Wilma: ‘Onze zoon Matthijs was ontzettend verlegen. Hij bleef als kleuter al aan mijn rokken hangen, in plaats van met andere kinderen te gaan spelen. Toen hij ouder was, trok hij zich het liefst terug op zijn kamer als we bezoek kregen. En ik herinner me een verjaardagsfeestje van zijn beste vriendje; Matthijs had zich er al dagen op verheugd. Maar we waren nog niet binnen of hij nam een sprint en dook achter de bank. Zeker een halfuur bleef hij daar zitten. Hij wist zich totaal geen houding te geven bij die grote groep kinderen en hun ouders.’

TEST
Doe de test »

Hoe positief betrokken ben je bij je kind?

Veel kinderen lijken op Matthijs. Uit onderzoek blijkt dat zeker 15 procent van alle kinderen verlegen is. Een verlegen kind voelt zich ongemakkelijk en gespannen in een sociaal contact en reageert er terughoudend en geremd op. Het wil wel contact maken, maar durft of kan het op dat moment niet.

Dat gaat samen met sterke fysieke reacties. Zo vond de Amerikaanse gedragswetenschapper Larry J. Nelson dat verlegen kinderen een hogere hartslag hebben dan niet-verlegen kinderen, een hogere productie van stresshormonen, en meer activiteit in het deel van de hersenen dat negatieve emoties als angst controleert.

Waar komt verlegenheid vandaan?

Waar komt verlegenheid vandaan? Voor een deel zit het in de persoonlijkheid, blijkt uit onderzoek: introverte kinderen zijn vaker verlegen dan extraverte. Toch is introversie niet hetzelfde als verlegenheid. Het introverte kind dat tevreden alleen een boek leest, is op dat moment niet verlegen. Het kind dat liever buiten zou spelen met ­andere kinderen, maar niet durft en zuchtend het boek pakt, is dat wel.

Behalve aanleg zijn er ook ontwikkelingsfasen waarin verlegenheid zich meer manifesteert. De eenkennigheidsfase bij baby’s rond acht maanden kan worden beschouwd als vroege verlegenheid. Het is de fase waarin een baby het verschil beseft tussen de primaire verzorgers – meestal moeder en vader – en anderen. De baby die bij iedereen op schoot wilde, kan rond die leeftijd hard gaan huilen als hij opgepakt wordt door een tante die hij niet vaak ziet.

Bij peuters en kleuters groeit geleidelijk aan het besef dat ze een eigen authentieke persoonlijkheid hebben, dat ze een individu zijn. Het meisje dat met tweeëneenhalf jaar voluit kletste in een kamer vol bezoek en helemaal niet in de gaten had dat iedereen naar haar keek, heeft dat een paar maanden later ineens wel door en kruipt dan snel weg achter haar moeder.

Kinderen op de basisschool worden zich bewuster van individuele verschillen tussen mensen. Zij hebben meer besef van omgangsregels, van wat ‘hoort’ en ‘niet hoort’. Op deze leeftijd willen kinderen absoluut niet opvallen en kost wat kost voorkomen dat ze anders zijn dan anderen. Ook dat kan onzekerheid en verlegenheid met zich meebrengen.

De meest kinderen groeien er weer overheen

Omdat deze soorten verlegenheid bij een bepaalde leeftijd horen, groeien de meeste kinderen er ook weer overheen. Toch kunnen ze in de tussentijd wel wat aandacht tekortkomen in de klas. Zo blijkt uit onderzoek van pedagoog Jochem Thijs dat leerkrachten minder reageerden op verlegen kleuters dan op hun aandachtvragende leeftijdgenootjes, en bovendien een minder sterke band met ze hadden.

Ook Wilma had het idee dat Matthijs niet goed uit de verf kwam in de klas. Wilma: ‘Thuis schreef Matthijs al. Toch twijfelde de juffrouw of hij naar groep drie kon. Ze zei dat Matthijs in de klas zo weinig van zichzelf liet zien, zo weinig vroeg en antwoord gaf, dat ze niet wist wat hij wel en niet kon.’

Moeten ouders van een verlegen kind zich zorgen maken? Kinder- en jeugdpsychotherapeut Pauly Ruypers, die groepen verlegen kinderen begeleidt: ‘Verlegenheid is meestal niet problematisch. Maar als je als ouder het idee hebt dat je kind minder positief over zichzelf denkt, het spelen met anderen uit de weg gaat, niet zo lekker in z’n vel zit, of als je je zorgen maakt en je afvraagt wat er toch met hem aan de hand is, dan zijn dat signalen die je serieus moet nemen.’

Geef een verlegen kind veel ruimte en bevestiging

Voor een verlegen kind is het belangrijk dat het veel ruimte, tijd en bevestiging krijgt, vindt Ruypers. ‘Tijd, zonder dat er iets op het programma staat, waarin wordt ingegaan op wat het kind op dat moment bezighoudt en interesseert. Het kind moet vaak de boodschap krijgen dat het ertoe doet wat hij denkt, voelt, meemaakt en beleeft. Het is fijn als een leerkracht een verlegen kind extra aandacht geeft, maar ook ouders hebben hierin een belangrijke rol. Aandacht stimuleert het zelfvertrouwen.’

Wilma: ‘Het hielp om Matthijs goed voor te bereiden op wat er ging gebeuren. Kregen we bezoek, dan legden we hem uitgebreid uit welk bezoek dat was. “Je weet wel, tante Claar van wie je de Lego-auto kreeg op je verjaardag.” We vertelden hem van tevoren wat hij zou kunnen doen of hoe hij zou kunnen helpen. “Wil jij alle kinderen een zakje chips geven?” Als we zelf op bezoek gingen, vertelden we hem wie er nog meer zouden zijn, wat hij er zou kunnen doen, of er bijvoorbeeld een huisdier was. Als hij iets op school wilde laten zien of vertellen, bereidden we dat thuis voor. We hebben zo als het ware zijn drempels verlaagd. Ik denk dat we hem daar goed mee hebben geholpen. Hij is nu aan het puberen en helemaal over die verlegenheid heen.’[/wpgpremiumcontent]