‘Beth, zijn mensen bang voor je?’

‘Ja.’

‘Wie is er bang voor je?’

‘John, mijn broer.’

‘Waarom is hij bang voor je?’

‘Omdat ik hem zoveel pijn doe.’

Om de mondhoeken van de 6-jarige Beth speelt een glimlachje. Met haar grote blauwe ogen kijkt ze in de camera.

Onze duistere kant

Zwelgen in eigenliefde, gemene grappen maken, manipuleren om je zin te krijgen. Het zijn de zwarte r...

Lees verder

‘Beth, wat doen je ouders ’s nachts met je kamerdeur?’

‘Ze doen hem op slot.’

‘Waarom?’

‘Omdat ze bang zijn dat ik hen pijn doe.’

‘Wat zou je dan met ze doen?’

‘Ze steken, met een mes.’

’s Nachts is daarvoor het beste tijdstip, zegt ze met een zacht stemmetje. ‘Ik wil niet dat ze me het zien doen, maar wel dat ze het voelen.’

Dit huiveringwekkende gesprek tussen Beth Thomas en haar therapeut komt uit de Amerikaanse documentaire Child of rage uit 1990. Volgens de makers is de hoofdpersoon, kleuter Beth, een kind zonder geweten – een van de ‘kinderen die geen liefde kunnen voelen of accepteren’ en ‘zonder wroeging anderen kunnen kwaaddoen of zelfs vermoorden’.

Neem de 9-jarige Jeffrey Bailey. Hij duwde een 3-jarig jongetje het zwembad in. Terwijl de dreumes in het water voor zijn leven vocht, zette Jeffrey een stoel aan de rand van het zwembad en keek rustig toe: hij wilde weleens iemand zien verdrinken. Of neem het jongetje dat met een mes steeds een stukje afsneed van de staart van zijn kat. De reden? Hij wilde wetenschapper worden en was benieuwd hoe de kat op de verwondingen zou reageren.

De laatstgenoemde twee worden beschreven in een spraakmakend artikel dat in 2012 verscheen in de The New York Times, onder de kop ‘Kun je een kind een psychopaat noemen?’ Centraal in het verhaal staat de 9-jarige Michael, die volgens zijn moeder zou eindigen ‘als Nobelprijswinnaar of als seriemoordenaar’.

Het artikel maakte veel discussie los. ‘Geestelijk zieke kinderen zijn de nieuwe boemannen,’ schreef een blogger op de website van het blad Wired. ‘Dit is pure bangmakerij.’ De teneur van het artikel volgens hem: kijk eens wat een eng kind dit is. ‘Een geestelijk ziek kind een gevaar en een psychopaat noemen maakt de zaak alleen maar erger. We zijn deze kinderen compassie verschuldigd, geen angst.’

Een reactie luidde: ‘Waarom staan sommige mensen er toch op om de kindertijd te romantiseren? Kinderen zijn gewoon kleine mensen. Als ze gevaarlijk zijn, moet dat worden erkend.’

Seriemoordenaars en zakenmensen

Kunnen kleine kinderen al psychopaten zijn? En: zo ja, moeten we zo’n etiket op ze plakken? Om die vragen te beantwoorden is het belangrijk om te weten wat psychopathie precies inhoudt. En dat is lastiger dan het lijkt.

‘Er zijn weinig psychologische concepten die tegelijkertijd zoveel fascinatie als misverstanden oproepen,’ schrijven onderzoeker Jennifer Skeem en haar collega’s in een recent artikel waarin ze de wetenschappelijke literatuur over psychopathie op een rijtje zetten. ‘Mensen met psychopathie worden ten onrechte gezien als fundamenteel anders dan de rest van de mensheid, en als onveranderbaar gevaarlijk.’

Tegenwoordig kennen we de psychopaat in meerdere – soms strijdige – gedaantes, schrijven de onderzoekers. Bijvoorbeeld de seriemoordenaar die zonder enige scrupules vrouwen aan stukken snijdt, zoals Ted Bundy, maar ook de sluwe zakenman die meedogenloos anderen voor miljoenen het schip in laat gaan, zoals Bernard Madoff.

