk’ zijn en pubers tobben

Het zelfinzicht van kinderen ontwikkelt zich met sprongen – van het herkennen van je spiegelbeeld tot het ontwikkelen van persoonlijke principes. Vier kinderen van 3 tot 13 vertellen wie ze zijn.

De baby die vol verbazing zijn eigen handjes en voetjes bekijkt, zet zijn eerste stappen op weg naar zelfkennis. Immers, voordat je over jezelf kunt nadenken, moet je eerst weten dat je überhaupt een onafhankelijk wezen bent. Dat je bestaat, los van je moeder en de rest van de wereld.

Training

Vergroot je zelfvertrouwen

  • Bewezen effectief
  • Technieken uit de cognitieve gedragstherapie
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

In de ontwikkelingspsychologie zegt men dat dit zelfbesef vanaf twaalf maanden vaste vormen begint aan te nemen. Een bekende test is de ‘spiegel-en-rouge-test’. Hierbij krijgt een baby zonder dat hij het merkt een beetje rouge op zijn neus en wordt hij voor een spiegel gezet. Als de baby de rode stip van zijn neus probeert te vegen, is dit een teken dat het beseft dat hijzelf het kind in de spiegel is.

Uit onderzoeken aan het einde van de jaren tachtig bleek dat (hoewel sommige kinderen al met twaalf maanden verbaasd keken naar de rode neus) de meeste kinderen tussen de 15 en 24 maanden echte tekenen van zelfherkenning begonnen te vertonen. Dit is ook de leeftijdsfase waarin kinderen voor het eerst schaamte tonen: ze glimlachen terwijl ze wegkijken, ze raken hun gezicht aan. Om schaamte te kennen, moet je snappen dat je een zelf hebt dat iets verkeerds heeft gedaan in de ogen van anderen.

Zodra kinderen gaan praten, leren ze woordjes die hun zelfkennis weerspiegelen en ook weer vooruit helpen: hun eigen naam, handelingen (‘aaien’, ‘hap hap’) en bezittelijke voornaamwoorden (‘mijn!’). Om hun pasgeleerde identiteit te bevestigen, leren jonge peuters – vooral crèchekinderen of degenen met bezitterige ­oudere broertjes en zusjes – al razendsnel hun territorium af te bakenen.

In het derde levensjaar worden kinderen steeds meer bewust van zichzelf. Rond de derde verjaardag refereren peuters al aan verschillende kenmerken van zichzelf, zoals uiterlijke kenmerken (‘dit is mijn neus’); gevoelens (‘ik ben boos’); dingen waar ze (niet) van houden (‘ik vind bloemkool vies’) en sociale situaties (‘Senne is mijn vriend’). Zo langzamerhand gaan ze beseffen dat ze duurzame karakter­eigen­schappen hebben.

Hoe ver een kind al is, hangt niet alleen af van zijn cognitieve ontwikkeling, maar ook van de band met zijn verzorgers. Een veilig gehecht kind, met liefdevolle, stimulerende ouders, ontwikkelt zich in zelfkennis sneller dan onveilig gehechte kinderen.

Kinderlijk optimisme

Peuters en kleuters beschrijven zichzelf over het algemeen nog aan de hand van concrete, vaak zichtbare karakteristieken; ze zijn heel groot, ze hebben een rode fiets. Je kunt zeggen dat er vijf stadia zijn in manieren waarop je jezelf kunt beschrijven:

• fysiek: ik ben een meisje, ik ben heel groot, ik heb bruin haar

• actief/gedrag: ik kan heel hard lopen, ik ben goed in tekenen

• sociaal: ik ben de zoon van…, ik ben lief voor dieren

• psychologisch: ik ben verlegen, creatief, gul

• moreel: ik ben milieuvriendelijk, ik geloof in vrijheid van meningsuiting

Globaal kun je zeggen dat zelfkennis bij kinderen evolueert van voornamelijk fysiek bij peuters, naar actief bij kleuters en jonge lagereschoolkinderen, naar sociaal in de bovenbouw van de lagere school, naar meer psychologisch aan het begin van de middelbare school en moreel in de latere puberteit.

De zelfkennisexperts William Damon en Daniel Hart menen echter dat je niet strikt van de ene fase overgaat in de andere, maar dat in elke leeftijdsfase elk van de manieren om naar jezelf te kijken veranderingen ondergaat. ‘Vanaf de lagere schoolleeftijd hebben kinderen in elke fase enig begrip van hun fysieke, actieve, sociale en psychologische zelf. Zelfkennis verandert gedurende de ontwikkeling, maar nooit zodanig dat een soort kennis verdwijnt of in een andere soort overgaat.’ Met andere woorden: ook zevenjarigen kunnen al basale psychologische eigenschappen noemen en twaalfjarigen kunnen zichzelf nog beschrijven in termen van ‘ik heb blond haar’.

Vaak zit het verschil in de manier waarop. Zo hebben peuters en kleuters de neiging om hun vaardigheden en hun kennis te overschatten. Ze zijn heel sterk, kunnen alles heel goed en hebben optimistische verwachtingen van zichzelf. Zelfs als ze net gefaald hebben, verwachten ze vrolijk het de volgende keer wel heel goed te kunnen.

