Daniël (11) heeft een stiefvader die van tennissen houdt. Soms komt die ’s avonds pas na het eten thuis. ‘Wat ben je laat!’, moppert Daniël dan. ‘Ik was tennissen, dat geeft toch niet?’ ‘Ik vind het ongezellig als je er niet bent met het avondeten!’

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Van zijn eerste jaar tot zijn negende is Daniël samen met zijn moeder geweest. Ze hadden veel lol, maar weinig geld. Als zijn moeder het moeilijk had, met haar familie of met een collega, hielp hij haar. ‘Mamma, we gaan niet naar opa’s verjaardag’, besloot hij. ‘Mamma, je moet tegen die collega zeggen “Nee, dat doe ik niet!”‘

Zo close waren ze, maar toch vond hij de tennisser een enorme aanwinst. Toen zijn moeder trouwde zei Daniël: ‘Wij gaan vandaag trouwen!’ De enige teleurstelling was dat zijn moeder die dag geen witte bruidsjapon met een sleep droeg, maar een knalroze soepjurk, die mooi plooide rond haar zeven maanden zwangere buik.

‘Dit is mijn stiefvader!’, zegt hij na de bruiloft trots op het schoolplein. Hij heeft geen flauw idee dat de generatie stiefkinderen vóór hem het woord ‘stief’ thuis nooit mocht gebruiken, omdat het zo kil klonk en aan enge sprookjes deed denken.

Apetrots

De meeste kinderen van gescheiden ouders zijn, in eerste instantie, heel blij als hun vader of moeder een nieuwe relatie aanknoopt. ‘Ik was altijd enorm opgelucht als m’n moeder een vriend had. Dan was ze vrolijk, de zorgen die we hadden drukten minder zwaar’, herinnert Arnout (40) zich. Helaas waren zijn moeders liefdes nooit blijvertjes. Candice (7) heeft net als veel andere Surinaamse kinderen in haar klas nooit een vader gehad. Ze is door het dolle heen als haar moeder gaat samenwonen. Een pappa die haar staat op te wachten op het schoolplein! Apetrots is ze.

Als stiefvaders in de meeste eenoudergezinnen zo welkom zijn, waarom loopt het dan toch vaak mis? Maar liefst 60 procent van de stiefgezinnen wordt weer opgebroken.

In Nederland neemt het aantal echtscheidingen waarbij kinderen in het spel zijn, schrikbarend toe. In 2001 zijn er 37.500 paren gescheiden, drieduizend meer dan in 2000. Het aantal paren met kinderen dat scheidt, is sinds 1995 gestegen van 45 procent naar 50 procent van het totale aantal scheidingen. Een op de zes kinderen maakt nu een echtscheiding mee. Omdat veel ouders opnieuw trouwen, brengt 7 procent van de Nederlandse kinderen een gedeelte van zijn jeugd door in een stiefgezin. Na de scheiding blijft 80 procent van de kinderen bij hun moeder en daarom is de nieuwkomer meestal een stiefvader. Hoe ingewikkelder dat nieuwe gezin, hoe groter de kans dat het strandt. Kinderen van de stiefvader die in het weekend komen, maken het lastig, nieuwe baby’s die worden geboren uit het nieuwe huwelijk maken het nog lastiger. Wat een triest vooruitzicht voor gescheiden ouders en hun kinderen, dat de kans op nieuw gezinsgeluk zo klein is.

Kleine prinsjes

Waarom lukt het 60 procent van de stiefgezinnen niet om one big happy family te worden? Boukje Overgaauw heeft zich als counselor gespecialiseerd in de hulp aan stiefgezinnen. Als het misgaat in een stiefgezin, begint dat bijna altijd met meningsverschillen over de opvoeding van de kinderen, weet ze uit haar praktijk. ‘De moeder gaat vaak op een kameraadschappelijke manier met de kinderen om. Als de kinderen hun jas in een hoek smijten, hangt zij die gewoon even op, want ze wil geen ruzie. “Ze kunnen best zelf hun jas ophangen!”, roept de stiefvader dan. “Je doet alles voor ze!”‘

De moeder wil niet te veel eisen van de kinderen, want – zo ziet zij het – ze hebben het al zo moeilijk gehad met de scheiding. De stiefvader ziet kleine prinsjes die zich laten bedienen.

