Ik bezocht het instituut in Japan waar hoogleraar Hiroshi Ishiguro zijn an­droïden bouwt. Een van zijn robots is een levensgroot duplicaat van hemzelf, en zeer levensecht. De man is zo beroemd dat iedereen met hem op de foto wil, waarna ze er op Facebook bij moeten vertellen of het om de echte of de namaak Ishiguro gaat. Zijn uitvindingen, zoals robots die eruitzien als zeehondjes, worden therapeutisch gebruikt bij ­oudere mensen en autistische kinderen. Zo’n knuffelbare robot maakt veel emoties los. Met zo’n apparaat in de ­armen babbelt iedereen erop los!

Vermenselijking zit soms in de kleinste details. Als je bijvoorbeeld een kind iets aanwijst, volgt zijn blik eerst je hand, waarna hij even naar je gezicht opkijkt om te zien wat je bedoelt. Als een humanoïde robot met bewegende ogen geprogrammeerd is om hetzelfde te doen, denken we automatisch dat hij zich ook afvraagt waarom we iets aanwijzen, terwijl iedereen weet dat robots zich niets afvragen.

Knipperende ogen zijn essentieel. Een robot die niet met de ogen knippert, wordt al snel gezien als onecht. Dat is waarom ook speelgoedpoppen vaak bewegende oogleden hebben. Er is zelfs een term voor het gebied tussen echt en onecht: de ‘griezelvallei’. Tussen een ­gezond persoon en een duidelijke robot ligt een gebied van mensachtige zombies waarvan we griezelen, zoals van de Ishiguro-imitatie.

Sommige mensen ervaren dezelfde vallei wanneer ze een mensaap in de ogen kijken. Het beroemdste voorbeeld was de Britse koningin Victoria, die haar afschuw uitsprak over de mensapen die twee eeuwen geleden voor het eerst in Londen te zien waren. Ze gaven haar kippenvel, omdat ze ‘pijnlijk en vervelend menselijk’ waren. Met apen kun je de gelijkenis natuurlijk niet afdoen als projectie. Ze zijn tenslotte van vlees en bloed, dus het gaat dieper dan de buitenkant.

Een robot is wél puur buitenkant: binnenin zit alleen maar bedrading. Ik was er dus niet op voorbereid veel emotie te voelen, zeker niet bij een robot die je op een kilometer afstand als zodanig herkent. In Ishiguro’s instituut kreeg ik een soort pop op schoot, de Telenoid, die eruitziet als een grote foetus. Het gezicht beweegt, de ogen ook, en zelfs de korte armpjes wapperen. Het contact met een zachte ‘huid’, de lichaamsbewegingen en de echte stem doen je direct vergeten dat je met een pop te maken hebt. Als ze om een hug – omarming – vraagt, geef je die, want de tactiele informatie verandert de pop in een persoon. In een andere ruimte zit een dame die via camera’s in de ogen van de pop ziet wie ‘haar’ vasthoudt, en een geanimeerd gesprek met je begint. Het is allemaal heel verwarrend. Niemand die het niet zelf heeft meegemaakt heb ik er tot nu toe van kunnen overtuigen dat het net is alsof je met een echt iemand kennismaakt.

Er blijft echter verschil. Als een van mijn apen opkijkt van mijn hand naar mijn gezicht, doet hij dat vermoedelijk om precies dezelfde redenen als een kind. Apen lijken op ons via homologie, afstamming; robots slechts via analogie.[/wpgpremiumcontent]