‘Ik weet nog dat ik op de bank zat, ik was zeven jaar, en ineens kwamen er allemaal familieleden binnen. De spanning in de ruimte was om te snijden. Muisstil bleef ik zitten. Als ik me niet zou bewegen, zou alles hetzelfde blijven. “Weet ze het al?” vroeg mijn oma. “Ik denk het wel,” zei mijn moeder.

"‘Mijn vader (links) hield van boksen, maar dat wist ik niet tot ik zelf op boksles ging en deze foto van mijn moeder kreeg.’"

-

Dat mijn vader dood was, is nooit tegen me gezegd. Toen ik ernaar vroeg, kreeg ik te horen dat hij een hersenbloeding had gehad. Praten over mijn gevoelens? De dag erna werd ik naar school gestuurd alsof er niets aan de hand was. Er is niet meer over gesproken. Alsof mijn vader er nooit was geweest. Troost of een knuffel kreeg ik niet, want “we moeten door”.’

Log in om verder te lezen.