Wat dan te doen? Boukje Overgaauw: ‘De stiefvader wil regels stellen, hij wil gehoorzaamd worden. Maar dat werkt niet. Hij moet éérst een vertrouwensband met de kinderen krijgen. Als hij meteen gaat optreden, is de moeder geneigd een kampje met de kinderen te vormen, en dan ben je ver van huis.’

Als de kinderen troep maken, niets lusten en veel te laat naar bed gaan, dan moet de stiefvader dat maar even zo laten. Hij moet eerst zoeken naar een hobby of interesse die hij met de kinderen kan delen. ‘Maar als het kind altijd zeilt met zijn eigen vader, moet de stiefvader niet óók gaan zeilen. Daar moet je afblijven, dat is van pappa.’ De stiefvader kan dan beter gaan tennissen met de kinderen, of voetballen.

De jassen slingeren ondertussen nog steeds op de bank. Dan is het de hoogste tijd dat de ouders samen een plan maken, adviseert Boukje Overgaauw. ‘Zijn we het eens? Hoe gaan we het aanpakken?’ Als het plan is gesmeed – bijvoorbeeld een briefje met ‘Hang even je jas op. Dank je wel!’ op de voordeur – dan moet de moeder (de eigen ouder dus) de kinderen inlichten over de nieuwe regel.

Boukje Overgaauw is zelf stiefmoeder van drie weekend-stiefdochters. Haar man is stiefvader van de twee kinderen uit haar eerste huwelijk. Makkelijk was dat allemaal niet, en ze hebben destijds ook hulp gezocht. Therapeuten wisten niet veel af van stiefgezinnen, merkte ze en daarom is ze zelf stiefgezin-counselor geworden.

Zoveel stiefouders als er zijn in Nederland, zo moeilijk is het om er een te vinden die zijn verhaal wil vertellen aan een journalist. ‘Als mijn ex, of zijn ex, het artikel straks leest, zijn de rapen gaar’, zegt iedereen. De ex, de echte vader of moeder van de kinderen, is een constante bedreiging voor het gezinsgeluk van menig stiefgezin. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt overduidelijk dat stiefgezinnen het vredigst en voorspoedigst samenleven als het contact met de echte vader van de kinderen is verbroken, en de stiefvader pappa wordt genoemd.

Is dat een pleidooi om de ex uit het nieuwe gezinsleven weg te gummen? Natuurlijk niet. Een van de schrijnende tegenstrijdigheden van het stiefgezin is dat de rust vaak weerkeert als de ex van het toneel verdwijnt, maar dat tegelijkertijd kinderen worden verscheurd als ze niet mogen houden van beide ouders. Hartstochtelijk schetst Boukje Overgaauw wat je kinderen aandoet als je hen hun eigen vader niet gunt, of als je hun eigen moeder zwart maakt. ‘Een kind voelt zich een stuk mamma en een stuk pappa. Het houdt onvoorwaardelijk van beide ouders, ze zijn zijn levensverzekering.’ De ex is dus gewoon de realiteit.

Chips met cola

‘Mijn nieuwe stiefzonen Jan André en Hans, die hadden hun vader zó intens verdrietig gezien, dat ze het heerlijk vonden dat hij weer een vrouw had. Maar mijn stiefdochter Mijke… Daar heb ik verschrikkelijk mee gebotst.’ Ietje Heybroek is vrijgevestigd maatschappelijk werker. Net als Boukje Overgaauw heeft zij zich gespecialiseerd in de hulp aan stiefgezinnen. Zelf stichtte Heybroek vijftien jaar geleden haar stiefgezin. Jan, haar nieuwe man, had kort daarvoor zijn vrouw aan kanker verloren, zelf was Ietje vers gescheiden. Hij had zonen van twintig en vijftien en een dochter van twaalf. Zij had een zoon van tien en een dochter van negen.

