Een ouder met een depressie

Wiebe (57) en Roos (15). Wiebe heeft last van zware stress en depressieverschijnselen. Doordat hij vijf jaar geleden de dupe werd van een medische fout raakte hij in een isolement.

Eerst dacht Roos nog dat haar vader wel beter zou worden, maar toen tot haar doordrong dat dat niet zou gebeuren, werd ze erg verdrietig. De vrolijke, energieke man die altijd met haar snowboardde en stoeide, werd somber en teruggetrokken. Een reeks medische fouten had geresulteerd in een kapotte heup. In die tijd zag Roos haar vader voor het eerst huilen. Wiebe: ‘Ik had constant pijn, lag op bed, verloor langzaam maar zeker mijn eigen bedrijf en had voortdurend geldzorgen. Ook sociaal raakte ik geïsoleerd. Ik was zo in beslag genomen door mijn ellende dat ik geen aandacht meer kon opbrengen voor Roos.’

Wiebe had moeite zijn veranderende rol thuis te aanvaarden en Roos’ moeder zwoegde onder een dubbele taak. De spanning was soms om te snijden. Roos: ‘Ik trok me het liefst terug op mijn kamer. Ik wilde niet praten. Maar ik deed ook niet moeilijk, want mijn vader had het al zo zwaar.’ Op school zei ze evenmin iets: ‘Daar had ik helemaal geen zin in. Daar kon ik gewoon lekker vrolijk zijn.’ Maar ondertussen ging ze van vwo naar havo en uiteindelijk naar het vmbo.

Roos: ‘Als mijn vader dan met me wilde praten, dacht ik: laat me maar met rust, ik los het zelf wel op.’ Ze begon in haar armen te snijden: ‘Ik voelde zo’n zwaar verdriet dat maar niet wegging, en door het snijden gaat al de pijn daarnaartoe en gaat het sneller over.’ Omdat ze schrok van zichzelf en wel besefte dat het niet goed ging, nam ze een oudere vriend in vertrouwen. Hij hielp haar om met snijden te stoppen. Uiteindelijk vertelde ze het ook haar moeder. Die vond op internet een KOPP-cursus, voor kinderen van ouders met psychische problemen. Roos: ‘Daar zag ik voor het eerst in wat het betekent zo lang ziek te zijn. Ik leerde ook woorden te geven aan mijn gevoel.’

Zo checkt ze nu gewoon even bij haar vader of ze hem belast als ze iets van hem wil. Wiebe: ‘Roos is veel opener en assertiever geworden door die cursus. Als ze het niet met ons eens is, zegt ze dat nu gewoon.’ Zelf vindt hij dat hij nog tekortschiet als vader, maar prompt spreekt Roos hem tegen: ‘Ik vind het nu juist fijn dat je zoveel thuis bent.’

Als je ouder PTSS heeft

Reza (45) en Leila (19). Reza vluchtte in 2000 uit Iran, waarna Leila hem tien jaar lang niet zag. Reza lijdt aan PTSS, posttraumatische stressstoornis, door zijn ervaringen in de Iraanse gevangenis.

Reza en Leila zijn gefingeerde namen. Ze willen anoniem blijven om hun familie in Iran niet in gevaar te brengen.

Leila herinnert zich dat haar vader toen ze 5 was afscheid nam omdat hij even op reis ging. Ze miste hem, ze begreep het niet: waarom kwam hij niet terug? ‘Vraag maar niets, maak je maar geen zorgen,’ zei haar moeder dan. Dat haar vader na een jaar gevangenis Iran ontvluchtte, hoorde ze pas veel later. En ook dat daarom haar moeder werd opgepakt en hun huis in beslag werd genomen. Tien jaar lang woonden Leila en haar moeder bij familie. Buurtkinderen pestten haar met haar afwezige vader: ‘Ze zeiden dat ik een onecht kind was, of mijn vader een dief. Ik deugde niet.’

Intussen wachtte Reza in Nederland vergeefs op asiel: ‘Ik kende niemand, verstond niemand en woonde met vier vreemden op een kamer. Ik durfde niet te slapen vanwege de nachtmerries over het geweld in de gevangenis. Ik kon bijna niet eten. Wat was de toekomst? Waarom kreeg ik geen asiel? Leila was de enige reden om te blijven leven.’ Een psychiater stelde PTSS vast. Alleen met zo’n acht stuks oxazepam kwam Reza de dag door.

