Octopussen kunnen verlegen zijn – wist u dat? En kunt u een timide fruitvliegje onderscheiden van een brutaal exemplaar? De karaktereigenschappen van dieren vormen een relatief nieuw onderzoeksveld. Veel wetenschappers zijn terughoudend in het toeschrijven van persoonlijkheid aan dieren. Maar als er biologische overeenkomsten zijn tussen mens en dier, waarom zouden er dan geen overeenkomsten zijn in karaktereigenschappen?

Big Five voor dieren

Een onderzoek naar de persoonlijkheid van dieren begint met de vraag wat persoonlijkheid eigenlijk precies is. Als er iets onverwachts gebeurt, reageert de een door er meteen op af te gaan; de ander kijkt voorzichtig de kat uit de boom. Consistente patronen in iemands gedrag maken dat we een beeld krijgen van iemands karakter. In de psychologie worden over het algemeen vijf dimensies gebruikt om de persoonlijkheid van mensen te beschrijven en te testen: ­extraversie (versus introversie), vriendelijkheid (versus vijandigheid), emotionele stabiliteit (versus neuroticisme), openstaan voor ervaringen en zorgvuldigheid (versus impulsiviteit).

Uit een vergelijkend onderzoek bij twaalf verschillende diersoorten, blijkt dat vier van deze vijf persoonlijkheidsdimensies ook bij dieren voorkomen. Er is bewijs dat chimpansees, andere apen, zoogdieren als hyena’s, katten, ezels, varkens en honden als individu zijn in te delen op de schalen van extraversie, neuroticisme en vriendelijkheid. Tot nu toe werd ­alleen bij chimpansees bewijs gevonden voor verschillen in zorgvuldigheid.

Maar niet alleen zoogdieren hebben persoonlijkheidskenmerken. Zo zijn er ook brutale guppy’s en rustige guppy’s, en agressieve en timide fruitvliegjes. Vijftien jaar geleden ontdekten Canadese onderzoekers al dat er karakterverschillen bestaan tussen inktvis-individuen. Als de onderzoekers een krab in het aquarium gooiden, besprongen sommige inktvissen die meteen om hem op te peuzelen. Andere grepen de krab pas als hij langs kwam wandelen, en weer andere wachtten tot het nacht was en de onderzoekers weg waren om hun slag te slaan. Om die verschillen te categoriseren, gebruikten de onderzoekers een driedeling uit persoonlijkheidstests bij mensen: agressief, passief en verlegen. De individuele inktvissen gedroegen zich in elke situatie consistent volgens een van deze eigenschappen.

Dieren en mensen verschillen natuurlijk wel in hoe zo’n persoonlijkheidseigenschap zich uit, stelt Sam Gosling van het Animal Personality Institute van de universiteit van Texas. ‘Een persoon die laag scoort op extraversie, blijft thuis op zaterdagavond of verstopt zich in een hoekje op een groot feest. Een octopus die hier laag op scoort, blijft in zijn schuilplaats tijdens voedertijden en probeert zich te verbergen door van kleur te veranderen of inkt te verspreiden.’

Kooitje open

Het grootste onderzoek naar karakterverschillen bij dieren is gedaan door Nederlandse onderzoekers, bij doodgewone koolmezen. De onderzoekers volgden vanaf 1998 vijf jaar lang 1342 meesjes en ontdekten dat hun persoonlijkheid door de jaren heen stabiel bleef.

In een van hun experimenten legden ze een Pink Panther-pop in een kooi. Sommige mezen benaderden dit vreemde ding snel, anderen bleven op afstand.

In een ander experiment zetten de onderzoekers de kooien open waardoor de ­vogels een grote ruimte met vijf kunstbomen konden verkennen. Weer bleken sommige koolmeesjes meteen op de bomen af te vliegen, terwijl andere liever in het kooitje bleven. Als ze de vogels lieten schrikken tijdens het eten, keken ze hoe lang het duurde voor ze weer terugkeerden naar hun voedselbakje. Opnieuw kwamen de durfals eerder terug. De snelle verkenners waren ook het meest agressief tegenover andere koolmezen.

