Twee kraaloogjes kijken me onderzoekend aan vanachter gaas. De raaf houdt haar kop een beetje scheef, knippert een paar keer, kantelt haar kop naar de andere kant. Een wakkere, priemende blik. Het voelt toch een beetje unheimlich, geobserveerd worden door zo’n grote, gitzwarte vogel. Wat denkt ze? Wat vindt ze van me? Wat is ze van plan?

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Ik ben op de Haidlhof, een oude boerderij met een binnenplaats, een pomp, een koeien- en varkensstal op het Oostenrijkse platteland. Een idyllische plek, maar tegelijkertijd het grootste ravenlaboratorium ter wereld. Hier onderzoeken biologen van de universiteit van Wenen de intelligentie van raven. Vliegende primaten of gevederde apen worden de vogels ook wel genoemd, vanwege hun bijzondere verstandelijke vermogens en overeenkomsten met mensapen.

‘Raven hebben al duizenden jaren de reputatie intelligent te zijn,’ vertelt Thomas Bugnyar, Weens hoogleraar cognitiebiologie, een tak van de biologie die zich bezighoudt met de leervermogens en intelligentie van dieren. ‘Maar ik wilde weten of ze echt zo slim zijn.’

Bugnyar begon daarom midden jaren negentig te experimenteren met de vogels. Zo verborg hij voedsel in verschillend gekleurde dozen. De raven moesten zien te bedenken volgens welk patroon hij dat deed. ‘Het was best ingewikkeld en ik dacht dat de vogels het niet snel zouden oplossen. Maar op dag één had een van de raven de oplossing al gevonden. De volgende dag leerde de broer van deze vogel hoe het moest door hem te observeren.’

Talent voor misleiding

De vogels bleken dus meteen al veel slimmer dan gedacht. Maar er gebeurde nog iets interessants. Bugnyar: ‘Aan het eind van dag twee zag ik hoe de eerste vogel naar de verkeerde plekken toe ging. Ik kon het niet geloven! Hij leidde zijn broer – die dominanter was – expres naar de foute dozen. Zo kon hij even later, toen zijn broer niet oplette, het voedsel uit de goede dozen halen. Verbazingwekkend!’

De onderzoekers waren zo verbaasd omdat je over behoorlijk geavanceerde cognitieve vaardigheden moet beschikken om een ander te kunnen misleiden. Vaardigheden waarvan lang werd gedacht dat ze uniek menselijk waren. Je moet je namelijk in het perspectief van de ander kunnen verplaatsen om te kunnen voorspellen wat die zal gaan doen en te weten hoe je hem kunt misleiden.

Theory of mind noemen psychologen dit vermogen. Wat neemt een ander waar, wat trekt zijn aandacht, wat zijn z’n intenties en overtuigingen? De meeste dieren hebben geen theory of mind. Ze kennen alleen hun eigen perspectief. Net als kleine kinderen denken ze dat iedereen ziet wat zij zien en dat wat zij niet zien ook niet bestaat.

‘Raven kunnen zich wél echt in het perspectief van een ander verplaatsen,’ stelt Bugnyar. ‘We deden verschillende experimenten waaruit bleek dat ze precies van elkaar weten wie wat heeft gezien. Ze volgen de blik van de ander, snappen waar die naar kijkt, en snappen ook dat hij vanuit sommige hoeken niet kan zien wat zijzelf zien doordat er een voorwerp tussen staat.’

Aaien alsjeblieft

‘Astrid! Astrid! Kom!’ Onderzoeker Jorg Massen roept de vogel die mij zo bestuderend aankijkt. Hij gooit een rood flessendopje de kooi in. Astrid hupst ernaartoe en geeft het hem direct terug. Ze krijgt een hondenbrokje. ‘Je kunt ze zoiets heel snel leren,’ zegt hij. Dan steekt Astrid haar grote zwarte bek door het hekwerk. ‘Dit is een uitnodiging: “Kom mij aaien,”’ legt Massen uit, en hij strijkt met zijn vinger over haar snavel.

