Het lijkt een absurde vraag. ‘Birds do it, bees do it, even educated fleas do it.’ Seks is er omdat we nakomelingen moeten krijgen! Toch is seks helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het grootste deel van de levende wezens plant zich namelijk voort zonder seks. Aardbeien vormen uitlopers die zich even verderop tot nieuw plantje ontwikkelen, zeeringwormen stoten knoppen af die zelfstandig als babyzeeringwormpjes verder gaan en van sommige haaien is aangetoond dat ze zich maagdelijk kunnen voortplanten.

Zo’n drie miljard jaar geleden bestond er zelfs nog helemaal geen seks. De eencellige wezens die toen de aarde bevolkten, plantten zich voort door zich simpelweg in tweeën te splitsen. Uit de twee helften groeiden twee nieuwe wezentjes die identiek aan elkaar en aan hun ‘moeder’cel waren. Klonen dus. Een schone, snelle, efficiënte manier van voortplanten. Een groot deel van de wereldbevolking, zoals de meeste bacteriën, doet het nog steeds op deze manier.

Toch verdoet het merendeel van de hogere diersoorten hun tijd met heel wat omslachtiger voortplantingsmethoden. Er moeten zo nodig partners worden gezocht, en daarvoor worden toendra’s overgestoken, oceanen doorkruist, kroegen afgestroopt. Er moeten rivalen worden beconcurreerd met horens, spierbundels en ander zwaar geschut. Er wordt geflirt,

verleid en opgedoft: in het bos worden veren gepoetst en kelen gesmeerd, in de badkamer lippen gestift en haren gekamd.

En dan moet de paring nog beginnen. Wat een geworstel! Behasluitingen moeten losgemaakt, het moet allemaal maar passen, en bij zoogdieren komt daar dan ook nog eens de risicovolle zwangerschap achteraan. Een en al tijd- en energieverbruik!

Seksloos succesvol

Waarom moeilijk doen als het zoveel makkelijker kan? Biologen hebben zich lang verbaasd over geslachtelijke voortplanting. Waarom heeft Moeder Natuur zoiets vermoeiends als seks bedacht? Toegegeven, verlangen en bevrediging zijn heerlijk, maar dat zijn slechts de listen waarmee de natuur ons verleidt tot al dat gedoe.

Vrouwelijke bladluizen doen het handiger. Zij kunnen zich prima alleen voortplanten. Mannen hebben ze helemaal niet nodig. De vraag ‘waarom zijn er mannen?’ is minstens even relevant als de vraag waarom we seks hebben. Dieren die zich in hun eentje voortplanten, zonder seks, zijn namelijk altijd vrouwtjes. Bdelloïden, minuscule ongewervelde raderdiertjes die je zou kunnen tegenkomen in je vijver of vogelbadje, doen het al tachtig miljoen jaar zonder mannen en zonder seks. De vreedzame moeder-dochtergemeenschappen van de bdelloïden hebben zich niettemin met succes over de aardbol verspreid.

Een diersoort met alleen maar vrouwen heeft twee voordelen: ze verspillen niet zoveel energie aan seks en houden dus meer over voor belangrijker zaken als het zoeken naar eten; en elk individu kan kinderen krijgen in plaats van maar de helft van de groep, waardoor een populatie veel sneller kan groeien.

Eindeloze verschillen

Seks heeft dus grote nadelen. Er moet dan wel een heel groot voordeel zitten aan geslachtelijke voortplanting, anders was ze niet zo wijdverbreid.

Charles Darwin opperde meer dan een eeuw geleden al een verklaring voor al die heisa. Seks creëert – in tegenstelling tot klonen – steeds nieuwe wezens die verschillen van hun ouders. Doordat twee cellen (eicel en zaadcel) na de liefdesdaad met elkaar versmelten, worden telkens genetisch nieuwe organismen gemaakt. En door de eindeloze verschillen tussen individuen die daardoor ontstaan, is een soort veel beter in staat zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Als het klimaat bijvoorbeeld verandert en een groep klonen blijkt daar niet tegen bestand, dan sterft meteen de hele populatie. Bij soorten die genetisch allemaal nét iets anders in elkaar zitten, is de kans groter dat een aantal overleeft.

Aseksuele dieren hebben een streepje voor wat betreft hoeveelheid en snelheid waarmee ze zich voortplanten; seksuele dieren hebben op de lange duur meer kans om te overleven omdat de kwaliteit van hun nakomelingen beter is.

Wapenwedloop met belagers

Toch zou er ook op korte termijn voor individuele wezens een voordeel moeten zijn om aan seks te doen. Een van de populairste theorieën over het nut van seks is de hypothese van de Rode Koningin. Dat is het personage uit Alice in Wonderland dat opmerkt dat je in haar land heel hard moet rennen om tenminste op dezelfde plek te blijven. Evolutiebioloog William Hamilton zag dit als een mooie metafoor voor de overlevingsstrijd die levende wezens moeten voeren. We moeten zo hard lopen als we kunnen om niet te worden uitgeroeid door virussen, parasieten en bacteriën. Dat doen we door steeds nieuwe genetische variaties in onze afweersystemen te creëren.

Seks is volgens Hamilton dus een middel tot ‘uitwisseling van biotechnologie om parasieten af te weren’. Hij lijkt gelijk te hebben: diertjes die kunnen kiezen of ze zich voortplanten door middel van klonen of seks, zoals sommige waterslakjes, kiezen vaak voor klonen als de kust veilig is, maar gaan over tot gemeenschap als de omgeving lastiger voor hen wordt. En bij aseksuele trilhaarwormen werden twintig keer zoveel parasieten waargenomen als bij hun op seks beluste soortgenoten. Dat verklaart ook waarom vrouwelijke soorten als bladluizen toch af en toe mannetjes voortbrengen om mee te seksen voordat ze zich weer klonen.

De nuchtere boodschap van dit verhaal? Mannen en seks zijn vrouwelijke gezondheidsmaatregelen. Maar wel maatregelen met leuke bijeffecten: een wereld vol vrouwelijke klonen zou een grijze, saaie wereld zijn zonder verlangen, zonder hartstocht en zonder genot. Laat ons onze tijd maar verdoen met lachen, flirten, dansen, zingen, baltsen, hijgen, prutsen, friemelen en rampetampen.