Het plezier dat je krijgt van mooie spullen en omgevingen zien de meeste mensen als iets oppervlakkigs en kortstondigs. Maar de Amerikaanse industrieel ontwerper Ingrid Fetell Lee heeft in haar jarenlange loopbaan gemerkt dat dingen in onze omgeving mensen juist wél structureel gelukkig maken.

Het zijn de kleine blijmakers waar je echt gelukkig van wordt

Er gebeurt iets leuks of fijns, en je voelt het geluksgevoel stromen. Meestal is zo’n moment snel ...

Lees verder

Ze besloot er een boek over te schrijven: Vrolijkheid. De verrassende kracht van alledaagse dingen om plezier en geluk te creëren.

‘In boeken over wat je gelukkig maakt, lees je nooit dat je vrolijk kunt worden van dingen uit bijvoorbeeld je keuken- of kledingkast,’ schrijft ze in haar inleiding. ‘Bijna alle deskundigen zijn het erover eens dat betekenisvol geluk niet zit in de dingen om je heen, maar in jezelf.

In de hedendaagse psychologie staat introspectie voorop. De gedachte is dat mensen vooral gelukkiger in het leven leren staan wanneer ze iets veranderen aan hun kijk op de buitenwereld en hun plaats daarin. Wat je gelukkig maakt is dan de geest boven de materie stellen, en niet andersom.’

Met een glimlach

Toch ziet Fetell Lee genoeg voorbeelden van mensen die wel degelijk vrolijk worden van dingen in hun omgeving. We wisten al dat de vrijheid die we in de natuur voelen je gelukkiger, vrolijker en rustiger maakt, maar volgens haar zijn er veel meer omgevingsfactoren die dat effect hebben.

‘Ook museumbezoekers die naar hun lievelingsschilderijen kijken of strandgangers die een zandkasteel bouwen, worden daar gelukkig van. Meestal zie je ze met een glimlach op hun gezicht, ze gaan helemaal op in het moment.

Laatst kwam ik een harige hond tegen die met gele laarsjes over de besneeuwde stoep trippelde. Allerlei voorbijgangers moesten grinniken. Sterker nog, mensen worden niet alleen gelukkig van dingen die al om hen heen aanwezig zijn. Ze doen vaak zelfs ook moeite om hun directe omgeving te veraangenamen.

Ze planten rozen in de tuin, zetten kaarsjes op een verjaardagstaart en hangen met kerst op z’n minst een sliert lampjes op. Waarom zouden we al die dingen erbij slepen als het geen merkbaar effect had op ons geluksgevoel?’

Wat maakt gelukkig?

Uit talloze onderzoeken komt steeds duidelijker naar voren dat onze omgeving onze geestelijke gezondheid beïnvloedt. Zo blijkt dat werknemers met een zonnige werkplek gelukkiger en productiever zijn dan collega’s in een somberder hoekje, en dat mensen niet alleen blij worden van bloemen (en afbeeldingen van bloemen), maar dat het geheugen er bovendien door verbetert.

Fetell Lee verdiepte zich in de wetenschappelijke bewijzen hieromtrent, en raakte ervan overtuigd dat mensen blij kunnen worden zónder dat er jaren van introspectie aan vooraf hoeven te gaan. ‘Door gewoon te kijken naar de wereld om je heen, die is namelijk een vat vol positiviteit waar je je te allen tijde in kunt onderdompelen.

Denk maar aan bepaalde plekken die lijken te bruisen, zoals een gezellig verlicht buurtcafé, een wolwinkel, of een rijtje herenhuizen met uitbundige bloembakken op de vensterbanken.

Sinds ik weet dat je hier echt blij van kunt worden, loop ik vaker langs dit soort plekken. Als ik een rotdag heb, voel ik me daardoor niet meer volkomen ellendig en machteloos, en verbetert mijn stemming.’

Oma’s keuken

Volgens Fetell Lee is het zelfs zo dat ieder mens van nature de neiging heeft in zijn omgeving op zoek te gaan naar dingen waar hij gelukkig van wordt, maar ons wordt aangepraat dat dat onverstandig of misplaatst is.

