Marleen (10 jaar) heeft het syndroom van Down. Tot en met groep vier heeft ze op een gewone school gezeten, maar nu is ze toch naar het speciaal onderwijs verhuisd. Ondanks logopedie, remedial teaching en veel oefenen thuis stokte haar spraakontwikkeling. Bovendien had ze maar weinig zelfvertrouwen en klapte ze vaak dicht.

Basistraining

Omgaan met autisme

  • In samenwerking met autisme-expert Annelies Spek
  • Concrete adviezen over communicatie
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Daar is in het Dolfinarium Harderwijk weinig meer van te merken. Voor de vierde opeenvolgende vrijdag krijgt Marleen hier dolfijntherapie, samen met Annabel (6) en Maximé (15). In haar wetsuit staat ze in het ondiepe, omringd door dolfijnen die haar verwachtingsvol aankijken. Als ze de bal richting dolfijn Beachy gooit, duikt die enthousiast onder om hem met zijn neus meteen weer terug te gooien. Marleen en kinder- en jeugdpsycholoog Tischa Neve schieten in de lach, want als de dolfijn boven water komt hangt er een bosje zeewier als een sluier om zijn kop. ‘Hoe heet dat ook al weer?’ vraagt Tischa aan Marleen. ‘Weetniet,’ zegt Marleen – haar standaardantwoord op lastige momenten. ‘Dat is zeewier,’ zegt Tischa. Een lastig woord, erkent ze, ‘maar dat kun jij best uitspreken.’ ‘Zeewier,’ gooit Marleen eruit en Tischa klapt, Marleen steekt zelf haar duim op en Beachy begint haar spontaan nat te spetteren.

Hele zinnen

De dolfijn die gehandicapte kinderen helpt. Het past naadloos in de rij bijzondere eigenschappen die men aan dolfijnen toeschrijft. De dieren zijn uitzonderlijk intelligent en zouden volgens sommigen het talent bezitten mensen aan te voelen of zelfs te genezen.

Kinderpsycholoog Tischa Neve moet niets van die zweverige theorieën hebben. Zij is een van de therapeuten van Stichting sam, die de dolfijntherapie in het Dolfinarium verzorgt. ‘Wij zijn hier heel down-to-earth. Dolfijntherapie heeft veel elementen van gedragstherapie. Het kind doet oefeningen met de therapeut, en het spelen met de dolfijn is de beloning voor zijn of haar goede gedrag.’ De therapie in Harderwijk is gebaseerd op wat in de leerpsychologie ‘operante conditionering’ heet. Als goed gedrag maar vaak genoeg gekoppeld wordt aan iets leuks, leert een kind vanzelf wel.

Voordat de ouders en kinderen ’s morgens binnenkomen, bespreken de therapeuten, dolfijntrainers en observanten waar de kinderen die dag aan moeten werken. De observanten houden tijdens elke sessie nauwkeurig bij hoe goed het kind oplet, of het oogcontact maakt, hoe het in zijn vel zit, of het lukt de gevraagde opdrachten uit te voeren. Marleen moet in het Dolfinarium vooral beter leren communiceren. Tischa Neve: ‘Ze moet hele zinnen maken, en ze moet me aankijken als ik met haar praat. Ze gaat soms ineens heel verlegen zitten doen, maar dat is nergens voor nodig. Ze kan al hartstikke veel.’ Dat haar leerdoel er al aardig ingestampt is, blijkt wel als ze aan de slag gaan op een vlonder in het water. Tischa zegt tegen Marleen dat ze zometeen weer iets gaan leren en vraagt haar wat ze daarbij nodig hebben – doelend op de dolfijnen. Maar in plaats van ‘dolfijnen’ antwoordt Marleen automatisch: ‘Hele zinnen!’

Zingende dolfijnen

De paar onderzoeken die naar de werking van dolfijntherapie zijn gedaan, zijn merendeels verricht door de psycholoog Dave Nathanson. In Florida behandelde hij in de afgelopen zesentwintig jaar zo’n veertigduizend kinderen uit zestig verschillende landen. Kinderen met het syndroom van Down, maar ook spastische kinderen, autisten, kinderen met adhd of hersenletsel. Uit zijn onderzoek blijkt dat dolfijntherapie de taalvaardigheden en de motoriek van gehandicapte kinderen verbetert en hun ontwikkeling versnelt. Nathanson weet wel waarom: ‘Het onderliggende probleem bij het merendeel van deze kinderen is dat ze hun aandacht niet lang vast kunnen houden. Ze kunnen niet focussen. Maar aandacht is een absolute voorwaarde om iets te leren. Dolfijntherapie verhoogt die aandacht.’