TEST
Doe de test »

Narcisme test: hoe narcistisch ben je?

Wetenschappers twisten over de definitie van ­psychopathie, zegt Robert Vermeiren, hoogleraar forensische jeugdpsychiatrie en directeur van Curium-lumc, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Psychopathie is een verzameling van kenmerken, vertelt hij, waarbij discussie bestaat over de vraag welke van deze kenmerken nu écht het hart van deze stoornis raken.

Wel valt met stelligheid te zeggen dat psychopathie zich uit op ruwweg drie terreinen: in iemands gedrag, in zijn relaties en in zijn emoties. Vermeiren: ‘Allereerst gaat het om gedragsproblemen, zoals impulsiviteit en gebrek aan zelfbeheersing.

Daarnaast vertoont zo iemand problemen in het interpersoonlijke cluster; dat gaat over hoe hij of zij zich tot anderen verhoudt, zoals narcistisch en manipulatief gedrag. Tot slot is er de gevoelscomponent: bij psychopathie gaat dat om weinig emotie kunnen tonen en een gebrek aan empathie en schuldgevoel.’

Egocentrische pubers

En ja, ook kinderen kunnen zulke kenmerken al vertonen. Wetenschappers besteden tegenwoordig bij zulke kinderen vooral aandacht aan de gevoelscomponent van psychopathie, ook wel de ‘koude en emotieloze trekken’ genoemd, callous-unemotional traits.

En net zoals volwassenen met dit soort trekken minder snel bang zijn en weinig onder de indruk zijn van straffen en represailles, is dat ook het geval bij kinderen die deze koude en emotieloze trekken in sterke mate bezitten.

Kun je zulke kinderen psychopaten noemen? ‘Nee,’ zegt Vermeiren resoluut. ‘Je kunt wel aanvoelen dat mensen die deze trekken van nature hebben, vaker dingen doen die niet door de beugel kunnen. Maar dat is bij kinderen nog niet definitief vast te stellen; ze zijn nog volop in ontwikkeling.’

Vaststellen of er sprake is van psychopathie is volgens de hoogleraar zelfs niet mogelijk bij een kind als Jeffrey Bailey. ‘Die is immers pas 9 jaar oud, een leeftijd waarop kinderen de consequentie van hun daden niet goed kunnen inzien.’

Bovendien is van jongeren in de puberteit bekend dat ze tijdelijk minder empathie hebben voor anderen, aldus Vermeiren. ‘Ze zijn dan egocentrischer, meer gericht op vrienden en minder op de rest van de maatschappij. Daar mag je geen label op plakken, want dat is tijdelijk.’

Wat er in de omgeving van een kind gebeurt, zegt hij, is verder sterk bepalend voor diens vermogen om empathie te tonen. Beth Thomas bijvoorbeeld werd in haar jeugd ernstig misbruikt en verwaarloosd voordat ze terechtkwam bij haar adoptieouders.

Vermeiren: ‘Kinderen die in de vroege ontwikkeling warmte ontberen en zich onveilig hebben gevoeld, kunnen problemen hebben met empathie. Ook trauma’s kunnen iemands functioneren veranderen, waardoor hij of zij anderen minder vertrouwt, maar ook minder angstig wordt.’

Volgens hem is het dan moeilijk te beoordelen of iemands koude en emotieloze gedrag is aangeboren of een gevolg van de omstandigheden.

Ook criminele jongeren die in contact komen met de autoriteiten tonen zich vaak emotieloos. ‘Ze gedragen zich dan afstandelijk, uit wantrouwen en als afweer. Maar dat wil niet zeggen dat ze bijvoorbeeld onderling geen emoties voor elkaar voelen, en dus daadwerkelijk geen mogelijkheid hebben om empathie te voelen.’

Weinig wroeging

Onderzoeker Paul Frick en zijn collega’s denken daar heel anders over. In een artikel in de Journal of Child Psychology and Psychiatry pleiten zij ervoor de ‘koude en emotieloze trekken’ op te nemen in de DSM-5, het internationale handboek van psychiatrische stoornissen.

