1. Maakt stress je onvruchtbaar?

Het is het ergerlijkste advies dat je als vrouw kunt krijgen wanneer je vruchteloos probeert zwanger te worden: ‘Relax, dan lukt het wel.’ Alsof het makkelijk is je te ontspannen wanneer er zoveel van afhangt.

Helaas hebben de adviseurs het gelijk aan hun zijde: stress heeft daadwerkelijk een negatieve uitwerking op de vruchtbaarheid. Dat toonden Britse onderzoekers vorig jaar aan bij vrouwen die probeerden zwanger te worden maar in wier speeksel hoge concentraties werden gevonden van het stofje alfa-amylase – wat erop duidt dat de stresshormonen adrenaline en noradrenaline door hun lichaam gierden. Deze vrouwen werden minder vaak zwanger dan proefpersonen met een laag alfa-amylaseniveau.

Een omgekeerd effect constateerde de Israëlische onderzoeker Shevach Friedler onlangs bij vrouwen die een ivf-behandeling ondergingen. Degenen die direct nadat een embryo was teruggeplaatst bezoek kregen van een cliniclown, werden bijna drie keer zo vaak zwanger. Lachen maakt de kans op innesteling groter, vermoedt Friedler, doordat het je stressniveau verlaagt.

Maar hoe kan stress nou precies een zwangerschap verhinderen? Waarschijnlijk heeft het lichaam daarvoor een hele trucendoos tot zijn beschikking: van het onderdrukken van de eisprong tot het ongastvrij maken van het baarmoederslijmvlies. Onderzoekers zijn druk bezig om al

die trucs te ontrafelen en vervolgens manieren te vinden om ze te omzeilen. Ook al zal intussen niemand ontkennen dat deze natuurlijke rem op de vruchtbaarheid evolutionair gezien best zinnig is. In bedreigende omstandigheden kun je immers maar beter geen baby verwachten.

Jammer alleen dat de natuur ons lichaam niet het vermogen heeft gegeven het onderscheid te maken tussen stress door oorlogen en andere werkelijk relevante bedreigingen, en stress door kantoorpolitiek en files. Of, nog gemener: stress door geagendeerde seks en het gespannen uitzien naar de uitslag van de zwangerschapstest.

Hoewel? Denk niet te makkelijk over zulke alledaagse stressoren. Ze zijn minder onschuldig dan ze lijken. Want als je desondanks tóch zwanger wordt, is het beslist niet goed voor de foetus als je door het minste of geringste in de alarmstand blijft schieten. Van een hoog cortisolniveau in de baarmoeder is bijvoorbeeld bekend dat het de hersenontwikkeling van de foetus kan schaden. En als het kind er eenmaal is, draait de boel beslist ook stukken beter als moeder deadlines weet te relativeren.

Al met al reden genoeg om dat confronterende relax-advies toch serieus te nemen. Blijft de vraag hoe je dat precies doet, ontspannen omgaan met zoiets beladens als vruchtbaarheidsproblemen. Volgens gezondheidspsychologe Alice Domar, onderzoekster aan Harvard, precies zoals met andere stressoren: met behulp van ontspanningstechnieken, yoga of cognitieve therapie. In het door haar opgerichte Domar Center for Mind/Body Health in Massachusetts krijgen onvruchtbare vrouwen al dergelijke mogelijkheden aangeboden. Domar boekt er goede resultaten mee. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vrouwen die met behulp van haar aanpak zwanger worden, een kleinere kans hebben op zwangerschapscomplicaties en een postnatale depressie. Tel uit je winst.

2. Kun je sterven van schrik?

Tijdens een ontgroening bij een studentenvereniging wordt een aankomend lid geblinddoekt op handen en knieën gedwongen, met de boodschap dat hij onthoofd gaat worden. De student valt dood neer als iemand hem daarop in de nek slaat… met een natte dweil.

Een ‘broodje aap’? Dit specifieke verhaal waarschijnlijk wel – er circuleren diverse varianten van op internet – maar er zijn zoveel gelijksoortige gevallen gedocumenteerd dat het in de Amerikaanse rechtspraak al zo’n beetje als vaststaand gegeven geldt: een hart kan het van angst begeven. Zo werd eind 2009 een 20-jarige Amerikaan tot levenslang veroordeeld omdat hij de 79-jarige Mary Parnell de dood in zou hebben gejaagd. De man was na een mislukte bankoverval Parnells huis binnengevlucht; ze kreeg van schrik een hartaanval en stierf. ‘Dood door schuld,’ oordeelde de rechtbank van Charlotte, North Carolina.