Dit kinderlijke optimisme bestaat vooral doordat ze zichzelf nog niet vergelijken met anderen: je bent alleen maar ‘niet zo goed in voetballen’ als je beseft dat er anderen zijn die veel beter kunnen voetballen. De meeste jonge kinderen hebben dan ook een positief zelfbeeld; tenminste, als ze positieve ervaringen hebben met ouders die hen stimuleren, prijzen en veiligheid bieden om dingen uit te proberen.

Groepsgevoel

Beschrijven zes- en zevenjarigen zichzelf vooral nog in fysieke en gedragskenmerken, rond het achtste jaar voegen kinderen er ook psychologische kenmerken aan toe. Zo zegt Meryl van 9: ‘Ik ben aardig en behulpzaam.’ Om dat te kunnen zeggen, moet ze in staat zijn om zichzelf in verschillende situaties te beoordelen. Ze kan denken aan aardig gedrag tegenover haar vrienden, haar kleine broertje, de poes van de buren, en al deze gedragingen samenvoegen tot één eigenschap. Wetenschappers noemen dit een ‘metatheorie van het zelf’.

Kinderen in de bovenbouw van de lagere school ontwikkelen ook een besef dat ze een sociaal wezen zijn: ze beschrijven hun groepslidmaatschap (‘ik ben een Ajax-fan’) en ze gaan hun eigen prestaties vergelijken met die van anderen. In een onderzoek waar kinderen van vijf tot tien moeilijke taken moesten doen en feedback kregen over hun eigen prestaties en die van anderen, bleek dat kinderen onder de zeven zichzelf nog niet vergeleken met anderen. Pas tegen hun negende of tiende gaan ze dat stelselmatig doen.

Wat rond deze leeftijd ook ontstaat, is het besef dat er een ‘ideaal zelf’ is en een ‘werkelijk zelf’, en dat die twee niet altijd overeenkomen. Ouders spelen een belangrijke rol in dit proces, met hun verwachtingen van hoe hun kinderen zouden (moeten) zijn en de druk die ze uitoefenen om bepaalde karaktereigenschappen of vaardigheden te ontwikkelen.

Pas in de adolescentie gaan kinderen bewust over zichzelf nadenken. Vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘waar hoor ik bij?’ zijn natuurlijk typische pubervragen. De intellectuele vermogens van tieners hebben zich zo ontwikkeld dat ze abstracter en gedifferentieerder kunnen denken. Hun zelfanalyses zijn psychologischer in vergelijking tot die van jongere kinderen. Ze snappen nu dat je je in verschillende situaties verschillend gedraagt, en ze kijken niet alleen vanuit hun eigen perspectief, maar beseffen ook hoe anderen hen beoordelen: ‘Anderen denken dat ik heel zelfverzekerd ben, maar eigenlijk ben ik heel onzeker.’ Of, nog wat later: ‘Ik ben spraakzaam tegen mijn vrienden omdat ze mij als een volwaardig persoon behandelen. Mijn familie luistert toch niet echt naar me, dus ik ga niet alleen maar tegen een muur praten.’

Zelfbedrog

Wat in de adolescentie ook ontstaat, is het besef dat je jezelf soms voor de gek kunt houden. In een onderzoek werd aan kinderen van verschillende leeftijden een casus voorgelegd over een jongetje wiens hondje was doodgegaan. Hij was er erg verdrietig over, en beweerde dat hij geen nieuw hondje meer wilde. Jongere kinderen nemen dat letterlijk, en zeggen dat Mike inderdaad geen nieuw hondje wil. Maar pubers snappen dat je jezelf kunt wijsmaken dat je geen nieuwe hond wilt, terwijl je het stiekem wel wilt. Oudere tieners gingen nog een stapje verder door uit te leggen dat je je schuldig kunt voelen, deze gevoelens niet onder ogen wilt zien en daarom nee kunt zeggen tegen een nieuwe hond. Bovendien snapten deze oudere tieners dat je je niet bewust hoeft te zijn van deze gevoelens. Kortom, oudere tieners snappen het verschil tussen je bewuste en onder­bewuste zelf.

Volgens de beroemde stadiatheorie van Erik Erikson, die acht levensstadia definieert die mensen moeten doorlopen, is de belangrijkste opgave in de adolescentie de strijd tussen rolverwarring en het zoeken naar je identiteit. Als je deze fase goed doorloopt, is de uitkomst een onafhankelijk en positief zelfbeeld. De ontwikkeling van zelfkennis in de ­kindertijd is hiermee voltooid. Maar, zoals iedereen weet, daarmee is de kous nog niet af. Het zoeken naar zelfkennis is immers een levenslang proces.

‘Nu ben ik groot!’

