‘Dat de relatie met mijn dochter Yvette langzaam steeds stroever was geworden, voelde ik wel, zeker sinds ze een nieuwe vriend had. De laatste keren dat we elkaar hadden gezien, waren ongemakkelijk geweest en als ik belde, nam ze nooit meer gewoon op. Ze belde wel terug, maar soms pas een week later.

Schrijver Dimitri Verhulst: ‘Mijn moeder deed mij weg’

Hij groeide op in bittere armoede. Zijn moeder liet hem in de steek. En daarna zijn pleegouders. Maa...

Lees verder

Ze had me weleens gezegd dat ze er last van had dat haar vader en ik waren gescheiden en dat ze boos was dat ze met een kinderrechter had moeten praten. We hadden afgesproken dat we een keer zouden praten over wat er moeilijk ging tussen ons. Dat ze toch zo radicaal met me brak, kwam als een complete verrassing.

Ruimte geven

Mijn dochter en haar vriend waren verhuisd. Ik belde haar op en zei dat ik graag een keer wilde komen kijken, maar het viel stil aan de andere kant van de lijn. “Ik weet eigenlijk niet of ik dat wel wil,” zei ze. “Hoezo dan?” vroeg ik. En toen kwam het: “Door keuzes die jij in het verleden hebt gemaakt, voel ik geen band met jou.”

Boem. Ik was met stomheid geslagen. Wat was dat hard. “Zo, die komt aan,” zei ik tegen haar. Ik vroeg haar of ze preciezer wilde uitleggen welke keuzes ze bedoelde, maar dat kon ze niet. Het einde van het gesprek was minder naar: ze zei dat ze ruimte nodig had. Daardoor klonk het toch als iets tijdelijks.

 

Aan de telefoon kon ik me groot houden, maar nadat we hadden opgehangen kwamen hevige emoties los – ik brulde het uit. In de maanden daarna kwam wisselend alles voorbij: boosheid, schuldgevoel, verdriet, onbegrip. Waarom gaf ze me geen uitleg? Waarom wilde ze niet met me in gesprek? Paniek heb ik niet gevoeld; achteraf denk ik dat ik het niet kon geloven. Mijn dochter was destijds 28 jaar. Ik dacht: ze heeft het moeilijk, ze worstelt en dat begrijp ik. Maar ze trekt vast bij. In die maanden heb ik geen contact gezocht en haar bewust de ruimte gegeven. Pas toen ik op haar verjaardag een berichtje stuurde en niets terug hoorde, bekroop me het gevoel dat dit weleens definitief zou kunnen zijn.

In die tijd zag ik op televisie een programma over een kind dat werd vermist. Dat was precies hoe het voor mij voelde. Ik kende haar nieuwe adres niet, was afgesneden van haar leven – alsof ze vermist was. Dat heb ik haar gemaild. Dit keer kwam er een reactie terug: “Ik vind het heel rot voor je, maar ik kan er niets mee.”

Liever bij haar vader

Er is in het verleden veel gebeurd; dingen waarmee ze waarschijnlijk worstelt en ook veel wat ze mij kan verwijten. Toen Yvette 8 jaar was, wilde ik scheiden van haar vader. De basis van onze relatie was niet goed. Ik vond hem dominant en keek op een ongezonde manier tegen hem op. We hadden veel onenigheid, ook over de opvoeding. Ondanks dat de scheiding al was aangevraagd, vroeg hij me om het nog een keer te proberen. Dat heb ik gedaan, maar het bleek een slechte beslissing. Ik werd depressief. Ik voelde me heel erg gevangen in deze situatie – ik wilde weg, maar had er de kracht niet voor. Steeds lustelozer en zwaarmoediger werd ik. Uiteindelijk ben ik opgenomen op een psychiatrische afdeling.

Die opname heeft me veel geleerd. Al vrij snel wist ik dat ik de scheiding hoe dan ook moest doorzetten. Toen mijn ex dit hoorde, kreeg ik Yvette niet meer te zien. En zo begon het. Nadat ik was ontslagen, verhuisde ik naar het oosten van het land, waar mijn familie woonde. Dat was geen keuze tegen Yvette, maar voor mezelf. Ik ging ervan uit dat ze bij me zou komen wonen, zoals dat bij de eerste scheiding was afgesproken, maar na mijn opname en verhuizing wilde mijn ex dat niet meer. Het nieuwe schooljaar kwam eraan en ik heb Yvette gevraagd wat ze wilde. Zij wilde toch het liefst op dezelfde school blijven, bij haar vriendinnetjes. Ik voelde me schuldig: ik had deze scheiding gewild. Met mijn verstand heb ik toen toegestaan dat ze bij haar vader bleef wonen.

