‘Ik neem ze mee naar de supermarkt’

Zoë Slager (24) met zwartkop caique Junai en grijze roodstaart Noa (papegaai Doerak, op haar hoofd, is van haar moeder):

‘Bij ons komt er nooit meer een man in. In het verleden heb ik wel relaties gehad, maar die jongens hebben me gekwetst. Noa en Junai zijn zuiniger op mij en ze geven me tenminste het gevoel dat ik de ware ben. Vogels zeuren niet dat ze voetbal willen kijken als ik net een mooie film wil zien.

De buren noemen me het papegaaienvrouwtje. Junai zit op mijn hoofd, Noa op mijn arm en zo gaan we met z’n drieën naar de speeltuin of een stukje fietsen. We hebben veel bekijks; vooral kinderen komen altijd naar ons toe. In de supermarkt mogen ze niet los, dus dan zitten ze in een papegaaienrugtas. In die tas zitten ze op een stok en kijken ze door het gaas lekker naar buiten.

Onze band is heel speciaal. We zeggen lieve woordjes tegen elkaar en ze zijn altijd heel dicht bij me. Ik lig met ze op bed, we kijken samen tv, we stoeien, we zingen en we kletsen. Eens in de week verwen ik ze

met een papegaaienomelet. Ik verwerk er speciale zaden in, stukjes vis, paprika en pepers. Hun gezondheid staat voorop. Om hun veren in conditie te houden neem ik ze mee onder de douche. Ik zit op een douchestoel zodat ze makkelijk bij me op schoot kunnen zitten. Toen ik Junai en Noa pas had, wilde ik ze doodknuffelen. Helaas zijn niet alle papegaaien knuffelaars. Als ik “koppie krauw” zeg, wacht ik hun reactie af. Doen ze het hoofd omlaag, dan mag ik ze aaien. Het bewijst maar weer hoe intelligent ze zijn. Ik vind papegaaien interessanter dan bijvoorbeeld honden.

Als ik ’s avonds met vriendinnen naar de bioscoop ga, mis ik Noa en Junai al voordat ik het huis verlaten heb. Ik probeer te genieten van de film, maar kan alleen maar aan mijn schatjes denken. Ik had een vriendin die het raar vond dat mijn leven om twee vogels draait. Jammer dan, want als je met mij bevriend bent krijg je hen erbij. Papegaaien kunnen vijftig jaar worden, dus we hebben met z’n drieën nog een heel leven voor ons.’

‘Een vrouw was allang gaan klagen’

Jan Roeland (53) met honden Sophie (links) en Grace:

‘Ik zie collega’s soms naar hun mobiel grijpen: “Schat, sorry, ik ben te laat voor het eten.” Melden ze het braaf, krijgen ze op hun kop! Met Grace en Sophie hoef ik nooit te overleggen hoe laat ik thuis ben. Er is niemand die zich op een hinderlijke manier met me bemoeit. Een paar keer per jaar ben ik op (zaken)reis. Dan breng ik mijn honden naar een vijfsterren dierenhotel. De eerste dag mis ik ze vreselijk, maar de wetenschap dat ze mij waarschijnlijk niet missen maakt het minder erg.

Honden geven je geen schuldgevoel. Grace en Sophie beginnen altijd te kwispelen als ik ze een bak droge brokken geef. Ze krijgen natuurlijk het beste van het beste, maar een vrouw was allang gaan klagen dat het eentonig zou worden. De slager verwent ze geregeld met een gigantisch bot dat hij speciaal voor hen bestelt. Ik ben opgegroeid met dieren, dus ik weet niet beter. Mijn ouders hadden honden, poezen, paarden en kippen. Opa en oma woonden op een boerderij met elf enorme doggen, honderd katten, wat koeien en varkens.

