Ik zit hier in Salt Lake City, waar kenners bij elkaar zijn gekomen om oorlog te bespreken vanuit een evolutionair standpunt. Tijdens de lezingen kijken we uit op de prachtige Rocky Mountains, waar ik overheen ben gevlogen voordat ik hier landde. Een van de bergen staat vol met hoge antennes. In het hart van de berg ligt een enorm militair complex verscholen, goed beschermd tegen bommen. Oorlog wordt in dit land nog steeds serieus genomen.

Sommige antropologen geloven dat we er nimmer van af zullen komen. Hun redenering gaat ongeveer zo: alle volkeren voeren weleens oorlog, chimpansees doden hun buren in het oerwoud, ergo: onze verre voorouders hebben ook oorlog gevoerd. Aangezien de gezamenlijke voorouder van mens en chimpansee ongeveer zes miljoen jaar geleden leefde, zijn we er al minstens net zo lang mee bezig.

Lang vóór Lorenz verwoordde Winston Churchill hetzelfde idee: ‘De geschiedenis van het menselijk ras is er een van oorlog. Met uitzondering van onzekere intermezzo’s heeft de wereld nooit vrede gekend. Vóór het begin van de geschiedenis waren moordzuchtige conflicten universeel en eindeloos.’

We zijn geneigd dat te geloven omdat we zoveel conflict om ons heen zien. Maar tijdens een van de lezingen werd getoond dat het aantal oorlogen in feite aan het afnemen is. Ja, u leest het goed: in de afgelopen eeuwen zijn er steeds minder internationale conflicten uitgebroken, met steeds minder doden. We leven in ongekend vreedzame tijden.

Mij gaat het niet eens om de verkeerde inschatting van de hoeveelheid oorlogsgeweld; ik heb twee andere problemen met de oorlog-zit-in-ons-bloed-leer. Allereerst is de mens net zo nauw verwant aan de bonobo als aan de chimpansee. Omdat bonobo’s helemaal niet aan oorlog doen, staan ze bekend als de ‘make love not war’-primaten. Als onze voorouders aardige bonobo-achtige wezens waren, moeten we de bron van oorlog dus heel ergens anders zoeken.

Ten tweede hebben archeologen hard gegraven om de eerste tekenen van oorlog te vinden, maar het is hun nooit gelukt verder terug te gaan dan vijftienduizend jaar. Er bestaan volop eerdere bewijzen voor moord en doodslag, maar oorlog moet te herkennen zijn aan slagvelden en massagraven en die zijn er niet van vóór die tijd. Zelfs de dikke muren van Jericho, die zo mooi omvallen in de Bijbel, hadden waarschijnlijk niks met oorlog te maken. Ze dienden als wering tegen overstromingen en modder.

Als we verder teruggaan in de tijd komen we terecht bij kleine groepen jagers-verzamelaars op een uiterst dun bevolkte planeet. Antropologen zien bij dit soort volkeren wel oorlog, maar meestal op kleine schaal en afgewisseld met langdurige vredes. Dus precies het omgekeerde van wat Churchill zich voorstelde. Als oorlog in onze genen zit, is het waarschijnlijk een latente eigenschap: iets waar we toe in staat zijn, maar waar we ook heel goed zonder kunnen.[/wpgpremiumcontent]