Contextuele therapie: ‘Ik ben geen klein meisje meer’

Wat je van thuis hebt meegekregen bepaalt sterk hoe je in elkaar steekt. Soms zó sterk dat je er la...

Lees verder

Yvette bracht elke veertien dagen een weekend bij mij door, ook toen ik later een nieuwe partner kreeg, Erwin. We gingen samen op vakantie. Als ze niet bij me was, kreeg ik briefjes en kaartjes van haar: “Ik heb zin in het weekend, ik mis je.” Als ik verdrietig ben, lees ik die soms terug en dan denk ik: waar is het toch misgegaan? Tijdens haar puberteit werd ze wel bokkiger, zo schreeuwde ze een keer tegen Erwin: “Jij bent mijn vader niet” en als er mot was: “Dan ga ik wel naar huis.” Maar dat hoort er denk ik bij – dat doen toch alle pubers?

Fysieke pijn

Na haar woorden dat ze geen band met me voelde, in 2013, heb ik hulp gezocht bij een haptotherapeut om te leren voelen. Hiermee wilde ik voorkomen dat ik verbitterd zou raken, omdat er meer mensen in mijn leven zijn van wie ik hou. Bij de therapeut moest ik gaan liggen, dan legde ze haar handen op me en praatten we. Zo kwamen we bij de pijnpunten en ook bij de fysieke pijn. Dan kromp ik helemaal in elkaar en moest ik hartverscheurend huilen – zoveel zeer doet het als je kind je niet meer wil zien. Na zo’n sessie voelde ik altijd lucht en ruimte om weer blij te zijn en de mooie dingen te zien. Van mijn leven, maar ook van Yvette. Mijn haptotherapeut zei altijd: “Tranen zijn zalf voor de ziel. Je moet meer huilen.” Dat ben ik gaan doen. Op zolder heb ik een fiets en een roeiapparaat staan en zodra ik daar op ging zitten, kwamen de tranen.

Ik kwam erachter dat ik vaak het gevoel heb gehad dat ik niet werd gezien, vroeger thuis en later bij mijn ex. Ik denk dat Yvette hetzelfde heeft, dat zij door hoe ik destijds met de situatie ben omgegaan het gevoel heeft gehad dat ik haar niet voldoende zag. Achteraf denk ik dat ik na mijn opname inderdaad terughoudend ben geweest in mijn gevoel voor Yvette, omdat ik haar maar eens in de veertien dagen zag. Uit zelfbescherming. Ik had haar vaker moeten knuffelen. Als zij die reserve heeft gevoeld, dan begrijp ik haar worsteling nu.

Mede dankzij de therapie ben ik milder geworden naar mezelf. Ik heb Yvette geen kwaad willen doen. Dat het zo is gegaan, vind ik heel erg, maar ik probeerde de beste moeder te zijn die ik kon zijn in deze situatie en ik kan het niet meer terugdraaien. Ook naar haar toe ben ik milder geworden. Zij verbreekt ons contact niet voor haar lol, maar omdat ze pijn en verdriet heeft. Door te lezen over ouderverstoting – of oudervervreemding zoals ik het liever noem – zie ik in dat Yvette in een loyaliteitsconflict is gekomen door de scheiding. Ik ben ook lid van een facebookgroep voor ouders in deze situatie. Wat mij opvalt, is dat veel ouders in een slachtofferrol blijven hangen, in verwijten naar hun kind. Dat staat heel ver van mij af. Ik heb juist geleerd dat het niemands schuld is, maar dat het door de omstandigheden komt. Je kind verdient ook respect voor zijn of haar keuzes.

Nieuwe teleurstelling

Na ruim twee jaar heb ik Yvette toch weer een mail gestuurd. Ik vroeg haar waar ze nu staat en liet weten dat ik graag weer contact zou willen. Daarop kreeg ik een erg lieve mail terug. Ze schreef dat de pauze haar goed had gedaan, dat ze het contact ook wilde herstellen, maar niet zo goed wist hoe. Ik was dolblij.

We besloten voorlopig te mailen. We schreven over onze levens, over werk en ditjes en datjes. Ik reageerde steeds snel, zij na ongeveer een maand. In november liet ik haar weten dat er een ruisje bij mijn hart was gevonden en kort daarna dat mijn schoonmoeder was overleden. Toen keerde het weer. Yvette schreef dat ze moeite had met de frequentie van het contact en dat het haar een beklemmend gevoel gaf. Dat ze het gevoel had dat ze móést reageren op mijn mails. Ze vroeg me het initiatief voor de volgende mail aan haar te laten. Ze heeft geen contact meer opgenomen.

