Ik had nog maar net in de NRC geschreven dat mensen ook dieren zijn, toen er een Nederlandse filosoof op de proppen kwam met het briljante idee dat de mens een aparte categorie is: onze soort gaat immers op vakantie. Coen Simon zet uiteen: ‘Niets doen op het strand is voor een zeeleeuw wezenlijk anders dan voor een mens.’ Het ging hem dus niet om cultuur of andere nobele prestaties, maar om het vermogen bewust niets te doen.

Betekent dit nu dat we pas echt op grote schaal mens zijn geworden na de Industriële Revolutie? En moeten we de arme lieden in de wereld die geen vakantie kennen, dan maar ‘mensen’ tussen aanhalingstekens gaan noemen?

Levend in het Amerikaanse Zuiden ben ik gewend aan problemen rond de evolutietheorie, maar soms lijkt de situatie bij Europese intellectuelen niet zoveel beter. De evolutie wordt weliswaar aanvaard, maar de continuïteit tussen mens en dier niet altijd. Men veronderstelt dat tijdens het ontstaan van onze soort iets moois (of lelijks) gebeurd moet zijn waardoor wij opeens volslagen anders zijn geworden. Het is een van oorsprong religieuze gedachte (‘de hand van God’), waar we nog steeds niet overheen zijn.

Als gevolg blijven we op zoek naar dat éne verschil. Dat doen we al honderden jaren. Het eerst bekende geval was Plato’s definitie van de mens als het enige wezen dat zowel naakt is als op twee benen loopt. Dat criterium hield het één dag vol. Diogenes kwam de volgende ochtend naar de gehoorzaal met een geplukte kip, die hij losliet met de onsterfelijke woorden: ‘Hier is de mens van Plato.’

Wat de mens-dierrelatie betreft lijken er twee soorten mensen te zijn. Sommigen hebben er absoluut geen probleem mee om met dieren vergeleken te worden. Je kunt de jaloezie van hun hond naast die van henzelf zetten, en ze zien direct de overeenkomsten. Anderen kunnen helemaal niet tegen zulke vergelijkingen; een hond heeft immers niet het scala van gevoelens dat wij hebben. De hond is maar een beest.

Hoe het komt dat mensen zo verschillend reageren, weet ik niet – maar ik geloof niet dat we zo geboren worden. Ik ontmoet nooit pre-adolescente kinderen die dieren gevoelens of gedachten ontzeggen. Deze houding ken ik uitsluitend van volwassenen. Kennelijk lossen sommige jonge mensen hun identiteitscrisis op door te kiezen voor de mens als kroon der schepping, terwijl anderen kiezen voor de mens als dier. Ik zou dolgraag weten wat deze keuze bepaalt, en beloof er tijdens mijn volgende vakantie over na te denken.[/wpgpremiumcontent]