Discutabel? Niet voor de Amerikaanse neuroloog Martin Samuels, die in het mediacircus rond deze zaak vaak als deskundige opdook. In 2007 publiceerde Samuels in het vakblad Circulation een artikel waarin hij uiteenzet hoe schrik je hart zó kan beschadigen dat het ophoudt te slaan. Het komt erop neer dat een lichaam in paniek zoveel van het stresshormoon adrenaline kan gaan rondpompen dat het autonome zenuwstelsel de calciumkanalen in het hart wijd open gooit. Nu is calcium noodzakelijk om het hart krachtig te laten samentrekken, maar in dit geval wordt het hart er letterlijk mee overspoeld: het kan onmogelijk weer ontspannen. Het spierweefsel scheurt onder al dat geweld en het slachtoffer valt dood neer.

3. Ziek worden door suggestie, kan dat?

Zomer 1999. België was in de ban van een dioxineschandaal: afgewerkt frituurvet was grootschalig in veevoer verwerkt, alle eieren waren ineens potentiële gifbommetjes. Uitgerekend in die weken werden tientallen schoolkinderen ziek van het drinken van Coca-Cola. Zo ziek dat ze per ambulance moesten worden afgevoerd. Alleen: in noch op de blikjes waaruit ze hadden gedronken werd ook maar íets gevonden wat hun klachten kon verklaren. Ook hun bloed en urine vertoonden geen spoortje gif. Wat was er aan de hand?

Waarschijnlijk was één iemand toevallig ziek geworden na het drinken van een cola en was de rest, gevoed door de dioxinecrisis, tot de overtuiging gekomen dat dat iets met het drankje te maken had. Een geval van massale inbeelding, oordeelden de deskundigen.

Want inderdaad, het kan: als je er vast van overtuigd bent dat iets ziekmakend is, kun je je echt ziek gaan voelen. Sterker nog: mensen kunnen zelfs sterven aan ingebeelde doodsoorzaken. Voodootovenaars maken daar dankbaar gebruik van, maar ook buiten de zwarte magie zijn griezelige voorbeelden opgetekend van dood-door-suggestie. Zoals die van de Indiase terdoodveroordeelde die begin vorige eeuw het aanbod kreeg niet door openbare ophanging, maar door een pijnloze executie binnenskamers te sterven. De man stemde in en werd geblinddoekt op een operatietafel vastgebonden. Vervolgens maakte een arts een paar sneetjes in zijn polsen en enkels. Niet diep genoeg om dood te bloeden, maar de man kreeg de indruk dat hij zijn eigen bloed hoorde weglopen doordat de arts vervolgens uit zakjes aan de hoeken van de tafel water liet druppelen. Met als resultaat dat de terdoodveroordeelde buiten westen raakte en overleed.

De verklaring voor dit heftige effect moeten we waarschijnlijk zoeken in de ‘dood door schrik’-hoek: een plotselinge adrenalinepeut die het hart onherstelbaar beschadigt (zie ook ‘Kun je sterven van schrik?’). Maar wat maakt dat astmapatiënten hevige aanvallen kunnen krijgen van een onschuldige spray met fysiologisch zout als ze te horen krijgen dat er een irriterende stof in zit? Dat mensen na het drinken van suikerwater moeten overgeven als ze te horen krijgen dat er een braakmiddel in zat?

Volgens de wetenschap hebben we hier te maken met de zwarte tegenhanger van het placebo-effect: het nocebo-effect (afgeleid van het Latijnse woord nocere, ‘schaden’). Het verklaart onder andere ook het veelvoorkomend verschijnsel dat mensen na het lezen van de bijsluiter bij hun medicijnen plotseling ‘bijverschijnselen’ gaan vertonen. De Amerikaanse hoogleraar psychiatrie Arthur Barsky denkt dat de verklaring ligt in het feit dat iedereen altijd wel ergens in zijn lichaam een pijntje of licht ongemak voelt. Plak daar het etiket ‘bijverschijnsel’, ‘vergiftiging’ of ‘ziek’ op en dat gevoel wordt nog verder uitvergroot. Een opspelend stresssysteem doet de rest.

