‘Ik ga een andere vrouw voor je zoeken,’ zei Karin den Oudsten tegen haar man. Ze deed haar trouwring af en legde hem op de eettafel. ‘Waarom?’ vroeg hij verbaasd. ‘Omdat ik God ben geworden,’ antwoordde ze.

Een paar dagen nadat ze was bevallen van haar jongste zoon (nu 3) kreeg Karin den Oudsten een kraambedpsychose. De bevalling was verschrikkelijk, vertelt ze rustig, terwijl we een kop thee drinken aan dezelfde tafel waarop ze drie jaar geleden haar ring neerlegde. ‘De arts moest mijn bloed opdweilen zodat hij niet uitgleed. Ik had het gevoel dat ik uit mijn lichaam trad, zoveel pijn had ik. Vijf dagen later ging ik acuut die psychose in.’

Dat moment staat haar nog helder voor de geest. ‘Het was een uur of acht ’s avonds. Ik was boven in de slaapkamer met allerlei dingen bezig, terwijl mijn man ons zoontje de fles gaf in de babykamer. Opeens werd ik draaierig. Allerlei gedachten raasden door mijn hoofd: ik moet even een wasje draaien, het kraamboek moet nog worden ingevuld… De lijst werd steeds langer. Het voelde alsof er een soort kortsluiting in mijn hersenen was, alsof ik onder stroom stond.’ Ook kon

ze haar onderarm niet meer stilhouden, daarmee draaide ze onophoudelijk rondjes.

Ze waarschuwde haar man, die ze opdroeg haar twee kinderen zo snel mogelijk naar de buren te brengen. ‘Waarschijnlijk voelde ik toen al dat het helemaal mis was.’

Van de duizend vrouwen die bevallen, krijgen er een of twee een kraambedpsychose, vertelt psychiater Veerle Bergink van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Dat ziekenhuis heeft een speciale afdeling voor deze vrouwen en hun baby’s (zie kader op de volgende pagina). Voor de meesten komt de psychose als een donderslag bij heldere hemel, zegt Bergink. Voor die tijd zijn ze nog nooit met de psychiatrie in aanraking geweest. Een kraambed- of post-partumpsychose moet volgens haar niet worden verward met een post-partumdepressie, die veel vaker voorkomt: bij ongeveer een op de tien vrouwen.

Compleet los van de realiteit

Bij een kraambedpsychose raakt de vrouw het contact met de werkelijkheid kwijt. Ze wordt druk (manische psychose), of juist heel somber (depressieve psychose). Daarbij heeft ze allerlei wisselende klachten zoals hallucinaties en wanen. Bergink: ‘Vrouwen kunnen tijdens zo’n psychose heel achterdochtig zijn, of dingen op zichzelf betrekken. Dat ze iets op televisie zien en denken: dat gaat over mij. Of ze maken verkeerde inschattingen. Ze beseffen bijvoorbeeld niet dat het niet handig is om een week na de bevalling de voorjaarsschoonmaak te gaan doen. En sommige vrouwen zijn ervan overtuigd dat hun kind of zijzelf bijzondere gaven hebben.’

Karin den Oudsten dacht zelfs dat het lot van de wereld in haar handen lag. ‘Ik voelde me almachtig, alsof ik met iedereen in de wereld via onzichtbare draadjes verbonden was.’ Ook meende ze dat ze telepathische gaven had. Die probeerde ze uit toen de huisarts was gearriveerd. Ze wijst naar de bank. ‘Ik zat daar en wilde tijdens het gesprek met de arts graag wat water hebben, dus ik keek mijn man lachend aan. Hij lachte terug en ging water voor me halen. Zie je wel, hij begrijpt het, dacht ik. Het was een heel rare gewaarwording.’

Even later – het was inmiddels al midden in de nacht – stond ook de psychiater op de stoep. Die legde twee slaappillen op tafel die ze moest innemen. Morgen zouden ze wel weer verder zien. ‘Vanaf dat moment dacht ik: dit is een complot. Ze willen me doodmaken. En mijn man is erbij betrokken. Ik vond dat heel eng. Want als ik zelfs mijn eigen man niet kon vertrouwen, dan kon iedereen me iets aandoen. Ik had het gevoel dat ik er helemaal alleen voor stond.’

