Een ouderwets pak slaag wordt niet meer gepropageerd als het meest doeltreffende middel om baby’s en peuters het gewenste gedrag aan te leren. Maar de meeste mensen hebben weinig moeite met een corrigerende tik op de vingers, bijvoorbeeld als een peuter op het punt staat om een breinaald in het stopcontact te steken of om de poes aan zijn staart van tafel te trekken. Ten onrechte, meent de Zwitserse psychoanalytica Alice Miller. Iedere tik brengt een verkeerde boodschap over en draagt bij aan ‘emotionele blindheid’ van het kind.

In de jaren zeventig zette Miller haar strijd tegen het pak slaag in met haar bestseller Het drama van het begaafde kind. Haar redenering was simpel: kleine kinderen die slaag krijgen, voelen angst, woede en pijn. Ze krijgen die slaag van degenen van wie ze afhankelijk zijn en, zo wordt hen duidelijk gemaakt, het is voor hun eigen bestwil. Daardoor voelen ze zich schuldig over hun angst en woede en drukken ze die gevoelens weg. In het onderbewuste woekeren deze emoties voort en uiteindelijk, als de kinderen volwassen zijn, zoeken ze een uitweg: als ouder gaan ze hun eigen kinderen slaan – daar hebben ze zelf immers ook baat bij gehad – of ze

richten onheil aan in hun omgeving. Hitler, Stalin, seriemoordenaars, jeugdbendeleiders: we hebben ze volgens Miller allemaal te danken aan de tucht en de lijfstraffen in de kinderkamer.

Dat niet iedereen die met slaag is opgevoed zich tot een bloeddorstig mens ontpopt, schrijft Miller toe aan de aanwezigheid van een ‘helpende getuige’: iemand die oog heeft voor wat het kind aan wreedheden ondergaat of in het verleden heeft ondergaan, en het de nodige bevestiging en sympathie schenkt.

Nu, ruim twintig jaar nadat ze lijfstraffen voor het eerst ter discussie stelde, meent Miller steun voor haar theorie te hebben gevonden in recente ontwikkelingen in de neurobiologie. Tegen deze achtergrond brengt ze in Eva’s ontwaken haar onveranderde boodschap opnieuw onder de aandacht. Biedt de neurobiologie die ondersteuning overtuigend? Niet echt. Wat Miller aanhaalt, is de ontdekking dat de hersenen bij de geboorte niet af zijn, maar mede gevormd worden door de ervaringen in de beginjaren. Ook noemt ze de ontdekking van neurobiologen dat bij getraumatiseerde kinderen zichtbaar hersenletsel is ontstaan als gevolg van een verhoogde afscheiding van stresshormonen. Veel argumenten zijn dat niet als je wilt verklaren waarom Hitler zoveel gewillige beulen in zijn omgeving vond. Daarbij zijn het argumenten waar Miller slordig mee omspringt. Wonderlijk is bijvoorbeeld dat ze enerzijds kracht ontleent aan het biologische gegeven dat jeugdervaringen stevig in de hersenen zijn verankerd, maar tegelijkertijd volhoudt dat een enkele therapeutische ervaring op latere leeftijd het tij voorgoed kan keren. Mensen genezen van hun kanker als ze maar eenmaal hun getergde jeugd onder ogen willen zien, bloedige oorlogen in Afrika zijn met een handvol ‘helpende getuigen’ te stoppen en seriemoordenaars zullen nooit meer recidiveren als een empathische therapeut hen het drama van hun kinderjaren voorhoudt.

Kortom, Miller draaft door. En dat is jammer. Ze heeft in jaren zeventig met haar compromisloze missiewerk een belangrijke bijdrage geleverd aan het in diskrediet raken van lijfstraffen. Ze was overtuigender geweest als ze het daarbij had gelaten. ranne hovius

n Eva’s ontwaken n Alice Miller

n Houten: Unieboek

n isbn 90 269 2510 7 n € 16,50[/wpgpremiumcontent]