‘Een vrouw vertelde me dat ze zich dagenlang blij kon voelen door een mooi boeket, maar dat eigenlijk pure verwennerij vond en zichzelf zoiets alleen bij speciale gelegenheden gunde. Ze had er nooit bij stilgestaan dat ze voor het geld dat ze neertelde voor een van haar wekelijkse therapiesessies een jaar lang om de week een boeket zou kunnen kopen.

Een andere vrouw vertelde me dat ze haar woonkamer had geverfd en elke keer helemaal vrolijk werd als ze binnenkwam. Ze voelde zich er zo opgelucht en licht door dat ze zich afvroeg waarom ze die kwast niet eerder had gepakt.

Ik denk dat we altijd hebben geleerd onze behoefte aan vrolijkheid in onze omgeving te negeren. Maar wat zou er gebeuren als we ons instinct om vrolijke dingen op te zoeken weer nieuw leven inbliezen?’

Voor haar boek vroeg ze allerlei mensen, bekenden en onbekenden, welke plekken of voorwerpen zij met blijdschap associëren. ‘Soms werden heel specifiek persoonlijke dingen genoemd, zoals “mijn oma’s keuken”, “een door de The Grateful Dead gesigneerde poster” of “de kano bij Lake Michigan waarmee we vroeger in de zomer altijd gingen varen”. Andere voorbeelden hadden eerder met iemands culturele achtergrond of opvoeding te maken, zoals hun lievelingseten.’

Van alle voorbeelden die mensen noemden, verzamelde ze foto’s die ze ophing in haar werkkamer. Wat was het precies aan hoe een voorwerp of omgeving eruitzag of aanvoelde, dat zo vrolijk stemde? Uit de zee aan plaatjes destilleerde ze uiteindelijk een reeks vrolijke esthetische elementen. Elk element onthult weer een ander verband tussen een vrolijk gevoel en kenmerken in onze omgeving.

Fetell Lee’s boodschap: sta open voor deze elementen, breng ze aan in je huis of op je werk. Dat lukt vaak al via kleine veranderingen – en je brengt jezelf en anderen in een betere stemming.

Deze omgevingseigenschappen maken je gelukkig

1. Energie: sprekende kleuren, daglicht.

Een wijk met grauwe betonnen flats kan heel deprimerend zijn, maar verf ze knaloranje en je voelt er ineens het omgekeerde bij. Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat felle kleuren ons aan vrolijkheid doen denken. We leggen automatisch verband tussen deze twee.

TEST
Doe de test »

Hoe beïnvloed je jouw emoties?

In een Brits/Iers onderzoek, waarvoor deelnemers kleuren aan bepaalde emoties moesten koppelen, bleek dat felle, frisse kleurschakeringen met blijdschap worden geassocieerd. Bijna de helft daarvan waren zonnige geel- en oranjetinten.

Wetenschappers denken dat dit teruggaat tot onze aapachtige voorouders. De rijpste, suikerrijkste vruchten en de voedzaamste jonge bladeren hebben meestal dit soort felle kleuren, en vrolijkheid vormt de beloning voor het vinden ervan.

Vele generaties lang bleek kleur zo’n betrouwbare voorspeller van voedsel te zijn, dat eten tijdens de evolutie gaandeweg verweven raakte met blijdschap.

Ook blootstelling aan daglicht maakt je gelukkig. De bloeddruk daalt en stemming, alertheid en productiviteit verbeteren erdoor. Werknemers die naast een raam zitten, voelen zich energieker en zijn doorgaans actiever, ook wanneer ze weer thuis zijn.

Uit een studie op lagere scholen bleek dat kinderen die in een klaslokaal met veel daglicht zaten, 26 procent sneller leerden lezen en 20 procent sneller leerden rekenen.

2. Overvloed: weelderigheid, verscheidenheid, variëteit.

Een overvloedige maaltijd, de kermis, het circus, eurowinkels, vlooienmarkten. Je kunt er dat gevoel van een kind in de snoepwinkel van krijgen.