Leila was al 15 toen zij en haar moeder – zij wél – asiel kregen in Nederland. Bij de hereniging wilde Reza zijn dochter omhelzen, maar Leila weerde hem af: ‘Ik kende die man niet. Ik voelde me ongemakkelijk. En hij had meteen commentaar op me. Ik woedend, hij nog woedender. Heel veel ruzies. Ik heb wel eens een televisie kapotgesmeten en een deur ingetrapt.’

Leila is niet opgevoed zoals Reza dat graag had gezien. Hij wil grenzen stellen, maar ook weer contact met haar krijgen. Voor Leila is dat moeilijk: ‘Hij kan zomaar een hele dag zwijgen. Of zijn onrust slaat op mij over. Ik vertel ook niet alles thuis, omdat mijn ouders al zoveel zorgen hebben. Soms heb ik heel veel energie en wil ik erop los leven, dan weer is het opeens helemaal op.’ Het verdriet dat haar vader zo lang weg was, valt haar nog steeds zwaar.

Doordat ze allebei in therapie zitten, wordt hun relatie langzaam beter. Leila: ‘Ik zie dat hij echt zijn best doet. En als hij ziet dat ik verdrietig of gespannen ben, masseert hij nu soms mijn nek, net als hij vroeger deed voor het slapengaan.’

Een ouder met ADD

Leonie (42) en Bart (13). Vanwege een depressie verbleef Leonie vorig jaar vier maanden op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Later bleek dat er meer aan de hand was.

Bart had wel gemerkt dat zijn moeder veel in bed lag, maar schrok zich wild toen ze opeens moest worden opgenomen. Nu nog krijgt hij tranen in zijn ogen als hij eraan denkt hoe erg hij haar miste. ‘Ik zat het liefst alleen op mijn kamer te gamen op mijn DS. Ik wilde er niet over praten, ook niet met mijn vader, want die deed opeens ook anders tegen ons.’

Leonie knikt: ‘Het was heel zwaar voor mijn man. Hij moest naast een fulltime baan het huishouden draaiend houden.’ Ze voelde zich daar heel schuldig over. Waarom kon ze niet een gewone moeder zijn?

Als kind was ze al erg vergeetachtig en dromerig: ze fietste zomaar gedachteloos tegen een boom. Ondanks de chaos in haar hoofd hield ze zich jarenlang staande. Totdat ze vorig jaar opeens niet meer kon. Telkens als ze weer probeerde thuis te wonen, volgde er een nieuwe opname. Bart: ‘Als ze ging staren, wist ik dat ze weer weg zou gaan. Ik was daar altijd bang voor. Ze ís ook heel lang weggeweest.’

Omdat Leonie en haar man zich zorgen maakten over de kinderen, waren ze blij dat Bart en zijn broertje terechtkonden bij een KOPP-cursus. ‘Ik vond het daar heel leuk,’ zegt Bart. ‘Ik dacht dat ik alleen was, maar er waren veel meer kinderen met een zieke moeder.’

Toen zijn moeder zo in de put zat, wilde Bart geen plezier maken, dat vond hij niet eerlijk tegenover haar. Maar op de cursus zag hij in dat hij niets kon veranderen aan haar ziekte. En dat hij hulp kon zoeken bij een vriendin van zijn ouders: ‘Dan mocht ik spelen met haar hondjes, daar werd ik blij van. En dan praatten we soms ook over mama. Dat vond ik fijn.’

Op bijeenkomsten ergerde Leonie zich aan ouders die zeiden dat hun sores geen effect had op hun kinderen. ‘Bart sloot zich af en werd somber. Door de cursus is hij veel opener geworden.’

Inmiddels is duidelijk dat Leonies inzinking voortkomt uit een ernstige vorm van ADD, een aandachtsstoornis. Die heeft ook zo z’n voordelen, vindt Bart: ‘Ons huis is dan wel niet zo netjes, maar wij mogen in de winter wel lekker binnen picknicken.’

Een moeder met ODD

Jolanda (35) en Sharon (15). Drie jaar geleden werd duidelijk dat Jolanda ODD heeft, een paniek-, angst- en dwangstoornis.

Toen haar moeder voor de derde opeenvolgende dag niet meer uit bed wilde, wist Sharon – toen 12 – dat er iets niet goed was. Sharon: ‘Ik dacht nog dat het wel zou overgaan en maakte zelf maar ontbijt.’ Maar al snel kwam er niets meer uit Jolanda’s handen. Omdat haar vader de hele dag werkte, deed Sharon na school de boodschappen, kookte, maakte schoon en deed de was. ‘Als vriendinnen vroegen of ik meeging iets leuks doen, zei ik dat ik het te druk had,’ zegt Sharon. ‘Als ze mee wilden naar mijn huis, zei ik bijvoorbeeld dat er niemand thuis was. Wie weet hoe ik mijn moeder zou aantreffen?’

