Chronisch vermoeidheidssyndroom

Halverwege haar therapiesessie stokt Karin even. Haar onderlip trilt. ‘Het is zo erg,’ zegt ze, met enigszins onvaste stem. ‘Ik heb het al zes jaar, die moeheid. Op een gegeven moment werd ik er zó hopeloos van! Het ging maar niet over. Mijn sociale contacten bladderden af, mijn man en kind moesten zich helemaal aan mij aanpassen, ik kon steeds minder werken. Je raakt echt heel veel kwijt door die rotziekte.’

Karin is 45 jaar en lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (cvs). Vandaag is Karins vijftiende sessie bij het nkcv, het Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid. Het centrum is onderdeel van het academische Radboudziekenhuis. Hier worden mensen die lijden aan cvs, oftewel langdurige extreme vermoeidheid, behandeld met een speciale vorm van cognitieve gedragstherapie. Toen ze hier vorig jaar binnenkwam, was Karin al bij een hele trits hulpverleners langsgeweest: de arbo-arts, een vrijgevestigde psycholoog, een voetreflexoloog, en zelfs een Duitse Heilpraktiker die haar met mineralen en vitamines probeerde van haar klachten af te helpen. Het mocht allemaal niet baten. Ze was zo uitgeput dat ze constant moest gaan liggen. ‘Moe was niet het goede woord,’ aldus Karin, ‘ik was kapót.’

Log in om verder te lezen.