4. Helpt een positieve levensinstelling tegen kanker?

O, wat willen we het graag: geloven dat je van kanker kunt genezen puur en alleen door te geloven dat je van kanker kunt genezen. Het zou een element van controle toevoegen aan deze verraderlijke ziekte, en dat maakt de wereld een stuk behapbaarder. Jammer, maar helaas: tot nu toe is er geen overtuigend bewijs geleverd van het idee dat hoop doet leven. Wat we wél weten, is dat kankerpatiënten die realistisch-positief gestemd zijn, een betere kwaliteit van leven hebben. En dat is natuurlijk ook wat waard.

5. En kun je van een negatieve instelling kanker krijgen?

Net zomin als een positieve levensinstelling kanker kan genezen, kan een negatieve levensinstelling kanker veroorzaken. Er is niet zoiets als een ‘kankerpersoonlijkheid’. Iedereen die anders beweert, is een griezel.

Maar voor u opgelucht doorzapt naar de volgende vraag, toch even dit: een eenmaal gevormde kanker lijkt zich wél makkelijker te ontwikkelen bij gestresste of depressieve mensen. Aanwijzingen daarvoor werden onder andere gevonden in een onderzoek uit 2008 onder 450 jonge vrouwen, van wie de helft borstkanker had. Deze patiëntes meldden significant vaker een voorgeschiedenis met negatieve levensgebeurtenissen dan de vrouwen die geen kanker hadden. Ze scoorden ook hoger op tekenen van depressie dan hun gezonde tegenhangers.

Nu is vooral dat laatste koren op de molen van tegenstanders van dergelijk onderzoek. Immers, vrijwel iedereen die te horen kreeg dat-ie kanker heeft, raakt in een dip. Het is dus interessanter te weten hoe de onderzochte groep zich voelde in de jaren vóórdat de diagnose werd gesteld. Helaas: ook onderzoeken die die insteek kiezen, vinden vaak een – licht – verband tussen negatieve levensgebeurtenissen, depressie en kanker.

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij langlopend onderzoek onder 1100 mensen die een Amerikaanse elite-universiteit hadden bezocht. De deelnemers die in de eerste jaren van hun leven in stressvolle omstandigheden hadden verkeerd – armoede, slecht functionerende gezinnen – kregen ondanks hun latere welstand niet alleen veel vaker hart- en vaatziekten, maar ook iets meer kanker. En in 1978 stelden Amerikaanse onderzoekers vast dat mannen die als student een slechte relatie meldden met hun ouders, op latere leeftijd iets vaker kanker ontwikkelden.

Maar hoe kan chronische stress en gepieker nou precies je kans op kanker vergroten? Waarschijnlijk speelt een door stresshormonen onderdrukt afweersysteem daarbij een rol. Een goed werkend afweersysteem weet doorgaans immers wel raad met ontsporende cellen.

Een andere, meer recent ontwikkelde verklaring luidt dat sommige tumortypes een opkontje krijgen van chronisch sudderende ontstekingen in je lichaam. Stress is een van de mogelijke oorzaken van zo’n ‘laaggradige’ ontsteking, zoals dat tegenwoordig heet. En toeval of niet: de stofjes die je lichaam in reactie op zo’n ontsteking aanmaakt, blijken óók depressieve gevoelens te kunnen oproepen. Zodat de negatieve levensinstelling in dit geval duidelijk geen ‘oorzaak’ van kanker is, maar juist een ander gevolg van die stressreactie.

6. Kun je van lachen beter worden?

De naam van Norman Cousins duikt nog vaak op in artikelen over het gezondheidseffect van lachen. Deze Amerikaanse journalist had in 1979 een bestseller met het boek Anatomy of an illness, waarin hij beschreef hoe een zelfbedachte lachkuur hem van de ziekte van Bechterew had verlost. Net als andere auto-immuunaandoeningen is ook bechterew, een reumavariant die gepaard gaat met chronische ontstekingen in de wervelkolom, gevoelig voor stress. Cousins’ redenering: als ik van stress zieker word, moet ik van positieve emoties beter worden. Hij sloot zichzelf een paar weken op in een hotelkamer met een stapel films van de Marx Brothers en… genas.

Niet iedereen was overtuigd van Cousins’ verhaal. Had hij wel echt bechterew? Was hij zonder zijn lachtherapie niet net zo goed genezen? Toch inspireerde hij een hele lach-je-gezond-beweging. De ene tak richtte zich meer op het fysieke aspect van zijn aanpak – de luide bulderlach, die het bloed sneller doet stromen, pijnstillende endorfines laat vrijkomen en je spieren ontspant; de andere zocht het eerder in de psychische hoek: de stille grinnik of (glim)lach als blijk van gezond relativeringsvermogen.

