Breinjournalist Mark Mieras geeft antwoord op lezersvragen

Of we wel of niet gemakkelijk zin krijgen in seks wordt bepaald door de hypothalamus, een belangrijk centrum diep verborgen in de hersenen. De hypothalamus wordt gestuurd door geslachtshormonen. Bij mannen is dat vooral testosteron, bij vrouwen vooral oestrodiol. Terwijl zijn testosteronniveau vrij gelijkmatig is en slechts korte dipjes beleeft – direct na een vrijpartij daalt het, maar meteen daarna begint het alweer te stijgen – kent haar oestrodiolniveau in de loop van de cyclus sterke stijgingen en dalingen.

De piek valt precies gelijk met de eisprong. Vrijwel alle vrouwen hebben dan de meeste zin om te vrijen en zijn ook flirteriger dan de rest van de maand. Na deze piek daalt de oestrodiolspiegel en bereikt een dieptepunt rond de menstruatie. Ook de eerste week van de nieuwe cyclus ligt het oestrodiolniveau in principe laag.

Bij veel vrouwen daalt in de week voor hun menstruatie daarnaast de hoeveelheid serotonine in hun lichaam. Dat maakt ze gestrest, moe, lusteloos en geprikkeld. Ook dat doet de zin in seks geen goed.

Maar de vrouwelijke seksualiteit blijft onvoorspelbaar; door de ingewikkelde interactie tussen toenemende en afnemende hormonen kan het verloop van vrouw tot vrouw verschillen. Sommigen

hebben vlak voor de menstruatie wél zin in seks. Anderen ervaren juist tijdens of direct na de menstruatie zo’n piekje in hun libido.