Doodsangsten uitstaan

Omdat ze weigerde de pillen te slikken, werd ze met de ambulance overgebracht naar de spoedeisende hulp van een psychiatrisch centrum. Na een paar dagen verhuisde ze naar de moeder-baby-afdeling van het Erasmus Medisch Centrum.

Haar psychose duurde in totaal twee weken, waarin ze doodsangsten uitstond. Bijvoorbeeld die keer dat ze iemand in het rookhok zag staan, die een seconde later plotseling verdwenen was. Zo maar opgelost, in het niets. ‘Ik dacht: wat is hier aan de hand, mensen verdwijnen ineens. Maar achteraf bleek dat er vier uur was verstreken tussen de eerste en de tweede keer dat ik naar het rookhok keek. Ik was mijn besef van tijd helemaal verloren. Ik vroeg me al af wie er steeds met de klokken zat te rommelen.’

Niet alleen angst, ook onrust hield haar gevangen. Haar hersenen draaiden overuren. Ze moest van zichzelf allerlei keuzes maken. ‘De keuze tussen rijkdom en gezondheid, tussen mijn vader of mijn moeder… Duizenden keuzes. Als ik de juiste keuze maakte, zouden de verpleegkundigen lachen; anders moest ik een aantal keuzemomenten terug en opnieuw kiezen. Die keuzes moest ik als God maken om ervoor te zorgen dat iedereen op een goede manier zou overgaan naar de eeuwigheid en ik terug mocht naar mijn man en kinderen.’

Ze zucht: ‘Dat was achteraf gezien een gigantische aanslag op mijn hersenen. Als ik mezelf nu hoor denk ik: waar was ik mee bezig?’

Om één voorval uit die periode kan ze nu hartelijk lachen. Ze herinnert zich levendig het moment waarop ze creatieve therapie ging volgen. ‘Ik weet nog dat ik een zaal binnenstapte, waar mensen zaten van wie ik dacht: daar gaat het niet goed mee, die sporen niet. Ik was God, dus ik ging in het midden van die zaal staan en spreidde mijn armen: “Iedereen is gered.”‘ Ze glimlacht. ‘Toen werd ik afgevoerd, want met mij ging het natuurlijk ook niet jofel.’ Dan weer serieus: ‘Het rare met een psychose is dat het lijkt alsof je steeds omklapt. Van realiteit ga je weer terug de psychose in. Alleen weet je nooit wanneer het realiteit is en wanneer psychose.’

Eerste symptomen

Een kraambedpsychose kan de hele eerste maand na de bevalling optreden, maar begint gemiddeld na ongeveer een week, vertelt psychiater Bergink. De eerste symptomen zijn vaak slecht slapen en prikkelbaarheid. Dat maakt het er niet makkelijker op om een psychose te herkennen, want meer dan de helft van de vrouwen heeft van deze verschijnselen last na de bevalling. ‘Het is heel normaal dat vrouwen de eerste tijd na de bevalling wat labiel zijn. Het is moeilijk om te zien wanneer het gewone labiliteit is en wanneer de voorbode van een kraambedpsychose.’

Is een vrouw psychotisch, dan moet ze volgens Bergink zo snel mogelijk worden opgenomen. ‘Dat is het veiligste voor zowel de moeder als de baby. Vaak knappen vrouwen weer volledig op en worden ze wie ze waren; hun prognose is goed. Het is dan natuurlijk verschrikkelijk als er in die korte periode iets ernstigs gebeurt.’

Op de vraag of ze niet bang was dat ze haar baby iets zou aandoen, antwoordt Karin den Oudsten nuchter. ‘Ik was niet báng dat ik hem iets zou aandoen. Ik wílde hem iets aandoen.’

Op dat vreselijke moment was ze met haar man en twee zoons in de speciale gezinskamer van het ziekenhuis. Er spookten allerlei gedachten door haar hoofd. ‘Ik was God en ik had twee zoons. Een van hen was Jezus. Dus dan moest die ander wel de duivel zijn.’ Wie van de twee dat was, was haar eerder die dag duidelijk geworden. Haar pasgeboren zoontje had haar enorm laten schrikken toe ze hem onder toeziend oog van de verpleegkundige de fles gaf. ‘Ik hield hem omhoog en toen liet hij ineens een enorme boer. Ik schrok zo dat ik hem bijna liet vallen. Toen heb ik hem heel snel in zijn bedje gelegd en ben weggegaan uit de babyruimte. Ik was erg van streek en boos. Dat is echt een streek van de duivel, dacht ik.’