Massen, Nederlandse gedragsbioloog, werkt in ieder geval voor een aantal jaar op het Oostenrijkse ravenlab en onderzoekt het sociale gedrag van de dieren. De raven hebben namelijk behoorlijk ingewikkelde sociale relaties, en de complexiteit van de ravenmaatschappij zou wel eens kunnen verklaren waarom ze zo slim zijn geworden.

De vogels leven – net als mensen – in zogenoemde fission-fusion-samenlevingen: groepen die steeds van samenstelling wisselen. Soms komen ze samen in groepen van wel driehonderd individuen, soms gaan ze in kleinere groepjes uiteen om later weer samen op te trekken. Dat maakt het voor een raaf handig om te onthouden wie wie is, en hoe de verhoudingen liggen: dat Tim een goede band met Alex had, maar dat ze nu ruzie lijken te hebben; dat Sara hem vorig jaar belazerd heeft; dat Kurt hem altijd goedgezind was. Alleen de slimste dieren weten zich te handhaven.

De groepen bestaan uit vrijgezelle mannetjes en vrouwtjes. ‘Binnen de groep is het smeden van relaties heel belangrijk,’ zegt Massen. ‘Het hoogst haalbare is een monogame relatie met een vogel van de andere sekse. Zodra een stelletje “getrouwd” is, staan ze helemaal bovenaan in rang. Ze claimen een territorium en verjagen alle anderen. Maar omdat er niet genoeg territoria zijn, blijven veel dieren in de groep en werken ze ondertussen aan hun relaties.’

Daarbij worden er heel wat politieke spelletjes gespeeld: er zijn vrienden, rivalen, vijanden, coalities en samenzweringen. Machiavellistisch, noemen de biologen de manipulatieve tactieken van de vogels om hogerop te komen ook wel. Massen: ‘Als de hogergeplaatste stelletjes bijvoorbeeld merken dat twee andere dieren elkaar wel erg leuk beginnen te vinden, proberen ze hun geluk te verstoren. Een sterk koppel kan immers een bedreiging vormen. Ook de lagergeplaatsten zijn opportunistisch. Ze gebruiken ruzies in de groep om hogerop te komen. Ze kiezen dan steevast partij voor de sterkere en helpen mee het makkelijke doelwit neer te halen.’

Maar er is ook mooi sociaal gedrag. Ze helpen en troosten elkaar bijvoorbeeld. Massen onderzoekt of raven ook pro-sociaal kunnen zijn: iets voor de ander doen zonder er zelf iets voor terug te krijgen. Nog zo’n eigenschap die over het algemeen behoorlijk geavanceerd wordt gevonden. Tot nu toe liet nog maar één raaf dit zien: Paul, een licht gehandicapte vogel. ‘Wat zijn motivatie is, weten we nog niet,’ zegt Massen, ‘maar het toont in ieder geval aan dat raven tot pro-sociaal gedrag in staat zijn.’

Enthousiaste leerlingen

We gaan een van de kooien binnen. Er scheert een vogel met een vleugelspan van zeker een meter vlak over mijn hoofd, er landt er eentje op mijn rug. Hij zet zijn scherpe klauwen direct weer af.

Van nature zijn raven ‘neofoob’: als de dood voor alles wat nieuw is. Maar omdat deze dieren vanaf hun geboorte met mensen omgaan, is het mogelijk zo dichtbij te komen. Massen heeft direct twee vogels op zijn armen die wachten op iets lekkers. Ze weten donders goed waar hij dat bewaart: ze pikken aan de ritsjes van zijn vestzakken.

Achter in de grote kooi is een hokje waar dierverzorgster Martina Schiestl de raven traint in het omgaan met een computerscherm. De dieren worden alleen getest als ze daar zin in hebben, en dat hebben ze over het algemeen wel. Ze zijn speels, leergierig en uit op een beloning. Ze staan te dringen bij het trainingshok. ‘Schattig,’ vindt Massen dat enthousiasme van de vogels: ‘Neem mij! Test mij!’

Er verschijnt een driehoek op het scherm, een raaf pikt tegen het symbool en er komt iets lekkers uit een apparaat. ‘Dit is stap één,’ zegt Martina. ‘De volgende stap is dat ze moeten leren kiezen uit twee verschillende symbolen, waarvan er maar eentje leidt tot een beloning.’ Als ze eenmaal kunnen omgaan met het touchscreen, kunnen er weer allerlei nieuwe experimenten gedaan worden.

