Of je een jongetje of meisje krijgt is niet alleen een kwestie van kans, maar wordt ook beïnvloed door andere factoren, stellen Amerikaanse evolutionair psychologen. Hun gedachtegang is als volgt: als ouders een eigenschap te vergeven hebben die evolutionair gezien gunstig is voor mannen, dan hebben ze iets meer kans op een zoon. Hebben ze daarentegen vooral eigenschappen door te geven die evolutionair gunstig is voor vrouwen, dan hebben ze iets meer kans op een dochter.

Die redenering verklaart onder andere waarom rijke mensen meer zonen krijgen. Immers, rijke mannelijke telgen hebben meer succes op de huwelijksmarkt dan arme seksegenoten, en krijgen dus gemiddeld meer nakomelingen. Voor vrouwen geldt dat minder: het verschil tussen arme en rijke dochters in aantal nakomelingen is veel kleiner. Vrouwen verhogen hun huwelijkskansen vooral met schoonheid. Voor knappe ouders is het krijgen van (waarschijnlijk net zo knappe) dochters evolutionair gezien dus iets positiefs.

Hoe het vrouwelijk lichaam precies de sekse ‘selecteert’ is niet duidelijk, maar de afgelopen decennia is inderdaad een aantal eigenschappen gevonden die ons een paar procent meer kans op jongetjes of meisjes geven.

Ouders hebben iets meer kans op een zoon door…

– een hoge sociale status
– grotere welvaart
– een sterk mannelijk brein (systematisch denken)
– een groter lichaam (zowel lengte als gewicht)
– de neiging geweld te gebruiken
– de neiging tot seksueel promiscue gedrag

Ouders hebben iets meer kans op een dochter door…

– een lagere sociale status
– minder welvaart
– een sterk vrouwelijk brein (meisjesachtig, empathisch)
– een kleiner lichaam (zowel in lengte als gewicht)
– lichamelijke aantrekkelijkheid

Psychology Today, september/oktober 2009