Uit onderzoek van psycholoog John Balling en ecoloog John Falk blijkt dan ook dat mensen het liefst wonen in een overvloedige omgeving: een weelderig grasland of bos.

Ander onderzoek toont aan dat tijd doorbrengen in een park met een grote diversiteit aan planten en vogels een sterker gevoel van herstel en mentaal welzijn oplevert dan vertoeven in een minder biodivers park.

Dat je gelukkig wordt van overvloed, heeft volgens evolutionair psychologen ook te maken met onze verre voorouders. In die tijd waren er soms periodes van enorme voedselschaarste, waardoor de mens een voorkeur ontwikkelde voor overvloed. Degenen die in overvloedige tijden volop genoten, hadden betere overlevingskansen.

3. Harmonie: symmetrie en ordelijkheid.

Een rij danseressen die in perfecte harmonie bewegen, een jas met een symmetrisch patroon, een messenset die van klein naar groot is gerangschikt, van dat soort dingen worden we blij omdat we een hekel hebben aan rommelig.

Wanordelijkheid bezorgt ons gevoelens van onmacht, angst, spanning en depressie. Van het omgekeerde, een harmonische omgeving waarin veel symmetrie heerst, worden we juist vrolijk.

Onderzoek laat zien dat onze hersenen zeer gevoelig zijn voor symmetrie. Het brein herkent deze vormen in nog geen honderdste milliseconde: veel sneller dan asymmetrische vormen. Uit een recente studie blijkt dat mensen bij het zien van iets symmetrisch een glimlach op hun gezicht krijgen.

Cognitief wetenschappers gaan ervan uit dat we symmetrische objecten zo plezierig vinden omdat ze evolutionair gezien doorgaans belangrijker voor ons zijn dan asymmetrische.

Een symmetrische vorm geeft aan dat er sprake is van leven. Of in elk geval iets wat door een levend wezen is gemaakt, zoals een nest, honingraat of mierenhoop.

4. Spel: cirkels, bollen, bubbels.

Polkadots, het Michelinmannetje of de vorm van het Guggenheim Museum in New York. Ze stemmen ons gelukkig omdat onze hersenen de voorkeur geven aan cirkels en bollen.

Tijdens de evolutie zijn we rond impliciet met veiligheid en positiviteit gaan associëren. Terwijl scherpe hoeken zijn gaan staan voor gevaar en negativiteit.

Omdat scherpe voorwerpen voor onze voorouders potentiële bronnen van gevaar vormden – denk aan tanden of doorns – vermoeden onderzoekers dat we hoekige contouren nu onbewust met de nodige voorzichtigheid benaderen.

Ronde vormen lokken ook speelsheid uit: ze doen ons denken aan baby’s, en van baby’s worden we speels. Zodra we de schattige, ronde gezichtstrekken van zo’n kleintje zien, gaan we vanzelf door de knieën om te spelen.

5. Verrassing: contrasten.

Een man in een maatpak met daaronder regenboogsokken, een verkeerslicht waarop iemand een smiley heeft getekend: we worden blij verrast als we iets onverwachts zien.

Training

Mindfulness training

  • Leer omgaan met stress
  • Krijg meer aandacht voor het nu
  • Met notitieboek en Gids voor een Langzaam Leven
Bekijk de training
Nu maar
€ 99,-

Het menselijk brein is daar extreem gevoelig voor; het is expert in het ontdekken van verschillen en contrasten. Zuigelingen van drie maanden oud zijn al in staat een afwijkend object tussen een aantal gelijksoortige voorwerpen uit te pikken.

Ook als volwassene voelen we ons aangetrokken tot contrasten, het stelt ons in staat overzicht te houden. Ideaal voor ons zijn omgevingen waarin harmonie en verrassing hand in hand gaan, vandaar dat je daar gelukkig van wordt. Zoals een symmetrische zwarte stoel die in een bak felgroene verf is gezet: dan lijkt het net alsof de poten sokken dragen.