Waarschijnlijk had ze haar zoontje iets aangedaan als haar man er niet bij was geweest, zegt ze. Of ze had een poging gedaan. ‘Ik zat met mezelf in tweestrijd omdat ik wist dat ik daar in de normale wereld straf voor zou krijgen. Dat besef had ik nog wel.’

Het is nu moeilijk voor te stellen dat de vrouw die humorvol en nuchter haar verhaal vertelt, zo in de war was. Hoewel ze na vijf weken het ziekenhuis uit kwam, heeft het ongeveer twee jaar geduurd voordat ze er weer bovenop was. Twee jaar waarin ze kampte met sombere buien en medicijnen moest slikken. Nu heeft ze haar werk als ict’er opnieuw opgepakt. Haar trouwring zit weer stevig om haar vinger.

Hard oordeel van anderen

Tussen ons in op tafel liggen de twee boeken die ze heeft geschreven over haar ervaringen. Graag wil ze het taboe rond psychosen doorbreken en meer begrip kweken. Ze maakt zich druk over de harde oordelen over mensen die tijdens een psychose een ander iets ergs aandoen.

‘Andere mensen zeggen dingen als: zo iemand moet levenslang worden opgesloten. Of: zo’n vrouw mag nooit meer kinderen krijgen. Maar als je psychotisch bent, ben je jezelf niet. Je neemt de wereld anders waar, krijgt een ander soort bewustzijn. Alsof je in een glazen bol zit. Ik verloor stukje bij beetje mijn identiteit. Mijn lichaam voelde anders aan. Mijn besef van tijd was weg. Ik vertrouwde niemand meer.’

Als je dat allemaal op een rijtje zet, vraagt ze me, wat blijft er dan nog van jezelf over? Het is even stil. Dan zegt ze: ‘Ik durf wel gewoon te zeggen: ik wilde mijn kind ombrengen. Dat is hard, maar ik houd niet van struisvogelpolitiek. Ik was ziek, letterlijk ziek in mijn hoofd.’

‘Ontzwangeren’ geeft soms een zetje naar kraambedpsychose

Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam heeft een speciale afdeling voor vrouwen met een kraambedpsychose en hun baby’s. Dit is tevens het grootste onderzoekscentrum ter wereld naar post-partumpsychose. Psychiater Veerle Bergink: ‘De opname is erop gericht dat vrouwen overdag hun baby zoveel mogelijk zelf verzorgen en ’s nachts zoveel mogelijk rust krijgen. Er is een duidelijke dagstructuur. Medicijnen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling.’ De baby’s liggen in een aparte, afgesloten kamer, en de meeste vrouwen mogen in het begin hun kindje alleen onder toezicht van een verpleegkundige zien. Slechts een klein deel van de moeders wil hun baby iets aandoen, zegt Bergink. Over de oorzaak van kraambedpsychosen is nog relatief weinig bekend. Duidelijk is wel dat er een biologische aanleiding bestaat waardoor vrouwen met een genetische kwetsbaarheid ziek worden. Bergink: ‘Die biologische trigger heeft volgens deskundigen te maken met het ontzwangeren: als je zwanger bent veranderen je immuunsysteem en je hormoonspiegels, en na de bevalling draait dat weer terug.’

Na een kraambedpsychose heeft een deel van de vrouwen nooit meer klachten. Voor een ander deel is het het begin van manisch depressiviteit. Vrouwen die zelf manisch-depressief zijn of bij wie manische depressies in de familie voorkomen, hebben een veel groter risico op kraambedpsychoses, net als vrouwen die al eens een kraambedpsychose hebben gehad. Bergink en haar collega’s publiceerden onlangs in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift American Journal of Psychiatry een artikel over het voorkomen van kraambedpsychosen bij risicogroepen. Tussen kraambedpsychosen en schizofrenie bestaat volgens de psychiater geen verband.

Karin den Oudsten schreef twee boeken over haar kraambedpsychose: Na het bidden ga ik dood (€15,95) en Angst en onrust (€16,95), beide uitgegeven door Free Musketeers.

Zwanger en somber?

Heeft u vragen over psychiatrische klachten tijdens of na de zwangerschap? Als plusabonnee kunt u advies vragen aan psychiater Veerle Bergink: ga naar psychologiemagazine.nl/vraagadvies[/wpgpremiumcontent]