Dat betekent dat kinderen die én hoog scoren op deze trekken én voldoen aan de diagnose voor een gedragsstoornis – conduct disorder ­– ‘jeugdige psychopaten’ zouden kunnen worden genoemd.

Zulke kinderen doen niet alleen dingen als vechten, pesten en intimideren, maar voelen daarnaast ook weinig wroeging als ze iets verkeerd doen, trekken zich niets aan van de gevoelens van anderen en tonen weinig emoties. Een ander kenmerk is dat het hen koud laat hoe ze presteren op school.

Zo’n diagnose is belangrijk, schrijft Frick, omdat kinderen die hoog scoren op deze koude en emotieloze trekken ook als volwassene vaker het stempel psychopaat krijgen. Hij citeert een onderzoek waaruit blijkt dat kinderen die op 13-jarige leeftijd deze trekken in hoge mate vertonen, op hun 24ste drie keer vaker de diagnose voor psychopathie krijgen dan gemiddeld.

Ook hebben deze kinderen een grotere kans om gewelddadige daders te worden, en zijn er aanwijzingen dat ze een andere behandeling nodig hebben dan kinderen die alleen voldoen aan de criteria voor een gedragsstoornis.

Kortom: het is een aparte groep kinderen die ernstige problemen heeft, een grotere kans loopt om als volwassene ­anderen kwaad te doen, en bovendien over een aparte gebruiksaanwijzing beschikt. Hoe eerder deze groep valt te onderscheiden, des te beter kan worden ingegrepen.

Onterecht etiket

Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Vermeiren is het niet eens met Frick en zijn collega’s. ‘Het is inderdaad zo dat een volwassene die “psychopaat” genoemd kan worden, dat niet plots op zijn 18de wordt. Het probleem is dat dit soort voorspellende onderzoeken alleen kijkt op groepsniveau.’

Dat licht hij toe: wanneer je een groep kinderen verdeelt in hoogscoorders en laagscoorders op psychopathische trekken, dan hebben de hoogscoorders als groep inderdaad een grotere kans om op latere leeftijd ook hoog te scoren en problemen te veroorzaken. ‘Maar dat geldt niet op individueel niveau. Als je één persoon neemt die hoog scoort, dan is de kans groter dat hij later níét meer hoog scoort dan dat hij dat wél doet.’

Er is dus een kleine groep minderjarigen die veel problemen heeft, van wie je op voorhand al kunt aanvoelen dat ze die ook als volwassenen zullen hebben, zegt Vermeiren. ‘Maar voor de meerderheid van de hoogscoorders geldt dat niet. Het grote gevaar is dat we kinderen onterecht het etiket “psychopaat” gaan opplakken.’

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Voor ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Maar hoe erg is een misplaatst etiket wanneer daarmee kan worden voorkomen dat iemand als Jeffrey Bailey aan de radar ontsnapt en een peuter verdrinkt in een zwembad? Vermeiren: ‘Als je zegt: om die paar te vangen zullen we veel kinderen moeten opofferen, vraag ik me af wat de consequentie daarvan is. Creëren we daardoor juist geen problemen?’

Volgens de hoogleraar is voorzichtigheid geboden met diagnoses en etiketten. Immers: als mensen een diagnose krijgen, bestaat de kans dat ze zich ernaar gaan gedragen. ‘Dan gaan ze zich die identiteit eigen maken.’

Ook daarbij kan invloed van de omgeving een rol spelen. ‘Je hebt als ouder toch liever niet dat je kind speelt met een kind dat een dergelijke diagnose heeft. Ook iemand die hulp zoekt torst zo’n stempel met zich mee.’

Het maakt volgens Vermeiren niet uit of er in zo’n geval sprake is van psychopathie of van koude en emotieloze trekken. ‘Dat zal al snel dezelfde gevoelswaarde hebben: dat het een slecht kind is waarvoor je moet oppassen.’

Kinderen die moorden

Een spraakmakende zaak met extreem jonge daders is de moord op de 2-jarige Britse James Bulger. De peuter werd in 1993 door twee jongens van 10 ontvoerd uit een winkelcentrum. ­Robert Thompson en Jon Venables mishandelden en martelden James en lieten hem dood achter op het spoor.