6. Transcendentie: opwaartse lijnen, licht gewicht.

Dingen die omhooggaan of zich in de hoogte bevinden, associëren we met blijdschap. Zoals een luchtballon, boomhutten en torenkamers, de enorme opblaaspoppen op de gayprideboten. Dit gaat meestal vrij onbewust.

Zo merken we positieve woorden sneller op als ze bovenaan een computerscherm staan, en negatieve sneller onderaan. Opwaarts gebogen lijnen vinden we er ‘opgewekt’ uitzien, omlaag wijzende verdrietig.

Volgens cognitief taalkundige George Lakoff heeft dat met ons lichaam te maken. Zo krullen bij een glimlach je mondhoeken omhoog en bij een frons omlaag. Ook ons lichaam is opwaarts gericht als we blij zijn: rechtop, hoofd omhoog. Hierdoor verbinden we opwaartse gerichtheid aan vrolijkheid.

Ook een voorwerp dat weinig weegt, associëren we met blijdschap. Chinees onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen positieve woorden sneller herkennen als ze die horen na beelden van een licht object te hebben gezien, zoals een ballon.

Negatieve woorden herkennen ze sneller na het zien van iets zwaars, zoals een steen. Doordat we lichte kleuren ook als lichter in gewicht ervaren, maakt een licht geschilderde kamer vrolijk, net als eentje die is ingericht met meubels gemaakt van materialen die doorzichtig zijn of die gaatjes of uitsparingen hebben.

7. Magie: onzichtbare krachten.

Een raadselachtige lichtval, mist die de gloed van vuurvliegjes versterkt, een prisma op je bureau die het in het zonlicht verborgen kleurenspectrum zichtbaar maakt, een briesje dat de windgong in je tuin ineens laat rinkelen: allemaal vrolijk makende dingen die iets magisch hebben.

Magie is een vorm van zingeving en geeft het leven betekenis. Het gaat in tegen het koele besef dat we slechts een toevallige verzameling atomen in een eenzaam universum zijn.

8. Feestelijkheid: uitbarstende vormen en nabijheid.

Carnavalskostuums, vleugels, veren, waaiers, ruches: je wordt er vanzelf vrolijk van. Dit soort feestelijke vormen maken ons zo opgewekt omdat ze lijken op ons lichaam in blije toestand. Met gespreide benen juichend op en neer springend, de armen triomfantelijk omhooggestoken.

Mensen vieren graag feest: het versterkt het gemeenschapsgevoel en de onderlinge banden. Uit studies blijkt dat dingen met anderen vieren ons het gevoel geeft in geval van nood eerder op diegenen te kunnen rekenen.

Samen feesten werkt ook: mensen die positieve gebeurtenissen regelmatig met anderen vieren, blijken gelukkiger te zijn dan mensen die goed nieuws voor zich houden.

9. Vernieuwing: opbloeien en groei. 

Talloze kleine dingen kunnen een gevoel van nieuwe mogelijkheden oproepen. Een nieuw kapsel kan dat effect al hebben, maar ook iets als een stapel heerlijk schone was of een warme douche met een scrubhandschoen – schoonmaken kan sowieso vernieuwing oproepen.

De ultieme vorm van vernieuwing is natuurlijk de lente, als alles weer opbloeit en groeit. Dingen en vormen die ons aan opbloeien en groeien doen denken, maken ons dan ook vrolijk.

Het leven kan niet zonder vernieuwing, vandaar dat dat ons zo vaak gelukkig maakt. Vernieuwende blijdschap kan zich op allerlei momenten en in verschillende contexten voordoen.

Na de geboorte van een (klein)kind bijvoorbeeld, of bij het krijgen van een tweede kans na een misstap. Ook noemen mensen vaak dat heerlijke gevoel wanneer ze met de naïeve blik van een kind naar hun omgeving kijken. Dit omdat ze verwondering ervaren bij leuke dingen die ze normaal niet opmerken.

Vrolijkheid. De verrassende kracht van alledaagse dingen om plezier en geluk te creëren, Ingrid Fetell Lee, uitgeverij Lev., € 20,99