Op dat moment knapte er iets bij me. Ik had mijn hart weer helemaal opengegooid, maar voor haar voelde het dus als een verplichting. Zo wilde ik het niet. Ik schreef haar dat het me te veel energie koste, en dat ik niet langer wilde leven tussen hoop en vrees of het ooit goed zou komen. Ik deed er een gedicht bij: Ik ben maar een moeder. Dat gaat erover dat je met de beste intenties en met liefde voor je kind toch ook fouten maakt.

Yvette is in december jarig, vlak voor Kerst; ik vlak na Moederdag. Dat zijn altijd weer moeilijke periodes. Op haar verjaardag blijf ik haar een appje sturen, al komt er geen antwoord. Toen ze dertig werd, heb ik hier thuis een bos met dertig rozen neergezet, met een kaartje eraan: “We hadden het heel graag samen met je gevierd.”

Vijf ouders die geen contact meer met hun kind hebben

Alles wilde je doen voor het geluk van je kind. En dan komt er een dag waarop je kind je afwijst. Vi...

Lees verder

Bewust verbroken

Op 13 april vorig jaar moest ik een openhartoperatie ondergaan. Ik heb Yvette geappt of ik haar mocht bellen. Nadat ik haar over de operatie verteld had, zei ze: “Oei, dus het kan zijn dat je dit niet overleeft. Ik kan me voorstellen dat je me nog zou willen zien.” Ik antwoordde dat ik dat heel fijn zou vinden, maar het niet van haar wilde vragen omdat ik geen druk op haar wilde leggen. Daar was ze blij mee.
Aan de telefoon was ik er vooral mee bezig dat ik na vijf jaar haar stem weer hoorde. Vreemd, maar ook vertrouwd. Pas na het gesprek dacht ik na over haar woorden: ze zei dat ze zich kon voorstellen dat ik haar nog zou willen zien, niet dat zij mij nog wilde zien. Kennelijk had zij die behoefte niet. Dat heeft me wakker geschud. Ze heeft me in het ziekenhuis nog wel geappt en beloofd me te bellen, maar dat heeft ze nooit gedaan. Met elke kleine opleving lijkt de kloof tussen ons alleen maar groter te worden.

In het revalidatietraject kreeg ik steun van een psycholoog. Zij hield me voor dat de situatie met mijn dochter niet gezond voor me was, dat ik eraan onderdoor zou gaan als ik niets veranderde. Ze vroeg me: “Waarom verbreek jij het contact niet?” In zekere zin had ik dat al gedaan, maar nooit zo bewust. Het voelde meteen goed. Ik schreef Yvette dat ik niet langer aan een dood paard wilde trekken. Dat ik dankbaar ben voor de duidelijkheid die ze me uiteindelijk heeft verschaft, maar dat ik het niet verdien om zo genegeerd te worden. Dat ik haar veel liefde wens. En toch ook dat de deur altijd open blijft.

Stille hoop

Eigenlijk weet ik niet meer wie Yvette is. Als ik aan haar denk, dan denk ik vooral aan dat kleine meisje. Dan zie ik haar zitten in haar badjas met haar net gewassen haartjes, kijkend naar Sesamstraat. Dan voel ik weer hoe het was als ze bij me op de bank lag en zei: “Mama, kriebel me nog eens over mijn rug.”

Is ze nog samen met haar vriend? Heeft ze een kind? Is ze gelukkig? Ik weet het niet. Ik maak geen deel meer uit van haar leven. Mijn ex-schoonmoeder woont hier in de buurt en ik ging weleens koffie bij haar drinken. Maar ook dat contact heb ik verbroken – van haar horen hoe het met mijn eigen dochter is, vond ik te moeilijk. Ik was bang dat ze zou vertellen dat Yvette een kind heeft. Dat ik het zou weten maar mijn kleinkind niet zou mogen zien, is een bijna onverdraaglijke gedachte. Veel mensen hebben gezegd: “Wacht maar tot ze zelf moeder is, dan zoekt ze wel weer toenadering.” Daar hoop ik stiekem op. Maar voor nu is dit de juiste beslissing geweest, het heeft mij rust gebracht.

Vaak stuur ik haar gedachten, gewoon de ruimte in: “Ga voor je geluk, Yvette.” Dat gun ik haar zo – dat dit haar heeft geholpen en dat ze gelukkig is. Ik ben niet meer boos op haar, soms nog wel op de situatie. Af en toe denk ik nog: je was ook een waardeloze moeder. Maar tegenwoordig kan ik zo’n gedachte snel verwerpen. Ik hou van Yvette. Op fronten ben ik tekortgeschoten, maar ik heb gedaan wat in mijn macht lag. Ze zal altijd in mijn hart wonen en dat weet ze. Ik ben haar moeder en ik voel me haar moeder, ik mag het alleen niet zijn.’
De naam Yvette is gefingeerd.