In het midden lagen wij, en in de tussenliggende uren probeerden we nog wat slaap te vangen. Inmiddels is zoonlief met sleutels en al de deur uit, dus we verheugden ons al op meer slaap, maar nu blijken de ochtendmeisjes veranderd in wild dromende nachtspoken die ’s morgens met geen stok uit bed te slaan zijn en met lange tanden aan hun boterham zitten.

Slaap je slecht? 7 tips om beter te slapen

Moeite met in slaap komen – het overkomt iedereen weleens. Nou is één nacht liggen woelen en dra...

Lees verder

Je hebt avondmensen en ochtendmensen, dachten onderzoekers vroeger. Inmiddels lijkt het erop dat het iets ingewikkelder in elkaar zit: er zijn vier chronotypes, grotendeels genetisch bepaald, en het dag-nachtritme verschuift ook nog eens met de leeftijd.

Die variatie dient een doel, vermoeden evolutionair psychologen. Daardoor was er binnen de groep altijd wel iemand wakker om het kampvuur aan te blazen en te waarschuwen voor rondsluipende sabeltandtijgers. Die gamende tiener die in het blauwe schijnsel urenlang zombies zit af te schieten, volgt dus gewoon zijn oerinstincten.

Amerikaanse onderzoekers toetsten deze theorie door een groep jager-verzamelaars in Tanzania polsbandjes om te doen. En inderdaad: in de twintig dagen dat het experiment liep, bleken er maar achttien minuten te zijn geweest waarin de hele groep tegelijk diep in slaap was. Een schrale troost misschien, als je ’s nachts naar de slapende rug van je geliefde ligt te staren, maar beurtelings wakkerliggen heeft zijn nut voor ons voortbestaan dus echt bewezen.

Nachtvlinders en ochtendhaantjes verschillen niet alleen in hun bedtijdvoorkeur, weten chronobiologen inmiddels. Allerlei lichamelijke processen tikken gezellig mee op het ritme van onze biologische klok – van het moment waarop we zin krijgen in koffie tot het ideale tijdstip voor een vrijpartij, een wandelpauze of een eiwitrijke snack. En hoe meer je je leefritme kunt afstemmen op die interne klok, hoe productiever en vrolijker je bent.

Klinisch psycholoog en slaaponderzoeker Michael Breus schreef er een boek over; zijn belangrijkste inzichten vind je in het Zelfzorgboek. Pas ze toe en slaapproblemen en energiedips verdwijnen als sneeuw voor de zon, belooft hij.

Toegegeven: niet iedereen heeft die ruimte – verpleegkundigen, docenten en cabinepersoneel moeten hun dag-nachtritme maar aanpassen aan de noden van de medemens, en ook ouders van jonge kinderen kunnen zich de luxe van een eigen bioritme niet permitteren.

Al brengt jarenlange slaapdeprivatie ook een groot voordeel met zich mee, heb ik inmiddels ontdekt: zodra mijn hoofd het kussen raakt, ben ik vertrokken.