Mijn honden slapen op de grond, maar als ik ’s ochtends wakker word, liggen ze pontificaal naast me op bed te snurken. Dan besef ik hoe trots ik ben: ik vind ze mooi, vriendelijk en grappig. Mijn beesten geven me een veilig en vertrouwd gevoel. Ze houden ook mijn conditie op peil, we joggen veel en maken eindeloze wandelingen. Als het even kan springen ze ergens in een gore sloot en komen ze pikzwart thuis. Het maakt me niets uit, als ze maar lol hebben. Overdag wonen Grace en Sophie in de oude eetkamer. Een prachtig vertrek met open haard en openslaande deuren naar de tuin. De makelaar noemde dit een van de duurste hondenhokken van Nederland.

Sophie heeft zo haar buien. Laatst heeft ze een andere hond gebeten. Ik bracht de eigenaresse van die hond een bos bloemen en we dronken een kopje thee. Het klikte. Kreeg ik dankzij Sophie toch nog bijna verkering. Nee hoor. Ik heb nooit een vaste partner gehad en dat wil ik graag zo houden.’

‘Hun gedrag is voorspelbaar, anders dan dat van de meeste mannen’

Kitty Bastein (42) met hond Evgeni en fret Lamborghini (de­­ ­andere fret, Ferrari, had geen zin om te poseren):

‘Met internetdaten ben ik gestopt toen een man me vroeg of ik mijn hond wilde wegdoen. Zo’n vent kan op zijn kop gaan staan, maar ik laat Evgeni nooit in de steek. Voor hij bij mij kwam, woonde hij bij iemand die hem klappen gaf. Om zijn zelfvertrouwen op te krikken zijn we naar hondentraining gegaan. In de bus daarheen kroop Evgeni uit angst helemaal in me, tot hilariteit van mijn medereizigers: een kleine vrouw met veertig kilo hond op schoot.

Mijn twee fretjes gaan goed samen met Evgeni. Hij is heel beschermend naar die twee kleintjes. Het is komisch om te zien hoe ze soms met z’n allen door het huis racen. Lambo en Ferra hebben hun eigen kamer met speelgoed voor een heel weeshuis. Ferra is een drama queen. Als ze languit in haar ballenbak ligt, kijkt ze er zo bij van: help vrouwtje, ik verdrink! Lambo kan snel geïrriteerd zijn. Vraag me niet waarom, maar ze bijt mijn nicht steevast in haar onderkin.

Van kinds af aan heb ik weinig goede ervaringen met mannen. Van mijn beesten krijg ik de liefde die ik van een man nooit gekregen heb. Hun gedrag is voorspelbaar, in tegenstelling tot dat van de meeste mannen. Ze verwachten niets van me, ze zullen me nooit verraden en ze vinden me altijd geweldig.

Zelfs als ik met een ochtendhumeur uit bed rol denken ze: gezellig, het vrouwtje is wakker. Eerlijk is eerlijk, een goed gesprek met een dobermann zit er niet in. Ik vertel ze wat me dwarszit, maar op heldere adviezen hoef ik niet te rekenen. Seks krijg ik natuurlijk ook niet van mijn dieren, maar met de jaren wordt seksualiteit minder belangrijk voor me. Ik vind het wel gezellig als Evgeni ’s nachts bij mij in bed kruipt.

Na een slopende werkdag vangen de dieren me op als ik thuiskom. Zodra ik de voordeur opendoe, glijdt de stress van me af. Evgeni stuitert van plezier, springt tegen me op en geeft me een natte zoen. Samen met de fretjes kruipen we op de bank: boekje erbij, kopje thee, puur geluk.’

‘Op zijn verjaardag bak ik een hondentaart’

Sandra Boeziek (41) met hond Itas:

‘Itas en ik liepen op een ochtend in het park, toen we een bijzonder momentje hadden. De zon kwam door, we stonden even stil en keken elkaar aandachtig aan. Het leek alsof we ons tegelijkertijd realiseerden wat een fantastisch leven we samen hebben. Ik heb diverse leuke en serieuze relaties gehad, maar nooit was ik zo gelukkig als de afgelopen jaren met Itas.

