De crèche is zo gek nog niet

Sinds de Nijmeegse ontwikkelingspsycholoog Marianne Riksen-Walraven waarschuwde voor de negatieve invloed van de crèche, is de discussie over kinderopvang weer in alle hevigheid losgebarsten. Riksen-Walraven had het over één onderdeel van de ontwikkeling – het gedrag – en over één specifiek onderzoek. Maar sinds de jaren zeventig zijn er honderden onderzoeken gedaan naar de invloed van kinderopvang. Tijd voor een overzicht van enkele vragen en antwoorden die uit die onderzoeken naar voren zijn gekomen.

Kan een crèchekind zich wel leren hechten?

Een baby moet bij zijn ouders zijn om zich veilig te kunnen hechten. Zo voelen de meeste ouders dat, en wetenschappers als John Bowlby en Mary Ainsworth stelden in hun theorieën zelfs dat het schadelijk is als dat niet gebeurt. Kinderen hebben volgens hen een sensitieve moeder nodig die voortdurend beschikbaar is en direct inspringt op hun behoeften. Alleen dan raken kinderen ‘veilig gehecht’. Ze gebruiken hun moeder als veilige basis, van waaruit de omgeving kan worden verkend.

Als die basis voor een veilige hechting er niet is, raakt een kind angstig gehecht, aldus Bowlby. Zo’n kind zou op latere leeftijd minder zelfvertrouwen hebben, eerder gefrustreerd raken en minder goed kunnen omgaan met anderen. Daarom stelde Bowlby dat het potentieel schadelijk is het kind vóór het derde levensjaar te scheiden van de moeder.

Bowlby’s theorie bleek voor de crèche niet op te gaan. Tot aan de jaren tachtig concludeert men in alle onderzoeken dat crèchekinderen even veilig gehecht zijn als thuiskinderen. In 1982 wordt Bowlby’s theorie aangepast. Psychologen stellen dat een kind meerdere gehechtheidsrelaties kan aangaan. Bijvoorbeeld met zijn vader en met de crècheleidster. Ook op die manier

kunnen kinderen zich veilig hechten. Wel blijkt dat kinderen in stresssituaties allereerst naar hun vader of moeder rennen, hoe hecht de band met de leidster ook is. Paps en mams blijven dus het belangrijkste.

In 1988 gooit psycholoog Jay Belsky roet in het eten. Hij concludeert uit vier samengevoegde onderzoeken dat kinderen die in het eerste levensjaar gedurende meer dan twintig uur per week door anderen worden opgevangen, vaker onveilig zijn gehecht dan kinderen die minder uren in de crèche doorbrachten.

Psycholoog Alison Clarke-Stewart vindt dat Belsky ouders onnodig ongerust maakt. Ook zij veegt een aantal studies bij elkaar – dit keer zestien – en vindt wel verschillen, maar die zijn veel minder groot dan Belsky stelde. Weer andere onderzoekers vinden überhaupt geen verschillen. In Zweden wordt zelfs de conclusie getrokken dat kinderen die vóór hun eerste jaar met opvang beginnen, het beter doen op sociaal-emotioneel gebied dan latere starters.

Bovendien rijst er twijfel over de manier waarop hechting gemeten wordt. De meest gebruikte methode daarvoor is de Strange Situation Test. Dat gaat bijvoorbeeld zo. Moeder en kind zitten in een onbekende kamer, een vreemde komt binnen en even later loopt de moeder weg, waardoor het kind met de vreemde achterblijft. Als mams weer terugkomt, wordt gekeken in hoeverre het kind een gezond evenwicht vindt tussen het zoeken van nabijheid en het zelfstandig bezig zijn in de kamer. Dit wordt in verschillende situaties herhaald. Een kind is onveilig gehecht als het helemaal wegkruipt bij de moeder (angstig gehecht) of als het juist doet alsof het zijn moeder niet nodig heeft en haar aanwezigheid helemaal niet belangrijk is (vermijdend gehecht).

