Op 11 april dit jaar ben ik bevallen van een tweeling, een jongen en een meisje. Precies zes weken eerder beviel mijn zus van haar tweeling, een meisje en een jongen. Allebei hebben we een oudere zoon; die van mij is net 2, die van haar net 3. Zelf zijn we geen tweeling. Onze oma was dat wel. Ik denk met enige regelmaat – en medelijden – aan mijn overgrootmoeder, die ruim honderd jaar geleden niet wist dat ze een tweeling verwachtte, totdat ze een jongetje en een meisje kreeg. Vijftien maanden later beviel ze weer, van mijn oma en haar broer. De vier kinderen werden in de kaastobbe gelegd en het werk ging door op de boerderij. Zo ging dat in die tijd.

Hoe anders is het nu: na de eerste echo bij de verloskundige word je onmiddellijk overgedragen aan de gynaecoloog van het ziekenhuis, elke twee à drie weken krijg je een echo, en op websites en -fora kun je alles lezen over het zwanger zijn en opvoeden van meerlingen.

Er is ook een ‘meerlingenavond’ die adviesbureau de Opvoeddesk jaarlijks voor ouders organiseert. Dit keer varieert de leeftijd van de kinderen, inclusief die van mijn zus en mij, van 0 tot 7 jaar. Ontwikkelingspsycholoog

Coks Feenstra, tweelingspecialist en schrijfster van Het grote tweelingenboek, bespreekt veel voorkomende problemen en vragen. De meeste hebben volgens haar te maken met de ontwikkeling van het kind als individu. Dat geldt vooral voor eeneiige tweelingen: niet alleen hebben ze altijd hetzelfde geslacht, ze lijken sprekend op elkaar en hebben vaak dezelfde interesses. En daarbij is er natuurlijk altijd eentje net iets beter. Dat leidt onderling al tot competitief en jaloers gedrag, maar de omgeving draagt nog een steentje bij. ‘Onze gemeenschap is ingericht op eenlingen,’ zegt Feenstra. ‘Tweelingen zijn voor de buitenwereld razend interessant en een reden om altijd vergelijkingen te maken.’

Een belangrijk vraagstuk is dan ook school: apart of samen? Sommige scholen zijn geneigd eeneiige tweelingen te scheiden, terwijl dat door deskundigen zeker in de eerste vier levensjaren sterk wordt afgeraden. Tweelingen kennen dan alleen nog maar een ‘wijgevoel’; ook hebben ze steun aan elkaar bij het toch al gescheiden zijn van hun ouders.

Voor mij en mijn zus gelden – als ouders van twee-eiige (jongen en meisje) tweelingen – veel van de besproken onderwerpen in mindere mate. Het lijkt er dus op dat onze kinderen vooral de lusten en niet de lasten van het tweeling-zijn zullen kennen: 85 procent geniet er vooral van, en dat geldt zowel voor eeneiige als twee-eiige tweelingen.

Hoewel de presentatie voor mij niet heel veel nieuwe inzichten oplevert, is de avond interessant én leuk, vooral dankzij de ervaringen en tips van andere ouders. Het is bovendien fijn om overeenkomsten te herkennen. Zo neemt de woordenschat van onze oudste zoon de laatste maanden eerder af dan toe en loopt hij voor het eerst in zijn twee levensjaren geregeld met een speen. Maar een terugval in ontwikkeling en jaloers gedrag blijken veel voor te komen bij alle oudere broers of zussen. En gelukkig is het volgens Feenstra een tijdelijk verschijnsel.

Onbedoeld moeten we hard lachen om het kennelijke bijtgedrag van tweelingen. Bijna elke ouder heeft wel een voorbeeld. Een moeder vertelt dat ze apart werd genomen op het consultatiebureau omdat haar tweeling zó onder de bloeduitstortingen zat, dat het ergste werd gevreesd voor de opvoeding van de meisjes. Ze schaamde zich kapot.

Bijten blijkt vooral een orale behoefte, die bij tweelingen relatief vaak voorkomt omdat hun behoeftes meestal gelijk opgaan en ze vaak in elkaars aanwezigheid verkeren. Na het derde levensjaar schijnt het af te nemen. Mijn zus en ik slikken even: we moeten nog drie jaar! We krijgen tips: geef hen iets om in te bijten, troost het slachtoffer en zet de bijter even apart, en – voegt Feenstra droog toe – bijt nooit terug.

Op de terugweg proberen we ons daar een voorstelling van te maken. En we besluiten dat als we de genen van onze overgrootmoeder enigszins hebben geërfd, we deze uitdaging wel aankunnen.

Wie: Esther Vollebregt

Wat: Cursus Meerlingen

Door: Coks Feenstra

Waar: De Opvoeddesk, Laren, www.opvoeddesk.nl, 035 695 7020

Prijs: € 60[/wpgpremiumcontent]