Mijn appartement ademt Itas. Overal liggen knuffels en ballen. Aan de kapstok hangt zijn gele regenjas, waar hij allang uitgegroeid is, maar mijn hart maakt een sprongetje van geluk als ik hem zie hangen. Soms kan ik bijna niet geloven hoe het mogelijk is dat er zoveel liefs in dat beestje zit. Hij gaat overal mee naartoe, hij slaapt bij mij in bed en hij mag op de bank.

Op zijn verjaardag bak ik een hondentaart met pens, hamburgers en hart. In winkels vertel ik hem hardop wat we nodig hebben. Die vrouw spoort niet helemaal, zie je mensen denken. In restaurants gaat hij braaf slapen, maar ik hoor mensen achter me weleens tegen elkaar zeggen: “Hoezo neemt zij in godsnaam haar hond mee?”

Als kind had ik een helder toekomstplan. Later zou ik in een huis wonen met twee rieten stoeltjes in de tuin. Een stoeltje voor mij en eentje voor mijn hond. In dat plaatje kwam geen man of kind voor. Misschien heeft het te maken met het slechte huwelijk van mijn ouders. Zij hadden altijd ruzie.

Ik lieg niet als ik zeg dat ik er vrede mee heb als ik de rest van mijn leven single blijf. Het enige wat ik mis is het samen koken, een glas wijn erbij en een arm om me heen. Maar ik heb zo’n enorm sociaal leven dat ik oprecht kan zeggen: het is goed zo. Mijn vrienden vinden Itas een geweldig beest. Een enkeling vindt dat ik overbezorgd ben: “Het is maar een hond, hoor!” Dan provoceer ik lachend door te zeggen dat ik Itas ooit wil bijzetten in het familiegraf.’

‘Een nieuwe vriendin kan het nooit van hem winnen’

Michael Faasse (40) met hond Breeze:

‘Twaalf jaar geleden zijn mijn vrouw Susanne, onze vier weken oude baby en onze hond verongelukt. Ze reed met de auto van haar broer in Oostenrijk. Er lag verse sneeuw. Toen ze afremde in een haarspeldbocht botste er een auto achter op haar bumper, waardoor ze in het ravijn stortte. Ik mis haar nog elke dag. Na die tijd heb ik nog wel een vriendin gehad, maar die heb ik drie jaar geleden het huis uit geschopt toen bleek dat ze aan de drugs was en mijn hond Diederik af en toe een klap verkocht.

Met Diedje kon ik lezen en schrijven. Hij heeft veel onzekerheid bij me weggenomen. Ik heb een vorm van autisme en honden maken mij sterker. Contact maken met mensen gaat makkelijker met een hond erbij. Op 15 oktober vorig jaar moest ik Diederik laten inslapen, hij was ziek.

Niet lang daarna haalde ik Breeze op bij het asiel. Ik vond het wel oneerlijk tegenover Died, maar ik miste het wandelen in de duinen, het samen stoeien en spelen. Ik heb vrienden, maar het merendeel van de tijd ben ik met Breeze alleen. Hij leert me een knop omzetten, waardoor negatieve gedachten verdwijnen. Af en toe ga ik lekker bij hem liggen en leg mijn hoofd in zijn nek. Door lichamelijk contact voel ik zijn warmte en dat maakt me rustig. Op die momenten is het hij en ik, verder is echt niets belangrijk.

Ik vind het wel goed, zo zonder partner. Honden oordelen en beoordelen niet, van vrouwen kun je dat niet altijd zeggen. Een bijzondere vrouw als Susanne zal ik nooit meer vinden. Met Breeze heb ik een hechte vriendschap, maar de manier waarop ik met Susanne naar een romantische film keek kun je met niets vergelijken.

Knuffelen met een hond is ook anders dan met degene op wie je verliefd bent. Een hond blijft een hond, Breeze slaapt dan ook niet bij mij op bed. Dieren moet je niet als mensen behandelen, dan ben je verkeerd bezig. Breeze kan Susanne niet vervangen, maar een nieuwe vriendin zal het nooit van hem winnen.’

[/wpgpremiumcontent]