De Nederlandse onderzoeker Elly Singer vraagt zich in haar boek Kinderopvang. Goed of slecht? af of je ‘vermijdend’ gedrag in de Strange Situation bij crèchekinderen wel ongestraft op dezelfde manier kunt beoordelen als bij thuiskinderen. Crèchekinderen hebben meer ervaring met het weggaan van hun moeder, ze zijn daar meer aan gewend en zijn bovendien veel zelfstandiger. Het is dus heel goed mogelijk dat hun gedrag niet op onveilige gehechtheid duidt, maar gewoon op het feit dat er in hun beleving niet zoveel vreemds is gebeurd.

Uit meer recente studies, waarin ook andere methodes gebruikt werden, blijkt in het merendeel van de gevallen dat het aantal dagen in de crèche, de leeftijd waarop daarmee begonnen wordt, het type opvang én de kwaliteit weinig uitmaken voor de hechting van een kind. Wat wel een rol speelt, is de gevoeligheid van de moeder voor de behoeften van het kind.

Mams mag gerust gaan werken, als ze thuis maar lief is. Een gezonde band ontstaat dan vanzelf.

Heeft de crèche invloed op de omgang met anderen?

Uit het Amerikaanse onderzoek van het nichd (National Institute for Child Health and Development) waar Riksen-Walraven zich op baseert, blijkt dat crèchekinderen een verhoogd risico hebben op ongehoorzaam en agressief gedrag. Hoe vroeger met de crèche begonnen wordt en hoe meer tijd per week in de crèche wordt doorgebracht, hoe meer gedragsproblemen op de leeftijd van vierenhalf jaar.

Hoewel deze bevinding, juist vanwege de enorme omvang van de onderzoeksgroep, serieuze aandacht verdient, heerst er zelfs binnen het onderzoeksteam verdeeldheid over de mate waarin alarm geslagen moet worden. Waar de ene onderzoeker (Belsky) de kinderen humeurig, dwars en in het bezit van een ‘explosief temperament’ noemt, vindt de ander (Friedman) ze slechts ‘veeleisender’. En weer een andere onderzoeker (McCartney) vraagt zich af of het niet juist de ouders met naar problemen neigende kinderen zijn die hun kinderen meer uren per week onderbrengen in een crèche, waardoor de resultaten vertroebeld raken. En het overgrote deel van de crèchekinderen heeft géén gedragsproblemen. Hetzelfde team vond bij dezelfde kinderen op driejarige leeftijd geen negatieve invloed van het verblijf in de crèche op het gedrag.

Uit de vele onderzoeken die eerder werden gedaan, blijkt dat er vrijwel geen verschil is in negatief gedrag tussen crèchekinderen en thuiskinderen, als de kwaliteit van de crèche maar goed is. Sterker nog, de crèche kan een kind ook socialer maken. In Nederland is een literatuurstudie gedaan naar de effecten van kinderopvang. In 47 van de 71 artikelen die tussen 1970 en 1993 zijn geschreven, werden positieve effecten op de sociale ontwikkeling gevonden. Kinderen leren rekening te houden met elkaar, goede manieren en ze leren al vroeg om te gaan met sociale regels, zoals wachten op je beurt, blijven zitten tijdens het eten.

Zelfs baby’s leren op de crèche meer sociaal gedrag dan thuis: ze schuiven speelgoed naar elkaar toe of troosten elkaar. Al tussen de zes en twaalf maanden zoeken crèchebaby’s meer contact met anderen door hen aan te kijken. Als ze wat ouder zijn, zijn ze ook handiger in dit sociale spel, bijvoorbeeld door lachen, aanraken en speelgoed geven. Vooral het eindeloos herhalen van spelletjes, waar kinderen zo dol op zijn (en ouders niet), bevordert de sociale contacten.

Sommige onderzoekers stellen zelfs: hoe jonger gestart met de crèche, hoe handiger kinderen later zijn in het aangaan van sociale relaties. Verschillende onderzoeken vonden die positieve effecten ook op de lange termijn, op zes- tot zelfs dertigjarige leeftijd.