Jolanda werd steeds depressiever: ‘Ik zag nergens het nut van in, was diep somber, wilde de straat niet meer op.’ Op zeker moment wilde ze zelfs uit het leven stappen, en het enige wat haar tegenhield was de gedachte dat Sharon haar dan zou vinden.

Jolanda: ‘Ik had al veel langer last van paniekaanvallen, die ik dan onder controle hield met dwangmatig schoonmaken. Er waren dagen dat ik onze witte tegelvloer vier keer poetste. Sharon: ‘Op een dag had ze mijn tamme ratten van mijn kamer gehaald en al het behang van de muren getrokken. Want daar zaten volgens haar beestjes. Liters Dettol joeg ze erdoorheen.’ Pas toen opa aan de alarmbel trok, ging Jolanda drie keer per week in therapie en begon medicijnen te gebruiken.

Sharon was lange tijd bang om haar moeder alleen te laten, want wat zou ze dan doen? Met uitgekiende sms’jes – wat eten we vanavond? – hield ze continu een vinger aan de pols. Thuis kon Sharon om de kleinste dingen opeens woedend worden, bijvoorbeeld als haar vader iets liet slingeren. Sharon: ‘Ik praatte met niemand over mijn moeder, alleen met één vriendin. Maar tijdens een ruzie riep ze dat ik net zo gek was als mijn moeder. Dat kwam hard aan.’ Soms is ze weleens bang dat ze dezelfde stoornis als haar moeder krijgt, bijvoorbeeld als ze paniek voelt bij een moeilijk proefwerk op het gymnasium: ‘Maar dan lukt het me toch om te denken: onzin, ik kan het gewoon.’

Als je vader ADHD heeft

Chris (45) en Heidi (6). Vier jaar geleden werd bij Chris ADHD vastgesteld.

Heidi weet even niet meer hoe het heet wat papa heeft. Als hij het zegt, huppelt ze vrolijk door het huis, ‘hadeehadee, hadehadee’ zingend. Chris glimlacht: ‘Heidi is de enige normale hier.’ Chris liet zich testen omdat hij veel van zichzelf herkende bij zijn zoontje, dat asperger bleek te hebben, een vorm van autisme.

Ook hijzelf had plotselinge woedeaanvallen doordat hij niet begreep wat er om hem heen gebeurde, en concentratieproblemen, en de neiging zich af te zonderen. Chris: ‘Ik werd pas echt wakker geschud toen mijn relatie mede door mijn gedrag spaak liep. Ik kon nogal rechtlijnig zijn, liet dingen op hun beloop, of moest koste wat kost gelijk hebben als ik eenmaal op dreef was in een discussie.’

De tests wezen uit dat Chris behoorlijk hoog scoorde op asperger, maar veel hoger nog op ADHD. ‘Had ik dat maar eerder geweten. Doordat ik nu snap waar mijn gedrag vandaan komt, kan ik het veranderen. Ik vraag mensen bijvoorbeeld om me te waarschuwen als ik te veel praat.’ ‘Papa, je praat te veel!’ roept Heidi meteen vanaf de bank.

Chris denkt dat zijn gedrag wel degelijk invloed heeft op Heidi. Omdat hij nu co-ouder is, week op, week af, moet hij zorgvuldig lijstjes maken, anders vergeet hij geheid van alles. Heidi: ‘Ja, want dan belooft hij iets te maken uit mijn kookboek en dan vergeet hij het.’ ‘Ik weet het dan echt niet meer,’ beaamt Chris. ‘Maar ik kan haar nu uitleggen hoe dat komt en dan is het al snel weer goed.’ Het opvoeden van twee kinderen met zulke uiteenlopende behoeftes blijft lastig, en dan heeft hij nog weleens een kort lontje. ‘Papa is soms boos en dan moet ik op de trap zitten. Dat vind ik niet erg,’ zegt Heidi.

Chris denkt dat het voor zijn dochter ook positief is om op te groeien met zo’n vader en broer: ze leert dat iedereen anders is en anders reageert. Zijn impulsiviteit en niet te stuiten energie zijn voor haar ook fijn: ‘Stoeien!’ roept Heidi. ‘En dan doet papa raar, en dan doe ik mijn benen om zijn nek en dan ga ik hangen en dan laat ik gewoon een scheetje.’

[/wpgpremiumcontent]