Dat gebeurt op verschillende manieren. Nathanson: ‘Allereerst zorgt het in warm water zwemmen met dolfijnen voor ontspanning, en ontspanning maakt dat je je makkelijker kunt concentreren. Verder zorgt de aangename aanraking met de zachte, warme huid van een dolfijn ervoor dat een kind de aandacht langer vasthoudt – tast is bij gehandicapte kinderen een belangrijk middel om dingen te leren. Hetzelfde geldt voor de soepele bewegingen die de dolfijnen maken, daar kijken ze graag naar.’ Maar de belangrijkste reden waarom de therapie effect heeft, ligt ook volgens Nathanson besloten in de beloning.

Moet je daarvoor dan per se dolfijnen gebruiken? Nee. Ook het spelen met honden of de aandacht van een paard kan belonend werken. ‘Maar,’ zegt Nathanson, ‘het grote voordeel van dolfijnen is dat ze heel slim zijn. Je kunt ze allerlei kunstjes aanleren, die je tijdens de therapie weer als beloning voor het kind kunt gebruiken.’

Zo heeft Marleen inmiddels een heel repertoire aan aanwijzingen in huis waarmee ze dolfijn Maaike vanaf de vlonder naar haar pijpen kan laten dansen. Beweegt ze haar vingers alsof ze een koor dirigeert, dan begint Maaike te ‘zingen’. Draait ze haar handen in een vloeiende beweging met de handpalmen naar boven, dan draait Maaike zich op haar rug. En als Marleen even naar haar moeder zwaait, verderop langs het water, begint dolfijn Maaike ook met haar vin te zwaaien. Zo trots als een pauw kijkt Marleen Tischa aan.

Tischa: ‘Dat zo’n dolfijn naar haar luistert, betekent voor een kind als Marleen dat ze eindelijk ergens controle over heeft.’ Marleens moeder ziet dat ook. ‘Kinderen met het syndroom van Down kunnen veel dingen niet die andere kinderen wel kunnen. Het is een ontzettende boost voor haar zelfvertrouwen dat zíj een dolfijn van alles kan laten doen – dat is nou eens iets wat anderen niet kunnen.’ Het is te merken aan Marleens gedrag. Vroeger had ze het niet zo op nieuwe mensen, bijvoorbeeld. Maar sinds ze met de dolfijnen ‘werkt’, zoals ze het zelf noemt, kletst ze erop los op feestjes. En toen ze vorige week ineens door een mannelijke dolfijntrainer werd begeleid, stelde ze vrolijk vast: ‘Lekker ding.’

Genezing door sonar?

Er is nog een voordeel aan het werken met dolfijnen: het zijn ontzettend vrolijke goedzakken. Als Marleen een stukje door het water loopt, zwemmen ze dicht naast haar meteen met haar mee. Als Marleen klaarstaat met de bal, buitelen ze over elkaar heen om hem naar haar terug te ‘gooien’. En als Marleen even een taalopdrachtje krijgt van Tischa, liggen ze neus aan neus voor de vlonder te wachten, die eeuwige glimlach op hun gezicht geplakt. Nathanson: ‘Het zijn van nature nieuwsgierige, sociale dieren. Die willen altijd wel spelen.’

Sommige onderzoekers zijn van mening dat er zelfs meer aan de hand is dan ‘gewoon’ spelen. Met behulp van hun sonar, het hoogfrequente geluid dat dolfijnen uitzenden, zouden ze het aanvoelen als mensen ziek zijn of problemen hebben. Onderzoeker Steven Birch verhaalt van dolfijnen die ongevraagd op zieke mensen afzwommen, zich tegen hen aanvlijden en hun sonar rechtstreeks het achterhoofd in zonden. Er zijn verhalen over dolfijnen die zo een tumor kunnen lokaliseren. Tijdens een programma waarin dolfijnen getraind waren hun sonar op zieke delen van een menselijk lichaam af te sturen, kwam het wel eens voor dat gewoonlijk heel gehoorzame dolfijnen niet luisterden en zich op een heel ander deel van het lichaam richtten. Uit nader onderzoek bleek dan dat de eerste diagnose van de ziekte onjuist was geweest: de dolfijn had wél de juiste plek getraceerd. Nathanson: ‘Dit soort onderzoeken zijn allemaal nog anekdotisch, maar het lijkt erop dat ze met die sonar zelfs kunnen genezen. Dat is niet gek. Met apparaten die elektromagnetische signalen uitzenden – dat zijn het namelijk – worden nu bijvoorbeeld ook al nierstenen verwijderd. Wat dolfijnen op deze manier precies voor mensen zouden kunnen betekenen, moet eerst nog nader worden onderzocht.’