Evolutionair succes

Het onderzoek naar de persoonlijkheid van dieren roept een belangrijke vraag op: waarom hebben we eigenlijk verschillende karakters? Als het nuttig is om extravert te zijn, omdat je dan eerder voedsel hebt en meer partners, waarom zijn we dan niet allemaal energiek en outgoing?

Kees van Oers, een van de koolmezenonderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie: ‘Over een heel koolmeesleven bekeken, doet elke persoonlijkheid het even goed. Maar het verschilt per jaar. In de ene situatie doet de een het beter, in de andere de ander.’ Snelle koolmezen zijn dan misschien eerder bij het voedsel, strijden feller om een territorium en zijn dominanter, maar toch blijkt uit het onderzoek dat de Snelle Jelle’s niet per se de meest succesvolle zijn. Evolutionair succes hangt namelijk af van de hoeveelheid voedsel die er in een jaar verkrijgbaar is, en van hoeveel brutale en rustige mezen er in de buurt zijn. Als er veel snelle vogeltjes zijn, produceren de rustige meer nakomelingen omdat de rest te druk is met ruziën. Zijn er veel rustige meesjes, dan hebben de snelle jongens weer een voordeel. Zo blijven beide persoonlijkheden in de loop van de evolutie naast elkaar bestaan.

Datzelfde geldt voor karakterverschillen bij mensen, stelt psycholoog Daniel Nettle van de universiteit van Newcastle. Nettle toonde bijvoorbeeld aan dat mensen meer seksuele partners hebben naarmate ze extraverter en socialer zijn. Dat lijkt een evolutionair voordeel, maar extraverte mensen hebben ook de grootste kans om in het ziekenhuis te belanden vanwege risicovol gedrag. Neurotische mensen hebben volgens Nettle het voordeel dat ze alert zijn op gevaar, maar het nadeel dat ze gevoelig zijn voor stress en depressie. Vriendelijkheid kan leiden tot harmonieuze relaties, maar het leidt niet tot het maximaliseren van egoïstische belangen. En zo laat Nettle voor elke persoonlijkheidsdimensie zien waarom beide extremen in de mensenwereld zijn blijven bestaan.

Hondenpersoonlijkheidstest

Toch is Nettle op dit moment een van de weinige psychologen die zich interesseren voor de evolutie van persoonlijkheid bij mens en dier. De Nederlandse koolmeesonderzoekers hadden graag een langetermijnonderzoek gedaan bij mensen, samen met ontwikkelingspsychologen. Ze zouden, net als bij de koolmezen, willen kijken of de karaktereigenschappen van de gevolgde proefpersonen samenhangen met de hoeveelheid kinderen die ze krijgen, hun sociale status of hun gezondheid. Maar het onderzoeksvoorstel werd afgewezen.

Van Oers: ‘Veel psychologen voelen weerstand als je aan bepaalde basisbeginselen gaat tornen. Hele stammen hangen bijvoorbeeld aan die Grote Vijf persoonlijkheidsdimensies, maar wil je mens en dier kunnen vergelijken, dan heb je misschien wel andere dimensies nodig, zoals bijvoorbeeld dominantie. Een bioloog bekijkt menselijke eigenschappen van nature vanuit hun evolutionaire waarde. Psychologen zijn al snel bang dat ontdekt zal worden dat de ene persoonlijkheidseigenschap evolutionair gezien beter is dan de andere. Maar zo zit het niet. Dat is juist het mooie van persoonlijkheid.’

Onderzoeker en psycholoog Sam Gosling van de Universiteit van Texas trekt intussen zijn eigen plan. Hij bedacht al de eerste toepassing van persoonlijkheidsonderzoek bij dieren. Met zijn hondenpersoonlijkheidstest wil hij baasjes en viervoeters op basis van hun karakter gaan matchen. ‘Om dierenwelzijn te vergroten,’ zo stelt de onderzoeker.[/wpgpremiumcontent]