Zo willen de onderzoekers testen of de dieren­ elkaar herkennen. Jorg Massen: ‘Dan laten we Adele een foto zien van de rug van George en daarna een foto van de koppen van Paul en George. Weet Adele welke kop bij de rug hoort?’ Afgelopen jaar ontdekte etholoog Frans de Waal nog dat chimpansees elkaar aan hun achterwerk kunnen herkennen, en dat werd als een bijzondere vaardigheid beschouwd.

Delen? Liever niet

De kans is groot dat ook de raven elkaar kunnen herkennen. Ze beschikken in ieder geval over een uitstekend langetermijngeheugen, bleek al uit recent onderzoek door het Oostenrijkse lab; ze herinneren zich zelfs drie jaar na het verlaten van de groep nog de roep van oude bekenden. En ze weten dan ook nog wie van hen er vriend of vijand was.

Dat het geheugen van de dieren zo goed is, heeft ook te maken met de manier waarop ze met hun voedsel omgaan. Raven houden van vlees, maar dat is moeilijk te krijgen. Als een prooi te groot is of wanneer er andere roofdieren in de buurt van een kadaver zijn, roepen ze elkaar: kom helpen. Maar wanneer ze anderen erbij betrekken, moeten ze de buit ook delen. En dat willen ze liever niet.

Thomas Bugnyar: ‘Daarom verstoppen ze stukjes vlees, komen terug voor nog een portie, die ze weer verstoppen et cetera. Die verstopplaatsen moeten ze niet alleen onthouden, ze moeten voortdurend op hun hoede zijn voor dieven: er zijn namelijk altijd soortgenoten die het verstopte voedsel proberen te stelen. Zo krijg je een cognitieve wapenwedloop waarin ze proberen elkaar te slim af te zijn, te misleiden en te belazeren. En dit drijft de intelligentie en het geheugen van de dieren naar grote hoogten.’

Horrorscène

Plotseling verschijnt er een angstaanjagende menselijke gestalte in het zo vredig en idyllisch gesitueerde laboratorium. Groene regenponcho met capuchon, witte chirurgenhandschoentjes, kaplaarzen en een plastic masker: zo uit een horrorfilm weggelopen, lijkt het. De gestalte gaat stil voor een kooi staan en doet verder niets. De raven beginnen te roepen.

Onderzoeker Christian Blum filmt de reactie van de dieren. Hij bekijkt in hoeverre de vogels in staat zijn onderscheid te maken tussen de intenties van mensen. Later die dag komt er namelijk zo’n zelfde gestalte voor de kooien staan. Het enige verschil tussen de twee is dat een van beiden een snor heeft. En de raven hebben een van die twee engerds ooit zien lopen met een dode raaf in zijn hand (ik zei toch: horror!).

Of ze het verschil zien en onthouden, is nog niet duidelijk. Er bestaan anekdotes over raven die een jager en een boswachter van elkaar kunnen onderscheiden, maar wetenschappelijk bewijs is er nog niet. Er staan nog vele experimenten op stapel, die steeds preciezer moeten aantonen hoe ver de intelligentie van raven gaat.

Een ding staat voor de ravenonderzoekers in ieder geval vast. Mensen en raven hebben veel meer overeenkomsten dan je zou denken.

Thomas Bugnyar: ‘Mens en raaf hebben waarschijnlijk overeenkomsten gehad in levensstijl, en zijn vergelijkbare problemen en uitdagingen tegengekomen in hun dagelijks leven. Dat heeft geleid tot overeenkomsten in hun intelligentie. Ook al lijken vogels zo veel verder van ons verwijderd dan apen, er bestaan apen die minder op ons lijken dan raven. Het idee dat er een scala naturae bestaat – een hiërarchie in de dierenwereld waarbij wij mensen helemaal bovenaan staan, zoogdieren onder ons en vogels weer onder de zoogdieren – dat klopt simpelweg niet. Er zijn meer lijnen in de evolutie die hebben geleid tot intelligentie.’[/wpgpremiumcontent]