Dave Nathanson en de therapeuten in Harderwijk houden zich verre van deze onbewezen geneeswijzen. Zij pretenderen niets meer dan kinderen te helpen via gedragstherapie. Toch is er ook veel kritiek op hun dolfijntherapie. De onderzoeken van Nathanson zouden niet deugen, waardoor er volgens sommige wetenschappers geen enkele gegronde reden is om de dieren op deze wijze te ‘misbruiken’. Zijn onderzoeksgroepen zouden te veel verschillende kinderen bevatten of te klein zijn, Nathanson gebruikt niet altijd controlegroepen en er zijn allerlei variabelen die de resultaten beïnvloeden. Nathanson windt zich steeds weer op over die kritiek. ‘Ja, methodologisch rammelt er van alles aan mijn onderzoek, en ja, als je het als laboratoriumonderzoeker benadert, is het niet zuiver. Maar dit is de échte wereld, en daarin is onderzoek waarin je alle mogelijke storende invloeden uitsluit niet mogelijk.’

De Nederlandse psycholoog Richard Griffioen is het daar niet helemaal mee eens. Hij is van plan de controverse voor eens en voor altijd de wereld uit te helpen met een zeer gedetailleerd dubbelblind promotieonderzoek, waarin hij wordt ondersteund door kinderpsychologen, biologen, artsen en experts van het multidisciplinair researchinstituut inzake mens-dierrelaties. Griffioen: ‘En als daar niet uit blijkt dat het echt werkt, dan heb ik geen pretenties meer. Dat verwacht ik echter niet. Uit de gegevens die ik tot nu toe binnen heb, blijkt al een duidelijke vooruitgang in de therapiegroep. Maar dat zijn voorbarige conclusies. De echte analyses beginnen pas als ik de resultaten van zo’n vijfentwintig kinderen binnen heb – waarschijnlijk in de zomer van 2005.’

Thuis doorleren

Op de vlonder buiten concentreert Marleen zich op het gesprek met dolfijntrainer Jeroen. Tijdens het ‘zingen’ is Marleen en Tischa opgevallen hoeveel tanden dolfijn Maaike wel niet in haar bek heeft, en nu moet Marleen aan Jeroen vragen hoeveel dat er zijn. Ze vergeet hem alleen even aan te kijken en een hele zin mag het ook niet echt heten (‘Hoeveel tanden?’), maar dat komt waarschijnlijk doordat Marleen wordt afgeleid door het feit dat ze het antwoord allang wist. ‘Vijfentachtig! Zei ik toch!?’

Marleen gaat zo op in het spel met haar begeleiders en de dolfijnen, dat ze niet ziet hoe het Dolfinarium langzaam volstroomt. Achter het hekje rondom de lagune staan inmiddels talloze kinderen, die jaloers toekijken hoe Marleen dolfijn Maaike de ‘hand’ schudt. Alleen zeeleeuw Igor kan haar aandacht nog afleiden. Verderop achter een rots stoot die een geluid uit dat verdraaid veel op een fikse boer lijkt. Marleens blik schiet richting zeeleeuw als ze roept: ‘Párdon?’

In de nabespreking complimenteert Tischa Marleens ouders met de vorderingen van hun kind. Ze was heel gefocust bezig, deed goed haar best op de zinnen en had geen enkele moeite met wéér een nieuwe begeleider, trainer Jeroen. Alleen aan het begin klapte ze dicht bij het lastige woord ‘vlekt’ en ging ze zitten mokken. Het duurde even voordat ze daar weer uit was. Tischa legt Marleens ouders uit hoe ze daarmee omgaat en geeft ze zo meteen wat tips mee. ‘Als ze zo’n bui heeft, moet ze leren: óf je zegt wat er is, óf je gaat maar even wieberen. Zegt ze niks, dan bereik je het meest door haar te negeren – niet door op haar te mopperen. Zo draait ze vanzelf wel weer bij.’

Niet afstraffen voor ongewenst gedrag, wel belonen voor goed gedrag. Ook thuis moet dat als een mantra in het hoofd van Marleens ouders blijven klinken. Wat hen betreft loopt dat wel los. Zeker de komende weken, waarin Marleen nog twee keer naar Harderwijk komt. Daarna kunnen haar dolfijnenknuffeldieren die belonende taak hopelijk overnemen. Want, zoals Marleen het zelf niet zo heel netjes verwoordt: ‘Missen.’ Ze zal ze wel missen.