Nou zal iemand die vrolijk is en veel lacht beslist een leuker leven hebben, maar dat je er langer door leeft is nog steeds niet overtuigend bewezen. Integendeel: uit sommige onderzoeken bleek juist dat humorvolle mensen korter leven. De verklaring daarvoor zou zijn dat lolbroeken en lachebekjes vaker drinken, meer roken en gezondheidsklachten makkelijker wegwuiven.

Dat laatste correspondeert weer mooi met een andere onderzoeksuitkomst: dat mensen die laag scoren op gevoel voor humor, hoger scoren op zelf gerapporteerde ziektesymptomen. Kort samengevat lijkt het erop dat lachers niet per se gezonder zijn, maar zich wel beduidend vaker gezond voelen.

7. Zijn verslaafden ziek of zwak?

Wees niet te hard voor verslaafden, hun brein is ziek. Dat is tegenwoordig de teneur in de geestelijke gezondheidszorg. Met goede argumenten: zo vertoont het brein van verslaafden aantoonbaar veranderingen die de controle over je eigen gedrag ondergraven.

Harvard-psycholoog Gene Heyman neemt daar geen genoegen mee. Kan best wezen dat drugs je hersenen veranderen, zegt hij in zijn twee jaar geleden verschenen boek Addiction. A disorder of choice; maar dat doen vioolspelen, een nieuwe taal leren en elke andere vrijwillig gekozen activiteit óók. Een hersenverandering is dus niet per se een teken van ziekte.

Bovendien, stelt Heyman, slaagt de helft van de verslaafden er op een gegeven moment op eigen kracht in zijn verslaving de baas te worden. Vaak geeft de komst van een kind of een nieuwe liefde dan ineens nét dat extra beetje motivatie om ze te helpen de drugs gedag te zeggen. Iets wat onmogelijk zou zijn als ze werkelijk alle grip op hun gedrag kwijt waren.

Volgens Heyman is het duidelijk: verslaving is geen ziekte, maar een ‘keuzestoornis’. Verslaafden kiezen stelselmatig voor beloningen op de korte termijn. Zelfs al weten ze dat het niet goed voor ze is, de snelle kick van de drank of de drugs wint het telkens. En ook daarin verschillen ze van werkelijke hersenzieken. Immers, geen schizofreen die van zijn psychosen geniet.

Heymans vakgenoten zijn nog niet massaal overtuigd. Onder andere omdat het de behandeling van verslaafden vergemakkelijkt wanneer ze als zieken worden benaderd. Niemand zoekt immers graag hulp voor een probleem dat groot het stempel ‘eigen schuld’ draagt.

Maar Heyman wijst dan op het fijne perspectief dat zijn insteek verslaafden biedt; zijn boodschap luidt niet ‘Je hebt een chronische hersenaandoening’ maar ‘Je kunt genezen’. En het succes van een aantal recent ontwikkelde antiverslavingstherapieën verleent zijn verhaal kracht.

Zo heeft een Duits-Nederlands onderzoeksteam onlangs vastgesteld dat je alcoholisten met een simpel computerprogramma kunt leren bij drank uit de buurt te blijven. Het programma tovert afwisselend plaatjes van alcoholische drankjes en plaatjes van glaasjes melk of vruchtensap op het beeldscherm. In vier korte trainingssessies moeten de verslaafden het eerste soort plaatje met een joystick van zich af duwen en het tweede soort juist naar zich toe trekken. Met effect in het echte leven: deelnemers aan deze simpele ‘cognitieve bias modificatie’-training vallen na afloop minder vaak terug in hun verslaving.

Nee, daarmee is natuurlijk niet gezegd dat verslaving op zwakte duidt. Maar wel dat het voorkeursgedrag van verslaafden zich laat wegtrainen. En dat maakt hen toch echt een beetje minder ziek.

vraag 71 Maakt stress je onvruchtbaar?

vraag 72 Kun je sterven van schrik?

vraag 73 Ziek worden door suggestie, kan dat?

vraag 74 Helpt een positieve levensinstelling tegen kanker?

vraag 75 En kun je van een negatieve instelling kanker krijgen?

vraag 76 Kun je van lachen beter worden?

vraag 77 Zijn verslaafden ziek of zwak?[/wpgpremiumcontent]