Haar stiefdochter at de hele dag chips, met cola erbij. Ietjes kinderen dronken door de week roosvicee en alleen in het weekend cola, en alleen dan waren er chips. ‘Je voegt twee bedrijven samen, met elk hun eigen cultuur. Dat botst!’ De kamer van Mijke was ‘een varkensstal’ vertelt Ietje. De wortels en het hooi van het paard dat ze verzorgde, slingerden gewoon naast haar bed. Jan had er op zijn beurt grote bezwaren tegen dat haar kinderen wel eens een afspraak afzegden, als dat beter uitkwam. ‘Dat zou hij nóóit doen.’

Ietje Heybroek heeft veel kritiek op zichzelf, als ze terugkijkt. ‘Mijke had zo’n verschrikkelijk verdriet om haar moeder. De pijn was te groot om erover te praten. Maar ik wilde opnieuw beginnen, ik wilde het gewoon gezellig hebben, en dan zat die puber weer vervelend te doen. Ik focuste op mijn irritaties. Ik wilde het ook allemaal véél te goed doen. In het gezin van Jan waren ze gewend aan aardappelen, vlees en groente. In mijn gezin aten we prutjes. Jan lustte geen pasta en zijn zoon geen rijst. Dus ik kookte iedere avond aardappelen, rijst én pasta.’

Tien jaar hebben ze erover gedaan om één gezin te worden. ‘Maar op sommige emotionele momenten staan de twee gezinnen toch weer tegenover elkaar. Toen mijn stiefdochter uit huis ging dacht ik “Hè hè, lekker”, terwijl mijn man haar miste.’ Nu ze niet meer op elkaars lip zitten, zijn Ietje en haar stiefdochter Mijke after all toch veel van elkaar gaan houden.

Roken en drinken

Meisjes vinden het moeilijker om zich aan te passen in een stiefgezin dan jongens, blijkt uit ieder onderzoek. Zijn jongens beter in staat hun moeder of vader nieuw liefdesgeluk te gunnen? Pedagoog Ed Spruijt, die specialist is op het gebied van stiefgezinnen, gelooft dat niet. ‘Meisjes zijn meer gericht op relaties. Jongens houden zich meer bezig met de buitenwereld en met ‘doe-dingen’. Meisjes zijn veel gevoeliger voor spanningen in een gezin. Ze hebben er gewoon meer last van.’

Onderzoeken naar het wel en wee van kinderen van gescheiden ouders, zoals dat van Ed Spruijt en zijn vakgroep aan de Utrechtse universiteit, zijn niet bepaald geruststellend. Deze kinderen en kinderen uit stiefgezinnen doen het minder goed op school, zijn vaker depressief, roken en drinken meer, en hebben als volwassene ook meer relatie-ellende dan kinderen uit intacte rustige gezinnen, blijkt uit Spruijts meest recente onderzoek.

‘Ik ben tegen scheiden’, zegt Ed Spruijt dan ook. ‘Ik ben voor bij elkaar blijven, om de kinderen. Ja, men vindt me moralistisch, als ik dat zeg. Mij best. Ik ben pedagoog, dus ik wil niet verdoezelen dat uit elk onderzoek blijkt dat kinderen die leven in een gewoon gezin, zonder te veel geruzie, het op alle fronten het beste doen.’

Dat betekent niet dat alles verloren is voor ouders die al gescheiden zijn. Spruijt: ‘Het rampscenario voor de ontwikkeling van kinderen is: ruziënde ouders, scheidende ouders, doorruziënde ouders.’ Maar als de rust weerkeert, fleuren kinderen op.

De roze wolk waarin het stiefgezin waarmee dit verhaal begon zijn gezinnetje startte, is weggedreven. Nu stormt het soms, en valt er hier en daar een bui. Toen het nieuwe babyzusje een glorieuze entree maakte, was Daniël jaloers. Zijn stiefvader was helemaal verrukt van zijn eigen babydochter met haar piepkleine voetjes. Vond hij hem, met zijn schoenmaat 42, ook nog wel lief? Van een aanhankelijk jochie, werd hij een prikkelbare puber. Kritiek had hij op zijn moeder, die geen sperziebonen zonder draden kon serveren, op de baby, die nog veel erger om eten zeurde dan de kat, maar vooral op zijn stiefvader. Over alles wilde hij discussiëren en zijn eigen vader, zei hij steeds, wist alles beter.