Robert Thompson groeide op bij zijn aan alcohol verslaafde moeder. Ze was niet meer samen met haar echtgenoot, die haar mishandelde. Thompson werd geregeld in elkaar geslagen door zijn oudere broers.

Ook Jon Venables’ ouders waren gescheiden. Venables had leerproblemen en werd gepest op school. Hij werd geschorst toen hij iemand probeerde te wurgen met een liniaal. Op zijn nieuwe school raakte hij bevriend met Thompson, met wie hij samen spijbelde.

Na de moord zaten de twee acht jaar in jeugddetentie. Thompson zou in tegenstelling tot Venables weinig wroeging hebben getoond tijdens een zitting over zijn voorwaardelijke vrijlating.

Waren dit nou psychopaten? De Britse kranten vonden van wel. Ze schreven dat Thompson, volgens experts die waren ­ingehuurd door de familie van het slachtoffer, een niet-gediagnosticeerde psychopaat was. Die rapportage werd echter niet toegelaten in de rechtbank.

Later zei de moeder van James in The Huffington Post dat ook Venables volgens haar een geboren psychopaat was, die nog steeds een gevaar vormde voor de samenleving: ‘Mensen zeggen dat kinderen niet slecht ­geboren worden, maar ik geloof echt dat hij dat wel was.’

In 2001 werden Thompson en Venables vrijgelaten en kregen ze een nieuwe identiteit. Venables kwam in 2010 weer in aanraking met justitie en moest twee jaar de cel in voor het bezit en verspreiden van kinderporno. Wat er met Thompson is gebeurd, is onbekend.

Is psychopathie onbehandelbaar?

Een van de misverstanden over psychopathie, aldus onderzoekster Jennifer Skeem van de universiteit van California en haar collega’s, is dat deze stoornis niet valt te behandelen.

Ook al is er nog maar verrassend weinig onderzoek naar gedaan, het ziet ernaar uit dat therapieën bij psychopathie wel tot gevolg hebben dat crimineel en gewelddadig gedrag afnemen. Of psychopathische trekken an sich kunnen afnemen, daar is simpelweg geen onderzoek naar gedaan, schrijven Skeem en haar collega’s in een onderzoeksartikel.

Gezondheidspsycholoog Yoast van Baardewijk deed [aan de Universiteit Leiden] een experiment waarin spelende kinderen hun tegenstander bij verlies mochten ‘trakteren’ op een hard geluid. Het bleek dat zelfs kinderen met stevige psychopathische trekken de volumeknop omlaag draaiden als hun tegenstander aangaf dat die de herrie akelig vond.

Hoewel het een klein onderzoek betreft, geeft het volgens hoogleraar Robert Vermeiren wel een aanwijzing dat dit soort kinderen wel degelijk beïnvloedbaar is. Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat sommige opvoedstijlen, zoals consistent en niet-autoritair ouderschap, als effect hebben dat koude en emotieloze trekken bij kinderen afnemen.

Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Vermeiren: ‘Een andere discussie die dan speelt is: waarom verbetert het gedrag van zulke kinderen? Omdat ze uit zichzelf empathie kunnen voelen? Of komt het gewoon doordat ze geleerd hebben dat empathie tonen iets is wat wordt beloond?’

Volgens hem is er in beide gevallen sprake van winst: ‘Dan leert zo’n kind toch dat het goed omgaan met mensen voordeel oplevert en dat je aanpassen iedereen tevreden maakt.’

Hoe het met Beth en Jeffrey afliep? Wat er van Jeffrey is geworden, is niet terug te vinden. Beth, die nu 29 is, werkt inmiddels zelf als hulpverlener.

Bronnen o.a.: J. Skeem e.a., Psychopathic personality: bridging the gap between scientific evidence and public policy, Psychological Science in the Public Interest, 2011 / R. Kahn, P. Frick e.a., The effects of including a callous-unemotional specifier for the diagnosis of conduct disorder, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 2012