Elly Singer stelt dat de manier waarop onderzoekers naar een kind kijken, een belangrijk twistpunt is in deze kwestie. ‘Verschillende operationaliseringen van bijvoorbeeld ‘coöperatief gedrag’ of ‘meegaandheid’ kunnen leiden tot verschillende bevindingen. Dezelfde groep kinderen die tweemaal na elkaar wordt onderzocht, wordt soms in het ene geval als sociaal vaardiger beoordeeld, en in het andere als agressiever’, zegt zij in haar boek.

De crèche lijkt een verhoogd risico op wat ongehoorzamer en agressiever gedrag te veroorzaken, maar het laatste woord hierover is nog niet gesproken. Als de crèche van goede kwaliteit is, biedt dat bescherming en kan het een kind zelfs sociaal vaardiger maken.

Heeft de crèche invloed op de intelligentie?

De crèche stimuleert de cognitieve ontwikkeling. Vooral de taalontwikkeling krijgt op de crèche een ‘boost’. Dat komt bijvoorbeeld doordat er veel en gevarieerd speelgoed voor handen is. Maar ook doordat er al op jonge leeftijd sociale informatie wordt uitgewisseld. Een leidster die op stimulerende wijze met de kinderen bezig kan zijn, maakt het plaatje volmaakt.

Een goede crèche stimuleert de

intellectuele ontwikkeling.

Maakt het uit wat voor type ouder je bent?

Het gevoel dat ouders hebben bij het onderbrengen van hun kind in een crèche, heeft invloed op de verhouding met het kind. Moeders die last hebben van scheidingsangst, die zich schuldig en droevig voelen omdat het kind in de crèche zit en zich daar zorgen over maken, creëren voor zichzelf een stressvolle situatie. Dat heeft volgens onderzoeker Hock en zijn collega’s een negatieve weerslag op de relatie met het kind. Bij moeders die wat meer vertrouwen hebben in de crèche en minder waarde hechten aan traditionele zaken als huiselijkheid en nabijheid, gaat de scheidingsangst al snel over. Zij zien de crèche eerder als een waardevolle aanvulling op de opvoeding.

Normen en waarden bepalen zodoende voor een deel hoe ‘gezond’ ouders vinden dat hun kind zich ontwikkelt. Ouders die proberen hun kind zelfstandigheid en assertiviteit bij te brengen, zullen de invloed van de crèche positiever vinden dan ouders die er meer traditionele denkbeelden op nahouden. Deze laatsten hanteren vaak een autoritaire opvoedingsstijl en als de stijl van de leidster juist heel responsief en kindgericht is, dan wringt dat, aldus Elly Singer.

Ten slotte blijkt de vrijwillige keuze voor wel of niet werken van groot belang te zijn. Zowel moeders die werken, maar eigenlijk bij de kinderen willen zijn, als moeders die tegen hun wil thuiszitten, hebben meer last van psychosomatische klachten. Dat is niet bevorderlijk voor het moederlijk gedrag, concludeerden onderzoekers Gottfried en Gottfried. Tevredenheid over de inrichting van het leven zorgt voor een goede relatie tussen moeder en kind. ‘Thuisblijven voor de kinderen’ is dus bepaald niet vanzelfsprekend in het belang van het kind. Maar een knagend schuldgevoel ook niet. n

Wat is kwaliteit?

In Nederland is de kwaliteit van kinderopvang sinds 1996 geregeld met een tijdelijk besluit, de AMvB (Algemene Maatregel van het Bestuur). Daarmee worden minimumeisen aan de crèche gesteld. Naast deze wettelijke bepaling, bestaat er in de sector kinderopvang ook een eigen kwaliteitsstelsel, dat strenger is. Crèches die daaraan voldoen, hebben een zogenaamd ‘HKZ/ISO-certificaat’ naast de deur hangen, waarmee een hoge kwaliteit gegarandeerd wordt. In 2003 zal er uiteindelijk een definitieve Wet Basisvoorziening Kinderopvang komen.