Zijn stiefvader vindt het rot – daar gaat zijn droomgezinnetje – maar hij probeert zijn ergernis in te slikken en de wijste te zijn. ‘Jouw vader weet veel meer van computers dan ik’, zegt hij royaal. Tennissen helpt ook, gelukkig. Hij geeft zijn nieuwe vrouw en zoon tennisles, en dan is het weer vrolijk als vanouds. Voor een potje tennis is Daniël altijd bereid de televisie te verlaten. n

Verkeerde adviezen

‘Zonder een hechte man-vrouwrelatie red je het niet als stiefgezin, dus ga regelmatig met z’n tweetjes uit.’ Dat advies duikt overal op in boeken en op websites over stiefgezinnen. Volgens pedagoog Ed Spruijt klopt dat advies niet. Uit zijn studies onder honderden stiefgezinnen blijkt dat paren die vanaf het begin meer ‘gezinsgericht’ dan ‘paargericht’ zijn, op den duur een beter huwelijk hebben. De bloemetjes buiten willen zetten met je nieuwe geliefde en haar kinderen maar op de koop toenemen, werkt niet. Spruijt: ‘Dan zijn de kinderen bang dat ze hun moeder verliezen.’

Nog zo’n twijfelachtig advies: ‘Ga met z’n allen in een nieuw huis wonen.’ Spruijt zag in zijn onderzoek dat je beter met het gezin in het huis van de stiefouder kunt gaan wonen: de stief voelt zich daar geen indringer en de kinderen passen zich soepel aan. De secondbest optie is een nieuw huis. Gezinnen waarbij de stiefvader intrekt in het huis van de moeder en de kinderen, blijken vaak last te hebben van een moeilijke start en hebben ook later meer botsingen.

En dan is er de regel (sinds 1998 onderstreept door de wet) dat kinderen altijd contact moeten houden met hun eigen vader of moeder. Maar dat is niet altijd juist, zegt Spruijt: ‘Als de ruzies tussen de exen niet ophouden, is het voor de kinderen beter dat het contact stopt en de rust weerkeert.’

Tips voor stiefgezinnen

• Laat de kinderen kiezen hoe ze hun stiefvader willen noemen: Jan, oom Jan of pappa.

• Probeer niet krampachtig een gewoon gezin te zijn. Schaam je niet voor het woord ‘stief’.

• Zoek een nieuwe vakantiebestemming. Ga niet weer naar die camping in de Dordogne waar je met je ex heen ging.

• Bouw een eigen gezinscultuur. Kijk samen naar een tv-serie die iedereen leuk vindt, zoek een restaurant waar iedereen smult.

• Discussieer niet over de opvoeding waar de kinderen bij zijn. Wacht tot ze slapen.

• Ga eens naar een gespreksgroep van de Stichting Stiefwelzijn Nederland (035-5318276). Praten helpt!

• Surf rond op www.stepfamily.com of www.stief.nl

• Ga als stiefouder eens alleen met je stiefkind naar de film.

• Koop samen met je kind of stiefkind een cadeautje voor zijn vader of moeder als die jarig is.

• Meer informatie:

Ietje Heybroek-Hessels, Praktijk voor ouder/kind relaties,

tel.: 035-5384161, e-mail: ietje@worldmail.nl,

www.oudersenkinderen.nl

Boukje Overgaauw Counseling, begeleiding van stiefgezinnen, tel. 0229-267721, e-mail: overgaauw@plantet.nl,

www.turn.to/boukje.overgaauw.counseling

Stiefgezinnen worden maar moeilijk one big happy family. En scheidingskinderen hebben het later moeilijker dan ‘gewone’ kinderen. Toch beter bij elkaar blijven om de kinderen dan, zoals Ed Spruijt zegt? Geef je mening op het discussieforum op www.psychologiemagazine.nl[/wpgpremiumcontent]