Wij zijn niet de enige diersoort die gevoelig is voor verdovende middelen. Kramsvogels eten zich graag dronken aan gistende duindoornbessen; fruitvliegjes verkiezen – als ze er eenmaal van hebben geproefd – keer op keer

Bakvissendroom

Lees verder

de roes van de drank, en Canadese dikhoornschapen schrapen met hun tanden over rotsen met hallucinogene korstmossen, hun gebit schuurt er tot op het tandvlees af.
De kosten van dat middelengebruik zijn hoog. Een verslaafde wallaby, fruitvlieg of mens steekt minder energie in belangrijke zaken als eten, een partner zoeken of nakomelingen verzorgen, en hij is minder alert op gevaar. Waarom verkiezen ze dan toch meestal de drugs? De hersenen reageren op drugs omdat dit in principe een functie heeft. Lichaamseigen drugs, zoals dopamine en oxytocine, geven een natuurlijke kick die ons motiveert dingen te doen die de overlevings- en voortplantingskansen vergroten, zoals veiligheid zoeken, vrijen en sociale contacten onderhouden.
Externe chemicaliën kapen dat zorgvuldig afgestemde beloningssysteem en foppen het. We krijgen een kick zónder dat we eerst iets nuttigs doen. Verslaafden – zoals die arme gedrogeerde wallaby’s – geloven voor even dat ze alles goed geregeld hebben, terwijl ze ondertussen voor pampus liggen in een opiumveld.

Redacteur en psycholoog Dagmar van der Neut is gefascineerd door diergedrag, van fruitvliegjes tot haar eigen soortgenoten. Ze schreef het boek Het beest in ons. Liefdeslessen uit het dierenrijk.