Wat moeten we nu verstaan onder die ‘goede kwaliteit’, die in zoveel onderzoeken als voorwaarde wordt genoemd? Een eerste punt dat belangrijk is, is de groepsgrootte en het aantal kinderen per volwassene. Voor baby’s worden in verschillende onderzoeken groepsgroottes van maximaal zes tot acht kinderen genoemd. Het aantal kinderen dat onder de hoede van één volwassene valt, zou bij baby’s gemiddeld maximaal drie tot vier moeten zijn. In geval van een lage zogeheten ‘volwassene:kind ratio’, zoals dat genoemd wordt, wordt alom verondersteld dat leidsters kinderen beter aanvoelen – en zodoende de ontwikkeling van de kinderen positief beïnvloeden. Ook in deze veronderstelling zit wat rek: uit andere onderzoeken bleek dat bij iets meer kinderen in een groep, de kinderen veel van elkaar leren. Als de volwassene maar ‘stilletjes aanwezig’ is, is dat al voldoende.

Opleiding en ervaring van leidsters lijken bij de opvang van baby’s niet zo’n grote rol te spelen – in tegenstelling tot bij de opvang van wat oudere kinderen. Voor een positieve ontwikkeling is het veel belangrijker dat de leidsters aanvoelen wat de kinderen nodig hebben, ofwel, op een ‘responsieve’ manier met de kinderen omgaan. Een goed pedagogisch plan draagt hieraan bij.

Veel onderzoek is er nog niet naar gedaan, maar ook de inrichting van een crèche lijkt bepalend te zijn voor de kwaliteit. Verschillende studies wijzen erop dat een goed georganiseerde, schone ruimte en de aanwezigheid van gevarieerd, veilig speelmateriaal dat past bij de leeftijd van het kind, de ontwikkeling stimuleren. Variatie in speelhoeken is ook belangrijk, bijvoorbeeld voor de taalontwikkeling. Bouwen en klimmen nodigt bijvoorbeeld niet uit tot ‘praten’, een gezellig hoekje met kussens wel, zo bleek uit onderzoek van Alers en Hoekstra.

Meer lezen? Literatuur, discussie en extra informatie op www.psychologiemagazine.nl

auteur

Peggy van der Lee

Groeien dankzij geworstel. Een prima samenvatting van waar ik het liefst over schrijf. Niet dat ik speciaal van geworstel houd, maar ontkom jij eraan? De baan die niet meer bij je past, de relatie die deuken oploopt, de gezondheid die hapert.

» profiel van Peggy van der Lee

Dit vind je misschien ook interessant

Interview

Het geheim van een geslaagde opvoeding

De krachtigste bron in de opvoeding is de band die we hebben met onze kinderen, laat psycholoog en h...
Lees verder
Interview

Het geheim van een geslaagde opvoeding

De krachtigste bron in de opvoeding is de band die we hebben met onze kinderen, laat psycholoog en h...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Artikel

50 dingen waar je sterk van wordt

Slootjespringen, een modderbad nemen of naar wilde dieren speuren. Moeten kinderen dat een keer hebb...
Lees verder
Artikel

Overprikkeld, onderontwikkeld

Hier flikkert een beeldscherm, daar praat een radio. En ertussenin probeert een kind groot te groeie...
Lees verder
Interview

Opgroeien bij ouders van hetzelfde geslacht

Kinderen die opgroeiden bij ouders van hetzelfde geslacht. Hoe heeft dat ze gevormd?
Lees verder
Artikel

Omgaan met explosieve tiepjes

Sinds de Nijmeegse ontwikkelingspsycholoog Marianne Riksen-Walraven waarschuwde voor de negatieve in...
Lees verder
Artikel

Waarom je kind vertraagt als jij haast hebt

Voor een wetenschappelijk onderzoek naar het effect van een sociale dreiging op een mens kregen de p...
Lees verder
Interview

Luizenvaders: deze vaders kiezen ervoor om huisman te zijn

De laatste nieuwtjes op het schoolplein? Daar weten deze vaders alles van. Ze zorgden voor hun kinde...
Lees verder