Venne (3): ‘Ik heet Venne Madiba van Nieuwpoort. Ik ben een meisje. Ik ben drie jaar geworden. Nu ben ik groot en ik ga nooit meer piepen of zeuren. En ik ga ook niet meer een rozijntje in mijn neus doen. Ik ben lief. Maar als ik ja zeg en papa en mama zeggen nee, vind ik dat niet leuk. Dan ben ik verdrietig. Ik ben heeeeeel sterk. Net zo sterk als Pippi.’

‘Ik kan onder water zonder adem te halen’

Lauren (6): ‘Ik ben maandag zes geworden, ik heb een dansfeest gegeven. Ik houd veel van dansen, ik doe ballet. En zwemmen, ik kan ook door het diepe gat zonder adem te halen. Ik zat ook op een knutselclub. Kijk, ik heb ijspegels gemaakt. Soms ben ik boos, als mijn zus me gaat slaan. Maar ik sla soms eerst. Papa, ik ben toch soms stout? Maar ik ben vaker liever. Later word ik dierenarts. Want ik heb een hartsvriendin, die wordt ook dierenarts. Ik lijk niet op mijn vriendin. Zij heeft blond haar en ik bruin.’

‘Ze zeiden dat ik goed kon rekenen’

Milan (9): ‘Ik ben een sportief kind. Ik houd van turnen, skeeleren en voetballen. Ik vind het heel leuk om in beweging te zijn, niet alleen maar voor de tv te zitten. Ik kan wel een beetje goed voetballen, maar ik sta meestal op doel.

Op school zijn we bezig met de Kracht van Acht, een soort actie over hoe je met elkaar omgaat. Dan moet je zeggen wat je positief aan elkaar vond. Over mij zeiden ze dat ik goed kon rekenen. Wat ik ervan heb geleerd? Dat je niet mag schelden tegen elkaar. Dat doe ik ook niet vaak. Heel soms, dan zeg ik bijvoorbeeld: “Doe normaal”. Ik vind zo’n actie op school best leuk om te doen, maar ik heb er niet zoveel mee. Ik ga liever voetballen.’

‘Ik ben gevoelig op twee manieren’

Dewi (13): ‘Het is moeilijk om over jezelf te praten, het klinkt al gauw opschepperig. Ik ben heel leergierig, en daarbij ook heel perfectionistisch. Mijn vader vertelt altijd dat toen ik leerde fietsen, hij op een gegeven moment wel wilde stoppen. Maar toen zei ik: “Nee, niet stoppen, ik wil het nú kunnen.” Maar zodra ik iets beheers, ben ik er weer op uitgekeken.

Ik ben zowel sociaal als op mezelf. Ik kan heel erg genieten van alleen een boek lezen, maar ik kan ook heel melig zijn met mijn vriendinnen. Ik ben ook gevoelig, op twee manieren: heel zielige of enge films kijk ik niet, daar kan ik niet tegen. Maar ook als iemand zich rot voelt, dan heb ik het snel door en probeer ik een beetje te helpen. Vroeger was ik heel verlegen; als ik in een winkel of zo iets moest vragen, werd ik helemaal rood. Nu heb ik dat minder, maar ik moet wel altijd even wennen.’[/wpgpremiumcontent]

auteur

Heleen Peverelli

Heleen Peverelli is psycholoog en hoofdredacteur van Yoga Magazine.

» profiel van Heleen Peverelli

Dit vind je misschien ook interessant

Kort

Onbespiede peuter speelt lief

Het zelfinzicht van kinderen ontwikkelt zich met sprongen – van het herkennen van je spiegelbeeld ...
Lees verder
Artikel

Waarom peuters ‘heel sterk’ zijn en pubers tobben

Het zelfinzicht van kinderen ontwikkelt zich met sprongen – van het herkennen van je spiegelbeeld ...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Interview

Deze vrouw nam haar leven in eigen handen na haar verkrachti...

Manon Ossevoort (43) kreeg wereldwijde bekendheid als het ‘tractormeisje’ dat op een tractor naa...
Lees verder
Interview

Deze vrouw nam haar leven in eigen handen na haar verkrachti...

Manon Ossevoort (43) kreeg wereldwijde bekendheid als het ‘tractormeisje’ dat op een tractor naa...
Lees verder
Artikel

Leven zonder identiteit

Psychologie Magazine neemt de experts van het menselijk gedrag mee naar de bioscoop. Deze maand is d...
Lees verder
Artikel

Ik mag absoluut geen tijd verliezen!!!

Elke maand bezoekt Psychologie Magazine een cursus op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Deze...
Lees verder
Verhaal

Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden?

Kan de taal die je spreekt je gedrag beïnvloeden? Ja, zegt journaliste Karen Meirik uit eigen ervar...
Lees verder
Kort

Herrie schaadt

Het zelfinzicht van kinderen ontwikkelt zich met sprongen – van het herkennen van je spiegelbeeld ...
Lees verder
Kort

Kind tekent in 5 stadia

Wat moet een kind op welke leeftijd kunnen tekenen? In vijf stadia van 0 tot 6 jaar.
Lees verder
Artikel

De 5 levensfasen van je kind

Elk kind maakt bepaalde ontwikkelingsfasen met bijbehorende uitdagingen door. In elke fase lost het ...
Lees verder