1. Benader je kind positief

Alleen al de verwachting dat het gedrag van je kind vooruit zal gaan kan adhd-symptomen verminderen, zo blijkt. 20 tot 30 procent van de kinderen laat bijvoorbeeld positieve veranderingen zien als reactie op placebo-medicatie. Niet omdat de kinderen zélf geloven dat ze echte pilletjes slikken, maar omdat hun ouders dat denken. Volgens een Amerikaanse onderzoeksgroep krijgen ouders en leerkrachten door de placebo positieve verwachtingen van het gedrag van hun kind of leerling. Daardoor wordt hun houding tegenover het kind positiever, en zijn ze bijvoorbeeld geneigd vaker complimentjes te geven als er iets goed gaat. Daardoor verbetert vervolgens het gedrag van het kind.

Hyperen op ritalin

Scholieren, studenten en wetenschappers gebruiken steeds vaker ritalin en andere ‘hersenverbeteraa...

Lees verder

2. Beloon snel

Een positieve benadering is inderdaad precies wat kinderen met adhd nodig hebben. Dat schrijven hoogleraar kinderpsychiatrie Jan Buitelaar en publiciste Arga Paternotte in hun nieuwe boek Dit is adhd. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het effect van een beloning in de hersenen bij deze kinderen (en bij volwassen adhd’ers) sneller uitdooft dan bij kinderen zonder adhd. Ze hebben daarom sneller en vaker een beloning nodig om dezelfde biologische reactie te veroorzaken die hen kan motiveren. Ook zijn ze daardoor minder gevoelig voor grote beloningen waarvoor ze een tijd moeten wachten of werken.

Een compliment of een kleine beloning direct nadat een kind iets goed doet, werkt dus het beste. Bijvoorbeeld in de vorm van punten of fiches die kunnen worden omgeruild voor voorrechten (computerspelletje spelen, of in de les: even naar buiten mogen om een rondje te rennen). Beloningen in de vorm van een activiteit zijn heel geschikt voor hyperactieve kinderen, zeggen Buitelaar en Paternotte. Zulke beloningen passen prima bij hun behoefte aan beweging.

3. Zeg wat wél mag

Belangrijk is bovendien dat je niet alleen zegt wat níét mag, maar ook benoemt wat je kind dan wel zou kunnen doen, vult psychologe en onderzoekster Laura Batstra aan. ‘Als je aan de lopende band “nee” en “stop” en “houd op” zegt, weet je kind niet wat hij wél mag doen. In plaats daarvan kun je bijvoorbeeld zeggen: “Als je wilt springen, ga dan naar buiten.”‘

4. Houd het overzichtelijk

Veel kinderen varen wel bij voorspelbaarheid, zegt Batstra. Een grote gebeurtenis, zoals Sinterklaas of een verjaardag, loopt al snel in de soep doordat ze het niet kunnen overzien. Vooraf bespreken hoe de dag eruit gaat zien en wat er van het kind verwacht wordt, kan dan enorm helpen. Bijvoorbeeld: straks komt iedereen binnen, dan krijg je cadeautjes, daarna mag jij de taart snijden en iedereen een stuk geven. ‘De meeste kinderen hebben baat bij zit soort dingen,’ zegt Batstra, ‘maar sommige kinderen hebben het extra hard nodig.’

5. Straf snel – maar niet te streng

Bij straffen is het belangrijk om snel de consequentie te laten volgen op het ongewenste gedrag, zegt Laura Batstra. ‘Tegen je kind zeggen dat het volgend weekend niet mee mag naar de speeltuin omdat het nu iets heeft gedaan, werkt dus niet. In het weekend is hij allang vergeten wat hij heeft gedaan.’

Live Online masterclass – Leven met ADHD: aanmelden

Lees verder

Beter kun je volgens haar de consequentie direct laten volgen op de overtreding. Ook is het belangrijk om niet al te grote straffen te kiezen: ‘Bij kinderen met heftig gedrag wacht je vaak te lang met reageren. Totdat je zo boos bent dat je ontploft en een veel te grote straf geeft, die niet in verhouding staat.’

6. Plan in blokjes

Mensen met adhd hebben vaak weinig tijdsbesef. Een kind kan daardoor bijvoorbeeld niet goed overzien wat het ’s ochtends moeten doen om om half negen op school te zijn. Het kan helpen om de tijd dan in blokjes op te delen: Om 7 uur douchen, 7.15 aankleden, 7.30 ontbijten, 7.50 tandenpoetsen, 7.55 tas en gymtas pakken, jas aan, 8.00 fietsen naar school. Een zandloper kan bovendien helpen met het begrip van tijd, of een horloge met alarm dat waarschuwt dat de tijd verstrijkt.

7. Zorg goed voor jezelf

Ouders vergeten weleens dat ze goed voor zichzelf moeten zorgen om goed voor hun kinderen te kunnen zorgen, zegt Batstra. ‘En ouders van temperamentvolle, dwarse kinderen hebben dat nog eens extra nodig, omdat hun kind veel van hen vraagt. Let er dus op dat u af en toe een rustmoment krijgt. Er zijn altijd wel momentjes te organiseren. Ook kunnen ouders leren om bepaalde momenten waarop er even niets gebeurt bewuster als rust te ervaren, bijvoorbeeld als je op de fiets zit naar je werk.’